Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:6715

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
20 mei 2026
Publicatiedatum
10 juni 2026
Zaaknummer
C/10/660961 / HA ZA 23-555
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ziekenhuis aansprakelijk voor gebrekkige nazorg na laparoscopie met darmperforatie

Eiseres onderging op 30 september 2021 een laparoscopie in ziekenhuis X. Op 3 oktober 2021 werd bij haar een darmperforatie en multipel orgaanfalen vastgesteld. De rechtbank liet een deskundigenbericht opstellen door een gynaecoloog, die concludeerde dat de operatie volgens professionele standaard was uitgevoerd, maar dat de nazorg tekort schoot. De nazorg faalde doordat het ziekenhuis niet adequaat reageerde op meerdere telefoontjes van de schoondochter van eiseres, die ernstige symptomen meldde.

Het ziekenhuis had eiseres na het tweede telefoontje moeten adviseren om terug te komen, wat niet gebeurde. Hierdoor ontstond een cascade van ziekte met ernstige gevolgen. De rechtbank wijst aansprakelijkheid toe aan het ziekenhuis voor de gebrekkige nazorg, maar wijst andere gronden zoals onzorgvuldige operatie en schending informatieplicht af.

Voor de schadevaststelling wordt een aanvullend deskundigenbericht van een medisch specialist op een ander vakgebied dan gynaecologie bevolen. Partijen krijgen gelegenheid zich uit te laten over de benoeming van deze deskundige en de te beantwoorden vragen. Het ziekenhuis moet voorlopig voorschieten in de kosten van deze deskundige. De procedure wordt aangehouden en op een later moment voortgezet.

Uitkomst: Ziekenhuis is aansprakelijk voor gebrekkige nazorg na laparoscopie, zaak aangehouden voor aanvullend deskundigenonderzoek.

Uitspraak

RECHTBANK Rotterdam

Team handel en haven
Zaaknummer: C/10/660961 / HA ZA 23-555
Vonnis van 20 mei 2026
in de zaak van
[eiseres],
te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres] ,
advocaat: mr. M. Yavuzyiğitoğlu,
tegen
[ziekenhuis X],
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [ziekenhuis X] ,
advocaat: mr. M.L. Jinkes de Jong.

1.De zaak in het kort

1.1.
Deze zaak gaat over een darmperforatie die op 3 oktober 2021 bij [eiseres] is geconstateerd nadat zij op 30 september 2021 een laparoscopie (een kijkoperatie in de buikholte) onderging in [ziekenhuis X] . Eerder heeft de rechtbank een deskundigenbericht van een gynaecoloog bevolen om haar voor te lichten over de vraag of bij de operatie en in het natraject de nodige zorg in acht is genomen en zo nee, wat de situatie zou zijn geweest wanneer wel de nodige zorg zou zijn betracht. Dit deskundigenbericht is inmiddels uitgebracht.
1.2.
De rechtbank wijst opnieuw een tussenvonnis. Op basis van het deskundigenbericht van de gynaecoloog oordeelt de rechtbank namelijk dat [ziekenhuis X] onzorgvuldig heeft gehandeld in de nazorg en aansprakelijk is voor de schade die [eiseres] daardoor lijdt. Om die schade te kunnen begroten is een deskundigenbericht nodig van (een) medisch deskundige(n) met een ander specialisme. Voordat dit deskundigenbericht wordt bevolen, krijgen partijen de gelegenheid zich uit te laten over het specialisme en de persoon van de te benoemen deskundige(n), de door de deskundige(n) te beantwoorden vragen en de te verstrekken informatie over de medische voorgeschiedenis van [eiseres] .

2.De procedure

2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de tussenvonnissen van 20 maart 2024 en 21 augustus 2024,
- het deskundigenbericht van de door de rechtbank tot deskundige benoemde gynaecoloog,
- de loonbepaling deskundige van 1 april 2025,
- de aan [eiseres] verleende akte van niet dienen van 9 april 2025,
- de akte van [ziekenhuis X] ,
- de mondelinge behandeling van 7 januari 2026.
2.2.
De tussenvonnissen van 20 maart 2024 en 21 augustus 2024 zijn gewezen door een andere rechter (mr. A. Wijsman – van Veen) dan de rechter die dit vonnis wijst (mr. K.A. Baggerman). Dit is het gevolg van de het vertrek van mr. Wijsman – van Veen naar een andere rechtbank. Deze rechterswissel en de reden hiervoor zijn op 4 juli 2025 aan partijen medegedeeld, waarna op verzoek van [eiseres] een nieuwe mondelinge behandeling is bepaald.
2.3.
Ten slotte is vonnis bepaald.

