ECLI:NL:RBROT:2026:6756

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
11 juni 2026
Publicatiedatum
11 juni 2026
Zaaknummer
12080682 CV EXPL 26-377
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:231 lid 2 BWArt. 174a GemeentewetArt. 237 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontruiming na burgemeesterssluiting en buitengerechtelijke ontbinding huurovereenkomst

De huurder huurde sinds maart 2020 een woning van Stichting Lek en Waard Wonen. Door meerdere (gewelds)incidenten rondom de woning, waaronder de vondst van amfetamine, een molotovcocktail en een explosief, heeft de burgemeester de woning twee keer voor vier weken gesloten. Naar aanleiding hiervan heeft de verhuurder de huurovereenkomst buitengerechtelijk ontbonden.

De huurder betwist de ontbinding en weigert de woning te verlaten. De kantonrechter oordeelt dat de verhuurder de ontbindingsbevoegdheid op redelijke en billijke wijze heeft uitgeoefend, waarbij verwijtbaarheid aan de huurder niet vereist is. De belangenafweging leidt tot het oordeel dat de ontruiming proportioneel is, mede gelet op het belang van de verhuurder en de maatschappelijke noodzaak.

De huurder zit sinds september 2026 in detentie en heeft geen onderbouwde bijzondere belangen aangevoerd die het behoud van de woning rechtvaardigen. Ook de belangen van zijn partner worden niet meegewogen. De kantonrechter veroordeelt de huurder tot ontruiming binnen zeven dagen en tot betaling van de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De huurovereenkomst is rechtsgeldig ontbonden en de huurder is veroordeeld tot ontruiming binnen zeven dagen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Dordrecht
zaaknummer: 12080682 CV EXPL 26-377
datum uitspraak: 11 juni 2026
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Stichting Lek en Waard Wonen,
vestigingsplaats: Nieuw-Lekkerland,
eiseres,
gemachtigde: mr. M. Jansen,
tegen
[gedaagde],
woonplaats: [woonplaats] ,
gedaagde,
gemachtigde: mr. V.T.E. Kuipers.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 9 januari 2026, met bijlagen;
  • het antwoord;
  • de bijlagen 15 tot en met 18 van Lek & Waard.
1.2.
Op 8 juni 2026 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij waren aanwezig:
  • [naam 1] en [naam 2] namens Lek & Waard met mr. Jansen;
  • mr. Kuipers namens [gedaagde] en een tolk in de Poolse taal (de heer K. Kruk, tolknummer 40286 ).
[gedaagde] zit in detentie. De gemachtigde van [gedaagde] heeft vlak voor de zitting uitstel gevraagd, omdat er geen vervoer voor [gedaagde] is geregeld. Dat is niet gegeven. [gedaagde] doet telefonisch mee aan de zitting. De tolk vertaalt alles wat er wordt gezegd voor [gedaagde] .

