Verzoekster heeft een schuldregeling aangeboden aan haar schuldeisers, waarbij geen uitkering aan hen plaatsvindt en zij verzocht worden hun schulden kwijt te schelden. De regeling is gebaseerd op de NVVK-norm en haar Participatiewet-uitkering. Zij start per april 2026 met een leerwerktraject, waardoor haar afloscapaciteit mogelijk toeneemt. Van de 27 schuldeisers stemden 24 in met de regeling, terwijl Elbuco, een andere schuldeiser en SportCity dit niet deden.
Elbuco stelde dat het gehuurde bed haar eigendom blijft en eiste teruggave, terwijl de andere schuldeiser stelde dat verzoekster spullen uit haar winkel had meegenomen zonder te betalen. De rechtbank weegt het belang van de meerderheid van schuldeisers en de stabiele situatie van verzoekster zwaarder dan de belangen van de weigerende schuldeisers.
De rechtbank oordeelt dat het gewijzigde aanbod in de vorm van een prognosepercentage in het voordeel van de schuldeisers is en dat de regeling goed is gedocumenteerd en getoetst door een onafhankelijke partij. De vaste lasten worden door een beschermingsbewindvoerder voldaan en nieuwe schulden zijn niet te verwachten.
De rechtbank beveelt Elbuco, de andere schuldeiser en SportCity om in te stemmen met de schuldregeling, veroordeelt hen in de proceskosten en wijst het subsidiaire verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling af. Het vonnis treedt in de plaats van vrijwillige instemming en is uitvoerbaar bij voorraad.