Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- het verzoekschrift met bijlagen van de man, ingekomen op 12 februari 2026;
- het aanvullend verzoekschrift met bijlagen van de man, ingekomen op 14 april 2026;
- de berichten met bijlagen van de man van 2 maart, 16 maart en 23 april 2026;
- het bericht met bijlagen van de GI van 22 april 2026;
- het bericht met bijlagen van de vrouw van 24 april 2026.
- de man, bijgestaan door zijn advocaat;
- de advocaat van de vrouw;
- de raad voor de kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht (hierna: de raad), als adviseur, vertegenwoordigd door [persoon A] ;
- twee vertegenwoordigers van de GI, [persoon B] en [persoon C] .
2.De vaststaande feiten
3.De beoordeling
- primair het gezamenlijk gezag te wijzigen en te bepalen dat het gezag over de minderjarige alleen aan hem toekomt;
- subsidiair de hoofdverblijfplaats van de minderjarige te wijzigen en te bepalen dat deze zo spoedig mogelijk althans vanaf de datum van deze beschikking bij de man zal zijn;
- voor zover mogelijk de teruggeleiding te gelasten van de minderjarige naar Nederland, althans dit verzoek eventueel door te verwijzen naar de bevoegde instantie;
- de omgang tussen de vrouw en de minderjarige voor de duur van twee jaar te ontzeggen, tenzij de omgang onder begeleiding en regie van Jeugdbescherming kan plaatsvinden, althans een regeling vast te stellen die de rechtbank redelijk acht.
green card(een verblijfsvergunning) voor verblijf in Amerika heeft. De vrouw is bezig om de immigratie van de minderjarige in Amerika te regelen.