2.De beoordeling

Waar gaat de zaak over?
2.1.
[gedaagde] huurt vanaf 17 maart 2020 een woning van Lek & Waard. [1] Er zijn verschillende (gewelds)incidenten geweest rondom de woning. Daardoor is de woning twee keer voor een periode van vier weken gesloten door de burgemeester. Lek & Waard heeft de huurovereenkomst buitengerechtelijk ontbonden. Zij wil nu dat vastgesteld wordt dat de huurovereenkomst rechtsgeldig is ontbonden en dat [gedaagde] wordt veroordeeld om de woning te ontruimen. [gedaagde] vindt dat zijn belangen zwaarder wegen dan die van Lek & Waard en dat hij daarom de woning niet hoeft te ontruimen. Daar is de kantonrechter het niet mee eens. Lek & Waard krijgt gelijk. [gedaagde] moet binnen een week de sleutels inleveren.
Hierna wordt uitgelegd waarom dit het oordeel is.
Wat is er allemaal gebeurd?
2.2.
Op 8 november 2024 is er door de politie 964,92 gram amfetamine in de woning aangetroffen. Daarvoor heeft de burgemeester [gedaagde] een officiële waarschuwing gegeven. In de nacht van 30 juni op 1 juli 2025 heeft er een explosie plaatsgevonden in de woning doordat er een molotovcocktail tegen de voordeur is gegooid. Hierom is de woning op 2 juli 2025 voor vier weken gesloten door de burgemeester. Daarop is de huurovereenkomst door Lek & Waard op 7 juli 2025 buitengerechtelijk ontbonden. Daarin heeft [gedaagde] niet berust: hij wil in de woning blijven wonen en zal de woning niet vrijwillig verlaten. Op 4 oktober 2025 is er een brand in de woning geweest door een explosief dat naar binnen is gegooid. De woning is daarna door de hulpdiensten onbewoonbaar verklaard. De burgemeester heeft de woning op 9 oktober 2025 nogmaals voor vier weken gesloten. Lek & Waard heeft de huurovereenkomst op 21 oktober 2025 opnieuw buitengerechtelijk ontbonden.
Lek & Waard mocht de huurovereenkomst buitengerechtelijk ontbinden
2.3.
Op het moment van de (tweede) buitengerechtelijke ontbinding was de woning gesloten door de burgemeester. [2] Dat is gedaan in het belang van de openbare orde en veiligheid. Daarom mocht Lek & Waard de huurovereenkomst buitengerechtelijk ontbinden. [3] Hiervoor is het niet nodig dat [gedaagde] een tekortkoming kan worden verweten.
[gedaagde] moet de woning ontruimen
2.4.
Naar het oordeel van de kantonrechter heeft Lek & Waard haar buitengerechtelijke ontbindingsbevoegdheid op redelijke en billijke wijze gebruikt. [gedaagde] wil de woning echter niet vrijwillig ontruimen. Omdat de kantonrechter oordeelt dat de gevraagde ontruiming evenredig (proportioneel) is gelet op alle feiten, omstandigheden en grondrechten van [gedaagde] , wordt hij hiertoe door dit vonnis gedwongen. [4] Bij dit oordeel spelen – naast de gebeurtenissen zoals die hiervoor zijn beschreven – de volgende omstandigheden een rol.
2.5.
In het algemeen heeft iedereen er een groot belang bij om zijn of haar woning te behouden. [gedaagde] heeft niet aangevoerd waarom hij hierbij een bijzonder belang heeft. Hij voert weliswaar aan dat hij fysieke en psychische problemen heeft, maar dat is niet met enige stukken onderbouwd. Bovendien zit hij vanaf 26 september 2026 in detentie terwijl er geen concreet zicht is op invrijheidsstelling. Kennelijk loopt er ook een overdrachtsprocedure in verband met een gevangenisstraf die [gedaagde] nog in Polen moet uitzitten. [gedaagde] bewoont de woning dus al 9 maanden niet terwijl onduidelijk is vanaf wanneer hij dat wel zou kunnen doen. Hij voldoet daarmee niet aan zijn verplichting als huurder om de woning te bewonen. Zijn belang om een huis te hebben lijkt hierdoor op dit moment minder groot. Daar tegenover staat dat Lek & Waard een zogenaamde ‘sociale’ verhuurder [5] is en dat zij veel woningzoekenden op de wachtlijst heeft die minimaal hetzelfde woonbelang als [gedaagde] hebben en die niet in detentie zitten.
2.6
[gedaagde] voert aan dat hij geen schuld heeft aan alle gebeurtenissen. Hij zou onder dwang hebben gehandeld ten aanzien van de drugsgerelateerde gebeurtenissen. Hij heeft verder geen openheid gegeven over de strafrechtelijke situatie, zodat de kantonrechter dit niet kan vaststellen. Zolang Lek & Waard hierin niet meegaat, kan de kantonrechter hiermee geen rekening houden. Bovendien geldt dat Lek & Waard niet alleen voor [gedaagde] maar ook voor haar andere huurders hun woning in goede staat moet houden en het huurgenot moet waarborgen. De gebeurtenissen in- en rondom de woning van [gedaagde] bemoeilijken de verplichting van Lek & Waard om zich te gedragen als een goed verhuurder aanzienlijk.
