2.3.2.Bewezenverklaring en bewijsmiddelen
Bewezen is dat de verdachte een deurpaneel en een ruit heeft vernield, een deurbel onbruikbaar heeft gemaakt, schennis heeft gepleegd en heeft gepoogd [slachtoffer 1] zwaar te mishandelen. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.4.
De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen.
De verdachte heeft de feiten 1, 2 en 3 bekend en er is geen vrijspraak bepleit. Daarom worden voor deze feiten de bewijsmiddelen hieronder wel genoemd maar niet uitgeschreven.
1.
De bekennende verklaring van verdachte
2.
Proces-verbaal van de politie, aangifte [slachtoffer 4] namens Woonstad Rotterdam
3.
Proces-verbaal van de politie, bevindingen
4.
Proces-verbaal van de politie, aangifte [slachtoffer 2]
5.
Proces-verbaal van de politie, aangifte [slachtoffer 3]
De bewezenverklaring van de feiten 4 en 5 is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen en de onderstaande bewijsmotivering.
6.
Verklaring van verdachte
Op 20 december 2025 was ik bij het café aan de Raampoortstraat te Rotterdam.
Toen ik bij metrostation Beurs te Rotterdam was, had ik een tas bij mij met een fles wodka en een beker erin.
7.
Proces-verbaal van de politie, aangifte [slachtoffer 5]
Op 20 december 2025 was ik binnen bij café [naam horecagelegenheid] gelegen aan de Raampoortstraat. Ik liep naar buiten. Op dat moment zag ik dat er een man van links aan kwam lopen. Ik zag dat de man voorbij de ingang van café [naam horecagelegenheid] liep. Ik zag dat hij zijn jas open deed. Ik zag dat hij met zijn hand naar zijn broek ging. Ik zag dat hij met beide handen zijn broek naar beneden trok. Ik zag dat hij zijn geslachtsdeel liet zien. Ik zag dat zijn geslachtsdeel in slappe toestand was. Ik zag hij met zijn heupen wiebelde waardoor zijn geslachtsdeel heen en weer ging. Het duurde ongeveer drie seconde. Ik schrok op dat moment heel erg. Ik attendeerde direct de beveiliger van het feit dat die man net zijn geslachtsdeel liet zien.
8.
Proces-verbaal van de politie, verklaring van getuige [naam getuige 1]
Ik ben als beveiliger werkzaam bij een uitgaansgelegenheid, genaamd ' [naam horecagelegenheid] '. Dit bevindt zich op de [adres 2] in Rotterdam. Op 20 december 2025 stond ik buiten toen ik zag dat er een man voorbij liep. Op dat moment zag ik dat er vier vrouwen buiten stonden, net naast de ingang van de uitgaansgelegenheid. Ik zag dat hij bij die vier vrouwen ging staan. Hij stond op ongeveer 1 à 1.5 meter afstand van hen en op een gegeven moment trok hij zijn broek en tegelijkertijd zijn onderbroek naar beneden. Ik zag dat hij de vrouwen aankeek en ik zag duidelijk zijn geslachtsdeel. Ik zag dat hij verder niet aan zijn geslachtsdeel zat en dat zijn handelingen bewust waren.
9.
Proces-verbaal van de politie, aangifte [slachtoffer 1]
Ik doe aangifte van zware mishandeling. Op 26 januari 2026 liep ik de metro uit. Ik ging de roltrap omhoog bij metrostation Beurs te Rotterdam. Ik zag dat er een man achter mij aanliep. Ik liep bovenaan de roltrap naar links en ik hoorde dat de man iets zei. Ik hoorde niet wat hij zei, het was in een voor mij onbekende taal. Ik draaide mij om en keek de man aan. Ik draaide weer om en liep verder. Ik voelde ineens een klap op mijn achterhoofd. Ik schrok en draaide mij weer om. Ik zag dat diezelfde man nog achter mij stond. Ik zag dat er geen andere personen in de directe omgeving stonden. Ik zag dat hij een donker groen tas in zijn handen had. Ik dacht dat hij met die tas tegen mijn achterhoofd geslagen had. Ik heb dit niet gezien, maar ik voelde dat de klap heel hard was. Het voelde niet als een vuistslag. Ik was schrokken door de klap, dus ik duwde de man van mij af. Ik zag dat hij op de grond viel. Ik zag dat de tas ook op de grond viel en ik hoorde het geluid van gebroken glas uit zijn tas komen. Ik zag dat er glas op de grond lag. Ik voelde een bult aan de linkerkant van mijn achterhoofd. Ik heb erge hoofdpijn.
10.
Proces-verbaal van de politie, verklaring van de getuige [naam getuige 2]
Op 26 januari 2026 bevond ik mij samen met mijn vriend, genaamd [persoon A] bij metrostation Beurs te Rotterdam. Ik zag dat een man een vrouw met een tas sloeg in de richting van haar achterhoofd. Ik zag dat de man de vrouw raakte met de tas.
11.
Proces-verbaal van de politie, verklaring van de getuige [naam getuige 3]
Ik stond bij metrostation Beurs. Ik was hier samen met één vriend, genaamd [persoon B] . Ik zag toen dat een man een vrouw sloeg met een tas. Ik zag dat de man een tas in zijn hand vasthield en dat hij met een zwaai beweging, van boven naar beneden, de vrouw sloeg met de tas. Ik zag dat de vrouw geraakt werd op haar achterhoofd. Ik zag dat de vrouw vervolgens zich omdraaide. Ik hoorde op dat moment het geluid van glasgerinkel.
12.
Proces-verbaal van de politie
Op 26 januari 2026 kwamen wij ter plaatse op de Coolsingel. Hier zagen wij een man naar ons zwaaien. Wij zagen dat de man een richting op wees waar een man op de grond lag met twee mannen erbovenop. Wij, verbalisanten, zagen dat de man volledig overeenkwam met het signalement dat het operationeel centrum had doorgegeven. Vanaf dat moment merkten wij de man aan als verdachte van de mishandeling. De verdachte bleek te zijn genaamd:
--- [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1983 te [geboorteland] ---
2.3.4.Volledige bewezenverklaring
1
hij op 8 juni 2025 te Rotterdam, opzettelijk en wederrechtelijk, een deurpaneel dat geheel aan Woonstad, toebehoorde heeft vernield;
2
hij omstreeks 21 juli 2025 of 22 juli 2025 te Rotterdam, opzettelijk en wederrechtelijk, een ruit, die geheel aan [slachtoffer 2] , toebehoorde heeft vernield;
3
hij op 21 juli 2025 te Rotterdam, opzettelijk en wederrechtelijk, een deurbel, die geheel aan [slachtoffer 3] , toebehoorde heeft onbruikbaar gemaakt;
4
hij op 20 december 2025 te Rotterdam, opzettelijk in het openbaar, te weten aan de Raampoortstraat, een of meer handelingen die aanstotelijk waren voor de eerbaarheid heeft verricht, te weten:
- door zijn broek en onderbroek omlaag te trekken en zijn geslachtsdeel te tonen;
5
primair
hij op 26 januari 2026 te Rotterdam, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer 1] , opzettelijk, zwaar lichamelijk letsel toe te brengen met een met glaswerk gevulde tas op/tegen het hoofd van die [slachtoffer 1] heeft geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;