ECLI:NL:RBROT:2026:646

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
6 januari 2026
Publicatiedatum
27 januari 2026
Zaaknummer
10/252634-25
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor diefstal met bedreiging in Primera-winkel te Spijkenisse

Op 6 januari 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een verdachte die op 25 september 2025 een winkeloverval heeft gepleegd in een filiaal van Primera in Spijkenisse. De verdachte, geboren in 2001, heeft met een keukenmes de medewerkster van de winkel bedreigd en contant geld gestolen. De rechtbank heeft vastgesteld dat de verdachte het feit heeft bekend en dat er geen vrijspraak is bepleit. De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld voor de gepleegde diefstal, die werd voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld. De rechtbank heeft de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 365 dagen, waarvan 241 dagen voorwaardelijk, met bijzondere voorwaarden. De rechtbank heeft rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waaronder zijn jeugdige leeftijd en licht verstandelijke beperking. De verdachte heeft geen strafblad voor soortgelijke feiten en er zijn risico's op verschillende leefgebieden vastgesteld door de reclassering. De rechtbank heeft bijzondere voorwaarden verbonden aan de voorwaardelijke straf, waaronder een meldplicht bij de reclassering en deelname aan gedragsinterventies. De uitspraak is gedaan in tegenwoordigheid van de griffier en is openbaar uitgesproken.

Uitspraak

Rechtbank RotterdamZittingsplaats Dordrecht
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 10/252634-25
Datum uitspraak: 6 januari 2026
Datum zitting: 6 januari 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 2001 in [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),
ingeschreven op het adres van [naam P.I. 1] : [detentieadres] , [postcode 1] [detentieplaats] ,
gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting [naam P.I. 2] .
Advocaat van de verdachte: mr. P.R. Hogerbrugge.
Officier van justitie: mr. C.T. den Uil.
Kern van het vonnis
De verdachte heeft met een keukenmes een filiaal van Primera overvallen en daarbij contant geld buitgemaakt. Op de zitting stond niet ter discussie dat de verdachte dat heeft gedaan omdat hij de overval heeft bekend. Centraal stond de vraag welke straf passend is
.

1.Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij – samengevat – een winkeloverval heeft gepleegd in een filiaal van Primera op 25 september 2025 in Spijkenisse. De volledige tenlastelegging (beschuldiging) houdt in dat:
hij op of omstreeks 25 september 2025 te Spijkenisse, gemeente Nissewaard, een hoeveelheid geld, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Primera, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken, en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door
- om de kassa en/of toonbank heen te lopen,
- een mes aan die [slachtoffer] te tonen en/of op die [slachtoffer] te richten en/of
- onder bedreiging van een mes tegen die [slachtoffer] te zeggen: 'Dit is een overval, la open, la open!' en/of 'kassa open of dood'.

2.Bewijs

2.1.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor het feit.
2.2.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
2.3.
Oordeel van de rechtbank
2.3.1.
Bewezenverklaring en bewijsmiddelen
Bewezen is dat de verdachte de winkeloverval heeft gepleegd. Onder bedreiging met een keukenmes heeft hij contant geld gestolen. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.2.
De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. De verdachte heeft het feit bekend en er is geen vrijspraak bepleit. Daarom worden voor dit feit de bewijsmiddelen hieronder wel genoemd maar niet uitgeschreven [1] .
1.
Verklaring van de verdachte [2]
2.
Proces-verbaal van de politie, verklaring [getuige] [3]
3.
Proces-verbaal van de politie, verklaring [slachtoffer] [4]
2.3.2.
Volledige bewezenverklaring
Bewezen is dat:
hij op 25 september 2025 te Spijkenisse, gemeente Nissewaard, een hoeveelheid geld dat geheel of ten dele aan Primera, in elk geval aan een ander toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, door
- om de kassa en/of toonbank heen te lopen,
- een mes aan die [slachtoffer] te tonen en op die [slachtoffer] te richten en
- onder bedreiging van een mes tegen die [slachtoffer] te zeggen: 'kassa open of dood'.

