Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:6530

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
2 juni 2026
Publicatiedatum
8 juni 2026
Zaaknummer
C/10/712308 / HA RK 25-1247
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 196 lid 2 RvArt. 197 RvArt. 7:464 lid 2 onder b BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beschikking voorlopig deskundigenonderzoek naar rugklachten na val in KFC-vestiging

Op 17 juli 2022 is verzoeker in een KFC-vestiging te Veenendaal achterover van een afgebroken kruk gevallen, waarna hij rugklachten, uitstraling naar het linkerbeen, een doof gevoel en plasproblemen ontwikkelde. Verzoeker vordert een voorlopig deskundigenonderzoek om vast te stellen of sprake is van een traumatische of degeneratieve hernia, of een combinatie daarvan.

De franchisenemer en diens aansprakelijkheidsverzekeraar erkennen de aansprakelijkheid voor de schade die redelijkerwijs aan het voorval toe te rekenen is. Partijen verschillen echter van mening over de medische aard van het letsel. Na overleg is overeenstemming bereikt over de benoeming van neuroloog Prof. dr. P. Portegies als deskundige, die de nieuwe IWMD-vraagstelling zal beantwoorden.

De rechtbank wijst het verzoek toe, stelt het voorschot op de kosten van de deskundige vast op €7.120,85 en legt partijen verplichtingen op tot medewerking aan het onderzoek. De deskundige dient binnen zes maanden een schriftelijk rapport in te dienen, waarbij partijen gelegenheid krijgen tot het maken van opmerkingen op een concept-rapport. Het meer of anders verzochte wordt afgewezen.

Uitkomst: Rechtbank beveelt voorlopig deskundigenonderzoek door neuroloog Prof. dr. P. Portegies met vaststelling van voorschot en procesverplichtingen.

Uitspraak

RECHTBANK Rotterdam

Zaaknummer / rekestnummer: C/10/712308 / HA RK 25-1247
Beschikking van 2 juni 2026
in de zaak van
[verzoeker],
te [plaats] ,
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoeker] ,
advocaat: mr. I. Laseur,
tegen

1..HDI GLOBAL NEDERLAND,

te Rotterdam,
2.COLLINS FOODS HOLDINGS EUROPE B.V.,
te Amsterdam,
verwerende partijen,
hierna samen te noemen: HDI e.a.,
advocaat: mr. A.Y. Messchaert.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met producties 1 tot en met 8;
- het verweerschrift met bijlagen 1 en 2;
- de brief van mr. Messchaert van 19 maart 2026 met de mededeling dat partijen overeenstemming hebben bereikt;
- het e-mailbericht van de rechtbank aan partijen van 20 maart 2026;
- het e-mailbericht van mr. Messchaert van 27 maart 2026.
1.2.
Er heeft geen mondelinge behandeling plaatsgevonden, omdat partijen hebben meegedeeld dat zij overeenstemming hebben bereikt en dat de geplande mondelinge behandeling niet door hoefde te gaan.
1.3.
De beschikking is bepaald op vandaag.

