Partijen hebben sinds 2022 samengewerkt op basis van meerdere overeenkomsten voor de bouw en installatie van een besturingssysteem. Gedaagde heeft de samenwerking rechtsgeldig opgezegd per 1 juli 2025. Eiser vordert betaling van drie openstaande facturen, waarvan gedaagde slechts gedeeltelijk erkent.
De rechtbank beoordeelt dat gedaagde de huur van de server tot juni 2025 heeft voldaan en de server tijdig heeft teruggegeven, waardoor de afkoopsom niet toewijsbaar is. Voor de douane-gerelateerde werkzaamheden is vastgesteld dat gedaagde de uren voor voorbereidende werkzaamheden op verzoek moet vergoeden, maar slechts voor 22 uren plus reiskosten, omdat overige uren onvoldoende zijn onderbouwd.
De factuur voor installatie en inbedrijfstelling van 19 tanks is grotendeels toewijsbaar, met uitzondering van uren besteed aan een gesprek met een concurrent, waarvoor geen grondslag bestaat. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 10.196,49 plus contractuele rente en € 876,96 aan buitengerechtelijke incassokosten. Proceskosten worden gecompenseerd.