3.Kwalificatie en strafbaarheid

3.1.
Kwalificatie
Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:
diefstal, voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken
3.2.
Strafbaarheid van het feit en van de verdachte
Het feit en de verdachte zijn strafbaar.

4.Straf

4.1.
Eis van de officier van justitie
De verdachte moet voor het feit worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 365 dagen met aftrek van voorarrest, waarvan 241 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren en alle bijzondere voorwaarden die de reclassering heeft geadviseerd.
4.2.
Standpunt van de verdediging
De verdediging kan zich vinden in de door de officier van justitie geformuleerde eis.
4.3.
Oordeel van de rechtbank
4.3.1.
Ernst en omstandigheden van het feit
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een diefstal met bedreiging met geweld in een winkel. De verdachte heeft een tijdje bij zijn vader in Engeland gewoond en is toen vertrokken naar zijn moeder. Zijn vader heeft de reis van de verdachte van Engeland naar Nederland betaald en de verdachte had geld nodig om zijn vader de kosten van de reis (€ 109,-) terug te kunnen betalen. Op de bewuste dag is de verdachte kort na openingstijd met een keukenmes de winkel binnengestapt. Eerst deed hij zich voor als een gewone klant die aan de kassa tabak, twee zakjes snoep en een blikje frisdrank kwam kopen. Van het ene op het andere moment stond hij naast een medewerkster achter de kassa en dwong haar onder bedreiging met het mes van ongeveer 25 centimeter om de kassa open te maken, waarna hij het geld (zo’n € 285,-) heeft gepakt en is weggegaan. Door zo te handelen heeft de verdachte niet alleen inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht van Primera, maar ook op de persoonlijke integriteit en het gevoel van veiligheid van de personen die in de winkel aanwezig waren, waaronder de bedreigde medewerkster bij de kassa en haar beide collega’s. Een dergelijk incident kan zowel psychische als lichamelijke klachten veroorzaken waarvan de betrokkenen soms nog jarenlang last hebben. De rechtbank rekent dit de verdachte aan.
4.3.2.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
Strafblad
Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 2 december 2025 blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.
Het strafblad van de verdachte leidt dus niet tot een hogere straf.
Rapport van de reclassering
In het rapport van Reclassering Nederland van 31 december 2025 staat het volgende.
We zien risico’s op vrijwel alle leefgebieden, waarbij we de gebieden dagbesteding, financiën, relatie familie en psychosociaal functioneren als delictgerelateerde factoren zien. Verdachte heeft geen startkwalificatie, dagbesteding en inkomen. We hebben verder signalen dat verdachte regelmatig blowt en drinkt, wat mogelijk van invloed is op de instabiliteit van de zojuist genoemde leefgebieden. Op basis van huidig feit, zijn eerdere ervaringen en dossier krijgen we het beeld dat verdachte over beperkte coping vaardigheden beschikt, beïnvloedbaar is en niet tot adequate oplossingen komt. Verdachte heeft een licht verstandelijke beperking, wat hier mogelijk van invloed op is. Verdachte kan niet meer bij zijn moeder wonen, wat maakt dat hij geen huisvesting heeft. Dit zien we tevens als risicoverhogend. We zien geen beschermende factoren.
