Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:6389

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
3 juni 2026
Publicatiedatum
2 juni 2026
Zaaknummer
ROT 25/2428
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2.7 WhtArt. 2.21 Wht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vergoeding schutting en reis Curaçao in brede ondersteuning Wht

Eiseres, erkend als gedupeerde van de toeslagenaffaire, heeft een aanvraag ingediend voor brede ondersteuning op grond van artikel 2.21 van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam heeft een plan van aanpak opgesteld en brede ondersteuning geboden op vijf leefgebieden: wonen, werk, gezin, financiën en zorg.

Eiseres verzocht om vergoeding voor een schutting in de voortuin en een reis naar Curaçao voor familiebezoek. Het college wees deze verzoeken af omdat zij niet noodzakelijk zijn voor het maken van een nieuwe start. De rechtbank toetste dit besluit en concludeerde dat het college binnen haar beoordelingsruimte heeft gehandeld. De schutting is niet noodzakelijk omdat het kleinkind waarvoor bescherming zou moeten worden geboden niet tot het gezin behoort en niet op het adres staat ingeschreven. Daarnaast bracht eiseres geen foto ter onderbouwing in.

Wat betreft de reis naar Curaçao erkent de rechtbank de emotionele en identiteitsmatige impact van het familiebezoek, maar stelt dat gezien de reeds verstrekte brede ondersteuning ter waarde van meer dan €26.000,-, de eigen inkomsten van eiseres en haar partner, en de besparingen die mogelijk zijn door de verleende hulp, de reis niet noodzakelijk is voor een nieuwe start. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard, en eiseres krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.

Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard omdat de gevraagde vergoedingen niet noodzakelijk zijn voor het maken van een nieuwe start.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 25/2428

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 juni 2026 in de zaak tussen

[naam eiseres] uit Rotterdam, eiseres,

en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam, het college
(gemachtigde: mr. T. Baltus).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de brede ondersteuning die door het college aan eiseres wordt geboden op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). Eiseres is het niet eens met de afwijzing van de vergoeding voor de schutting in de voortuin en voor het familiebezoek naar Curaçao. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college de verzoeken heeft kunnen afwijzen, omdat de schutting en de reis naar Curaçao niet noodzakelijk zijn voor het maken van een nieuwe start. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor brede ondersteuning op grond van artikel 2.21 van de Wht. Met het besluit van 21 juli 2024 (het primaire besluit) heeft het college eiseres medegedeeld dat aan haar brede ondersteuning zal worden geboden en is het ondersteuningsverslag brede ondersteuning vastgesteld.
2.1.
Met het besluit van 13 februari 2025 (het bestreden besluit) heeft het college het bezwaar van eiseres, voor zover gericht tegen het opknappen van de slaapkamer, niet-ontvankelijk verklaard. Voor de overige bezwaren heeft het college het bezwaar ongegrond verklaard.
2.2.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.3.
De rechtbank heeft het beroep op 24 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres en de gemachtigde van het college, vergezeld door mr. D.J.J. Straver.

