3.3.1.Bewezenverklaring en bewijsmiddelen
Bewezen is dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de poging tot doodslag op het slachtoffer [slachtoffer 1] (feit 1) en het beschadigen van een personenauto (feit 3). De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.3.
De bewezenverklaring van de feiten 1 en 3 is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelenen de onderstaande bewijsmotivering.
1.
Verklaring van de verdachte
Ik had een aantal doodsbedreigingen gekregen. Ik had daarvan gehoord via vrienden en bekenden. Ik had veel stress en angst.
Ik werd gebeld door een vriend die mij zou ophalen. Ik liep naar beneden. Ik had een wapen bij mij. Ik zag mijn vriend niet. Ik wilde teruglopen naar mijn flat. Iemand riep mij, ik hoorde mijn naam. Ik schrok. Ik keek rechts van mij en zag twee jongens in het zwart gekleed met handschoenen. De eerste jongen deed zijn handen in zijn zakken en zat te frommelen. Ik hoorde een klik. Ik keek en zag bij die jongen de achterkant en bovenkant van een vuurwapen in zijn hand. Het ging toen heel snel. Ik liep naar achter, die jongen was dichtbij. Ik trok het vuurwapen en was in paniek, ik was bang en handelde uit instinct. Ik denk dat ik twee keer heb geschoten.
U zegt mij dat de bestuurder, [slachtoffer 1] , twee keer is geraakt.
Hij was dichtbij, op een afstand van zo’n twee, drie meter.
2.
Proces-verbaal van de politie, verklaring verdachteMijn vrienden zeiden dat ik werd gezocht en dat mensen mij dood wilde hebben. Ik vroeg hen willen zij mij dood of willen ze mij wat aan doen? “Nee echt dood hebben.”
Dus die vriend belde mij: “Ik kom langs” en ik zei: “Nee” en hij zei: “Ja wel want we gaan uit de buurt.” Hij zei: “Ik ben er met 1 minuut.” Ik zei: “Okay is goed” en ik ging naar buiten. Ik dacht dat als ik buiten was, dat hij er zou zijn. Ik ging naar buiten. Ik nam mijn wapen mee. Waarom? Ik liep de afgelopen periode door de doodsbedreigingen met een wapen. Die vriend van mij zei: “Hier heb je een wapen,
want dan kan je jezelf verdedigen.” Ik was echt bang voor mijn leven.
Wat voor wapen was het?
Het was een handvuurwapen.
3.
Proces-verbaal van de rechter-commissaris, verklaring [medeverdachte]
U zegt mij dat wij op 14 oktober 2024 stonden op de [naam locatie] . U vraagt mij op wie ik aan het wachten was. Ik kreeg foto's en de opdracht die dag om iemand te intimideren en bang te maken.
De opdracht was dat diegene geknuppeld en geïntimideerd moest worden. Hij moest mishandeld worden. U vraagt mij of dat allemaal hetzelfde is of dat intimideren nog iets anders is. Ja, ik moest hem stevig aanpakken. U vraagt mij wat het plan was. Ik moest hem opwachten en op het moment dat ik hem zag moest ik de opdracht uitvoeren.
U vraagt mij of ik voorwerpen had meegenomen. Ik had een ijzeren luchtdrukwapen
meegenomen dat lijkt op een pistool. Van een afstand zou je kunnen denken dat het een echt vuurwapen was.
U vraagt mij of ik uiteindelijk iets met het vuurwapen heb gedaan. Toen ik in de auto zat liep degene op de foto's langs de auto en ik herkende hem. Toen was ik uitgestapt
met een wapenstok in mijn linkerhand. In mijn rechterzak had ik het luchtdrukwapen.
Ik riep diegene. Hij draaide zich om en liep naar mij toe. Hij zag dat ik die wapenstok in mijn handen had en toen pakte ik het wapen uit mijn zak. Hij zag dat en toen hij dat zag was er een snel iets. Het ging snel. Ik zag dat hij zijn vuurwapen trok en het vuur opende.
4.
Proces-verbaal van de politieOp 14 oktober 2024 kreeg ik, verbalisant, het verzoek om te gaan naar de [naam locatie] te Rotterdam. Aldaar zou iemand zijn neergeschoten.
Aan de [naam locatie] zag ik een Ford Ka op de parkeerplaats staan. Ik zag dat er
een manspersoon op de grond zat naast het voertuig, aan de bestuurderszijde. Dit bleek later het slachtoffer [slachtoffer 1] te zijn.
