Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:6718

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
30 april 2026
Publicatiedatum
11 juni 2026
Zaaknummer
NL:TZ:2606826:R-RK
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 lid 1 Verordening (EU) 2015/848Art. 284 FaillissementswetArt. 295 FaillissementswetArt. 296 FaillissementswetArt. 310 Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek tot toelating Wsnp met afwijzing eerdere ingangsdatum

De rechtbank Rotterdam heeft op 30 april 2026 het verzoek van de schuldenaar tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp) toegewezen. De schuldenaar bevindt zich in een problematische schuldensituatie en voldoet aan de voorwaarden voor toelating, waaronder te goeder trouw zijn en de verwachting dat hij aan de verplichtingen zal voldoen.

Het verzoek om de ingangsdatum van de Wsnp-regeling te vervroegen naar 30 juni 2025 is afgewezen. De rechtbank oordeelde dat de schuldenaar in het voorafgaande schuldhulpverleningstraject onvoldoende heeft voldaan aan de inspanningsverplichting, aangezien hij gemiddeld minder dan 10 uur per week werkte en geen aanvullende sollicitaties kon aantonen.

De rechtbank stelde de duur van de Wsnp-regeling vast op 18 maanden, ingaande op 30 april 2026. Er is een bewindvoerder benoemd die toezicht houdt op de naleving van de verplichtingen en het beheer van de boedel. Tevens is een rechter-commissaris benoemd voor toezicht op de bewindvoerder. Bij volledige naleving van de verplichtingen kan de schuldenaar na afloop van het traject een schone lei verkrijgen.

Uitkomst: Verzoek tot toelating Wsnp toegewezen, verzoek tot eerdere ingangsdatum afgewezen, Wsnp vastgesteld op 18 maanden vanaf 30 april 2026.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
Rekestnummer: [nummer]
vonnis van:
30 april 2026
op het verzoek van:
[verzoeker],
wonende te [adres 1],
[postcode] te [plaatsnaam].
Waar deze zaak over gaat
[verzoeker] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Om tot een oplossing voor zijn schulden te komen heeft [verzoeker] een verzoek gedaan te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp). Dit verzoek wordt toegewezen.
Daarnaast verzoekt [verzoeker] om de ingangsdatum van de Wsnp vast te stellen op 30 juni 2025. Dit verzoek wordt afgewezen.
De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.

1.De procedure

1.1.
[verzoeker] heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de Wsnp en om een eerdere ingangsdatum te bepalen.
1.2.
Het verzoek is behandeld op de zitting van 23 april 2026. Op de zitting zijn verschenen:
- [verzoeker],
- de heer A.M.C. van Berkel en mevrouw A. Dias dos Reis, schuldhulpverleners van de gemeente Rotterdam.

2.De beoordeling

De toelating
2.1.
[verzoeker] kan worden toegelaten tot de Wsnp als hij zich in een problematische schuldensituatie bevindt en hij te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden. De rechtbank kijkt daarbij vooral naar de afgelopen drie jaar. Ook moet de verwachting bestaan dat [verzoeker] aan de verplichtingen van de Wsnp zal voldoen.
2.2.
[verzoeker] voldoet aan alle eisen en wordt toegelaten tot de Wsnp.
Bevoegdheid
2.3.
De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 Verordening Pro (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van [verzoeker] in Nederland ligt.
Duur
2.4.
De rechtbank stelt de termijn van de Wsnp-regeling ex artikel 349a Fw (hierna: materiële looptijd) vast op 18 maanden.
De ingangsdatum
2.5.
De Faillissementswet (hierna: Fw) bepaalt dat de looptijd in beginsel ingaat op de dag van dit vonnis, tenzij er aanleiding is de looptijd eerder te laten ingaan.
2.6.
Een eerdere ingangsdatum kan worden bepaald als vanaf die eerdere datum de verplichtingen die volgen uit het voorafgaande schuldhulpverleningstraject zijn nagekomen. Als uitgangspunt geldt daarbij dat de schuldenaar tijdens het minnelijke voortraject maximaal, op basis van de normen die gelden voor berekening van het vrij te laten bedrag (het vtlb), moet aflossen op zijn schulden en dat hij zich moet inspannen om zoveel mogelijk baten voor de schuldeisers te verwerven. Die inspanningsplicht houdt in beginsel in dat er bij arbeidsgeschiktheid fulltime gewerkt moet worden of er moet aantoonbaar worden gesolliciteerd naar een fulltime baan.
2.7.
De rechtbank kan niet vaststellen dat aan de vereiste verplichtingen is voldaan. Uit het verzoekschrift is gebleken dat [verzoeker] in de periode vanaf week 27 van 2025 tot en met week 8 van 2026 gemiddeld 9,56 uur per week heeft gewerkt. Ter zitting heeft [verzoeker] verklaard dat hij ook na deze periode parttime heeft gewerkt. Verder heeft [verzoeker] ter zitting te kennen gegeven dat hij heeft gesolliciteerd naar een nieuwe baan en fulltime wil werken. Uit het verzoekschrift is echter ook gebleken dat er sinds de start van het minnelijk traject geen aanvullende sollicitaties zijn overgelegd aan schuldhulpverlening. De rechtbank stelt daarom vast dat in de periode van het schuldhulpverleningstraject niet aan de inspanningsverplichting is voldaan.
2.8.
De rechtbank komt daarom tot de conclusie dat er geen eerdere ingangsdatum zal worden bepaald.

