Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De verdere procedure
- de (tussen)beschikking van 24 april 2025;
- de berichten van de vrouw (met bijlagen) van 19 november 2025, 26 maart 2026 en 30 maart 2026;
- de berichten van de man van (met bijlagen) 31 december 2025, 27 maart 2026 en 30 maart 2026;
- het bericht van de GI met bijlagen van 31 maart 2026.
- de man, bijgestaan door zijn advocaat;
- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;
- de raad voor de kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht (hierna: de raad), als adviseur, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger 1] ;
- de GI, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger 2] (telefonisch).
2.De nieuwe vaststaande feiten
3.De beoordeling
- het ouderlijk gezag gewijzigd, zodat de man en de vrouw voortaan het gezag over de minderjarige samen uitoefenen;
- de onderlinge regeling die partijen hebben getroffen over de voorlopige zorgregeling opgenomen, te weten dat:
- de eerste drie maanden vier keer per week voor de duur van vier uren op een nader te bepalen tijdstip;
- zodra de minderjarige 4 maanden oud is vier keer per week van 10.00 tot 16.00 uur;
- zodra de minderjarige 6 maanden oud is wekelijks twee dagen met overnachting bij de man.
- de minderjarige ervaart rust, veiligheid en voorspelbaarheid tijdens de overdrachts- en omgangsmomenten en voelt zich vrij om met beide ouders een veilige en stabiele hechtingsrelatie op te bouwen;
- partijen communiceren op een neutrale en respectvolle manier met elkaar en over de minderjarige;
- het contact tussen de man en de minderjarige wordt zorgvuldig, veilig, rustig en stapsgewijs opgebouwd, afgestemd op wat voor de minderjarige passend is.
4.De beslissing
- de overdracht van de minderjarige steeds zal plaatsvinden bij de McDonald’s in Dordrecht. Tijdens de overdracht zijn alleen de man en de vrouw betrokken en wordt een korte groet van “hoi” overgebracht dan wel wordt niet gecommuniceerd in afwachting van hulpverlening;
- partijen onder regie van de jeugdbeschermer binnen twaalf maanden na de datum van deze beschikking moeten toewerken naar een uitbreiding van de overeengekomen omgangsregeling waarbij de minderjarige in ieder geval één nacht in de week bij de man overnacht, mits de opvoedsituatie bij de man naar het oordeel van de GI voldoende is;