ECLI:NL:RBROT:2026:6557
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot toelating wettelijke schuldsaneringsregeling wegens onvoldoende nakoming verplichtingen
De schuldenaar heeft een verzoek ingediend om toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp) vanwege een problematische schuldensituatie met een schuldenlast van ruim €50.000. De rechtbank heeft het verzoek behandeld op 26 maart 2026, waarbij de schuldenaar aanwezig was.
De rechtbank oordeelt dat het verzoek slechts kan worden toegewezen indien aannemelijk is dat de schuldenaar de verplichtingen uit de Wsnp zal nakomen en zich zal inspannen om baten voor de boedel te verwerven. In dit geval is dat niet aannemelijk gebleken. De financiële situatie van de schuldenaar is instabiel, hij verleende onvoldoende medewerking aan schuldhulpverlening, het beschermingsbewind is opgeheven wegens onmogelijkheid het dossier stabiel te houden, en de UWV-uitkering is stopgezet vanwege agressief gedrag en contactverbod.
Daarnaast heeft de schuldenaar zonder medeweten van de bewindvoerder een geheime bankrekening geopend waarop inkomsten zijn ontvangen, waarvan hij verklaarde dat het zwartwerk betrof. Ook zijn er lopende procedures met de verhuurder wegens betalingsachterstanden en onderverhuur. De schuldenaar toont onvoldoende persoonlijke ontwikkeling en berouw om vertrouwen te wekken dat hij de Wsnp-verplichtingen zal nakomen.
Daarom wijst de rechtbank het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af. Dit betekent niet dat er geen andere gronden voor afwijzing zijn, maar de genoemde omstandigheden zijn voldoende voor de beslissing.
Uitkomst: Het verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid dat de schuldenaar de verplichtingen zal nakomen.