3.De verdere beoordeling

Het deskundigenbericht
3.1.
In het tussenvonnis van 21 augustus 2024 heeft de rechtbank een schriftelijk
deskundigenbericht bevolen om haar voor te lichten over de vraag of bij de laparoscopie op 30 september 2021 en in het natraject de nodige zorg in acht is genomen en zo nee, wat de situatie zou zijn geweest wanneer wel de nodige zorg zou zijn betracht. Daarbij heeft de rechtbank prof. dr. F.W. Jansen tot deskundige benoemd en met de volgende beschrijving van de casus in het kort hem de volgende vragen gesteld:
Casus in het kort:
Op 30 september 2021 onderging [eiseres] in [ziekenhuis X] een laparoscopie in verband met de verdenking van een cyste op haar eierstok. Die operatie werd uitgevoerd door [naam arts] . Op 30 september 2021 is [eiseres] rond 19:30 uit het ziekenhuis ontslagen en op 3 oktober 2021 (omstreeks 4:00 uur) is [eiseres] opnieuw in het ziekenhuis opgenomen en is bij haar een perforatie van het laatste deel van de dunne darm en multipel orgaanfalen geconstateerd. Zowel op 1 oktober als op 2 oktober is er telefonisch contact geweest met het ziekenhuis. Vaststaand feit is dat de schoondochter van [eiseres] op 2 oktober 2021 met [ziekenhuis X] heeft gedeeld dat [eiseres] niets meer binnen kreeg en niets meer binnen hield, de kleur van haar braaksel donker bruin was en zij ook niet meer kon plassen.
Deel 1 van de vraagstelling gaat over de ingreep die op 30 september 2021 door [naam arts] is
uitgevoerd en deel II gaat over de nazorgfase.
la. Voelt u zich vrij te rapporteren in deze casus, in die zin dat u niet in een persoonlijke of zakelijke relatie staat tot de bij deze expertise betrokken patiënte, zorgverleners en ziekenhuis?
1b. Zijn de aan u verstrekte gegevens voldoende om de kwestie te beoordelen? Zo nee, wilt u aangeven welk aanvullend onderzoek u heeft verricht en/of welke gegevens u heeft opgevraagd?
Deel I De laparoscopie op 30 september 2021
Hoe hoort het in het algemeen te gaan?
2a. Kunt u voor de laparoscopie zoals verricht op 30 september 2021 aangeven waaruit
deze moet bestaan volgens de binnen de beroepsgroep bestaande professionele standaard?
2b. Kunt u aangeven wat voor de arts de mogelijke handelwijzen zijn als tijdens de
geneeskundige behandeling verklevingen van de darm aan de eierstok worden
geconstateerd?
2c. In welke situaties dienen de verschillende handelwijzen te worden gevolgd en wat is de achterliggende reden daarvan?
2d. Wilt u bij elk antwoord zoveel mogelijk verwijzen naar richtlijnen, protocollen en
literatuur, en de (digitale) vindplaats daarvan vermelden?
Hoe is het in dit geval gegaan?
3a. Kunt u op basis van de beschrijving in het medisch dossier en uw bevindingen bij
eventueel lichamelijk onderzoek, voor zover verricht, een beschrijving geven van de bij betrokkene verrichte ingreep op 30 september 2021?
3b. Voor zover een handeling niet duidelijk is, wilt u dit dan aangeven onder opgave van redenen?
3c. Is op het beeldmateriaal waar te nemen welke handeling er is verricht in de nabijheid van de verkleving van de darm op de eierstok?
3d. Voor welke van de onder 2b. bedoelde handelwijzen is in dit geval gekozen?
3e. Welke apparatuur is gebruikt voor het uitvoeren van deze handeling?
U moet de volgende vraag zo feitelijk mogelijk beantwoorden. U hoeft niet aan te geven in
hoeverre een eventuele afwijking aanvaardbaar, redelijk of verwijtbaar is.
4a. Kunt u aangeven of naar uw oordeel de behandelend arts heeft gehandeld volgens de op dat moment voor haar geldende professionele standaard?
4b. Als er niet volgens de professionele standaard is gehandeld, kunt u dan aangeven in hoeverre dat niet is gebeurd en hoe er anders had moeten en kunnen worden gehandeld?
Vraag 5 hoeft u alleen te beantwoorden indien u bij vraag 4 heeft aangegeven dat de
behandelend arts niet heeft gehandeld volgens de op dat moment voor haar geldende
professionele standaard.
