ECLI:NL:RBROT:2026:669

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
9 januari 2026
Publicatiedatum
27 januari 2026
Zaaknummer
11546717 CV EXPL 25-3426
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BWArt. 6:119a BWArt. 6:160 lid 1 BWArt. 6:228 BWArt. 6:96 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling premie verzekering en afwijzing tegeneis wegens niet-betaling en dwaling

Heinenoord Assuradeuren B.V. vordert betaling van € 15.345,07 aan premie voor een evenementenverzekering die Hockeyloverz B.V. op 25 juni 2021 zou hebben afgesloten. Hockeyloverz betwist het bestaan van de verzekeringsovereenkomst, stelt dat Heinenoord afstand heeft gedaan van haar rechten, dat het evenement was geannuleerd en beroept zich op dwaling en overmacht.

De rechtbank oordeelt dat Hockeyloverz onvoldoende heeft onderbouwd dat er geen overeenkomst is gesloten en wijst het verweer van afstand van rechten af, mede omdat het bericht van het incassobureau niet als afstand kan worden uitgelegd. Ook het beroep op het ontbreken van een verzekerd bedrag faalt, omdat niet is aangetoond dat Heinenoord op de hoogte was van de annulering.

Het beroep op dwaling wordt verworpen omdat Hockeyloverz niet heeft aangetoond dat Heinenoord onjuiste informatie heeft verstrekt of een mededelingsplicht heeft geschonden. Het beroep op overmacht is niet onderbouwd en wordt eveneens afgewezen.

De incassokosten en wettelijke rente worden toegewezen. De voorwaardelijke tegeneis van Hockeyloverz voor vergoeding van kosten van het geannuleerde evenement wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en het vervallen van de dekking door niet-betaling van premie.

Hockeyloverz wordt veroordeeld tot betaling van € 20.594,72 inclusief rente en proceskosten, en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Hockeyloverz wordt veroordeeld tot betaling van premie, incassokosten en rente aan Heinenoord en de tegeneis wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11546717 CV EXPL 25-3426
datum uitspraak: 9 januari 2026
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Heinenoord Assuradeuren B.V.,
vestigingsplaats: Oud-Beijerland,
eiseres in conventie, verweerster in reconventie,
gemachtigde: mr. M.C. Franken-Schoemaker,
tegen
Hockeyloverz B.V.,
vestigingsplaats: Rotterdam,
gedaagde in conventie, eiseres in reconventie,
vertegenwoordigd door [naam 1].
De partijen worden ‘Heinenoord’ en ‘Hockeyloverz’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 27 januari 2025, met bijlagen;
  • het antwoord met eis in reconventie (tegeneis), met bijlage;
  • het antwoord in reconventie, met bijlagen.
1.2.
Op 4 december 2025 is de zaak tijdens een mondelinge behandeling besproken. Daarbij waren aanwezig namens Heinenoord [naam 2] met mr. D.E. Burgers. Namens Hockeyloverz is, zonder bericht van verhindering, niemand verschenen.

