2.3.1.Bewezenverklaring en bewijsmiddelen
Bewezen is dat de verdachte een medewerkster van Antes heeft mishandeld door een trap tegen haar been te geven en brand heeft gesticht in zijn woning. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.3.
De bewezenverklaring van de feiten is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelenen de onderstaande bewijsmotivering.
1.
Proces-verbaal van de politie, aangifte [slachtoffer 1] [nummer X]
Op 3 december 2025 was ik werkzaam als verpleegkundige bij de kliniek Antes in Poortugaal. Ik was belast met het ondersteunen bij het ontslaan van cliënt [verdachte] . Ik ging samen met mijn collega's naar de kamer waar [verdachte] verbleef om hem mede te delen dat de opname per direct werd beëindigd en hij moest vertrekken. [verdachte] reageerde door zich te verzetten. Hierop pakten mijn collega's [verdachte] bij zijn armen vast om hem te fixeren en naar buiten te begeleiden. Ik zag dat [verdachte] zijn linkerbeen optilde en mij trapte. Ik voelde pijn aan mijn bovenbenen van de trap.
2.
Proces-verbaal van de politie, verklaring getuige [naam getuige] 20632417
Wij hebben [verdachte] vanmorgen, 3 december 2025, medegedeeld dat per vandaag zijn behandeling zou worden beëindigd. Ik heb hem dit samen met mij collega [slachtoffer 1] , de beveiliging en andere collega's van andere afdelingen op zijn kamer verteld. Wij verzochten hem rustig mee te werken maar dit deed hij niet. Hierop heeft de beveiliging [verdachte] beet gepakt en zag ik dat [slachtoffer 1] op ongeveer een meter van [verdachte] stond. Ik zag dat [verdachte] een voorwaartse trappende beweging richting [slachtoffer 1] maakte. Ik zag [slachtoffer 1] geraakt werd door de trappende beweging door [verdachte] .
3.
Proces-verbaal van de politie
Op 30 januari 2026, omstreeks 15:30 uur, werd een politie-eenheid gestuurd naar de [adres 2] te Hoogvliet. De deur werd geopend door [verdachte] . Verbalisanten hoorden dat [verdachte] tegen hen zei dat als zij niet snel gingen regelen dat hij opgenomen zou worden dat hij dan niet meer voor zichzelf in zou staan. Op de vraag wat dat dan betekende verklaarde [verdachte] dat hij zijn woning in brand zou steken of weer een overdosis pillen zou nemen. De verbalisanten verlieten de woning.
Vervolgens werd er op 30 januari 2026, om 17:15 uur, een politie-eenheid gestuurd naar hetzelfde adres, de [adres 2] , omdat er brand in de woning was. Aangekomen op de tweede etage van de flat zagen verbalisanten dat er een lichte rookwalm in de gang hing en roken zij een sterke brandlucht. Bij de woning van nummer [huisnummer X] werd niet opengedaan. De bewoners van de omliggende woningen werden geëvacueerd. Toen de brandweer ter plaatse was betraden zij de woning. In de woning hingen dikke, zwarte rookwolken. Vervolgens haalde de brandweer één persoon uit de woning welke bleek te zijn [verdachte] . Één van de brandweermannen zei dat [verdachte] , terwijl zij met hem naar beneden liepen, had verklaard dat hij zelf de brand had aangestoken en dat hij niet meer wilde leven.
4.
Proces-verbaal van de politie, aangifte [slachtoffer 2] namens Pameijer Stichting
Ik doe namens mijn werkgever Stichting Pameijer aangifte van brandstichting, gepleegd door [verdachte] en momenteel woonachtig in een huurwoning aan de [adres 2] in Hoogvliet-Rotterdam. De woning wordt gehuurd door Stichting Pameijer van Woonbron Rotterdam, welke gebruikt wordt als Noodbedplaatsing. Sinds 16 januari 2026 is [verdachte] tijdelijk geplaatst in deze woning.
5.
Proces-verbaal van de politie, forensisch onderzoek woning [adres 2] Hoogvliet-Rotterdam
Op 31 januari 2026 kwam ik, verbalisant [naam verbalisant] , naar aanleiding van een brand, voor forensisch onderzoek aan op de locatie [adres 2] , [postcode 2] te Hoogvliet Rotterdam.