2.Het verzoek en het verweer

2.1.
[verzoeker] heeft de rechtbank verzocht om een onderzoek door een deskundige te bevelen.
2.2.
Aan het verzoek heeft [verzoeker] het volgende ten grondslag gelegd. [verzoeker] is op 17 juli 2022 in de vestiging van de Kentucky Fried Chicken (KFC) te Veenendaal, terwijl hij zat te eten, achterover van een (afgebroken) kruk gevallen (hierna: het voorval). [verzoeker] had direct (lage) rugklachten met later uitstraling naar zijn linkerbeen, een doof gevoel in het linkerbeen en plasproblemen.
2.3.
Collin Foods Holdings Europe B.V. is de de franchisenemer van de vestiging van KFC. HDI, haar aansprakelijkheidsverzekeraar, heeft de aansprakelijkheid voor de in redelijkheid aan het voorval toe te rekenen schade erkend.
2.4.
Partijen en hun medisch adviseurs verschillen van mening over de vraag of er bij [verzoeker] sprake is van een traumatische hernia of van een degeneratieve hernia of van een combinatie van deze twee.
2.5.
[verzoeker] heeft verzocht neurochirurg dr. E.J. van Lindert of neuroloog prof. dr. P Portegies (hierna: prof. Portegies) als deskundige te benoemen.
2.6.
HDI e.a. voeren geen verweer tegen het gelasten van een voorlopig deskundigenonderzoek als zodanig maar wel tegen het benoemen van een neurochirurg als deskundige. HDI e.a. kunnen wel instemmen met de benoeming van prof. Portegies als deskundige. HDI e.a. voeren verder aan dat de (nieuwe) IWMD-vraagstelling per 1 november 2025 met de facultatieve vraag nummer 4 moet worden voorgelegd aan de deskundige en zij wensen dat de deskundige beschikt over het ongeclausuleerde huisartsenjournaal tien jaar voorafgaand aan het voorval.
2.7.
Voorafgaand aan de mondelinge behandeling hebben partijen overleg gehad en zijn zij tot afspraken gekomen over het voorlopig deskundigenonderzoek en de te stellen vragen aan de deskundige.

3.Het deskundigenonderzoek - overeenstemming

3.1.
[verzoeker] heeft aan de formele eisen van het verzoekschrift zoals vermeld in artikel 197 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) voldaan. Het verzoek moet daarom worden toegewezen tenzij:
- de informatie die wordt verlangd, niet voldoende is bepaald
- er onvoldoende belang bij de voorlopige bewijsverrichting bestaat
- het verzoek om voorlopige bewijsverrichtingen in strijd is met de goede procesorde
- er sprake is van misbruik van bevoegdheid of
- er andere gewichtige redenen bestaan die zich verzetten tegen de voorlopige bewijsverrichting (artikel 196 lid 2 Rv Pro). Dat alles doet zich niet voor.
3.2.
Het verzoek voldoet dus aan de eisen van de wet en zal worden toegewezen.
3.3.
Partijen hebben er overeenstemming over bereikt dat het deskundigenonderzoek door een neuroloog en niet door een neurochirurg dient te worden uitgevoerd. Zij hebben de rechtbank gezamenlijk verzocht om prof. Portegies als deskundige te benoemen en hem daarbij de nieuwe IWMD-vraagstelling per 1 november 2025 ter beantwoording voor te leggen, inclusief de facultatieve vraag 4. Voor zover de rechtbank bekend is, hebben partijen geen afspraken gemaakt over de aan de deskundige ter beschikking te stellen medische informatie. Partijen hebben de rechtbank verzocht de bereikte overeenstemming neer te leggen in deze beschikking.
3.4.
De rechtbank heeft prof. Portegies benaderd en hij is bereid en in staat het deskundigenonderzoek te verrichten. De rechtbank zal prof. Portegies als deskundige benoemen. Aan hem zullen de onder de beslissing vermelde vragen worden voorgelegd.
3.5.
Partijen zijn overeengekomen dat HDI de redelijke kosten van het deskundigenonderzoek zal dragen.
3.6.
De deskundige heeft het voorschot begroot op een bedrag van € 7.120,85 (inclusief btw). Partijen zijn in de gelegenheid gesteld om hierop te reageren. Zij hebben geen bezwaar gemaakt tegen de begroting van het voorschot. De rechtbank zal het voorschot vaststellen op een bedrag van € 7.120,85 (inclusief btw).
3.7.
Het voorschot op de kosten van de deskundige moet door HDI worden gedeponeerd.
3.8.
De deskundige heeft de rechtbank meegedeeld dat er algemene voorwaarden van toepassing zijn. Na overleg met partijen aanvaardt de rechtbank dit voorbehoud voor zover deze algemene voorwaarden voorzien in een beperking van aansprakelijkheid. De publiekrechtelijke aard van de rechtsverhouding tussen de rechtbank en een deskundige, zoals geregeld in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, verzet zich tegen integrale toepassing van de algemene voorwaarden. Voor de volledigheid merkt de rechtbank op dat de aansprakelijkheidsbeperking van toepassing is op de verhouding tussen de deskundige en partijen.
3.9.
De rechtbank wijst erop dat partijen wettelijk verplicht zijn om mee te werken aan het onderzoek door de deskundige. De rechtbank zal deze verplichting uitwerken zoals hierna onder de beslissing omschreven. Wordt aan een van deze verplichtingen niet voldaan, dan kan de rechtbank daaraan de gevolgen verbinden die de rechtbank geraden acht, ook in het nadeel van de desbetreffende partij.
3.10.
Als een partij op verzoek van de deskundige of op eigen initiatief schriftelijke opmerkingen en verzoeken aan de deskundige toestuurt, moet zij daarvan direct een afschrift aan de wederpartij verstrekken.

