ECLI:NL:RBROT:2026:6806

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
11 juni 2026
Publicatiedatum
12 juni 2026
Zaaknummer
C/10/718804 / KG ZA 26-406
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:194 BWArt. 6:194a BWArt. 5 HnwArt. 6:119 BWArt. 1019h Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verbod op gebruik handelsnaam en misleidende reclame in kort geding

Dynamiet Nederland B.V. vordert in kort geding een verbod tegen gedaagden op het gebruik van haar handelsnaam en variaties daarvan, alsmede het verwijderen van de reclame-uiting 'Beter dan Dynamiet Nederland'. Gedaagden verschenen niet, waarna verstek werd verleend.

De rechtbank oordeelt dat het gebruik van de handelsnaam in advertenties door gedaagden misleidend is en onrechtmatig volgens artikel 6:194 BW Pro. Ook de vergelijkende reclame is onrechtmatig op grond van artikel 6:194a BW. Het verbod strekt zich uit tot variaties van de handelsnaam die verwarring kunnen veroorzaken.

Gedaagden worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van dwangsommen bij overtreding, het verwijderen van de reclame-uiting, en de proceskosten van € 2.360,08. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

Uitkomst: Gedaagden worden verboden de handelsnaam en variaties te gebruiken en de misleidende reclame te verwijderen, met dwangsommen en proceskostenveroordeling.

Uitspraak

RECHTBANK Rotterdam

Team handel en haven
Zaaknummer: C/10/718804 / KG ZA 26-406
Vonnis in kort geding van 11 juni 2026
in de zaak van
DYNAMIET NEDERLAND B.V.,
gevestigd in Zoetermeer,
eiseres,
advocaat: mr. M.A. Pieters te Rotterdam,
tegen

1.[gedaagde 1] B.V.,

gevestigd in [plaats],
2.
[gedaagde 2],
wonend in [plaats],
gedaagden,
niet verschenen.
Partijen worden hierna afzonderlijk Dynamiet, [gedaagde 1] en [gedaagde 2] genoemd.

1.De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaardingen van 20 mei 2026;
  • de 19 producties van Dynamiet;
  • de mondelinge behandeling op 28 mei 2026.

2.De vordering

2.1.
Dynamiet vordert – samengevat weergegeven – bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
I. gedaagden met onmiddellijke ingang te verbieden de handelsnaam ‘Dynamiet Nederland’, inclusief variaties daarop, waaronder, maar niet beperkt tot, ‘Dynamiet’,
‘Dynamite’, ‘Dynamite Nederland’, te gebruiken, zulks op straffe van hoofdelijke
verbeurte van een dwangsom van € 1.000,00 voor iedere dag waarop de overtreding
voortduurt, tot een maximum van € 30.000,00 is bereikt;
II. gedaagden te gebieden de reclame-uiting ‘Beter dan Dynamiet Nederland’ binnen één
werkdag na betekening van het vonnis te verwijderen en verwijderd te houden van ieder medium, waaronder begrepen Google, zulks op straffe van hoofdelijke verbeurte van een dwangsom van € 1.000,00 voor iedere dag waarop de overtreding voortduurt, tot een maximum van € 30.000,00 is bereikt;
primair:
III. gedaagden hoofdelijk te veroordelen in de redelijke en evenredige gerechtskosten en andere kosten die Dynamiet heeft gemaakt, en deze kosten te begroten op de daadwerkelijk door Dynamiet gemaakte kosten, met begroting van de advocaatkosten op € 9.664,02, te vermeerderen met de wettelijke rente;
subsidiair:
IV. gedaagden hoofdelijk te veroordelen in de kosten van deze procedure, te vermeerderen met de wettelijke rente.

