ECLI:NL:RBROT:2026:6788

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
27 mei 2026
Publicatiedatum
12 juni 2026
Zaaknummer
C/10/701956 / HA ZA 25-528
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 106a FwArt. 106c lid 2 FwArt. 106c lid 3 Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vervolgprocedure bestuursverbod bestuurder failliete vennootschap

In deze zaak vordert de curator van het faillissement van een vennootschap een civielrechtelijk bestuursverbod tegen de bestuurder [gedaagde]. Na een tussenvonnis is vastgesteld dat de bestuurder ook bestuurder is van twee andere rechtspersonen, [bedrijf 2] B.V. en [bedrijf 3].

De rechtbank heeft deze rechtspersonen uitgenodigd om hun zienswijze te geven over het bestuursverbod en de mogelijke gevolgen daarvan, conform artikel 106c lid 2 van de Faillissementswet. Omdat de bestuurder de enige bestuurder is van deze vennootschappen, kan hij hen vertegenwoordigen bij het geven van hun zienswijze.

De rechtbank wijst erop dat indien het bestuursverbod ertoe leidt dat een rechtspersoon zonder bestuurder komt te zitten, zij tijdelijk bestuurders kan aanstellen, waarvan de bezoldiging voor rekening van de rechtspersoon komt. De rechtbank zal de ontvangen zienswijzen aan partijen verstrekken en hen gelegenheid geven daarop te reageren.

De zaak wordt aangehouden totdat de zienswijzen zijn ontvangen en behandeld. Indien binnen vier weken geen zienswijze wordt ontvangen, zal de zaak worden verwezen voor vonnis.

Uitkomst: De rechtbank houdt de beslissing aan en vraagt zienswijzen van betrokken vennootschappen over het bestuursverbod.

Uitspraak

RECHTBANK Rotterdam

Team handel en haven
Zaaknummer: C/10/701956 / HA ZA 25-528
Vonnis van 27 mei 2026
in de zaak van
MR. [curator] Q.Q.
in haar hoedanigheid van curator in het faillissement van [bedrijf 1] B.V.,
kantoorhoudend in Den Haag,
eisende partij,
advocaat: mr. M.M.E. van Veen-Oudenaarden,
tegen
[gedaagde],
wonend in [woonplaats],
gedaagde partij,
advocaat: mr. P. Geervliet.
Partijen worden hierna de curator en [gedaagde] genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • het tussenvonnis van 29 april 2026 en de daaraan ten grondslag liggende processtukken;
  • de akte uitlaten van de curator, met producties 27 en 28.
1.2.
Na de akte uitlaten heeft de rechtbank bepaald dat vonnis wordt gewezen.

2.De beoordeling

2.1.
In het tussenvonnis van 29 april 2026 is de curator, in verband met het gevorderde civielrechtelijke bestuursverbod, opgedragen om de rechtbank te informeren of [gedaagde] bestuurder of commissaris is van andere rechtspersonen.
2.2.
Uit de akte van de curator blijkt dat [gedaagde] ook bestuurder is van [bedrijf 2] B.V. (hierna: [bedrijf 2]) en van [bedrijf 3] (hierna: [bedrijf 3]). Deze rechtspersonen zullen door de rechtbank in de gelegenheid worden gesteld om hun zienswijze te geven over het gevraagde bestuursverbod en de mogelijke gevolgen daarvan, zoals artikel 106c lid 2 Fw voorschrijft.
2.3.
Op grond van artikel 106c lid 2 Fw kunnen de andere rechtspersonen niet worden vertegenwoordigd door de bestuurder jegens wie een bestuursverbod is gevorderd, tenzij deze de enige bestuurder van de betrokken rechtspersoon is. Deze laatste situatie doet zich hier voor. [gedaagde] is de enige bestuurder van zowel [bedrijf 2] als [bedrijf 3] en kan deze rechtspersonen daarom vertegenwoordigen bij het geven van hun zienswijze.
2.4.
Artikel 106c lid 3 Fw bepaalt dat, indien een bestuursverbod ertoe leidt dat een rechtspersoon zonder bestuurder komt te verkeren, de rechtbank kan overgaan tot de tijdelijke aanstelling van een of meer bestuurders wier bezoldiging door de rechtbank wordt vastgesteld en voor rekening van de rechtspersoon komt. [bedrijf 2] en [bedrijf 3] zullen door de rechtbank worden gevraagd om zich in hun zienswijze ook hierover uit te laten.
2.5.
Nadat de rechtbank de zienswijze van [bedrijf 2] en [bedrijf 3] heeft ontvangen, zullen partijen in de gelegenheid worden gesteld om daarop te reageren. Als binnen de in 3.1 van dit vonnis genoemde termijn geen zienswijze is ontvangen, komt de zaak weer voor vonnis te staan.
2.6.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

3.De beslissing

De rechtbank
3.1.
draagt de griffier op om, met een afschrift naar partijen, [bedrijf 2] en [bedrijf 3] schriftelijk te vragen om
binnen vier weken na dagtekening van de brief van de griffiereen schriftelijke zienswijze te geven aan de rechtbank over het gevraagde bestuursverbod en de mogelijke gevolgen daarvan,
3.2.
draagt de griffier op om de ontvangen zienswijze in kopie aan partijen toe te sturen,
3.3.
bepaalt dat de zaak vervolgens naar de rol zal worden verwezen voor akte uitlating, eerst aan de zijde van de curator,
3.4.
bepaalt dat, als binnen de in 3.1 vermelde termijn geen schriftelijke zienswijze is ontvangen, de zaak naar de rol zal worden verwezen voor vonnis,
3.5.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. B. van Velzen, rechter, in aanwezigheid van mr. M. Schuiling, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 27 mei 2026.
1977/3194