Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:6750

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
12 mei 2026
Publicatiedatum
11 juni 2026
Zaaknummer
10.281588.25, 10.347124.25 en 10.028057.26
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 45 SrArt. 57 SrArt. 254b SrArt. 302 SrArt. 350 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling poging zware mishandeling, vernieling en schennis in Rotterdam

De rechtbank Rotterdam heeft de verdachte veroordeeld voor meerdere strafbare feiten, waaronder het vernielen van een deurpaneel en een ruit, het onbruikbaar maken van een deurbel, het plegen van schennis door het tonen van zijn geslachtsdeel in het openbaar, en een poging tot zware mishandeling. De feiten vonden plaats tussen juni 2025 en januari 2026 in Rotterdam.

De bewezenverklaring is gebaseerd op verklaringen van getuigen, aangiften, en de bekentenis van de verdachte. Op 20 december 2025 toonde de verdachte in het openbaar zijn geslachtsdeel, wat door meerdere getuigen werd bevestigd. Op 26 januari 2026 sloeg hij een slachtoffer met een tas gevuld met glaswerk tegen het hoofd, wat een poging tot zware mishandeling oplevert.

De verdachte heeft een strafblad met soortgelijke feiten en vertoont aanwijzingen van psychiatrische problematiek en alcoholverslaving, maar weigerde medewerking aan psychiatrisch onderzoek. De rechtbank achtte een gevangenisstraf passend en legde een straf van zeven maanden op, met aftrek van het voorarrest. Een voorwaardelijke straf werd niet opgelegd vanwege het ontbreken van medewerking en eerdere hulpverlening.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot zeven maanden gevangenisstraf met aftrek van voorarrest voor vernieling, schennis en poging zware mishandeling.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats Dordrecht
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummers: 10.281588.25, 10.347124.25 en 10.028057.26
Datum uitspraak: 12 mei 2026
Datum zitting: 26 mei 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1983 in [geboorteplaats] ( [geboorteland] )
ingeschreven op het adres: [adres 1] [postcode] [woonplaats] ,
Advocaat van de verdachte: mr. H. Asal
Officier van justitie: mr. K.P. Mandos
Kern van het vonnis
De verdachte wordt veroordeeld voor het vernielen van een deurpaneel en een ruit, het onbruikbaar maken van een deurbel, het plegen van schennis en een poging tot zware mishandeling. De rechtbank legt een gevangenisstraf op van zeven maanden met aftrek van het voorarrest.

1.Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij - samengevat – een deurpaneel, een slot van een berging, een ruit en een deurbel heeft vernield, schennis heeft gepleegd door zijn geslachtsdeel te tonen en heeft gepoogd [slachtoffer 1] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen dan wel [slachtoffer 1] heeft mishandeld.
De volledige en ter zitting gewijzigde tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat
onder parketnummer 10.281588.25
1
hij in of omstreeks de periode van 8 juni 2025 tot en met 14 juli 2025 te Rotterdam, opzettelijk en wederrechtelijk, een deurpaneel en/of een slot van een berging, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan een ander, te weten aan Woonstad, toebehoorde heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;
2
hij op of omstreeks 21 juli 2025 en/of 22 juli 2025 te Rotterdam, opzettelijk en wederrechtelijk, een ruit, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan een ander, te weten aan [slachtoffer 2] , toebehoorde heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;

onder parketnummer 10.347124.25

3
hij op of omstreeks21 juli 2025 te Rotterdam, opzettelijk en wederrechtelijk, een deurbel, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan een ander, te weten aan [slachtoffer 3] , toebehoorde heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;
4
hij op of omstreeks 20 december 2025 te Rotterdam, althans in Nederland, opzettelijk in het openbaar, te weten aan de Raampoortstraat, een of meer handelingen die aanstotelijk waren voor de eerbaarheid heeft verricht, te weten:
- door zijn broek en/of onderbroek omlaag te trekken en/of zijn geslachtsdeel te tonen;
onder parketnummer 10.028057.26
5
primair
hij op of omstreeks 26 januari 2026 te Rotterdam, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een ander, te weten [slachtoffer 1] , opzettelijk, zwaar lichamelijk letsel toe te brengen met een met glaswerk gevulde tas op/tegen het hoofd van die [slachtoffer 1] heeft geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
subsidiairhij op of omstreeks 26 januari 2026 te Rotterdam, [slachtoffer 1] heeft mishandeld, door met een met glaswerk gevulde tas op/tegen het hoofd van die [slachtoffer 1] te slaan.