5. Zou, wanneer de arts wel zou hebben gehandeld volgens de voor haar geldende professionele standaard, de 3 oktober 2021 geconstateerde darmperforatie zijn
voorkomen?
Deel II De nazorg tussen het ontslag uit het ziekenhuis op 30 september 2021 en de
heropname op 3 oktober 2021
Hoe hoort het in het algemeen te gaan?
6a. Kunt u voor de nabehandeling aangeven waaruit deze moet bestaan volgens de binnen de beroepsgroep bestaande professionele standaard?
6b. Wanneer mag een patiënt worden ontslagen na een laparoscopie zoals bij [eiseres]
uitgevoerd?
6c. Als eenmaal naar huis ontslagen, bij welke signalen/verschijnselen dient een patiënt na een laparoscopie zoals [eiseres] heeft ondergaan direct terug te worden gezien?.
6d. Wilt u bij elk antwoord zoveel mogelijk verwijzen naar richtlijnen, protocollen en
literatuur, en de (digitale) vindplaats daarvan vermelden?
Hoe is het in dit geval gegaan?
7a. Kunt u op basis van de onder de beschrijving van de casus in het kort weergegeven
feiten waaronder de symptomen die op 2 oktober 2021 door de schoondochter met het ziekenhuis zijn gedeeld en de beschrijving in het medisch dossier een beschrijving geven van de nazorg zoals verleend aan betrokkene?
7b. Voor zover een handeling niet duidelijk is, wilt u dit dan aangeven onder opgave van redenen?
U moet de volgende vraag zo feitelijk mogelijk beantwoorden. U hoeft niet aan te geven in
hoeverre een eventuele afwijking aanvaardbaar, redelijk of verwijtbaar is.
8a. Kunt u aangeven of naar uw oordeel de zorgverleners in het ziekenhuis hebben
gehandeld volgens de op dat moment voor hen geldende professionele standaard?
8b. Als er niet volgens de professionele standaard is gehandeld, kunt u dan aangeven in
hoeverre dat niet is gebeurd en hoe er anders had moeten en kunnen worden
gehandeld?
Vraag 9 hoeft u alleen te beantwoorden indien u bij vraag 8 heeft aangegeven dat de behandelaars in het ziekenhuis niet hebben gehandeld volgens de op dat moment voor hen geldende professionele standaard.
9a. Had, wanneer wel zou zijn gehandeld volgens de geldende professionele standaard, het ziekenhuis [eiseres] eerder terug moeten laten komen dan op 3 oktober 2021
omstreeks 4:00 uur?
9b. Op welk moment zou [eiseres] in dat geval naar het ziekenhuis teruggeroepen hebben moeten worden?
9c. Zou [eiseres] , wanneer zij op dat eerdere moment in het ziekenhuis zou zijn
teruggezien een kans hebben gehad op beperktere lichamelijke gevolgen van de
darmperforatie?
Slotvraag
10. Heeft u nog opmerkingen die van belang zouden kunnen zijn voor de beoordeling van deze zaak door de rechter?
3.2.
De deskundige heeft de door de rechtbank aan hem gestelde vragen in een uitgebreid deskundigenbericht beantwoord met verwijzingen naar relevante literatuur. In zijn deskundigenbericht schrijft hij, voor zover hier van belang:
Bij deel I:
in zijn antwoord op vraag 2b:
“Wanneer er verklevingen worden gezien kunnen deze losgemaakt worden zowel
stompals
scherp.De eerste methode wordt veelal in het diagnostisch traject toe(ge)past om te bezien hoe
strafadhesies zijn. Wanneer zij echter met een chirurgisch doel losgemaakt dienen te worden prefereert de scherpe methode met een laparoscopische schaar.
In de onderhavige casus was sprake van een ‘diagnostische’ beoordeling en dit is
stompgebeurd. Dit is een in onze beroepsgroep erkende methode. […]”
in zijn antwoord op vraag 3c:
“Op de digitaal aangeleverde beelden doe ik de volgende waarnemingen:
[…]
  • Om 10’15 is het beeld mij niet geheel duidelijk of hier het losprepareren behelst van het fimbrieel uiteinde, of dat het toch darm is?
  • Er wordt niet gespoeld om dit nader te bezien.
[…]
Kortom, in retrospect en met de uitkomst bekend zijnde, is vanuit de digitaal aangeleverde beelden, het mij niet duidelijk/mogelijk aan te geven waar en wanneer het darmletsel is ontstaan.