2.7.
Verder wijst [gedaagde] op de belangen van zijn partner. De partner van [gedaagde] heeft geen officiële status; ze zijn niet getrouwd of geregistreerd partners. De partner staat ook niet ingeschreven als medehuurder. Bovendien heeft de partner op dit moment woonruimte in de buurt van haar werk in Venray [6] , waar zij al negen jaar werkt volgens [gedaagde] . De kantonrechter ziet hierom geen aanleiding om rekening te houden met de belangen van de partner.
2.8.
Ten slotte heeft [gedaagde] op de zitting verklaard dat dat hij al vanaf het begin problemen had met de buurvrouw en ook meningsverschillen met Lek & Waard. Hij merkt verder op dat de brandstichting in zijn woning misschien iets te maken heeft met zijn rol in de organisatie van stakingen van Poolse uitzendmedewerkers. Volgens hem zijn er mensen van verschillende uitzendbureaus naar zijn woning gekomen om hem te bedreigen en is zijn adres dus bij deze mensen bekend. Liefst zou hij daarom van Lek & Waard een ander adres toegewezen krijgen. Deze gestelde omstandigheden maken niet dat de belangenafweging in het voordeel van [gedaagde] uitvalt.
2.6.
In het licht van al het bovenstaande, vindt de kantonrechter dat Lek & Waard een zorgvuldige afweging heeft gemaakt. [gedaagde] moet de woning daarom met al zijn spullen verlaten. Dat moet binnen zeven dagen na de datum van dit vonnis.
2.7.
Dit oordeel is gebaseerd op de subsidiaire grondslag, omdat de primaire grondslag niet zonder nadere proceshandelingen tot het door Lek & Waard beoogde resultaat zou hebben geleid. Gelet op de uitkomst is Lek & Waard hierdoor niet in haar belangen geschaad. Omdat [gedaagde] hierom al de woning moet verlaten, hoeft niets te worden geoordeeld over de oorzaak en gevolgen van de brand.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
2.8.
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat hij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv Pro). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan Lek & Waard moet betalen op € 153,02 aan dagvaardingskosten, € 139,- aan griffierecht, € 434,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 217,-) en € 108,50 aan nakosten. Dat is in totaal € 834,52. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.9.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Lek & Waard eist dat en [gedaagde] heeft daar geen expliciet bezwaar tegen gemaakt. [7] Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen. De rechter heeft hierbij rekening gehouden met alle omstandigheden van dit geval, zoals die hiervoor zijn besproken. Daarbij geldt in het bijzonder dat tussen [gedaagde] en Lek & Waard al sinds oktober 2025 geen huurovereenkomst meer bestaat. Het belang van Lek & Waard om de woning zo snel mogelijk te kunnen verhuren aan iemand die op de wachtlijst staat is groot. Daarmee is bovendien het algemeen maatschappelijk belang gediend, gelet op de huidige woningnood.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
verklaart voor recht dat de huurovereenkomst tussen de partijen voor het adres [adres] in [woonplaats] op 21 oktober 2025 is geëindigd;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] om binnen zeven dagen na de datum van dit vonnis de woning te ontruimen met alle personen en zaken die zich daar vanwege [gedaagde] bevinden en het gehuurde met alle sleutels ter beschikking van Lek & Waard te stellen;
3.3.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Lek & Waard worden begroot op € 834,52;
3.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.5.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. W.P.M. Jurgens en in het openbaar uitgesproken.
703

Voetnoten

1.[adres] in [woonplaats] .
2.Op grond van artikel 174a van de Gemeentewet.
3.Dat staat in artikel 7:231 lid 2 van Pro het Burgerlijk Wetboek.
4.Dat dit de toets is, staat onder andere in EHRM 13 mei 2008, 19009/04,
5.Zoals bedoeld in artikel 19 van Pro de Gemeentewet; een toegelaten instelling die uitsluitend op het gebied van volkshuisvesting werkzaam is en hun financiële middelen uitsluitend in het belang van de volkshuisvesting inzet.
6.128,6 kilometer vanaf de woning.
7.Artikel 233 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.