ECLI:NL:RBROT:2026:6779
Rechtbank Rotterdam
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening maatschappelijke opvang wegens zelfredzaamheid
Verzoekster, met haar meerderjarige zoon en drie minderjarige kinderen, heeft een aanvraag ingediend voor maatschappelijke opvang, welke door het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam is afgewezen. Verzoekster woont sinds mei 2026 in Nederland na een verblijf in Somalië en het Verenigd Koninkrijk. Het college oordeelt dat verzoekster zelfredzaam is en zelf voor huisvesting kan zorgen.
De voorzieningenrechter heeft op 9 juni 2026 het verzoek om een voorlopige voorziening behandeld en direct afgewezen. De rechter stelt dat het college voldoende heeft toegelicht dat maatschappelijke opvang niet bedoeld is voor het oplossen van huisvestingsproblemen en dat verzoekster geen psychische of andere problematiek heeft die haar zelfredzaamheid aantast.
Verzoekster heeft aangevoerd dat zij lichamelijke en psychische klachten heeft en problemen ervaart met de opvoeding van haar kinderen, maar heeft hiervoor geen onderbouwing geleverd. De rechter benadrukt dat deze punten in de bezwaarprocedure verder kunnen worden toegelicht. De voorlopige voorziening wordt afgewezen, en het college hoeft voorlopig geen opvang te bieden.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening maatschappelijke opvang wordt afgewezen wegens voldoende zelfredzaamheid van verzoekster.