4.De beslissing

De rechtbank
4.1.
beveelt een voorlopig onderzoek door een deskundige voor de beantwoording van de volgende vragen:
ALGEMENE TOELICHTING
Deze vraagstelling is een vraagstelling die toegepast wordt in een juridisch kader,
zowel binnen als buiten rechte. De vraagstelling heeft als doel de gevolgen van een
ongeval in kaart te brengen, zowel op korte als lange termijn. Hierbij worden ook
pre-existente of predisponerende factoren in beeld gebracht en gewogen. De
deskundige geeft rekening houdend met zijn deskundigheidsgebied antwoord op deze
vragen.
Bij het opstellen van deze vraagstelling is aansluiting gezocht bij de Richtlijn Medisch
Specialistische Rapportage in bestuurs- en civielrechtelijk verband versie 2024. Deze
richtlijn is digitaal te raadplegen via www.nvmsr.nl/publicaties/. In deze richtlijn is
geformuleerd aan welke eisen een deskundige en diens rapportage moeten voldoen.
De richtlijn is bedoeld als hulpmiddel voor deskundigen bij het uitvoeren van hun
werkzaamheden. De deskundige wordt verzocht de aanbevelingen en bepalingen in
de richtlijn - zo veel als mogelijk - in acht te nemen. In sommige gevallen is het niet
mogelijk om een vraag te beantwoorden. De deskundige moet dan gemotiveerd
aangeven waarom deze vraag niet kan worden beantwoord. Ook dienen ingenomen
standpunten wetenschappelijk onderbouwd te worden.