2.Bewijs

2.1.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor de feiten met dien verstande dat de verdachte partieel vrijgesproken dient te worden van het onder 1 ten laste gelegde vernielen van een slot van een berging.
2.2.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft zich ten aanzien van de feiten gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, behoudens ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde vernielen van een slot van een berging. De verdediging heeft op dit punt verzocht om een partiële vrijspraak.
2.3.
Oordeel van de rechtbank
2.3.1.
Partiële vrijspraak feit 1
Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat de verdachte partieel vrijgesproken dient te worden van het onder 1 ten laste gelegde vernielen van een slot van een berging.
2.3.2.
Bewezenverklaring en bewijsmiddelen
Bewezen is dat de verdachte een deurpaneel en een ruit heeft vernield, een deurbel onbruikbaar heeft gemaakt, schennis heeft gepleegd en heeft gepoogd [slachtoffer 1] zwaar te mishandelen. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.4.
De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen [1] .
De verdachte heeft de feiten 1, 2 en 3 bekend en er is geen vrijspraak bepleit. Daarom worden voor deze feiten de bewijsmiddelen hieronder wel genoemd maar niet uitgeschreven.
1.
De bekennende verklaring van verdachte [2]
2.
Proces-verbaal van de politie, aangifte [slachtoffer 4] namens Woonstad Rotterdam [3]
3.
Proces-verbaal van de politie, bevindingen [4]
4.
Proces-verbaal van de politie, aangifte [slachtoffer 2] [5]
5.
Proces-verbaal van de politie, aangifte [slachtoffer 3] [6]
De bewezenverklaring van de feiten 4 en 5 is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen en de onderstaande bewijsmotivering.
6.
Verklaring van verdachte [7]
Op 20 december 2025 was ik bij het café aan de Raampoortstraat te Rotterdam.
Toen ik bij metrostation Beurs te Rotterdam was, had ik een tas bij mij met een fles wodka en een beker erin.
7.
Proces-verbaal van de politie, aangifte [slachtoffer 5] [8]
Op 20 december 2025 was ik binnen bij café [naam horecagelegenheid] gelegen aan de Raampoortstraat. Ik liep naar buiten. Op dat moment zag ik dat er een man van links aan kwam lopen. Ik zag dat de man voorbij de ingang van café [naam horecagelegenheid] liep. Ik zag dat hij zijn jas open deed. Ik zag dat hij met zijn hand naar zijn broek ging. Ik zag dat hij met beide handen zijn broek naar beneden trok. Ik zag dat hij zijn geslachtsdeel liet zien. Ik zag dat zijn geslachtsdeel in slappe toestand was. Ik zag hij met zijn heupen wiebelde waardoor zijn geslachtsdeel heen en weer ging. Het duurde ongeveer drie seconde. Ik schrok op dat moment heel erg. Ik attendeerde direct de beveiliger van het feit dat die man net zijn geslachtsdeel liet zien.
8.
Proces-verbaal van de politie, verklaring van getuige [naam getuige 1] [9]
Ik ben als beveiliger werkzaam bij een uitgaansgelegenheid, genaamd ' [naam horecagelegenheid] '. Dit bevindt zich op de [adres 2] in Rotterdam. Op 20 december 2025 stond ik buiten toen ik zag dat er een man voorbij liep. Op dat moment zag ik dat er vier vrouwen buiten stonden, net naast de ingang van de uitgaansgelegenheid. Ik zag dat hij bij die vier vrouwen ging staan. Hij stond op ongeveer 1 à 1.5 meter afstand van hen en op een gegeven moment trok hij zijn broek en tegelijkertijd zijn onderbroek naar beneden. Ik zag dat hij de vrouwen aankeek en ik zag duidelijk zijn geslachtsdeel. Ik zag dat hij verder niet aan zijn geslachtsdeel zat en dat zijn handelingen bewust waren.
9.
Proces-verbaal van de politie, aangifte [slachtoffer 1] [10]