Wel zie ik dat de operatie, cq. de diagnostiek naar de cyste (die er niet was) gegaan is zoals ik van een collega mag/kan verwachten. Ik zie geen vreemde 'onverantwoorde' handelingen in deze videobeelden. Ook zie ik het darmletsel niet ontstaan, tenzij de hierboven beschreven stap (10'15) het openen van de darm was? Overigens zie ik hierbij enkel wat bloederig weefsel en geen evidente darminhoud.
Naar aanleiding van de concept rapportage kwam de vraag: er is
niet gespoeld om nader te bezien of er geen darmletsel was ontstaan. Had dit dan niet gedaan moeten worden?
Het spoelen- of niet spoelen is een kwestie van
authority basedhandelen. […]
Kortom, het spoelen van de buik/het operatieterrein is geen verplichting of aanbeveling bij welke laparoscopische ingreep dan ook, weergegeven vanuit de professionele standaard.”
in zijn antwoord op vraag 4a:
“Zoals aangegeven in bovenstaande antwoorden, heeft behandelend arts, in mijn optiek, gehandeld volgens de op dat moment geldende professionele standaard. Ik baseer dit op zowel de verslaglegging, persoonlijke mondelinge toelichting als gestaafd aan de geraadpleegde literatuur en geleverde videobeelden.”
Bij deel II:
in zijn antwoord op vraag 6a:
“ […]
Momenteel zijn de criteria zo, dat wanneer de patiënt stabiel is na een ingreep zo snel mogelijk de ontslag procedure wordt ingezet. Bij een diagnostische laparoscopie is het gebruikelijk dat patiënte diezelfde dag naar huis wordt ontslagen. Met dien verstande dat er instructies worden meegegeven, zoals in de folder vermeld. Echter, door gebrek aan wetenschappelijke onderbouwing zijn herstel adviezen veelal algemeen, weinig gestructureerd en onvoldoende geïndividualiseerd en kent daardoor inherent valkuilen.
In onderhavige casus is ontslag op dezelfde dag een gebruikelijke gang van zaken in de beroepsgroep. […]”
in zijn antwoord op vraag 7a:
“Graag breng ik een aantal feiten/zaken/observaties onder de aandacht:
Mevrouw [eiseres] is geopereerd op een donderdag (30 september 2021) en diezelfde dag ontslagen.
De dagen/momenten van melding, dat het
niet goed ginghebben deels in het weekend plaatsgevonden. Dat betekent dat er een weekenddienst gedraaid werd door de artsen/ zorgverleners en er dus een andere
continuïteit van zorgwas.
Mevrouw [eiseres] haar schoondochter, die tot 3x toe belde, spreekt zeer goed Nederlands, werkt in de zorg, en komt mij zeer adequaat over in het 'overbrengen' van haar zorgen ten aanzien van het 'zorgwekkende' postoperatieve beloop van mw. [eiseres] .
Zij zou de symptomen hebben doorgegeven van
toename buikpijn, braken en later koorts (vanaf 2e dag) en zij werd geel.
Wie de schoondochter precies heeft gesproken, weet zij niet meer. Wel dat het
eerste telefoontje was op 1 oktober (vrijdag) in de middag met de afdeling, 2e in de avond eveneens op 1 oktober, 3e op 2 oktober met ophalen recept Diclofenac. In de nacht van 3 oktober werd met spoed naar het ziekenhuis gegaan daar de echtgenoot zijn vrouw bij thuiskomst naast het bed op de grond vond in zeer zieke toestand.
4. Uit de notities in de status, worden deze bovenstaande klachten niet specifiek weergegeven. Er heeft wel overleg een keer plaatsgevonden met de dienstdoende superviserende gynaecoloog. Maar het lijkt, in mijn optiek, duidelijk dat men is blijven 'hangen' in de diagnose 'diagnostische laparoscopie'. De kans op complicaties is daarin zeer laag en enige verdenking op darmletsel (tijdens de ingreep) was er niet. Echter, juist uit de (ook reeds oude) literatuur blijkt, dat ook deze ingrepen, en waar je het niet verwacht, (ernstige) complicaties kunnen optreden. Het 'onderbuiksgevoel/klinische ervaring' lijkt hier te hebben ontbroken. Een patiënte die na een 'ongecompliceerde' diagnostische laparoscopie meer medicatie nodig heeft dan enkel Paracetamol, tot 3x toe belt dat het
niet goed gaaten
symptomen vertoontdie niet bij een gewoon postoperatief beloop horen (toename pijn, braken) dient m.i. onverwijld terug gezien te worden in het ziekenhuis. Ook vanuit de literatuur wordt dit weergegeven.
Naar aanleiding van de concept rapportage kwam de vraag naar voren:
