Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:6566

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
17 april 2026
Publicatiedatum
8 juni 2026
Zaaknummer
NL:TZ:2604710:R-RK
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 lid 1 Verordening (EU) 2015/848Art. 284 FaillissementswetArt. 295 FaillissementswetArt. 296 FaillissementswetArt. 310 Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek toelating wettelijke schuldsaneringsregeling met afwijzing eerdere ingangsdatum

De rechtbank Rotterdam behandelde het verzoek van een schuldenares om toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp) en om de ingangsdatum van deze regeling te vervroegen naar 26 juni 2025.

De rechtbank oordeelde dat de schuldenares zich in een problematische schuldensituatie bevindt en te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van haar schulden. Daarom werd zij toegelaten tot de Wsnp. De rechtbank stelde de duur van de regeling vast op 18 maanden.

Het verzoek om een eerdere ingangsdatum werd afgewezen omdat de schuldenares niet voldoende had aangetoond dat zij aan haar afdrachtverplichtingen had voldaan tijdens het voorafgaande schuldhulpverleningstraject. De rechtbank kon de juistheid van de vtlb-berekeningen niet controleren vanwege ontbrekende bankafschriften en inconsistenties in de toeslagen.

Er werd een bewindvoerder benoemd die de naleving van de Wsnp-verplichtingen zal controleren en de boedel zal beheren. Tevens werd een rechter-commissaris benoemd die toezicht houdt op de bewindvoerder. De regeling eindigt met een schone lei indien aan alle verplichtingen wordt voldaan.

Uitkomst: Verzoek toelating Wsnp toegewezen, verzoek eerdere ingangsdatum afgewezen wegens onvoldoende bewijs afdrachtverplichtingen.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
rekestnummer: [nummer]
vonnis van:
17 april 2026
op het verzoek van:
[schuldenares],
wonende te [adres],
[postcode] te [plaatsnaam].
Waar deze zaak over gaat
[schuldenares] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Om tot een oplossing voor haar schulden te komen heeft [schuldenares] een verzoek gedaan te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp). Dit verzoek wordt toegewezen.
Daarnaast verzoekt [schuldenares] om de ingangsdatum van de Wsnp vast te stellen op 26 juni 2025. Dit verzoek wordt afgewezen.
De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.

1.De procedure

1.1.
[schuldenares] heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de Wsnp en om een eerdere ingangsdatum te bepalen.
1.2.
Het verzoek is behandeld op de zitting van 10 april 2026. Op de zitting zijn verschenen:
- [schuldenares],
- de heer A.E. Türgüt, beschermingsbewindvoerder.
1.3.
Schuldhulpverlening heeft op 13 april 2026 aanvullende informatie toegezonden.

2.De beoordeling

De toelating
2.1.
[schuldenares] kan worden toegelaten tot de Wsnp als zij zich in een problematische schuldensituatie bevindt en zij te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van haar schulden. De rechtbank kijkt daarbij vooral naar de afgelopen drie jaar. Ook moet de verwachting bestaan dat [schuldenares] aan de verplichtingen van de Wsnp zal voldoen.
2.2.
[schuldenares] voldoet aan alle eisen en wordt toegelaten tot de Wsnp.
Bevoegdheid
2.3.
De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 Verordening Pro (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van [schuldenares] in Nederland ligt.
Duur
2.4.
De rechtbank stelt de termijn van de Wsnp-regeling ex artikel 349a Fw (hierna: materiële looptijd) vast op 18 maanden.
De ingangsdatum
2.5.
De Faillissementswet (hierna: Fw) bepaalt dat de looptijd in beginsel ingaat op de dag van dit vonnis, tenzij er aanleiding is de looptijd eerder te laten ingaan.
2.6.
Een eerdere ingangsdatum kan worden bepaald als vanaf die eerdere datum de verplichtingen die volgen uit het voorafgaande schuldhulpverleningstraject zijn nagekomen. Als uitgangspunt geldt daarbij dat de schuldenaar tijdens het minnelijke voortraject maximaal, op basis van de normen die gelden voor berekening van het vrij te laten bedrag (het vtlb), moet aflossen op zijn schulden en dat hij zich moet inspannen om zoveel mogelijk baten voor de schuldeisers te verwerven. Die inspanningsplicht houdt in beginsel in dat er bij arbeidsgeschiktheid fulltime gewerkt moet worden of er moet aantoonbaar worden gesolliciteerd naar een fulltime baan.
2.7.
De rechtbank kan niet vaststellen dat aan de vereiste verplichtingen is voldaan. Bij het verzoekschrift is een vtlb-berekening per juli 2025 en per januari 2026 overgelegd. Na de zitting is [naam 1] in de gelegenheid gesteld om aanvullende stukken aan te leveren met betrekking tot het verzoek om een eerdere ingangsdatum. Hoewel [naam 1] stukken heeft aangeleverd, is daarmee niet te controleren of [schuldenares] heeft voldaan aan haar afdrachtverplichting. De bedragen aan ontvangen toeslagen die volgen uit de voorschotbeschikkingen komen niet overeen met de bedragen die in de vtlb-berekening per juli 2025 en per januari 2026 zijn verwerkt. Nu de rechtbank ook niet de bankafschriften heeft ontvangen waaruit de daadwerkelijk ontvangen toeslagen blijken, kan de rechtbank niet controleren of de opgenomen bedragen in de vtlb-berekeningen juist zijn. Hierdoor kan de rechtbank niet controleren of er in het voorafgaande minnelijke traject is voldaan aan de afdrachtverplichting.
2.8.
De rechtbank komt daarom tot de conclusie dat er geen eerdere ingangsdatum zal worden bepaald.