Bij een veroordeling adviseren wij een (deels) voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden. We willen de rechtbank meegeven dat verdachte in januari geplaatst kan worden bij een instelling voor beschermd wonen. In de dagen na de uitspraak kan de enkelband aangesloten worden in de P.I. en kan DV&O vervoer van de P.I. naar de woonlocatie geregeld worden voor verdachte. Indien de rechtbank een onvoorwaardelijk gevangenisstrafdeel dat langer is dan het voorarrest in de rede ziet liggen, willen we benoemen dat de kans aanwezig is dat hij niet meer terecht kan bij deze woonvorm.
We adviseren de rechtbank om een toezicht van drie jaar te overwegen. We zien een risico op overvraging, gelet op zijn veronderstelde licht verstandelijke beperking. We willen dit, en de gevolgen hiervan voor het rehabilitatieproces, voorkomen. Er is eerst tijd nodig voor het stabiliseren van de praktische zaken in fases, waarna vervolgens ingezet kan worden op hulp gericht op cognitieve vaardigheden.
4.3.3.
Oplegging straf
Straf
Gelet op de ernst van het strafbare feit is een gevangenisstraf noodzakelijk. Het opleggen van een andere soort straf is niet passend. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Hierbij is ook rekening gehouden met de LOVS oriëntatiepunten. Deze oriëntatiepunten zijn binnen de rechtspraak ontwikkeld om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen en vormen een vertrekpunt bij het bepalen van de straf. Voor een winkeloverval met een bedreiging is dit vertrekpunt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee jaar.
In dit geval ziet de rechtbank echter aanleiding om van dit vertrekpunt af te wijken, gelet op de eis van de officier van justitie en zijn toelichting daarop en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Deze omstandigheden blijken uit het hierboven weergegeven rapport van de reclassering en wat de verdachte en zijn raadsman daarover op de zitting hebben gezegd. De rechtbank heeft daarbij met name ook gelet op de jeugdige leeftijd van de verdachte, zijn open en schuldbewuste houding en de door hem uitgesproken bereidheid zich aan alle voorwaarden te houden. Daarom wordt een gevangenisstraf van
365 (driehonderdvijfenzestig) dagenopgelegd. De gevangenisstraf wordt gedeeltelijk voorwaardelijk opgelegd zodat de verdachte na aansluiting van de enkelband in de P.I. op 26 januari 2026 naar de instelling voor beschermd wonen kan worden vervoerd en hij de daar voor hem beschikbare plek behoudt. Van deze gevangenisstraf worden daarom
241 (tweehonderdeenenveertig) dagenvoorwaardelijk opgelegd. De voorwaardelijke straf heeft ook als doel te voorkomen dat de verdachte in de toekomst opnieuw een strafbaar feit pleegt.
De rechtbank verbindt aan de voorwaardelijke straf de bijzondere voorwaarden die de reclassering heeft geadviseerd. De bijzondere voorwaarden zijn noodzakelijk om de kans op herhaling van het plegen van nieuwe strafbare feiten te verkleinen. De bijzondere voorwaarden zijn: meldplicht bij reclassering, gedragsinterventie cognitieve vaardigheden, ambulante begeleiding, verblijf in begeleid wonen of maatschappelijke opvang, locatieverbod (met elektronisch toezicht), locatiegebod (met elektronisch toezicht), dagbesteding, inzicht in financiën en meewerken aan middelencontrole.