is het voorschrijven van vijf dagen naproxen in deze situatie niet ongebruikelijk. Wilt u daarop reageren? Wat is in uw visie de professionele standaard ten aanzien van pijnmedicatie na een laparoscopische procedure?
Het voorschrijven van paracetamol en/of daarna naproxen is gebruikelijk voorschrijfgedrag. Echter, wanneer een patiënt daarna aangeeft dat dat onvoldoende werkt, kan overgestapt worden naar een (zwaarder) niet-opioïde, zwak-werkend opioïde: tramadol.
Het lijkt echter, in mijn optiek, een logisch klinisch gedachtegoed je af te vragen waarom deze eerste medicatiestap bij een zo 'eenvoudige ingreep' onvoldoende werkt. Zeker wanneer herhaaldelijk en op dezelfde dag wordt aangegeven dat er onvoldoende effect is, cq. de klachten verergeren, op de voorgeschreven medicatie. Tevens zou bij het serieus nemen van de klacht over gestapt dienen te worden naar (stap 2) tramadol. […]”
in zijn antwoord op vraag 7b:
“In mijn optiek heeft het 'niet-pluis' gevoel bij alle zorgverleners vanaf het tweede telefoontje van de schoondochter ontbroken. Dit is niet om met een wijzende vinger te wijzen naar één specifieke zorgverlener, maar de signalen van de 'ernst' zijn letterlijk tussen 'wal en schip' gevallen, mogelijk ook door bovenstaande feiten/zaken. Dat is in mijn optiek verwijtbaar.
Deze constatering doe ik, weliswaar vanuit een retrospectieve beoordeling met
hindsight bias, maar de organisatie van zorg was hier in mijn optiek niet op orde.”
in zijn antwoord op vraag 8a:
“Zoals aangegeven in antwoorden bij vraag 7 heeft ieder gehandeld volgens (het gevoel van) de professionele standaard, maar is door het niet aanwezig zijn van 'continuïteit' en 'centrale regie' de symptomen niet (h)erkend.”
in zijn antwoord op vraag 8b:
“Het 'niet-pluis gevoel' heeft in mijn optiek ontbroken.
Er is geen beschreven professionele standaard waarin precies staat beschreven wanneer en bij welke ernst van symptomen een patiënt 'direct' dient terug te keren naar het ziekenhuis. In de huidige tijd waarbij patiënten snel worden ontslagen na een operatie (hetgeen vele voordelen heeft) verdient het na-traject juist extra aandacht en voorzichtigheid. Immers de (te verwachten) complicaties vallen in de thuis situatie. Dat hier bij een diagnostische laparoscopie een tweede keer gemeld werd dat het thuis 'niet goed ging', had, in mijn optiek, alarmbellen moeten doen laten rinkelen.”
in zijn antwoord op vraag 9a:
“Gezien bovenstaande en antwoord bij vraag 7a. had Mw [eiseres] bij het tweede telefoontje geadviseerd dienen te worden langs te komen. Dus op 1 of 2 oktober.”
in zijn antwoord op vraag 9c:
“Dit antwoord blijft uiteraard speculatief.
Echter, patiënte was bij opname septisch en had een hoge MEWS score. Het ontstaan van die verschijnselen heeft een voortraject. Daarop is alarm geslagen door de familie, maar niet als zodanig opgepakt door de geraadpleegde zorgverleners.
Wanneer eerder geacteerd was, was patiënte mogelijk niet in deze cascade van ziekte beland en zou de schade wellicht beperkt zijn geweest. Daarover is geen literatuur die bewijst dat eerder ingrijpen minder morbiditeit geeft. Edoch een darmperforatie is een zeer 'gevaarlijke', soms sluipende maar tevens acute complicatie en daar dient bij elke (diagnostische) laparoscopische ingreep rekening
mee gehouden te worden. Hoe eerder de diagnose, hoe minder de morbiditeit. […]”
in zijn antwoord op vraag 10:
“Ik realiseer mij dat de beoordeling in retrospect een bias heeft.
Deze casus beoordelend kom ik tot de opinie dat het eerste deel (laparoscopie) goed gedaan is (volgens de professionele standaard), maar niet goed gegaan is. Ten aanzien van het tweede deel (nazorg) is dit niet goed gedaan en is het derhalve ook niet goed gegaan.”
3.3.
Voordat de rechtbank overgaat tot het beoordelen van de zienswijze van de deskundige, moet zij beslissen op het bezwaar van [ziekenhuis X] tegen de akte die [eiseres] op 19 december 2025 heeft ingediend.