1.DE SITUATIE MET ONGEVAL

Anamnese
a. Hoe luidt de anamnese? Welke behandelingen heeft onderzochte gehad? Wat was het
resultaat van deze behandelingen? Welke overige klachten op uw vakgebied worden
desgevraagd gemeld? Wilt u vermelden welke belemmeringen betrokkene ervaart in
relatie tot de activiteiten van het algemene dagelijkse leven (ADL), bij het werk, bij
werkzaamheden in, aan en om de woning, en bij het uitoefenen van hobby's en
bezigheden in recreatieve sfeer?
Aanbeveling 8.2 NVMSR:
De beschrijving van de anamnese is deugdelijk en compleet en beperkt zich tot de
relevante gegevens ten behoeve van de beantwoording van de aan de deskundige
voorgelegde vragen. De beschrijving van de anamnese bevat uitsluitend het verhaal
van de betrokkene, zoveel mogelijk in diens eigen bewoordingen. Er worden daarbij
geen termen gebruikt of feiten vermeld die uitsluitend kunnen zijn ontleend aan
aangeleverde of verkregen medische gegevens of een interpretatie daarvan. Termen
als “betrokkene zou (...)” worden vermeden. Ook voegt de deskundige bij de
beschrijving van de anamnese geen voorlopige conclusies of eigen interpretaties toe.
De auto-anamnese en hetero-anamnese worden gescheiden weergegeven.
Medische gegevens
b. Wilt u op basis van het medisch dossier van de onderzochte een beschrijving geven
van de medische voorgeschiedenis (dat wil zeggen gezondheid voor het ongeval) van
de onderzochte op uw vakgebied? Wat is de medische behandeling geweest van de
klachten en/of ervaren verschijnselen in gevolg op het ongeval en het resultaat
daarvan?
Aanbeveling NVMSR:
Bespreking van de ontvangen (medische) gegevens. In deze rubriek worden de
beschikbare en ontvangen (medische) gegevens op een zakelijke wijze en zo getrouw
mogelijke wijze weergegeven, zonder dat daar een eigen interpretatie of beoordeling
van wordt gegeven. Uit brieven uit de behandelend sector wordt zorgvuldig en bij
voorkeur letterlijk geciteerd. Indien u onvoldoende medische broninformatie heeft
(zowel op, maar ook buiten uw vakgebied) om deze vragen adequaat te kunnen
beantwoorden, kunt u deze alsnog in de behandelende sector opvragen, bij voorkeur
middels gerichte vragen. Hiervoor is een medische machtiging van betrokkene
vereist. Zie: https://www.knmg.nl/actueel/publicaties/omgaan-met-medischegegevens.
Medisch onderzoek
c. Wilt u een beschrijving geven van uw bevindingen bij onderzoek?
Aanbeveling 8.3 NVMSR:
Het lichamelijk onderzoek wordt, indien van toepassing, zoveel mogelijk
weergegeven zoals dat gebruikelijk is binnen de beroepsgroep. Afkortingen dienen
hierbij zoveel mogelijk te worden vermeden of te worden weergegeven in een aparte
tabel.
Consistentie
d. Is naar uw oordeel sprake van een onderlinge samenhang als het gaat om de
informatie die is verkregen van de onderzochte zelf, de feiten zoals die uit het
medisch dossier naar voren komen en uw bevindingen bij onderzoek en eventueel
hulponderzoek?
e. Voor zover u de vorige vraag ontkennend beantwoordt, wilt u dan aangeven wat
de reactie was van de onderzochte op de door u geconstateerde inconsistenties en
welke conclusies u daaruit trekt? N.B. Confrontatie met gevonden inconsistenties is
wel nodig; een betrokkene moet namelijk de kans krijgen om hier persoonlijk en
verbaal op te reageren.
Aanbeveling 2.2.8 RMSR: Als de anamnese niet overeenkomt met de feiten zoals die
uit de stukken naar voren komen, dan dient uit het rapport te blijken dat de
onderzochte, voor zover dat medisch verantwoord is, met deze inconsistenties werd