5.
Proces-verbaal van de politie
Bij nader onderzoek van zijn verwondingen zagen wij, verbalisanten, dat het slachtoffer een schotwond in zijn linkerbeen had, ongeveer 15 centimeter onder de knie, in zijn kuit. Verder zagen wij dat het slachtoffer ook gewond was aan de binnenkant van zijn
linkerarm, ongeveer 10 centimeter onder zijn ellebooggewricht.
6.
Proces-verbaal van de politie
Op 15 oktober 2024 was ik, verbalisant, in het Erasmus Medisch Centrum om in gesprek te gaan met het slachtoffer [slachtoffer 1] . Ik hoorde [slachtoffer 1] het volgende verklaren: “Ik ben in mijn arm en been geschoten.”
7.
Proces-verbaal van de politie
Door getuige [naam getuige] werden camerabeelden ter beschikking gesteld. Dit betroffen beelden van een camera die, vanuit een woning op de 3e etage, uitkeek op het parkeerterrein voor de flat aan de [naam locatie] te Rotterdam. Ik hoorde dat de camera ook geluid opnam. Ik zag dat de beelden waren aangeleverd van 14 oktober 2024.
Op 15 oktober 2024 bekeek ik, verbalisant, de aangeleverde camerabeelden.
Ik zag dat om 16:35:07 uur vanaf de rechterkant in beeld een witte bestelbus langs kwam rijden. Ik zag daar achteraan een persoon, vanuit dezelfde richting, aan kwam lopen. Ik zag dat deze persoon in een vlot tempo aan kwam lopen. Ik zag dat deze persoon in een rechte lijn vlak voor de geparkeerde auto langsliep. Ik zag dat deze persoon donkergekleurde bovenkleding en een lichtgekleurde broek droeg.
Ik zag dat om 16:35:43 uur, wanneer de persoon die zojuist langs liep aan de linkerzijde bijna uit beeld raakte, zowel het bestuurdersportier als het bijrijdersportier werd geopend. Ik zag dat om 16:36:43 uur de bestuurder en de bijrijder allebei uit de geparkeerde auto stapten.
Ik zag dat om 16:36:33 uur de bestuurder voor de geparkeerde auto langs naar de bijrijderskant liep. Ik zag dat de bijrijder vervolgens de auto in leek te bukken en weer overeind kwam. Ik zag dat om 16:36:54 uur links in beeld een persoon aan kwam lopen, uit de richting van de Favrestraat.
Ik zag dat om 16:37:00 uur de bestuurder terug liep naar de bestuurderskant van de auto. Ik zag dat hij bij de linkervoorzijde van de auto bleef staan. Ik zag de persoon die van links aan kwam lopen, op de geparkeerde auto en de bestuurder afliep. Ik zag dat de persoon donkergekleurde bovenkleding droeg en een lichtgekleurde broek.
Ik zag dat om 16:37:07 uur de bestuurder een stap/beweging in de richting van de persoon met de lichtgekleurde broek deed. Ik hoorde op datzelfde moment snel achter elkaar drie harde knallen, die klonken als schoten. Ik zag dat de persoon met de lichtgekleurde broek tijdens de knallen weer achteruit rende.
Ik zag dat de persoon met de lichtgekleurde broek wegrende. Toen de persoon een eind was weggerend, hoorde ik nog een vierde knal.
8.
Proces-verbaal van de politie
Op 14 oktober 2024 kwamen wij, verbalisanten, naar aanleiding schietincident, voor forensisch onderzoek aan op de locatie [naam locatie] te Rotterdam.
Het onderzoek vond plaats op een openbare parkeerplaats aan de [naam locatie] in
Rotterdam. Voor de parkeerplaats is de [naam flat] gesitueerd.
Ter plaatse zagen wij dat zich aan de voorzijde van de parkeerplaats, twee pylonen bevonden. Wij zagen dat zich onder pylon 1 een afgevuurde huls bevond.
Verder zagen wij op straat ter hoogte van een witte Hyundai nog een afgevuurde huls.
De speurhond, getraind op explosieven, munitie, hulzen en wapens, heeft nog twee afgevuurde hulzen gevonden ter hoogte van een Ford Fiesta en een Chevrolet Matiz.