De rechtbank weigert de akte van [eiseres]
3.4.
Op 19 december 2025 heeft [eiseres] ten behoeve van de mondelinge behandeling op 7 januari 2025 een akte met de titel ‘akte overlegging producties’ ingediend met twee medische adviezen. [ziekenhuis X] maakt bezwaar tegen het indienen van deze akte.
3.5.
Het bezwaar van [ziekenhuis X] slaagt op grond van het volgende.
3.6.
In de akte laat [eiseres] zich aan de hand van de bijgevoegde medische adviezen uit over het deskundigenbericht. Die proceshandeling is niet toelaatbaar. Aan [eiseres] is namelijk op 9 april 2025 ter zake van de akte na deskundigenbericht akte van niet dienen verleend. Daarmee is het recht om die proceshandeling alsnog te verrichten vervallen. Die beslissing is een eindbeslissing waarvan de rechtbank alleen in bijzondere omstandigheden kan terugkomen. Bijzondere omstandigheden die dat kunnen rechtvaardigen heeft [eiseres] niet gesteld. Zij heeft slechts verwezen naar de mogelijkheid om tot 14 dagen voor de mondelinge behandeling stukken in te sturen en dat kan haar niet baten. De mondelinge behandeling die naar aanleiding van de rechterswissel is bevolen, brengt namelijk geen verandering in de aan [eiseres] verleende akte van niet dienen en de gevolgen daarvan.
3.7.
De rechtbank weigert daarom de akte met bijbehorende producties die [eiseres] op 19 december 2025 indiende en laat die buiten het procesdossier. Dit betekent dat ook de ter zitting gedane verwijzingen naar de inhoud van de akte buiten beschouwing blijven. Anders dan [ziekenhuis X] ter zitting heeft betoogd, betekent dat niet dat [eiseres] zich niet meer mag uitlaten over het tijdstip waarop het door de deskundige bedoelde tweede telefoontje van de schoondochter plaatsvond. Dat valt namelijk niet onder het zich uitlaten over de inhoud van het deskundigenbericht, maar onder het zich uitlaten over de feiten die voor het vervolgonderzoek van belang zijn. Het recht daarop is niet vervallen.
De rechtbank neemt de conclusies van de deskundige over
3.8.
De rechtbank neemt de conclusies van de deskundige over omdat deze goed onderbouwd en begrijpelijk zijn en partijen daartegen geen bezwaren hebben geuit. Ook staat vast dat prof. dr. Jansen voldoende deskundig is en dat het deskundigenbericht op procedureel juiste wijze tot stand is gekomen.
3.9.
Samengevat luiden de conclusies van de deskundige:
I. dat de behandelend arts bij de laparoscopie op 30 september 2021 heeft gehandeld volgens de op dat moment geldende professionele standaard,
II. dat ontslag op dezelfde dag in de onderhavige casus een gebruikelijke gang van zaken in de beroepsgroep is,
III. dat de nazorg niet goed is gedaan, omdat door het niet aanwezig zijn van ‘continuïteit’ en ‘centrale regie’ het ‘niet-pluis-gevoel’ bij alle zorgverleners vanaf het tweede telefoontje van de schoondochter heeft ontbroken,
IV. dat [eiseres] na het tweede telefoontje van haar schoondochter geadviseerd had moeten worden om langs te komen,
V. dat wanneer er eerder geacteerd was, [eiseres] mogelijk niet in deze cascade van ziekte beland was en de schade wellicht beperkt zou zijn geweest.
[ziekenhuis X] is alleen op grond van onzorgvuldig handelen in de nazorg aansprakelijk
3.10.
Uit de hiervoor onder III en IV vermelde conclusies volgt dat [ziekenhuis X] vanaf het tweede telefoontje van de schoondochter niet de zorg van een goed hulpverlener in acht heeft genomen en niet heeft gehandeld in overeenstemming met de op haar rustende verantwoordelijkheid, voortvloeiend uit de voor hulpverleners geldende professionele standaard door [eiseres] niet te adviseren om langs te komen (verder: de fout). Dit is een (toerekenbare) tekortkoming in de nakoming van de geneeskundige behandelingsovereenkomst en [ziekenhuis X] is aansprakelijk voor de schade die [eiseres] daardoor heeft geleden en lijdt.
3.11.
De overige gronden waarop [eiseres] de aansprakelijkheid van [ziekenhuis X] heeft gebaseerd treffen geen doel. De rechtbank licht dit toe als volgt.