Ik doe aangifte van zware mishandeling. Op 26 januari 2026 liep ik de metro uit. Ik ging de roltrap omhoog bij metrostation Beurs te Rotterdam. Ik zag dat er een man achter mij aanliep. Ik liep bovenaan de roltrap naar links en ik hoorde dat de man iets zei. Ik hoorde niet wat hij zei, het was in een voor mij onbekende taal. Ik draaide mij om en keek de man aan. Ik draaide weer om en liep verder. Ik voelde ineens een klap op mijn achterhoofd. Ik schrok en draaide mij weer om. Ik zag dat diezelfde man nog achter mij stond. Ik zag dat er geen andere personen in de directe omgeving stonden. Ik zag dat hij een donker groen tas in zijn handen had. Ik dacht dat hij met die tas tegen mijn achterhoofd geslagen had. Ik heb dit niet gezien, maar ik voelde dat de klap heel hard was. Het voelde niet als een vuistslag. Ik was schrokken door de klap, dus ik duwde de man van mij af. Ik zag dat hij op de grond viel. Ik zag dat de tas ook op de grond viel en ik hoorde het geluid van gebroken glas uit zijn tas komen. Ik zag dat er glas op de grond lag. Ik voelde een bult aan de linkerkant van mijn achterhoofd. Ik heb erge hoofdpijn.
10.
Proces-verbaal van de politie, verklaring van de getuige [naam getuige 2] [11]
Op 26 januari 2026 bevond ik mij samen met mijn vriend, genaamd [persoon A] bij metrostation Beurs te Rotterdam. Ik zag dat een man een vrouw met een tas sloeg in de richting van haar achterhoofd. Ik zag dat de man de vrouw raakte met de tas.
11.
Proces-verbaal van de politie, verklaring van de getuige [naam getuige 3] [12]
Ik stond bij metrostation Beurs. Ik was hier samen met één vriend, genaamd [persoon B] . Ik zag toen dat een man een vrouw sloeg met een tas. Ik zag dat de man een tas in zijn hand vasthield en dat hij met een zwaai beweging, van boven naar beneden, de vrouw sloeg met de tas. Ik zag dat de vrouw geraakt werd op haar achterhoofd. Ik zag dat de vrouw vervolgens zich omdraaide. Ik hoorde op dat moment het geluid van glasgerinkel.
12.
Proces-verbaal van de politie [13]
Op 26 januari 2026 kwamen wij ter plaatse op de Coolsingel. Hier zagen wij een man naar ons zwaaien. Wij zagen dat de man een richting op wees waar een man op de grond lag met twee mannen erbovenop. Wij, verbalisanten, zagen dat de man volledig overeenkwam met het signalement dat het operationeel centrum had doorgegeven. Vanaf dat moment merkten wij de man aan als verdachte van de mishandeling. De verdachte bleek te zijn genaamd:
--- [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1983 te [geboorteland] ---
2.3.3.
Bewijsmotivering
Uit de bewijsmiddelen blijkt dat de verdachte op 20 december 2025 in het bijzijn van meerdere personen voor een voor het publiek toegankelijke plaats, grenzend aan de openbare weg, zijn broek en onderbroek omlaag heeft getrokken en zijn geslachtdeel heeft getoond. Dit maakt dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het in het openbaar opzettelijk plegen van schennis.
Tevens blijkt uit de bewijsmiddelen dat de verdachte op 26 januari 2026 een tas met daarin een fles wodka tegen het hoofd van [slachtoffer 1] heeft geslagen. Het hoofd is een kwetsbaar onderdeel van het lichaam en bevat vitale organen. Door met een hard voorwerp, te weten glaswerk, van achteren en onverwacht op het hoofd te slaan heeft de verdachte de aanmerkelijke kans aanvaard dat [slachtoffer 1] zwaar lichamelijk letsel kon oplopen door deze klap.
2.3.4.
Volledige bewezenverklaring
Bewezen is dat:
1
hij op 8 juni 2025 te Rotterdam, opzettelijk en wederrechtelijk, een deurpaneel dat geheel aan Woonstad, toebehoorde heeft vernield;
2
hij omstreeks 21 juli 2025 of 22 juli 2025 te Rotterdam, opzettelijk en wederrechtelijk, een ruit, die geheel aan [slachtoffer 2] , toebehoorde heeft vernield;
3
hij op 21 juli 2025 te Rotterdam, opzettelijk en wederrechtelijk, een deurbel, die geheel aan [slachtoffer 3] , toebehoorde heeft onbruikbaar gemaakt;
4
hij op 20 december 2025 te Rotterdam, opzettelijk in het openbaar, te weten aan de Raampoortstraat, een of meer handelingen die aanstotelijk waren voor de eerbaarheid heeft verricht, te weten:
- door zijn broek en onderbroek omlaag te trekken en zijn geslachtsdeel te tonen;
5
primair
hij op 26 januari 2026 te Rotterdam, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer 1] , opzettelijk, zwaar lichamelijk letsel toe te brengen met een met glaswerk gevulde tas op/tegen het hoofd van die [slachtoffer 1] heeft geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3.Kwalificatie en strafbaarheid

