De Raad voor de Kinderbescherming regio Rotterdam-Dordrecht verzocht de kinderrechter om een voorlopige ondertoezichtstelling van een baby, geboren in 2025, vanwege aanhoudende zorgen over de opvoedsituatie. Het Crisis Interventie Team meldde ernstige zorgen en het ontbreken van contact met de moeder, die niet aanwezig was bij afspraken en niet bereikbaar bleek.
De moeder heeft meerdere malen aangegeven mishandeld te zijn door de vader, met wie zij de relatie steeds hervat. Er zijn meerdere meldingen van huiselijk geweld bij de politie gedaan. Daarnaast kampt de moeder met psychische problemen, waaronder een depressie, weigert medicatie en mogelijk is er sprake van een lachgasverslaving. Ambulante spoedhulp kon niet worden ingezet vanwege het ontbreken van toestemming van de vader.
De kinderrechter oordeelt dat er een ernstig vermoeden bestaat dat de ontwikkeling van de baby acuut en ernstig wordt bedreigd. De baby is volledig afhankelijk van haar verzorgers en is blootgesteld aan huiselijk geweld. Gezien de onbereikbaarheid van de moeder en de ernst van de situatie is een voorlopige ondertoezichtstelling noodzakelijk en kan een zitting niet worden afgewacht zonder gevaar voor het kind.
De beschikking stelt de baby voor drie maanden onder toezicht van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond. Een zitting is gepland op 31 maart 2026, waarbij alle betrokkenen worden gehoord. Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open.