3.2.De deskundige heeft de door de rechtbank aan hem gestelde vragen in een uitgebreid deskundigenbericht beantwoord met verwijzingen naar relevante literatuur. In zijn deskundigenbericht schrijft hij, voor zover hier van belang:
in zijn antwoord op vraag 2b:
“Wanneer er verklevingen worden gezien kunnen deze losgemaakt worden zowel
stompals
scherp.De eerste methode wordt veelal in het diagnostisch traject toe(ge)past om te bezien hoe
strafadhesies zijn. Wanneer zij echter met een chirurgisch doel losgemaakt dienen te worden prefereert de scherpe methode met een laparoscopische schaar.
In de onderhavige casus was sprake van een ‘diagnostische’ beoordeling en dit is
stompgebeurd. Dit is een in onze beroepsgroep erkende methode. […]”
in zijn antwoord op vraag 3c:
“Op de digitaal aangeleverde beelden doe ik de volgende waarnemingen:
[…]
- Om 10’15 is het beeld mij niet geheel duidelijk of hier het losprepareren behelst van het fimbrieel uiteinde, of dat het toch darm is?
- Er wordt niet gespoeld om dit nader te bezien.
[…]
Kortom, in retrospect en met de uitkomst bekend zijnde, is vanuit de digitaal aangeleverde beelden, het mij niet duidelijk/mogelijk aan te geven waar en wanneer het darmletsel is ontstaan.
Wel zie ik dat de operatie, cq. de diagnostiek naar de cyste (die er niet was) gegaan is zoals ik van een collega mag/kan verwachten. Ik zie geen vreemde 'onverantwoorde' handelingen in deze videobeelden. Ook zie ik het darmletsel niet ontstaan, tenzij de hierboven beschreven stap (10'15) het openen van de darm was? Overigens zie ik hierbij enkel wat bloederig weefsel en geen evidente darminhoud.
Naar aanleiding van de concept rapportage kwam de vraag: er is
niet gespoeld om nader te bezien of er geen darmletsel was ontstaan. Had dit dan niet gedaan moeten worden?
Het spoelen- of niet spoelen is een kwestie van
authority basedhandelen. […]
Kortom, het spoelen van de buik/het operatieterrein is geen verplichting of aanbeveling bij welke laparoscopische ingreep dan ook, weergegeven vanuit de professionele standaard.”
in zijn antwoord op vraag 4a:
“Zoals aangegeven in bovenstaande antwoorden, heeft behandelend arts, in mijn optiek, gehandeld volgens de op dat moment geldende professionele standaard. Ik baseer dit op zowel de verslaglegging, persoonlijke mondelinge toelichting als gestaafd aan de geraadpleegde literatuur en geleverde videobeelden.”
in zijn antwoord op vraag 6a:
“ […]
Momenteel zijn de criteria zo, dat wanneer de patiënt stabiel is na een ingreep zo snel mogelijk de ontslag procedure wordt ingezet. Bij een diagnostische laparoscopie is het gebruikelijk dat patiënte diezelfde dag naar huis wordt ontslagen. Met dien verstande dat er instructies worden meegegeven, zoals in de folder vermeld. Echter, door gebrek aan wetenschappelijke onderbouwing zijn herstel adviezen veelal algemeen, weinig gestructureerd en onvoldoende geïndividualiseerd en kent daardoor inherent valkuilen.
In onderhavige casus is ontslag op dezelfde dag een gebruikelijke gang van zaken in de beroepsgroep. […]”
in zijn antwoord op vraag 7a:
“Graag breng ik een aantal feiten/zaken/observaties onder de aandacht:
Mevrouw [eiseres] is geopereerd op een donderdag (30 september 2021) en diezelfde dag ontslagen.
De dagen/momenten van melding, dat het
niet goed ginghebben deels in het weekend plaatsgevonden. Dat betekent dat er een weekenddienst gedraaid werd door de artsen/ zorgverleners en er dus een andere
continuïteit van zorgwas.
Mevrouw [eiseres] haar schoondochter, die tot 3x toe belde, spreekt zeer goed Nederlands, werkt in de zorg, en komt mij zeer adequaat over in het 'overbrengen' van haar zorgen ten aanzien van het 'zorgwekkende' postoperatieve beloop van mw. [eiseres] .
Zij zou de symptomen hebben doorgegeven van
toename buikpijn, braken en later koorts (vanaf 2e dag) en zij werd geel.
Wie de schoondochter precies heeft gesproken, weet zij niet meer. Wel dat het
eerste telefoontje was op 1 oktober (vrijdag) in de middag met de afdeling, 2e in de avond eveneens op 1 oktober, 3e op 2 oktober met ophalen recept Diclofenac. In de nacht van 3 oktober werd met spoed naar het ziekenhuis gegaan daar de echtgenoot zijn vrouw bij thuiskomst naast het bed op de grond vond in zeer zieke toestand.
