Verzoekster heeft een schuldregeling aangeboden aan haar schuldeisers, waarbij zij een percentage van 3,28% aan preferente en 1,64% aan concurrente schuldeisers wil betalen. Zes schuldeisers stemden in, maar Hef Wonen, met een vordering van bijna de helft van de totale schuld, weigerde.
Hef Wonen stelde dat verzoekster jong is en mogelijk in de toekomst meer inkomen zal genereren, en dat zij belang heeft bij afwijzing. De rechtbank oordeelde dat het aanbod goed onderbouwd is, gebaseerd op de Participatiewet-uitkering en dat verzoekster geen inkomen boven het huidige niveau zal verwerven.
De rechtbank vond dat het belang van verzoekster en de meerderheid van schuldeisers zwaarder weegt dan dat van Hef Wonen. De dwangakkoord wordt toegewezen, waardoor verzoekster haar schulden kan blijven aflossen zonder toepassing van de schuldsaneringsregeling.
Hef Wonen wordt veroordeeld in de proceskosten, die nihil zijn omdat geen advocaat is ingeschakeld en geen griffierecht verschuldigd is. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen acht dagen worden bestreden door hoger beroep.