Direct rechts van de auto van het slachtoffer stond een zwarte Nissan Micra met het
Nederlandse kenteken [kentekennummer] geparkeerd. Wij zagen dat hier zich een doorschotbeschadiging aan de rechter achterzijde van de auto bevond, ter hoogte van de achterruit. In de auto zagen wij tevens een doorschotbeschadiging in de hoofdsteun
gesitueerd aan de rechterachterzijde. Verder zagen wij een inschotbeschadiging in het linker achterportier, die in lijn liep met de doorschotbeschadiging van de hoofdsteun.
9.
Proces-verbaal van de politie, verklaring aangever [slachtoffer 2]
Op 14 oktober 2024, om 17.20 uur, parkeerde ik mijn auto op de parkeerplaats voor de flat op de [naam locatie] in Rotterdam. Ik heb de auto toen onbeschadigd en in goede orde achtergelaten.
Op 14 oktober 2024, om 21.00 uur, had ik contact met een medewerker van de
politie, die vroeg of ik naar beneden kon komen met de sleutel van mijn auto. De politie ging een onderzoek starten omdat er een schietpartij was geweest, hierbij was er een kogel door de rechter achterdeur van mijn auto heen geschoten. De schade aan de auto was de rechter achterdeur, linker achterdeur en de hoedenplank. De schade kwam door de kogel.
3.3.2.Bewijsmotivering
3.3.2.1.
Standpunt verdediging
De verdediging heeft wat betreft de onder 1 ten laste gelegde poging tot doodslag bepleit dat van een doelbewuste, op de dood gerichte handeling geen sprake is. Integendeel, het handelen van de verdachte duidt op handelen in een split second, zonder gerichtheid op een persoon, laat staan op een specifiek lichaamsdeel, en met het oog op het ontkomen aan een zeer dreigende situatie. Niet kan worden vastgesteld dat de verdachte op het moment dat hij, om zichzelf te verdedigen, meerdere keren met een vuurwapen schoot in de richting van het slachtoffer [slachtoffer 1] , willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard, ook niet in voorwaardelijke zin, dat [slachtoffer 1] zou overlijden; de opzet op de (mogelijke) dood van [slachtoffer 1] ontbreekt. De verdachte dient ten aanzien van dit feit te worden vrijgesproken.
Wat betreft feit 3 dient de verdachte vrijgesproken te worden van de vernieling van de personenauto, omdat de verdachte op het moment dat hij met zijn vuurwapen meerdere keren schoot om zichzelf te verdedigen, daarbij onbedoeld de personenauto raakte. Niet bewezen kan worden dat verdachte daarmee deze auto opzettelijk heeft beschadigd.
3.3.2.2.
Bewezenverklaring feit 1
Uit de hiervoor onder 2.3.1. gebezigde bewijsmiddelen blijkt dat de verdachte twee keer met een vuurwapen in de richting van het slachtoffer [slachtoffer 1] heeft geschoten waardoor [slachtoffer 1] vervolgens twee schotwonden opliep.
Uit de hiervoor opgenomen beschrijving van de camerabeelden van de [naam locatie] in Rotterdam volgt dat de verdachte, terwijl hij wegliep van twee mannen, meerdere schoten loste in de richting van die mannen; onder wie dus [slachtoffer 1] , die door twee kogels werd geraakt. De omstandigheid dat [slachtoffer 1] hierbij werd geraakt in niet-vitale lichaamsdelen, is
– gegeven het voorgaande – een gelukkige toevalligheid die echter niet aan het handelen van de verdachte is te danken. Door lukraak in de richting van het slachtoffer te schieten, terwijl hij zelf wegloopt, heeft verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard dat hij [slachtoffer 1] dodelijk zou treffen. Er is dan ook sprake van voorwaardelijk opzet op de poging tot doodslag van [slachtoffer 1] .
Het verweer wordt verworpen.
3.3.2.3 Bewezenverklaring feit 3
De rechtbank acht de onder feit 3 ten laste gelegde vernieling van de Nissan Micra wettig en overtuigend bewezen gelet op de hiervoor opgenomen bewijsmiddelen.. Door op een parkeerterrein in zijn vlucht te schieten richting zijn belagers, heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan de beschadiging van de Nissan Micra. De verdachte heeft door zijn handelen willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard dat hij omliggende auto’s, in dit geval specifiek de in de tenlastelegging bedoelde Nissan Micra, zou beschadigen.
Het verweer wordt verworpen.