Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De verdere procedure
- de tussenbeschikking van 8 mei 2025;
- de berichten (met bijlagen) van de vrouw van 30 juli 2025, 30 augustus 2025,
- de berichten (met bijlagen) van de man van 29 augustus 2025;
- het aanvullend verzoek met bijlagen van de vrouw van 27 augustus 2025;
2.De beoordeling
- de hoofdverblijfplaats van de minderjarigen bij de vrouw bepaald;
- opgenomen de afspraken over de zorgregeling, namelijk:
- goederen verkregen door erfopvolging bij versterf, making, lastbevoordeling of gift;
- pensioenrechten waarop de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding van toepassing is, alsmede met die pensioenrechten verband houdende rechten op nabestaandenpensioen;
- rechten op het vestigen van vruchtgebruik als bedoeld artikel 1:94 lid 2 aanhef Pro en onder c BW.
in beginselop vorenstaande wijze gelast, houdt verband met de verzoeken van de vrouw ten aanzien van de benadeling van de gemeenschap die hierna worden behandeld.
- een bedrag van € 25.000,- ter zake verzwegen inkomsten;
- een bedrag van € 25.000,- ter zake bedrijven waarvan hij de inkomsten tijdens het huwelijk heeft verkregen en verzwegen;
- een extra bedrag van € 1.000.000,- wegens verzwijgen van bezit door de man.