4. Uit de notities in de status, worden deze bovenstaande klachten niet specifiek weergegeven. Er heeft wel overleg een keer plaatsgevonden met de dienstdoende superviserende gynaecoloog. Maar het lijkt, in mijn optiek, duidelijk dat men is blijven 'hangen' in de diagnose 'diagnostische laparoscopie'. De kans op complicaties is daarin zeer laag en enige verdenking op darmletsel (tijdens de ingreep) was er niet. Echter, juist uit de (ook reeds oude) literatuur blijkt, dat ook deze ingrepen, en waar je het niet verwacht, (ernstige) complicaties kunnen optreden. Het 'onderbuiksgevoel/klinische ervaring' lijkt hier te hebben ontbroken. Een patiënte die na een 'ongecompliceerde' diagnostische laparoscopie meer medicatie nodig heeft dan enkel Paracetamol, tot 3x toe belt dat het
niet goed gaaten
symptomen vertoontdie niet bij een gewoon postoperatief beloop horen (toename pijn, braken) dient m.i. onverwijld terug gezien te worden in het ziekenhuis. Ook vanuit de literatuur wordt dit weergegeven.
Naar aanleiding van de concept rapportage kwam de vraag naar voren:
is het voorschrijven van vijf dagen naproxen in deze situatie niet ongebruikelijk. Wilt u daarop reageren? Wat is in uw visie de professionele standaard ten aanzien van pijnmedicatie na een laparoscopische procedure?
Het voorschrijven van paracetamol en/of daarna naproxen is gebruikelijk voorschrijfgedrag. Echter, wanneer een patiënt daarna aangeeft dat dat onvoldoende werkt, kan overgestapt worden naar een (zwaarder) niet-opioïde, zwak-werkend opioïde: tramadol.
Het lijkt echter, in mijn optiek, een logisch klinisch gedachtegoed je af te vragen waarom deze eerste medicatiestap bij een zo 'eenvoudige ingreep' onvoldoende werkt. Zeker wanneer herhaaldelijk en op dezelfde dag wordt aangegeven dat er onvoldoende effect is, cq. de klachten verergeren, op de voorgeschreven medicatie. Tevens zou bij het serieus nemen van de klacht over gestapt dienen te worden naar (stap 2) tramadol. […]”
in zijn antwoord op vraag 7b:
“In mijn optiek heeft het 'niet-pluis' gevoel bij alle zorgverleners vanaf het tweede telefoontje van de schoondochter ontbroken. Dit is niet om met een wijzende vinger te wijzen naar één specifieke zorgverlener, maar de signalen van de 'ernst' zijn letterlijk tussen 'wal en schip' gevallen, mogelijk ook door bovenstaande feiten/zaken. Dat is in mijn optiek verwijtbaar.
Deze constatering doe ik, weliswaar vanuit een retrospectieve beoordeling met
hindsight bias, maar de organisatie van zorg was hier in mijn optiek niet op orde.”
in zijn antwoord op vraag 8a:
“Zoals aangegeven in antwoorden bij vraag 7 heeft ieder gehandeld volgens (het gevoel van) de professionele standaard, maar is door het niet aanwezig zijn van 'continuïteit' en 'centrale regie' de symptomen niet (h)erkend.”
in zijn antwoord op vraag 8b:
“Het 'niet-pluis gevoel' heeft in mijn optiek ontbroken.
Er is geen beschreven professionele standaard waarin precies staat beschreven wanneer en bij welke ernst van symptomen een patiënt 'direct' dient terug te keren naar het ziekenhuis. In de huidige tijd waarbij patiënten snel worden ontslagen na een operatie (hetgeen vele voordelen heeft) verdient het na-traject juist extra aandacht en voorzichtigheid. Immers de (te verwachten) complicaties vallen in de thuis situatie. Dat hier bij een diagnostische laparoscopie een tweede keer gemeld werd dat het thuis 'niet goed ging', had, in mijn optiek, alarmbellen moeten doen laten rinkelen.”
in zijn antwoord op vraag 9a:
“Gezien bovenstaande en antwoord bij vraag 7a. had Mw [eiseres] bij het tweede telefoontje geadviseerd dienen te worden langs te komen. Dus op 1 of 2 oktober.”
in zijn antwoord op vraag 9c:
“Dit antwoord blijft uiteraard speculatief.
Echter, patiënte was bij opname septisch en had een hoge MEWS score. Het ontstaan van die verschijnselen heeft een voortraject. Daarop is alarm geslagen door de familie, maar niet als zodanig opgepakt door de geraadpleegde zorgverleners.
Wanneer eerder geacteerd was, was patiënte mogelijk niet in deze cascade van ziekte beland en zou de schade wellicht beperkt zijn geweest. Daarover is geen literatuur die bewijst dat eerder ingrijpen minder morbiditeit geeft. Edoch een darmperforatie is een zeer 'gevaarlijke', soms sluipende maar tevens acute complicatie en daar dient bij elke (diagnostische) laparoscopische ingreep rekening
mee gehouden te worden. Hoe eerder de diagnose, hoe minder de morbiditeit. […]”
in zijn antwoord op vraag 10:
“Ik realiseer mij dat de beoordeling in retrospect een bias heeft.
Deze casus beoordelend kom ik tot de opinie dat het eerste deel (laparoscopie) goed gedaan is (volgens de professionele standaard), maar niet goed gegaan is. Ten aanzien van het tweede deel (nazorg) is dit niet goed gedaan en is het derhalve ook niet goed gegaan.”