3.De (controle van) verplichtingen in de Wsnp

3.1.
De verplichtingen waaraan [schuldenares] tijdens de Wsnp moet voldoen zijn: de informatieverplichting, de inspanningsverplichting, de verplichting geen nieuwe schulden te maken, de verplichting om schuldeisers niet te benadelen en de afdrachtverplichting (van inkomen boven het vtlb en van goederen die in de boedel vallen).
3.2.
Er wordt een bewindvoerder benoemd. Deze bewindvoerder controleert in de eerste plaats of [schuldenares] de verplichtingen van de Wsnp nakomt.
3.3.
De taak van de bewindvoerder is in de tweede plaats om de zogenaamde boedel van de schuldenaar te beheren en te vereffenen (artikel 316 Fw Pro). De boedel omvat alle bezittingen die [schuldenares] nu heeft en wat zij tijdens de toepassing van de regeling verkrijgt (artikel 295 Fw Pro). [schuldenares] heeft de verplichting om tot de boedel behorende bezittingen aan de bewindvoerder af te staan (artikel 296 Fw Pro). De bewindvoerder zal de opbrengsten hiervan verdelen onder de schuldeisers.
3.4.
Er wordt ook een rechter-commissaris benoemd. De taak van de rechter-commissaris is om toezicht te houden op de bewindvoerder.
3.5.
De eerste 13 maanden van het traject geldt in beginsel een postblokkade. Dat betekent dat in die periode alle post naar de bewindvoerder gaat. De bewindvoerder stuurt de post na controle door aan [schuldenares].
3.6.
Als [schuldenares] zich tijdens het Wsnp-traject houdt aan alle verplichtingen van de Wsnp eindigt het traject met de zogenoemde “schone lei”. Dit betekent dat schuldeisers hun vorderingen ten aanzien waarvan de Wsnp werkt niet meer op [schuldenares] kunnen verhalen. De “schone lei” geldt vanaf het moment dat de bewindvoerder klaar is met zijn afwikkelingstaak. Dat is als de slotuitdelingslijst verbindend is geworden.

4.De beslissing

De rechtbank:
- spreekt de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[schuldenares],
geboren op [geboortedatum] 1999 te [geboorteplaats],
wonende te [adres],
[postcode] [plaatsnaam];
- benoemt tot rechter-commissaris mr. J.T.P. Pot
en tot bewindvoerder [naam 2],
gevestigd te [postadres]
;
- stelt de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling vast op 17 april 2026 en de duur op 18 maanden;
- draagt de bewindvoerder op de post van [schuldenares] in te zien;
- bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag nemen volgens het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen voor zover de boedel toereikend is.
Dit is de beslissing van mr. J.T.P. Pot, rechter, in samenwerking met mr. J.A. Kuijvenhoven, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 17 april 2026. [1]