geconfronteerd. Vermeld wordt, wat zijn reactie daarop was en wat daaruit kan
worden geconcludeerd.
Diagnose
f. Wat is de diagnose op uw vakgebied? Wilt u daarbij uw differentiaaldiagnostische
overweging geven?
Aanbeveling 8.5 NVMSR:
Waar nodig of indien van toepassing wordt een differentiaal diagnostische overweging
gegeven. In het rapport wordt onderbouwd waarom een differentiaal diagnostische
overweging wordt verworpen.
Beperkingen
g. Welke beperkingen op uw vakgebied bestaan naar uw oordeel bij de onderzochte
in zijn huidige toestand, ongeacht of de beperkingen voortvloeien uit het ongeval?
Wilt u deze beperkingen zo uitgebreid mogelijk beschrijven, op semi-kwantitatieve
wijze weergeven en zo nodig toelichten ten behoeve van een eventueel in te
schakelen arbeidsdeskundige?
Aanbeveling 8.7 NVMSR:
De eventuele beperkingen van de betrokkene worden zo nauwkeurig mogelijk
beschreven en slechts in semi-kwantitatieve vorm weergegeven. De hierbij
geadviseerde termen zijn ‘geen, licht, matig, ernstig, volledig’. De deskundige zal zelf
geen kwantificerende belastbaarheidsprofielen opstellen. Alleen een bedrijfsarts of
een verzekeringsarts is bekwaam om een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) op te
stellen. De deskundige kan wel de vaststellingen in een FML becommentariëren
vanuit het eigen vakgebied en op grond van de eigen waarnemingen.
Medische eindsituatie
Toelichting: deze vraag heeft als doel om toekomstige risico’s en toekomstige
verbeteringen in kaart te brengen. Denk hierbij aan enerzijds een kans op posttraumatische
artrose, aanwezigheid van osteosynthesemateriaal of risico op posttraumatische
epilepsie en anderzijds aan mogelijke verbeteringen door therapie.
h. Acht u de huidige toestand van de onderzochte zodanig dat een beoordeling van
de blijvende gevolgen van het ongeval mogelijk is, of verwacht u in de toekomst nog
een belangrijke verbetering of verslechtering van het op uw vakgebied
geconstateerde letsel?
i. Zo ja, welke verbetering of verslechtering verwacht u?
j. Kunt u aangeven op welke termijn en in welke mate u die verbetering dan wel
verslechtering verwacht?
k. Kunt u aangeven welke gevolgen deze verbetering dan wel verslechtering zal
hebben voor de beperkingen (als bedoeld in vraag 1g)?
l. Welke huidige mate van functieverlies (impairment) kunt u vaststellen op uw
vakgebied als gevolg van het ons aangelegen ongeval? Wilt u dit uitdrukken in een
percentage volgens de richtlijnen van de American Medical Association (AMA-guides,
6e druk), aangevuld met de meest recente richtlijnen/ leidraad van uw eigen
beroepsvereniging?
Aanbeveling NVMSR 8.8:
Bij de bepaling van de functionele invaliditeit behoort een percentage dat de
deskundige met verwijzing naar (in principe) de laatste versie van de AMA-guides
en/of de richtlijnen van de eigen beroepsgroep beargumenteert. De functionele
invaliditeit betreft de beperkingen ongeacht het beroep en de specifieke
vaardigheden en heeft uitsluitend betrekking op de vaardigheden in het ADL, iADL
en het maatschappelijk verkeer, zoals weergegeven in de AMA-guides. Het ontbreken
van functieverlies conform de bepalingen in de AMA-guides, hoeft niet te betekenen
dat er ook geen sprake is van beperkingen bij de beroepsuitoefening of bij specifieke
activiteiten, maar dat valt niet onder het begrip functionele invaliditeit. Anderzijds
hoeft de vaststelling van mate van functieverlies conform de AMA-guides niet
automatisch tot beperkingen aanleiding te geven.