5.Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen 14a, 14b, 14c en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

6.Beslissingen

De rechtbank:
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte het feit, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feit;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straf
Gevangenisstraf
veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstraf van 365 (driehonderdvijfenzestig) dagen;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
Voorwaardelijk strafdeel
bepaalt dat
241 (tweehonderdeenenveertig) dagen van deze gevangenisstrafniet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;
verbindt hieraan een
proeftijd, die wordt gesteld op
3 (drie) jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte een van de onderstaande voorwaarden niet naleeft;
stelt als algemene voorwaarde dat:
- de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt;
stelt als bijzondere voorwaarden dat:
de verdachte meldt zich op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering zal contact met de verdachte opnemen voor de eerste afspraak;
de verdachte neemt actief deel aan de gedragsinterventie CoVa-plus of een andere gedragsinterventie die gericht is op cognitieve vaardigheden. De reclassering bepaalt welke training het precies wordt. De verdachte houdt zich aan de afspraken en aanwijzingen van de trainer/begeleider;
de verdachte laat zich, indien nodig wordt geacht door de reclassering, begeleiden door Humanitas of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De begeleiding duurt zolang de reclassering dat nodig vindt. De verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de begeleiding;
de verdachte verblijft in een instelling voor beschermd wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Het verblijf start 26 januari 2026. Het verblijft duurt zolang de reclassering dat nodig vindt. De verdachte houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft opgesteld;
de verdachte bevindt zich niet in een straal van 400 meter rondom de Primera aan de Winterakker 34, 3206 TG Spijkenisse. De verdachte werkt mee aan elektronische monitoring op dit locatieverbod. In bijlage I is een afbeelding van het locatieverbod toegevoegd. De verdachte gaat niet naar het buitenland zonder toestemming van de reclassering, omdat het voor de elektronische monitoring nodig is dat de verdachte in Nederland blijft. Het Openbaar Ministerie kan op verzoek van de reclassering dit locatieverbod (deels) laten vervallen;
de verdachte is gedurende de periode van het toezicht op vooraf vastgestelde tijdstippen aanwezig op het verblijfadres. De reclassering stelt de precieze tijdstippen vast, in overleg met de verdachte en mede afhankelijk van de dagbesteding. Bij de start hoeft de verdachte op doordeweekse dagen met dagbesteding een aaneengesloten blok van 17 uur niet op het verblijfadres te zijn. Op dagen zonder opleiding, (vrijwilligers)werk of behandeling is dat 2 uur. In de weekenden heeft de verdachte een aaneengesloten blok van 17 uur per dag vrij te besteden. De verdachte werkt mee aan elektronische monitoring op dit locatiegebod. Het huidige verblijfadres is [verblijfadres] , [postcode 2] [verblijfplaats] (Beschermd Wonen [naam instelling] ), [plaats] . Een ander adres voor het locatiegebod is alleen mogelijk als de reclassering daarvoor toestemming geeft. De verdachte gaat niet naar het buitenland zonder toestemming van de reclassering, omdat het voor de elektronische monitoring nodig is dat de verdachte in Nederland blijft. Het Openbaar Ministerie kan op verzoek van de reclassering de genoemde bloktijden veranderen of het locatiegebod laten vervallen;
de verdachte spant zich in voor het vinden en behouden van betaald werk, onbetaald werk en/of vrijetijdsbesteding, met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag;
de verdachte geeft de reclassering inzicht in zijn financiën en schulden. Indien nodig werkt de verdachte mee aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen;
de verdachte werkt gedurende de proeftijd mee aan controles om zicht te krijgen op het gebruik en/of het gebruik te leren beheersen van alcohol en cannabis. Deze controles kunnen bestaan uit urineonderzoek en ademonderzoek. De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd;
geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden genoemd onder nummers 1 tot en met 9 en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden. Hierbij gelden als voorwaarden dat de verdachte:
  • meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs ter inzage aanbiedt om de identiteit vast te stellen;
  • meewerkt aan reclasseringstoezicht, waaronder het meewerken aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;
Voorlopige hechtenis
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van de dag waarop de totale duur van de inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis gelijk is aan die van het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde gevangenisstraf.

7.Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:
mr. A.P. Hameete, voorzitter,
en mrs. I. Bouter en J.A. Terstegge, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. J. van Twist, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 6 januari 2026.
Mr. Hameete is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.
Bijlage I Afbeelding Locatieverbod

Voetnoten

1.De exacte vindplaatsen van de bewijsmiddelen zijn genoemd in de bijbehorende voetnoot. Als wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het zaaksdossier [dossiernaam] met proces-verbaalnummer [nummer proces-verbaal] .
2.Verklaard tijdens de zitting van 6 januari 2026.
3.Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer] , pagina 44 t/m 47.
4.Proces-verbaal verhoor getuige [getuige] , pagina 49 t/m 50.