3.1.
Kwalificatie
De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:
1
opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel aan een ander toebehoort, vernielen
2
opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel aan een ander toebehoort, vernielen
3
opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel aan een ander toebehoort, onbruikbaar maken
4
opzettelijk in het openbaar handelingen die aanstotelijk zijn voor de eerbaarheid verrichten
5
primair
poging zware mishandeling
3.2.
Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte
De feiten en de verdachte zijn strafbaar.

4.Straf

4.1.
Eis van de officier van justitie
De verdachte moet voor de feiten worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van zeven maanden met aftrek van voorarrest.
4.2.
Standpunt van de verdediging
De eis van de officier van justitie is te hoog. Verzocht wordt om een lagere gevangenisstraf op te leggen.
4.3.
Oordeel van de rechtbank
4.3.1.
Ernst en omstandigheden van de feiten
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging zware mishandeling door [slachtoffer 1] , terwijl zij een metrostation verliet, geheel onverwacht en van achteren tegen het hoofd te slaan met een tas met daarin een glazen fles. Met zijn handelen heeft de verdachte [slachtoffer 1] pijn gedaan en haar lichamelijke integriteit aangetast. Tevens heeft zij hierdoor letsel opgelopen. Naast dat dit gedrag bijzonder respectloos is ten opzichte van het slachtoffer, creëert dit gedrag ook gevoelens van onveiligheid in de samenleving, vooral nu het feit plaatsvond overdag op een druk knooppunt voor openbaar vervoer. Daarnaast heeft de verdachte schennis gepleegd door zijn geslachtsdeel te tonen op een openbare locatie waar omstanders van zijn geschrokken. Tot slot heeft de verdachte een ruit en een deurpaneel vernield en een deurbel onbruikbaar gemaakt. Het gedrag van verdachte wordt als overlastgevend, onfatsoenlijk, aanstootgevend en angstaanjagend beschouwd en is in strijd met de publieke moraal. Niet gebleken is dat de verdachte zelf de ernst van de feiten in ziet.
4.3.2.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
Strafblad
Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 30 maart 2026 blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Het strafblad van de verdachte leidt dus tot een hogere straf.
Rapport van deskundige en de reclassering
In het rapport van [persoon C] , arts in opleiding tot psychiater, onder supervisie van [persoon D] , psychiater van 24 april 2026 staat het volgende.
De verdachte heeft geweigerd om zijn medewerking te verlenen aan psychiatrisch onderzoek. Het onderzoekscontact is te kort en te beperkt gebleven om diagnostische uitspraken te kunnen doen. Vanuit dossierinformatie zijn er aanwijzingen voor al langer bestaande psychiatrische problemen, ernstig problematisch alcoholgebruik in de afgelopen
jaren en escalerende sociaal-maatschappelijke problemen. Onderzoekers hebben te weinig informatie uit eigen waarneming om de rechtbank van nader advies te voorzien. Er zijn echter wel diverse aanwijzingen voor psychische problematiek, waarbij – zonder adequate behandeling en/of begeleiding – het heden geobserveerd patroon niet eenvoudig zal kunnen worden doorbroken. Mede om die reden adviseren onderzoekers om hem ter observatie te plaatsen in het Pieter Baan Centrum (PBC), waarbij de weging van proportionaliteit van die observatieplaatsing en/of de mogelijke sancties die in strafrechtelijke zin zouden kunnen worden opgelegd vanzelfsprekend aan de rechtbank wordt gelaten.