2.DE SITUATIE ZONDER ONGEVAL

Meestal zal het niet mogelijk zijn om onderstaande vragen (met name de vragen 2c
- 2 e) met zekerheid te beantwoorden. Van u wordt ook niet gevraagd zekerheid te
bieden. Wel wordt gevraagd of u vanuit uw kennis en ervaring op uw vakgebied uw
mening wilt geven over kansen en waarschijnlijkheden. Het is dus de bedoeling dat
u aangeeft wat u op grond van uw deskundigheid op uw vakgebied op deze vragen
kunt antwoorden.
Aanbeveling 8.4 NVMSR:
De vragen worden volledig, begrijpelijk en vooral eenduidig beantwoord. Bij de
beantwoording van de vragen komen niet/nooit plotseling aspecten naar voren, die
niet worden ondersteund/onderbouwd in de voorafgaande beschouwing. Het kan van
belang zijn om bij de beantwoording van de vragen (zoals bij de IWMD-vraagstelling)
inzicht te krijgen in de vergelijking tussen de gezondheidstoestand van de betrokkene
zoals die aanwezig is met/ten gevolge van het ongeval en de hypothetische situatie
zonder het ongeval. Bij de hypothetische situatie zonder ongeval speelt de
gezondheidstoestand vóór het ongeval een belangrijke rol en deze moet zorgvuldig
worden beoordeeld en beschreven. Soms is dit door gebrek aan gegevens niet
eenduidig te onderzoeken of vast te stellen. Op de deskundige rust de verplichting
om de voorgeschiedenis expliciet te onderzoeken en waar nodig hiervoor de
benodigde informatie op te vragen. Er dient nadrukkelijk onderscheid te worden
gemaakt tussen klachten, afwijkingen en beperkingen in de situaties VOOR en
ZONDER ongeval. De betrokkene kan immers na het ongeval een nieuwe of andere
aandoening hebben gekregen die los staat van het ongeval of al aan een chronische
of genetische aandoening lijden. In sommige gevallen is het niet mogelijk om een
vraag te beantwoorden. De deskundige moet dan gemotiveerd aangeven waarom
deze vraag niet kan worden beantwoord.
Aanbeveling 8.6 NVMSR:
Een eventuele causaliteitsvraag wordt uitsluitend beantwoord vanuit de medische
causaliteitsgedachte, dat wil zeggen op grond van datgene wat bekend en herkenbaar
is met betrekking tot het ontstaan en het beloop van de onderhavige klachten en
verschijnselen. Deze vaststelling gebeurt in overeenstemming met de gangbare
wetenschappelijk inzichten dan wel richtlijnen binnen het desbetreffende vakgebied.
De deskundige zal nooit anamnestische klachten en/of anamnestische beperkingen
aan een gebeurtenis (bijvoorbeeld een ongeval of incident) toeschrijven of de
causaliteit ervan louter baseren op grond van het feit dat deze na de gebeurtenis
voor het eerst worden vermeld. De beoordeling van een eventueel juridisch causaal
verband is voorbehouden aan partijen en uiteindelijk de rechter.
Klachten, afwijkingen en beperkingen voor ongeval
a. Bestonden voor het ongeval bij betrokkene reeds klachten en/of afwijkingen op
uw vakgebied? Zo ja, zijn die klachten er nog steeds? Bestaan er andere klachten
en/of afwijkingen die wel relevant zijn voor uw vakgebied? Kunt u hierbij onderscheid