3.12.
De rechtbank wijst de gestelde aansprakelijkheid van [ziekenhuis X] op grond van onzorgvuldige uitvoering van de operatie (de laparoscopie op 30 september 2021) af. Uit de onder 3.9 onder I vermelde conclusie volgt namelijk dat daarvan geen sprake is geweest.
3.13.
Daarnaast heeft [eiseres] de aansprakelijkheid van [ziekenhuis X] nog gebaseerd op schending van de informatieplicht en de redelijkheid en billijkheid. Die laatste grond heeft de rechtbank al in het tussenvonnis van 20 maart 2024 (onder 5.2) verworpen. Ook heeft de rechtbank in dat tussenvonnis (onder 5.7) al beslist dat de gestelde schending van de informatieplicht niet tot toewijzing van de vorderingen van [eiseres] kan leiden, omdat [eiseres] als redelijk handelend patiënt in de gegeven omstandigheden niet zou hebben afgezien van de operatie indien zij wel voldoende zou zijn geïnformeerd.
3.14.
In het kader van de na te melden discussie over het aanleveren van informatie over haar medische voorgeschiedenis, heeft [eiseres] gesteld dat de artsen die medische voorgeschiedenis ook voorafgaand aan de laparoscopie met haar hadden moeten bespreken. Indien [eiseres] daarmee wil bereiken dat de rechtbank terugkomt van haar voormelde beslissing over de schending van de informatieplicht, treft dat geen doel. Die beslissing is namelijk een eindbeslissing waarvan de rechtbank alleen in bijzondere omstandigheden kan terugkomen. De suggestie dat de artsen in het kader van de informatieplicht meer met [eiseres] hadden moeten bespreken dan [eiseres] eerder heeft gesteld, is daarvoor niet voldoende.
3.15.
Uit dit alles volgt dat van de gestelde gronden voor aansprakelijkheid van [ziekenhuis X] alleen het beroep op onzorgvuldig handelen in de nazorg doel treft.
Er is een nog een deskundigenbericht nodig
3.16.
Uit de onder 3.9 onder IV vermelde conclusie volgt dat [eiseres] in de hypothetische situatie zonder de fout een kans zou hebben gehad op beperktere lichamelijke gevolgen van de darmperforatie. Hiermee is gegeven dat de fout mogelijk tot schade heeft geleid.
3.17.
Om de schade te kunnen begroten moet de rechtbank beoordelen wat in de hypothetische situatie zonder de fout het precieze behandelresultaat zou zijn geweest, dan wel hoe groot de kans op een beter behandelresultaat zou zijn geweest. De rechtbank wil daarvoor een onderzoek door (een) medisch deskundige(n) op een ander vakgebied dan een gynaecoloog (bijvoorbeeld een maag-lever-darmarts) laten instellen.
3.18.
Partijen hebben ermee ingestemd dat dit deskundigenonderzoek in deze procedure zal plaatsvinden. Voordat daartoe wordt overgegaan, zal de rechtbank hen in de gelegenheid stellen zich bij akte uit te laten over:
  • het aantal en het specialisme van de te benoemen deskundige(n);
  • de persoon van de te benoemen deskundige(n);
  • de aan de deskundige(n) voor te leggen vragen.
3.19.
De rechtbank ziet in de fout en de daaruit voortvloeiende aansprakelijkheid van [ziekenhuis X] aanleiding om te bepalen dat het voorschot op de kosten van de deskundige(n) door [ziekenhuis X] moet worden betaald.
3.20.
In het eindvonnis zal de rechtbank beslissen wie van partijen uiteindelijk de kosten van de deskundige(n) moet betalen.
3.21.
De rechtbank gaat er vooralsnog vanuit dat benoeming van één deskundige volstaat en dat partijen in onderling overleg overeenstemming bereiken over de persoon die als deskundige gaat optreden. Voor zover partijen daarover geen overeenstemming kunnen bereiken en om die reden iedere partij een deskundige voorstelt, moeten partijen gemotiveerd aangeven waarom zij de voorkeur geven aan de door henzelf voorgestelde deskundige en waarom de door de wederpartij voorgestelde deskundige niet voor benoeming in aanmerking mag komen. Daarbij valt te denken aan zwaarwegende redenen als gebrek aan deskundigheid of gerechtvaardigde twijfels met betrekking tot de onpartijdigheid van de deskundige. Die zwaarwegende redenen moeten worden onderbouwd. De rechtbank zal dan, na weging van de onderbouwing vóór en tegen de benoeming van een potentiële deskundige, een door partijen aangedragen deskundige of een andere deskundige benoemen.
