Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 28 mei 2025, met bijlage;
- het antwoord, met bijlagen.
- [eiser] , vergezeld van [naam] (vrouw) en zijn gemachtigde;
- [gedaagde] met haar gemachtigde.
Rechtbank Rotterdam
De zaak betreft een geschil over een huurachterstand van een woning in [woonplaats 2]. De huurovereenkomst liep van 1 september 2023 tot 1 september 2024 met een maandelijkse huurprijs van €1.800. Eiser vordert betaling van een huurachterstand van €13.200, vermeerderd met rente en kosten.
Gedaagde erkent een huurachterstand, maar betwist de hoogte en stelt dat vanaf maart 2024 een lagere huurprijs van €1.000 per maand is afgesproken, waardoor de achterstand slechts €8.400 bedraagt. Deze afspraak is niet schriftelijk vastgelegd.
De kantonrechter veroordeelt gedaagde tot betaling van het niet betwiste bedrag van €8.400 en verklaart dit uitvoerbaar bij voorraad. Voor het betwiste deel wordt een bewijsopdracht gegeven aan gedaagde om aan te tonen dat de huurprijsverlaging is overeengekomen, met name door bewijs te leveren van meerdere telefoongesprekken met eiser.
De procedure wordt aangehouden totdat het bewijs is geleverd en beoordeeld. Gedaagde krijgt de mogelijkheid schriftelijk bewijs, getuigen of ander bewijs aan te dragen, met een deadline voor 23 april 2026. De kantonrechter wijst erop dat gedaagde zelf getuigen moet oproepen. Alle verdere beslissingen worden aangehouden totdat het bewijs is afgerond.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €8.400 huurachterstand en krijgt een bewijsopdracht voor de betwiste huurprijsverlaging.