maken tussen de gegevens bij anamnese verkregen en informatie op basis van de
medische broninformatie verkregen?
b. Zo ja, kunt u zo mogelijk aangeven welke beperkingen voor het ongeval uit deze
klachten en/of afwijkingen voortvloeiden en nu nog steeds uit deze klachten en/of
afwijkingen voortvloeien? Kunt u hierbij aangeven, of deze gegevens anamnestisch
zijn of gebaseerd op medische broninformatie?
Aanbeveling 8.7 NVMSR:
De eventuele beperkingen van de betrokkene worden zo nauwkeurig mogelijk
beschreven en slechts in semi-kwantitatieve vorm weergegeven. De hierbij
geadviseerde termen zijn ‘geen, licht, matig, ernstig, volledig’. De deskundige zal zelf
geen kwantificerende belastbaarheidsprofielen opstellen. Alleen een bedrijfsarts of
een verzekeringsarts is bekwaam om een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) op te
stellen. De deskundige kan wel de vaststellingen in een FML becommentariëren
vanuit het eigen vakgebied en op grond van de eigen waarnemingen.
Klachten, afwijkingen en beperkingen zonder ongeval
c. Zijn er bij de onderzochte op uw vakgebied aanwijzingen dat hij/zij ook zonder
ongeval de huidige klachten en/of afwijkingen op uw vakgebied zou kunnen hebben
ontwikkeld? Wilt u hierbij de algemene gezondheidstoestand van betrokkene
meewegen? Kunt u daarbij aangeven of deze vraag wordt beantwoord op basis van
anamnese of dat dit wordt afgeleid uit het medisch dossier?
d. Zo ja (dus zonder ongeval ook klachten), kunt u dan een inschatting geven met
welke mate van waarschijnlijkheid, op welke termijn en in welke omvang de klachten
en/of afwijkingen dan hadden kunnen ontstaan?
e. Kunt u aangeven welke beperkingen uit deze klachten en/ of afwijkingen zouden
kunnen zijn voortgevloeid? Kunt u deze beperkingen zo uitgebreid mogelijk
beschrijven en op semi kwantitatieve wijze weergeven en zo nodig toelichten? Indien
dit niet mogelijk is dit graag aangeven.
f. Verwacht u in de toekomst nog een belangrijke verbetering of verslechtering van
de op uw vakgebied geconstateerde niet ongevalsgerelateerde klachten en
afwijkingen?
g. Zo ja, welke verbetering of verslechtering verwacht u?
h. Kunt u aangeven op welke termijn en in welke mate u die verbetering dan wel
verslechtering verwacht?
i. Kunt u aangeven welke gevolgen deze verbetering dan wel verslechtering zal
hebben voor de beperkingen (als bedoeld in vraag 2e)?
Aanbeveling 8.7 NVMSR:
De eventuele beperkingen van de betrokkene worden zo nauwkeurig mogelijk
beschreven en slechts in semi-kwantitatieve vorm weergegeven. De hierbij
geadviseerde termen zijn ‘geen, licht, matig, ernstig, volledig’. De deskundige zal zelf
geen kwantificerende belastbaarheidsprofielen opstellen. Alleen een bedrijfsarts of
een verzekeringsarts is bekwaam om een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) op te
stellen. De deskundige kan wel de vaststellingen in een FML becommentariëren
vanuit het eigen vakgebied en op grond van de eigen waarnemingen.