Informatie over de medische voorgeschiedenis van [eiseres]
3.22.
Met het oog op het te bevelen deskundigenbericht verlangt [ziekenhuis X] dat [eiseres] het volledige huisartsenjournaal over de vijf jaar voor de laparoscopie overlegt. [eiseres] heeft daar vooralsnog niet mee ingestemd.
3.23.
De rechtbank onderschrijft dat [eiseres] informatie over haar medische voorgeschiedenis dient te verstrekken, maar niet dat zij het volledige (ongefilterde) huisartsenjournaal over de vijf jaar voor de laparoscopie moet overleggen. Zij licht dit toe als volgt.
3.24.
De te benoemen medisch deskundige(n) zal/zullen informatie over de medische voorgeschiedenis van [eiseres] nodig hebben om inzicht te krijgen in de gezondheidssituatie van [eiseres] ten tijde van de laparoscopie op 30 september 2021 en de hypothetische situatie zonder de fout. De te benoemen deskundige(n) zal/zullen de medische informatie die hij/zij nodig vindt/vinden zelf mogen opvragen, maar dat zal de totstandkoming van het deskundigenbericht vertragen. Het verdient daarom de voorkeur dat de relevante medische informatie al voor de aanvang van het onderzoek van de deskundige(n) wordt aangeleverd.
3.25.
De vraag wat [eiseres] aan informatie over haar medische voorgeschiedenis moet verstrekken moet worden beantwoord aan de hand van de uitgangspunten in onderdeel 3 van de medische paragraaf van de Gedragscode Behandeling Letselschade (GBL) en met name het proportionaliteitsvereiste. Dit houdt in dat de medische informatie die moet worden verzameld en uitgewisseld niet meer moet zijn dan in het concrete geval noodzakelijk is voor een eerlijke en voorspoedige beoordeling van de letselschadeclaim van de benadeelde. Onder 3.3.2 van de medische paragraaf bij de GBL is toegelicht wat dit voor de goede praktijk bij het opvragen van informatie over de medische voorgeschiedenis inhoudt.
3.26.
Gelet op dat proportionaliteitsvereiste en die toelichting gaat het naar het oordeel van de rechtbank op dit moment te ver om van [eiseres] te verlangen dat zij het ongefilterde huisartsenjournaal van vijf jaar voor de laparoscopie op 30 september 2021 verstrekt. Alleen de niet onderbouwde stelling van [ziekenhuis X] dat artsen waarmee de zaak is besproken verbaasd zijn over de onevenredige gevolgen is daarvoor niet voldoende.
3.27.
Dit alles leidt ertoe dat de rechtbank partijen adviseert om – al dan niet via hun medisch adviseurs – met elkaar in overleg te treden en te proberen aan de hand van paragraaf 3.3.2 van de medische paragraaf bij de GBL tot overeenstemming te komen over de informatie over de medische voorgeschiedenis die aan de te benoemen medische deskundige(n) moet worden verstrekt. Partijen zullen zich in hun akte ook dienen uit te laten over het resultaat van dat overleg.
Het vervolg van de procedure
3.28.
De rechtbank zal de zaak naar de rol verwijzen, zodat partijen zich bij akte kunnen uitlaten als vermeld onder 3.18 en 3.27. Partijen moeten hun conceptakte uiterlijk een week vóór de roldatum naar elkaar toesturen, zodat zij in hun definitieve akte op de akte van de wederpartij kunnen reageren.
3.29.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

4.De beslissing

De rechtbank
4.1.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van
woensdag 17 juni 2026om beide partijen in de gelegenheid te stellen een akte in te dienen waarin zij zich uitlaten als vermeld onder 3.18 en 3.27,
4.2.
bepaalt dat partijen elkaar uiterlijk een week vóór de genoemde roldatum hun conceptakte moeten toesturen, zodat zij ieder in hun eigen akte nog kunnen reageren op de standpunten van de wederpartij,
4.3.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. K.A. Baggerman en in het openbaar uitgesproken op
20 mei 2026.
2515/2537