In het rapport van de Verslavingsreclassering GGZ, Fivoor van 30 april 2026 staat het volgende.
De verdachte is bij de reclassering en de psychiatrie bekend met een ongespecificeerde schizofreniespectrum- of andere psychotische stoornis en er is sprake is van een forse alcoholverslaving, welke direct delict gerelateerd is. De verdachte bagatelliseert zijn problemen en zijn aandeel in het geheel. Er zijn veel overlast meldingen bij de politie over de verdachte, hierbij wordt alcoholmisbruik, agressie en overschrijdend (seksueel) gedrag gezien. De ambulante behandeling is niet van de grond gekomen, omdat de verdachte geen medewerking wil verlenen aan een intake. Wij zien over het algemeen iemand die niet mee wil werken en vooral zijn eigen koers wil varen. De reclassering is van mening dat enkel een langdurige behandeling in een forensisch kader de risico’s kunnen verlagen. Het is ons niet duidelijke hoe dit vorm te gegeven aangezien er geen duidelijkheid is hoe de verdachte hier over denkt en mee wil werken. Psychiater [persoon D] adviseert in haar Pro Justitia rapportage om de verdachte ter observatie te plaatsen in het PBC. Vanuit het PBC zou dan wellicht geadviseerd kunnen worden betreffende behandeling en het kader waarin dit plaats moet vinden.
Verdachte is niet ter observatie in het Pieter Baan Centrum geplaatst.
4.3.3.
Oplegging straf
Straf
Gelet op de ernst van het strafbare feiten en het strafblad van de verdachte is een gevangenisstraf noodzakelijk. Het opleggen van een ander soort straf is niet passend. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Hierbij is ook rekening gehouden met de LOVS oriëntatiepunten. Deze oriëntatiepunten zijn binnen de rechtspraak ontwikkeld om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen en vormen een vertrekpunt bij het bepalen van de straf. Daarom wordt een gevangenisstraf van zeven maanden opgelegd met aftrek van voorarrest.
Nu de verdachte recent hulp aangeboden heeft gekregen binnen een strafrechtelijk kader - hetgeen kennelijk niet succesvol is geweest - en hij daarnaast heeft geweigerd mee te werken aan psychiatrisch onderzoek, legt de rechtbank geen hulpkader op in de vorm van een voorwaardelijke straf.

5.Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen 45, 57, 254b, 302, 350 van het Wetboek van Strafrecht.

6.Beslissingen

De rechtbank:
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte de feiten 1, 2, 3, 4 en 5
primair, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straf
Gevangenisstraf
veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstraf van 7 (zeven) maanden;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.

7.Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:
mr. E. Boersma, voorzitter,
en mrs. F.P.J. Schoonen en E. van Vliet, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. H. Tchang, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 26 mei 2026.

Voetnoten

1.De exacte vindplaatsen van de bewijsmiddelen zijn genoemd in de bijbehorende voetnoot.
2.Verklaard tijdens de zitting van 12 mei 2026
3.Het proces-verbaalnummer [nummer proces-verbaal 1]
4.Het proces-verbaal nummer [nummer proces-verbaal 2]
5.Het proces-verbaalnummer [nummer proces-verbaal 3]
6.Het proces-verbaalnummer [nummer proces-verbaal 4]
7.Verklaard tijdens de zitting van 12 mei 2026
8.Het proces-verbaalnummer [nummer proces-verbaal 5]
9.Het proces-verbaalnummer [nummer proces-verbaal 6]
10.Het proces-verbaalnummer [nummer proces-verbaal 7]
11.Het proces-verbaalnummer [nummer proces-verbaal 8]
12.Het proces-verbaalnummer [nummer proces-verbaal 9]
13.Het proces-verbaalnummer [nummer proces-verbaal 10]