Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- het verzoekschrift met bijlagen van de vrouw, ingekomen op 18 november 2025;
- het verweerschrift tevens zelfstandig verzoekschrift met bijlagen van de man, ingekomen op 23 december 2025;
- het verweerschrift op de zelfstandige verzoeken met bijlagen van de vrouw, ingekomen op 14 januari 2026;
- de berichten met bijlagen van de vrouw van 25 maart 2026 en 1 april 2026;
- het bericht met bijlagen van de man van 27 maart 2026.
- de vrouw met haar advocaat;
- de man met zijn advocaat;
- de raad voor de kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht (hierna: de raad), als adviseur, vertegenwoordigd door [naam] .
2.De vaststaande feiten
3.De beoordeling
- twee keer in de week met het avondeten;
- om de week van vrijdag 17:00 uur tot zondag 17:00 uur;
- waarbij de contactmomenten niet bij de vrouw thuis plaatsvinden;
- en vakanties en feestdagen worden in onderling overleg geregeld.
€ 34.386,-; 2024: € 58.392,-), rekening houdend met rente en belastingen, toegevoegd aan het eigen vermogen (de overige reserves). Dat eigen vermogen bedraagt per 31 december 2023 € 198.132,- en per 31 december 2024 € 256.524,-. De rechtbank is bij gebrek aan de (concept-)jaarstukken 2025 en een prognose over 2026 niet bekend met recente cijfers van de ondernemingen. De rechtbank kan dan ook niet vaststellen dat de holding op dit moment niet in staat is om dividend van € 50.000,- uit te keren. Weliswaar kan het aanhouden van een buffer redelijk zijn, maar aangezien de stukken er niet zijn, kan de rechtbank niet vaststellen welke buffer nodig is en waarom het reeds aanwezige eigen vermogen daarin niet al voorziet. Onder verwijzing naar de al vermelde verzwaarde motiveringsplicht die voor de man geldt, zal de rechtbank daarom bij het bepalen van de draagkracht van de man rekening houden met een jaarlijkse dividenduitkering van € 50.000,-. Gelet op het bij de rechtbank bekende meest recente resultaat in 2024 in combinatie met het eigen vermogen in dat jaar, komt de rechtbank dat niet onredelijk voor.
€ 1.500,- per maand.
4.De beslissing
- tot het moment dat partijen ieder hun eigen woning hebben betrokken: twee keer per week tijdens het avondeten alsmede om de week van vrijdag 17:00 uur tot zondag 17:00 uur in de gezamenlijke woning;
- vanaf het moment dat partijen ieder hun eigen woning hebben betrokken: om de week een week met het wisselmoment op vrijdagavond waarbij de vakanties en feestdagen in onderling overleg worden geregeld;