Beoordeling door de rechtbank

Totstandkoming van het bestreden besluit
3. Eiseres is erkend als gedupeerde van de toeslagenaffaire. Zij heeft zich aangemeld bij Toeslagen010.
3.1.
Met het primaire besluit heeft het college eiseres medegedeeld dat aan haar brede ondersteuning zal worden geboden. Deze ondersteuning is uitgewerkt in een plan van aanpak. Het plan van aanpak is als eerste opgesteld op 20 oktober 2023. Het plan van aanpak is daarna op 21 juli 2024, 15 augustus 2024 en 5 februari 2025 aangevuld.
Er wordt daarbij op vijf leefgebieden brede ondersteuning wordt geboden, namelijk wonen, werk, gezin, financiën en zorg.
3.2.
Met het bestreden besluit heeft het college het bezwaar van eiseres, voor zover gericht tegen het opknappen van de slaapkamer, niet-ontvankelijk verklaard. Bij besluit van 5 februari 2025 is deze aanvraag alsnog toegekend.
Voor de overige bezwaren heeft het college het bezwaar ongegrond verklaard, omdat de door eiseres aangevraagde kosten niet noodzakelijk zijn voor het maken van een nieuwe start.
Beoordeling van het bestreden besluit
4. De wettelijke regels en beleidsregels die van belang zijn voor deze zaak, staan in de bijlage bij deze uitspraak. Bij het toekennen van brede ondersteuning heeft het college
beoordelings- en beleidsruimte. Dit betekent dat de rechtbank zich bij haar oordeel moet beperken tot de vraag of zij de redenering van het college kan volgen over de afwijzing van de gevraagde vergoedingen.
5. De beroepsgrond dat onvoldoende is gemotiveerd dat het plaatsen van een schutting in de voortuin niet noodzakelijk is, slaagt niet.
Het college heeft kunnen oordelen dat het plaatsen van een schutting in de voortuin niet noodzakelijk is voor het maken van een nieuwe start en daarbij waarde kunnen hechten aan het feit dat het kleinkind voor wie de schutting bescherming moet bieden, niet ingeschreven is op het adres van eiseres en niet behoort tot het gezin van eiseres. Op grond van artikel 2.21, tweede lid, van de Wht is brede ondersteuning bedoeld voor het gezin. In het stellen van fysieke klachten en van overlast in de voortuin heeft het college onvoldoende aanleiding kunnen zien om de kosten van een schutting te vergoeden. Eiseres heeft ook geen foto van de voortuin in het geding gebracht, terwijl een foto haar standpunt zou kunnen onderbouwen.
6. De beroepsgrond dat onvoldoende is gemotiveerd dat een reis naar Curaçao niet noodzakelijk is, slaagt niet. Hierbij is het volgende van belang.
6.1.
Uit artikel 2.21, vierde lid, aanhef en onder a, van de Wht volgt dat materiële voorzieningen uitsluitend worden toegekend indien die naar het oordeel van het college noodzakelijk zijn voor het maken van een nieuwe start in het kader van herstel.
6.1.1.
Het is niet ongebruikelijk dat colleges voor de uitleg van ‘een nieuwe start in het kader van herstel’ gebruikmaken van de Handreiking (Handreiking brede ondersteuning en plan van aanpak van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten). De rechtbank leidt uit het bestreden besluit af dat ook het college de Handreiking daarbij heeft betrokken, onder andere omdat zij de actuele situatie van eiseres en de notie dat het gaat om maatwerk in aanmerking heeft genomen, zoals de Handreiking voorschrijft. Maatwerk betekent volgens de Handreiking ook dat het college in samenhang op alle vijf de leefgebieden, ondersteuning biedt.
6.1.2.
In het vereiste dat het moet gaan om kosten voor een voorziening die noodzakelijk is, ligt besloten dat er geen redelijke andere manier is om het doel van de nieuwe start te behalen.
6.1.3.
Voor deze beroepsgrond komt het voorgaande neer op de vraag of te volgen is dat er, gelet op de gegeven ondersteuning op de vijf leefgebieden, geen redelijke andere manier is om het doel van de nieuwe start te behalen dan door een reis naar Curaçao.
6.2.
Bij haar oordeel stelt de rechtbank voorop dat eiseres onderbouwt dat een reis naar Curaçao voor haar, voor haar partner en voor haar gezinsleden bijdraagt aan een nieuwe start. Mede door de toeslagenaffaire zijn haar kinderen opgegroeid zonder hun familie op Curaçao. Zij voelen zich hierdoor onvolledig. Dit heeft een diepgaande impact op hun emotionele welzijn en identiteitsvorming. Bovendien geeft de hoge leeftijd van eiseres’ ouders en schoonouder het risico dat zij overlijden zonder dat eiseres en haar gezin hen nog hebben gezien; een ondraaglijke gedachte en een beroving van een essentieel deel van hun identiteit. De reis is dan ook niet zomaar een reguliere vakantie.
In het geval van eiseres heeft het college naar alle vijf de leefgebieden gekeken en is er breed hulp ingezet. Eiseres heeft voor een bedrag van meer van € 26.000,- aan brede ondersteuning ontvangen, bestaande uit in totaal € 16.097,54 voor de huisraad, € 5.241,39 voor de tuin (waaronder een schutting in de achtertuin), € 3.908,04 voor een tandheelkundige behandeling, € 1.529 voor een elektrische fiets, € 808,77 voor het opfrissen van de zolder en voor verf en behang, € 912,60 voor tapijt met leg- en dienstkosten en € 3.284,50 voor de slaapkamer. Deze ondersteuning stelt eiseres ook in staat minder of geen noodzakelijke uitgaven te doen voor voorzieningen in huis en daarmee geld te besparen. Verder heeft het college eiseres aangemeld voor ondersteuning via stichting Groeikracht en via stichting Zee in beweging, heeft een expertiseteam schulden in kaart gebracht en zijn schulden vergoed met terugwerkende kracht, en is een aanbod gedaan voor verdere hulp met financiën. Tijdens de zitting heeft eiseres verklaard dat zij bijna al haar schulden heeft afbetaald en slechts nog een schuld van € 875,- aan het afbetalen is. Eiseres en haar partner hebben tevens beiden een betaalde baan. Eiseres werkt 40 uur per week.
Gelet op voormelde ondersteuning voor een nieuwe start die het college heeft gegeven op de vijf leefgebieden, op de besparingen die eiseres daardoor kan doen en gelet op het hebben van eigen inkomsten van eiseres en haar partner, is te volgen dat het college heeft geoordeeld dat de reis naar Curaçao niet noodzakelijk is voor het maken van een nieuwe start.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Klomp, rechter, in aanwezigheid van mr. L.A. van der Velden, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 3 juni 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving

Ingevolge artikel 2.21, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wht kan het college van burgemeester en wethouders van een gemeente brede ondersteuning bieden op de vijf leefgebieden financiën, gezin, werk, wonen en zorg aan een ingezetene van die gemeente die een aanvrager van een kinderopvangtoeslag is en een aanvraag heeft ingediend tot toekenning van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7 van de Wht.
Brede ondersteuning van gedupeerde aanvragers van kinderopvangtoeslag is onderdeel van de hersteloperatie toeslagen. De brede ondersteuning is bedoeld voor het maken van een nieuwe start na de problemen die zijn ervaren door de toeslagenproblematiek.
Op grond van het vierde lid verleent het college de brede ondersteuning op basis van een plan van aanpak dat ziet op het kunnen maken van een nieuwe start in het kader van herstel dat is opgesteld met een persoon die in aanmerking komt voor brede ondersteuning. Het plan van aanpak wordt opgesteld binnen acht weken na het eerste gesprek waarin de hulpvraag voor brede ondersteuning is vastgesteld. Indien de hulpvraag één of meer materiële voorzieningen betreft, worden die voorzieningen uitsluitend toegekend indien die naar het oordeel van het college noodzakelijk zijn voor het maken van een nieuwe start in het kader van herstel.
Op grond van artikel 2.21, vierde lid, aanhef en onder a, van de Wht, dat op 1 januari 2025 in werking is getreden, worden, indien de hulpvraag een of meer materiële voorzieningen betreft, die voorzieningen uitsluitend toegekend indien die naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders noodzakelijk zijn voor het maken van een nieuwe start in het kader van herstel. De toekenning van die voorzieningen vindt plaats binnen zes maanden na het eerste gesprek.