2.De beoordeling

Waar gaat de zaak over?
2.1.
Heinenoord exploiteert als gevolmachtigde van verzekeringsmaatschappijen een verzekeringsbedrijf. Hockeyloverz organiseert sportevenementen en uitgaansevenementen.
2.2.
Volgens Heinenoord heeft Hockeyloverz op 25 juni 2021 een evenementenverzekering afgesloten bij Heinenoord vanwege een gepland evenement. Heinenoord heeft op 9 juli 2021 hiervoor een factuur van € 15.345,07 gestuurd. Hockeyloverz heeft deze factuur niet betaald.
2.3.
Heinenoord eist in deze procedure dat Hockeyloverz veroordeeld wordt om € 15.345,07 aan haar te betalen, met rente en kosten. Hockeyloverz is het niet eens met de eis. Zij betwist dat zij een verzekeringsovereenkomst met Heinenoord heeft gesloten. Verder stelt zij dat Heinenoord afstand heeft gedaan van haar rechten en/of dat haar aanspraken zijn verwerkt en dat het evenement waarvoor de verzekering was bedoeld al was geannuleerd zodat geen sprake was van een verzekerd bedrag. Verder vernietigt Hockeyloverz de overeenkomst op grond van dwaling en zij doet een beroep op overmacht.
2.4.
Hockeyloverz heeft ook een voorwaardelijke tegeneis ingediend, voor het geval de kantonrechter oordeelt dat tussen partijen wel een verzekeringsovereenkomst tot stand is gekomen en premie verschuldigd is. In dat geval eist Hockeyloverz dat Heinenoord veroordeeld wordt om € 971.080,- aan haar te betalen, te verrekenen met enig eventueel toewijsbaar bedrag aan premie. Dat zijn de kosten voor de productie van het geannuleerde evenement. Heinenoord is het niet eens met deze eis.
2.5.
De beslissing van de kantonrechter is dat de eis van Heinenoord wordt toegewezen en de voorwaardelijke tegeneis van Hockeyloverz wordt afgewezen. Hierna wordt uitgelegd waarom dit de beslissing is.
In conventie
Hockeyloverz moet € 15.345,07 aan Heinenoord betalen
2.6.
Hockeyloverz moet de geëiste hoofdsom van € 15.345,07 aan Heinenoord betalen. Dit is het bedrag dat Hockeyloverz aan Heinenoord moet betalen op grond van de tussen partijen tot stand gekomen verzekeringsovereenkomst. Hockeyloverz betwist weliswaar dat tussen partijen een overeenkomst tot stand is gekomen, maar zij heeft haar betwisting, tegenover wat Heinenoord hierover heeft aangevoerd, onvoldoende onderbouwd. Heinenoord heeft ter onderbouwing van haar stelling een e-mail overgelegd van de verzekeringsadviseur van Hockeyloverz. In deze e-mail van 25 juni 2021 om 12:26 uur schrijft de verzekeringsadviseur van Hockeyloverz aan Hockeyloverz:
“Zoals besproken bevestig ik je dat ik opdracht zal geven de polis op te maken obv VS € 681.912,44, zonder slecht weer dekking”. Daarbij komt dat Hockeyloverz het bestaan van de vordering buitengerechtelijk heeft erkend. Dit blijkt uit de e-mail die Hockeyloverz op 22 september 2022 om 15.14 uur heeft gestuurd aan haar verzekeringsadviseur. Zij schrijft:
“(…) Excuus dat het wat langer duurde, maar de factuur is inderdaad nog niet betaald. Op dit moment kan HockeyLoverz de premie ook niet betalen, wij zijn nog steeds in afwachting van een groot deel van de betalingen vanuit de overheid. (…)”
Heinenoord heeft geen afstand gedaan van haar vorderingsrecht
2.7.
Het verweer van Hockeyloverz dat Heinenoord afstand heeft gedaan van haar rechten slaagt niet. Volgens Hockeyloverz is na overleg tussen partijen afgesproken dat geen incasso meer zou plaatsvinden. Dit zou zijn bevestigd door het toenmalige incassobureau GGN op 23 april 2023. In dat bericht staat:
“U heeft een betalingsachterstand bij Heinenoord Assuradeuren B.V.. In overleg met onze klant sluiten wij uw dossier. Wij sturen u deze e-mail om dit te bevestigen.”
2.8.