3.OVERIG

Aanbeveling 2.2.11 RMSR: Indien de expert bevindingen doet waar niet naar wordt
gevraagd maar die hij ter zake relevant vindt, dan vermeldt hij deze in het rapport.
Heeft u naar aanleiding van uw bevindingen nog opmerkingen die relevant kunnen
zijn voor het verdere verloop van deze zaak?

4.HET GENEZINGSPROCES EN DE OPSTELLING VAN BETROKKENE DAARIN

Op betrokkene rust krachtens het civiele aansprakelijkheidsrecht de verplichting om
zijn schade zo veel mogelijk te beperken. Deze schadebeperkingsplicht is niet
absoluut, er zijn grenzen aan wat de aansprakelijke partij in dit kader van betrokkene
kan verlangen. Kort gezegd komt de schadebeperkingsplicht van betrokkene erop
neer dat van hem mag worden verwacht dat hij zich - mede in aanmerking genomen
zijn privéomstandigheden en zijn persoonlijkheidsstructuur - voldoende inspant om
een bijdrage te leveren aan zijn herstelproces. Tegen die achtergrond zouden wij van
u graag een antwoord ontvangen op de volgende vragen:
Welke behandelingen of therapieën op uw vakgebied zijn medisch geïndiceerd voor
het letsel van de betrokkene?
Welke behandelingen of therapieën zijn ingesteld en met welk resultaat?
Indien niet alle medisch geïndiceerde behandelingen of therapieën zijn ingesteld of
volledig afgerond, kunt u dan aangeven wat daarvoor de reden is geweest?
Indien niet alle medisch geïndiceerde behandelingen of therapieën zijn ingesteld of volledig afgerond,kunt u dan aangeven wat daarvoor de reden is geweest?
Indien deze reden bestaat uit een weigering van betrokkene om deze behandelingen of
therapieën te ondergaan of voort te zetten, kunt u dan aangeven:
1. in hoeverre behandeling of voortzetting bij betrokkene zou hebben kunnen leiden
tot een vermindering van het functieverlies (als bedoeld in vraag 1g) en van de
beperkingen (als bedoeld in vraag 1l);
2) of u aanleiding ziet om door een deskundige op een ander vakgebied (bijvoorbeeld
een psychiater of een psycholoog) te laten onderzoeken of deze weigering verband
houdt met, of kan worden gezien als een uitvloeisel van, de persoonlijkheidsstructuur
van betrokkene of het bij hem bestaande klachtenpatroon.
4.2.
benoemt tot deskundige:
Prof. dr. P. Portegies, neuroloog,
Expertise Centrum MediLibra,
Postbus 6005
5002 AA Tilburg,
Telefoonnummer: 0880062850,
e-mailadres: expertises@medilibra.nl
4.3.
bepaalt dat de griffier een kopie van deze beschikking aan de deskundige zal toezenden,
het voorschot
4.4.
stelt de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige vast op € 7.120,85 (inclusief btw),
4.5.
bepaalt dat HDI het voorschot moet overmaken
binnen twee wekenna de datum van de nog te ontvangen nota met betaalinstructies van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak,
4.6.
draagt de griffier op om de deskundige onmiddellijk in kennis te stellen van de betaling van het voorschot,
het onderzoek
4.7.
bepaalt dat [verzoeker] het procesdossier in afschrift aan de deskundige moet toesturen,
4.8.
bepaalt dat de deskundige het onderzoek zelfstandig zal instellen op de door de deskundige in overleg met partijen te bepalen tijd en plaats,
4.9.
wijst de deskundige erop dat:
- de deskundige voor aanvang van het onderzoek kennis moet nemen van de Gedragscode voor gerechtelijk deskundigen in civielrechtelijke en bestuursrechtelijke zaken én van de Leidraad deskundigen in civiele zaken (beide te raadplegen op https://www.rechtspraak.nl/),
- de deskundige het onderzoek pas begint na het bericht van de griffier omtrent betaling van het voorschot,
- de deskundige het onderzoek onmiddellijk staakt en contact opneemt met de griffier, als tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn,
- de deskundige bij het onderzoek de partijen in de gelegenheid moet stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het schriftelijk bericht vermeldt of aan dit voorschrift is voldaan, onder vermelding van de eventueel gemaakte opmerkingen en/of gedane verzoeken,
4.10.
bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundige moeten verstrekken als de deskundige daarom vraagt en de deskundige ook voor het overige gelegenheid moeten geven om het onderzoek te verrichten,
het schriftelijk rapport
4.11.
draagt de deskundige op om uiterlijk zes maanden na het schriftelijk bericht van de griffier over de betaling van het voorschot een schriftelijk en ondertekend rapport in drievoud op de griffie van de rechtbank in te leveren, met een gespecificeerde declaratie,
4.12.
wijst de deskundige erop dat:
- uit het schriftelijk rapport moet blijken op welke stukken het oordeel van de deskundige is gebaseerd,
  • de deskundige [verzoeker] in de gelegenheid moet stellen om gebruik te maken van het inzage- en blokkeringsrecht als bedoeld in artikel 7:464 lid 2 onder Pro b BW en, indien hij als eerste kennis wenst te nemen van het deskundigenrapport, een concept van dat rapport aan [verzoeker] (eventueel onder gesloten couvert via zijn advocaat) moet toesturen en [verzoeker] daarbij een termijn van twee weken moet bieden om aan te geven of hij gebruik wil maken van het blokkeringsrecht (waarbij het [verzoeker] zich van commentaar op het concept moet onthouden),
  • dat, indien [verzoeker] binnen die termijn mededeelt gebruik te maken van zijn blokkeringsrecht, de deskundige de werkzaamheden onmiddellijk moet staken en dit aan de rechtbank moet mededelen,
  • dat, indien [verzoeker] geen gebruik maakt van zijn inzage- of blokkeringsrecht, de deskundige het concept van het deskundigenrapport aan de advocaten van partijen moet toezenden, waarna partijen de gelegenheid krijgen binnen vier weken daarover bij de deskundige opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het definitieve rapport de door partijen gemaakte opmerkingen en verzoeken en de reactie van de deskundige daarop moet vermelden,
4.13.
bepaalt dat partijen bij de deskundige geen gelegenheid hebben om op elkaars opmerkingen en verzoeken naar aanleiding van het concept-rapport te reageren,
4.14.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. K.A. Baggerman en in het openbaar uitgesproken op 2 juni 2026.
3246/2537