3.De (controle van) verplichtingen in de Wsnp

3.1.
De verplichtingen waaraan [verzoeker] tijdens de Wsnp moet voldoen zijn: de informatieverplichting, de inspanningsverplichting, de verplichting geen nieuwe schulden te maken, de verplichting om schuldeisers niet te benadelen en de afdrachtverplichting (van inkomen boven het vtlb en van goederen die in de boedel vallen).
3.2.
Er wordt een bewindvoerder benoemd. Deze bewindvoerder controleert in de eerste plaats of [verzoeker] de verplichtingen van de Wsnp nakomt.
3.3.
De taak van de bewindvoerder is in de tweede plaats om de zogenaamde boedel van de schuldenaar te beheren en te vereffenen (artikel 316 Fw Pro). De boedel omvat alle bezittingen die [verzoeker] nu heeft en wat hij tijdens de toepassing van de regeling verkrijgt (artikel 295 Fw Pro). [verzoeker] heeft de verplichting om tot de boedel behorende bezittingen aan de bewindvoerder af te staan (artikel 296 Fw Pro). De bewindvoerder zal de opbrengsten hiervan verdelen onder de schuldeisers.
3.4.
Er wordt ook een rechter-commissaris benoemd. De taak van de rechter-commissaris is om toezicht te houden op de bewindvoerder.
3.5.
De eerste 13 maanden van het traject geldt in beginsel een postblokkade. Dat betekent dat in die periode alle post naar de bewindvoerder gaat. De bewindvoerder stuurt de post na controle door aan [verzoeker].
3.6.
Als [verzoeker] zich tijdens het Wsnp-traject houdt aan alle verplichtingen van de Wsnp eindigt het traject met de zogenoemde “schone lei”. Dit betekent dat schuldeisers hun vorderingen ten aanzien waarvan de Wsnp werkt niet meer op [verzoeker] kunnen verhalen. De “schone lei” geldt vanaf het moment dat de bewindvoerder klaar is met zijn afwikkelingstaak. Dat is als de slotuitdelingslijst verbindend is geworden.

4.De beslissing

De rechtbank:
- spreekt de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[verzoeker],
geboren op [geboortedatum]-1987 te [geboorteplaats],
wonende te [adres 1],
[postcode] [plaatsnaam],
voorheen handelend onder de namen [handelsnaam 1], [handelsnaam 2], [handelsnaam 3] en
[handelsnaam 4],
gevestigd te [adres 2];
- benoemt tot rechter-commissaris mr. J.T.P. Pot
en tot bewindvoerder [naam],
gevestigd te [postadres]
;
- stelt de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling vast op 30 april 2026 en de duur op 18 maanden;
- draagt de bewindvoerder op de post van [verzoeker] in te zien;
- bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag nemen volgens het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen voor zover de boedel toereikend is.
Dit is de beslissing van mr. C. de Jong, rechter, in samenwerking met mr. J.A. Kuijvenhoven, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 30 april 2026. [1]