Omschrijving onderzoekslocatie
De flatwoning bevond zich op de tweede etage, het flatgebouw bestond uit dertien woonlagen inclusief de begane grond.
Brandschade
De schade door vuur en hitte bestond uit een door vuur en hitte aangetaste keuken. Ik zag dat de brandschade zich primair had bevonden in de keuken op de elektrische kookplaat. Ik zag namelijk in deze hoek aantasting door hitte en vuur. Ik zag dat het houten keukenkastje aan de zijde van de kookplaat door vuur en hitte was aangetast. Ik zag op het aanrecht, in de gootsteen en op vloer in de keuken meerdere door vuur en hitte aangetaste huishoudelijke goederen. Ik zag namelijk:
- verbrande stukken textiel gelijkend op beddengoed en mogelijk een T-shirt;
- onherkenbaar geworden versmolten kunststof;
- één door hitte aangetaste steelpan met glazendeksel.
Gezien de spreiding van de goederen op het aanrecht en de vloer en het ontbreken van
brandschade op andere delen van het aanrecht hadden deze door vuur en hitte aangetaste goederen zich allemaal op de kookplaat bevonden.
Op de vloer zag ik enkele stukken versmolten en verbrand kunststof tegen de plint van
het aanrecht. Dit paste bij het beeld van brandende goederen die van het aanrecht
afgevallen waren.
Ik zag dat er in de keuken tegenover het aanrecht een soort wasmand stond. Ik zag dat
er een gedeelte van deze wasmand aan de onderzijde verbrand was. Ik kon geen
relatie vinden tussen de brandschade ter hoogte van de plint van het aanrecht en de
brandschade aan de wasmand. Mogelijk betrof dit een tweede brandhaard.
Overige schade
In de woning was er in alle vertrekken schade ontstaan door rook en roet. Ik zag
namelijk in alle vertrekken lichte roet afzetting op de plafonds en muren.
Brandhaard(de plaats van het ontstaan van de brand)
Op de elektrische kookplaat in de keuken.
Technische installaties
Ter hoogte van het ontstaansgebied van de brand, bevond zich een draaischakelaar op
de wand en een elektrische kookplaat. Een elektrische kookplaat in dit geval met een
vermogen van 6000 watt, kan voldoende temperatuur genereren om brand te veroorzaken.
De draaischakelaar op de muur was enkel aangetast vanaf de buitenzijde en kon als
ontstekingsbron worden uitgesloten. De wandcontactdoos (stopcontact) waar de kookplaat op aangesloten was, bevond zich onder het aanrecht en was niet door hitte of vuur aangetast.
Conclusie
De bevindingen van mijn onderzoek laten zich het beste verklaren als de brand is ontstaan
doordat goederen zoals beddengoed, papier en kunststofgoederen welke op de kookplaat zijn gelegd of lagen, zijn ontstoken door het inschakelen van deze kookplaat en dus op deze
wijze bijbrengen van hitte. Een technische oorzaak vanuit de aanwezige draaischakelaar of wandcontact doos in de directe omgeving van de kookplaat kon worden uitgesloten. Bij deze brand is er gevaar voor goederen opgetreden en levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel te duchten geweest. Er moesten ten gevolge van deze brand en
de spreiding van giftige hete rookgassen meerdere woningen worden ontruimd. Zonder
optreden van de brandweer had deze brand zich verder kunnen ontwikkelen.
2.3.3.Volledige bewezenverklaring
1
hij op 3 december 2025 te Poortugaal, gemeente Albrandswaard een medewerkster van Antes (in de processtukken bekend onder nummer [nummer X] ) heeft mishandeld, door die Antes medewerkster een trap tegen het been te geven;
2
hij, op 30 januari 2026 te Hoogvliet, gemeente Rotterdam, opzettelijk, brand heeft gesticht (in een woning aan de [adres 2] ), door huishoudelijke goederen op de elektrische kookplaat te leggen en de elektrische kookplaat in te schakelen en/of open vuur of hitte in aanraking te brengen met deze huishoudelijke goederen, terwijl daarvan
- gemeen gevaar voor die woning en omliggende woningen en goederen in die woning en goederen in omliggende woningen, en
- levensgevaar voor een ander, te weten voor de in omliggende woningen aanwezige personen,
te duchten was.