Op grond van artikel 6:160 lid 1 BW Pro kan een schuldeiser afstand doen van een vorderingsrecht door een overeenkomst te sluiten met de schuldenaar. Het rechtsgevolg van afstand van een vorderingsrecht is dat de verbintenis tenietgaat. Of de schuldeiser in een concreet geval afstand heeft willen doen van zijn vordering moet worden bepaald door uitleg volgens de Haviltex-maatstaf. Als uitgangspunt geldt dat terughoudend moet worden omgegaan met het aannemen dat iemand afstand van zijn recht wil doen, zeker indien zijn vermogens- of rechtspositie daardoor verslechtert en er geen voordeel tegenover staat. Indien er twijfel bestaat over de wil van de rechthebbende om afstand te doen, geldt er een onderzoeks- of mededelingsplicht voor de wederpartij
2.9.
In de gegeven omstandigheden mocht Hockeyloverz uit het enkele bericht van GGN dat zij het dossier sluit, redelijkerwijs niet afleiden dat Heinenoord hiermee afstand had gedaan van haar vordering. Het bericht kwam immers vanuit GGN en niet vanuit Heinenoord zelf. Daaruit kan dus niet zonder meer worden afgeleid dat Heinenoord haar vorderingsrecht had prijsgegeven. Er rustte op Hockeyloverz in een dergelijk geval een onderzoeksplicht om te onderzoeken wat dit bericht betekende voor haar betalingsachterstand bij Heinenoord. Dit heeft zij niet gedaan. Daarbij komt dat er nadien onderling nog contacten zijn geweest over de vordering, waaronder een kantoorbezoek.
Geen verzekerd bedrag?
2.10.
Hockeyloverz heeft verder het volgende aangevoerd. Op het moment dat volgens Heinenoord een verzekeringsovereenkomst tot stand is gekomen was geen sprake meer van een verzekerd bedrag, omdat het evenement waarvoor de verzekering zou zijn bedoeld op dat moment al was geannuleerd vanwege covid. Dat er achteraf alsnog een polis is verstrekt is onbegrijpelijk en in strijd met de aard van een schadeverzekering waarin een onzeker voorval voorwaarde is voor dekking. Hockeyloverz heeft Heinenoord nooit rechtstreeks geïnformeerd, aangezien er geen direct contact is geweest met Heinenoord zelf. Alle communicatie verliep via een tussenpersoon, aan wie tijdig is gemeld dat het evenement geen doorgang zou vinden.
2.11.
Dat het door Hockeyloverz geplande evenement vanwege covid geen doorgang kon vinden, wat daar ook van zij, maakt nog niet dat Hockeyloverz de factuur van Heinenoord niet hoeft te betalen. Heinenoord betwist immers dat zij ermee bekend was dat het evenement niet doorging. Hockeyloverz heeft ook niet onderbouwd dat op het moment van het aangaan van de verzekeringsovereenkomst al bekend was dat het evenement niet door kon gaan. Hockeyloverz heeft evenmin onderbouwd dat zij dat kenbaar heeft gemaakt. Dit blijkt in ieder geval niet uit de overgelegde correspondentie tussen Hockeyloverz en haar eigen verzekeringsadviseur.
Het beroep op dwaling wordt afgewezen
2.12.
Het beroep op dwaling door Hockeyloverz gaat niet op. Voorwaarde voor een geslaagd beroep op dwaling (artikel 6:228 BW Pro) is dat die dwaling te wijten is aan een inlichting van de wederpartij of (kort gezegd) een schending van een mededelingsplicht van de wederpartij. Hockeyloverz heeft hierover slechts gesteld dat zij, nadat zij tijdig aan de tussenpersoon had gemeld dat het evenement geen doorgang zou vinden, er niet van op de hoogte was dat er via Heinenoord een verzekering zou worden afgesloten. Dat is onvoldoende. Niet valt in te zien welke onjuiste inlichtingen Heinenoord heeft verstrekt of welke gegevens Heinenoord heeft nagelaten te verstrekken die tot gevolg hebben gehad dat Hockeyloverz dwaalde.
Het beroep op overmacht wordt afgewezen
2.13.
Het beroep op overmacht is in het geheel niet onderbouwd en wordt om die reden afgewezen.
Hockeyloverz moet incassokosten van € 928,45 betalen
2.14.
De incassokosten van € 928,45 worden toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 BW Pro).
Hockeyloverz moet rente betalen
2.15.
De rente wordt toegewezen, omdat Heinenoord genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en Hockeyloverz dat niet heeft betwist. Daarom zit in het totale bedrag dat Hockeyloverz aan Heinenoord moet betalen de rente van € 4.321,20 die Heinenoord heeft berekend tot en met 7 januari 2025.
2.16.
De rente over de buitengerechtelijke kosten wordt toegewezen vanaf de dag van dagvaarding.
In reconventie
2.17.
De voorwaarde waaronder de eis in reconventie is ingesteld is vervuld. Hiervoor is namelijk geoordeeld dat tussen partijen een verzekeringsovereenkomst tot stand is gekomen.
De kantonrechter is bevoegd
2.18.
De kantonrechter is ook bevoegd om van de eis in reconventie kennis te nemen. Door de kantonrechter wordt beslist op zaken met een beloop van ten hoogste € 25.000,- of zaken van onbepaalde waarde, indien er duidelijke aanwijzingen bestaan dat de eis geen hogere waarde vertegenwoordigt dan € 25.000,-. De tegeneis betreft een bedrag van 971.080,- en het beloop van de tegeneis overschrijdt dus het bedrag van € 25.000,-. Gelet op de tegeneis is de kantonrechter dus op zich niet bevoegd over de eis te oordelen. Uitgangspunt bij de beoordeling van de bevoegdheid in zaken zonder aardvordering, zoals deze zaak, is dat op grond van artikel 97 Rv Pro een zaak in reconventie door de rechter wordt behandeld die de zaak in conventie behandelt en beslist, voor zover de samenhang tussen de vorderingen zich tegen afzonderlijke behandeling verzet. De kantonrechter is van oordeel dat in dit geval tussen de eis in conventie en de eis in reconventie voldoende samenhang bestaat. Beide vorderingen vloeien namelijk voort uit de tussen partijen gesloten verzekeringsovereenkomst.
De eis van Hockeyloverz wordt afgewezen
2.19.
De eis van Hockeyloverz wordt afgewezen. Niet in geschil is dat op de verzekeringsovereenkomst de algemene voorwaarden van Heinenoord van toepassing zijn. In artikel 21 van Pro deze algemene voorwaarden staat dat als de premie niet op tijd is betaald, de dekking van de verzekering vervalt. Niet in geschil is dat Hockeyloverz de premie niet op tijd heeft betaald en dus is de dekking van de verzekering komen te vervallen. Bovendien heeft Hockeyloverz haar eis onvoldoende onderbouwd. Zij heeft geen stukken overgelegd waaruit blijkt dat zij schade heeft geleden en hoe hoog deze schade is.
In conventie en in reconventie
Hockeyloverz moet de proceskosten betalen
2.20.
De proceskosten komen voor rekening van Hockeyloverz, omdat zij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv Pro). De kantonrechter begroot de kosten die Hockeyloverz in conventie aan Heinenoord moet betalen op € 122,35 aan dagvaardingskosten, € 1.461,- aan griffierecht, € 1.086,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten × € 543,-). In reconventie worden deze kosten aan de kant van Heinenoord begroot op € 678,- aan salaris voor de gemachtigde (½ × 1 punt × € 1.356,-). Voor kosten die Heinenoord maakt na deze uitspraak moet Hockeyloverz een bedrag betalen van € 135,-. Dat is in totaal € 3.482,35. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend. De wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.21.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Heinenoord dat eist en Hockeyloverz daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv Pro). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
in conventie
3.1.
veroordeelt Hockeyloverz om aan Heinenoord te betalen € 20.594,72 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119a BW over een bedrag van € 15.345,07 vanaf 8 januari 2025 tot de dag dat volledig is betaald en de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over een bedrag van € 928,45 vanaf 27 januari 2025 tot de dag dat volledig is betaald;
in reconventie
3.2.
wijst de eis af;
in conventie en in reconventie
3.3.
veroordeelt Hockeyloverz in de proceskosten, die aan de kant van Heinenoord worden begroot op € 3.482,35 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over dat bedrag vanaf de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot de dag dat volledig is betaald;
3.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.5.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door mr. I.K. Rapmund en in het openbaar uitgesproken.
26975