3.De beoordeling van de vordering

3.1.
In de dagvaarding zijn de wettelijk voorgeschreven formaliteiten in acht genomen, zodat tegen de niet verschenen gedaagden verstek wordt verleend.
3.2.
Dynamiet stelt dat zij schade lijdt als gevolg van onrechtmatige gedragingen van gedaagden in de vorm van stelselmatige inbreuk op haar handelsnaam en onrechtmatig vergelijkende reclame. Nu de gevraagde voorzieningen beogen een einde te maken aan die voortdurende inbreuk, is het spoedeisend belang van Dynamiet bij haar vorderingen voldoende gegeven.
Vordering I.
3.3.
Vaststaat dat [gedaagde 1] mede handelt onder de naam ‘[handelsnaam]’ en daarvoor de website www.[handelsnaam].nl exploiteert. Zowel [handelsnaam] als Dynamiet bieden ondersteuning aan consumenten bij het verwijderen van een BKR-registratie, en zijn dus concurrenten van elkaar. Dynamiet heeft onderbouwd gesteld dat [handelsnaam], via gesponsorde advertenties op Google, adverteert of heeft geadverteerd met de naam ‘Dynamiet Nederland’. Dat wil zeggen dat bij het intypen van ‘Dynamiet Nederland’ in de zoekmachine van Google als eerste zoekresultaat de website van [handelsnaam] is te zien met als omschrijving “
dynamiet nederland - De goedkoopste voor maar €999”.
3.4.
Het standpunt van Dynamiet dat dit in strijd is met artikel 5 Hnw Pro, wordt niet gevolgd. De Handelsnaamwet mist in dit geval toepassing, omdat [gedaagde 1] het woord ‘Dynamiet Nederland’ niet gebruikt als handelsnaam. Dat neemt niet weg dat, zoals Dynamiet terecht stelt, het gebruik van ‘Dynamiet Nederland’ in een advertentie-uiting van [handelsnaam] leidt tot misleiding of verwarring bij het publiek over de identiteit en/of hoedanigheid van [handelsnaam]. Het wekt immers de indruk dat het gaat om een advertentie van Dynamiet Nederland of dat er tussen [handelsnaam] en Dynamiet Nederland een verband is, terwijl dat niet zo is. Daarmee maakt [gedaagde 1] zich schuldig aan misleidende mededelingen zoals bedoeld in artikel 6:194 lid 1 aanhef Pro en onder i BW, wat onrechtmatig is jegens Dynamiet Nederland.
3.5.
Gebleken is dat [gedaagde 1] ten tijde van de zitting het gebruik van ‘Dynamiet Nederland’ bij haar advertentie-uitingen had vervangen door ‘Dynamiet’. Ook met het gebruik van een deel van de handelsnaam van Dynamiet handelt [gedaagde 1] onrechtmatig. Dynamiet heeft gedaagden meerdere malen aangeschreven om het onrechtmatige gebruik van haar handelsnaam te staken. Gedaagden gaven iedere keer aan dat zij het gebruik zouden stoppen, maar gingen daar steeds niet toe over. Gezien die houding, heeft Dynamiet er alle belang bij dat [gedaagde 1] deze onrechtmatige handelwijze staakt en gestaakt houdt.
3.6.
Het gevorderde verbod om de handelsnaam van Dynamiet te gebruiken, wordt daarom toegewezen. Het verbod strekt zich ook uit tot het gebruik van de woorden ‘Dynamiet’, ‘Dynamite’ en ‘Dynamite Nederland’, aangezien dat eveneens tot verwarring bij het publiek kan leiden. Een verbod op het gebruik van variaties is, zonder concretisering, onvoldoende bepaald en om die reden niet toewijsbaar.
3.7.
De voorzieningenrechter ziet grond om het toe te wijzen verbod ook op te leggen aan [gedaagde 2]. Van belang is dat Dynamiet voor het eerst op 9 februari 2026 [gedaagde 2] aanschreef met het verzoek om het onrechtmatige gebruik van haar handelsnaam te staken. Op dat moment exploiteerde [gedaagde 2] de website www.[handelsnaam].nl als eenmanszaak en handelde hij dus als zodanig persoonlijk onrechtmatig jegens Dynamiet. Na die aanschrijving heeft [gedaagde 2] de website en de handelsnaam van ‘[handelsnaam]’ ondergebracht in [gedaagde 1], een vennootschap waarvan hij indirect enig aandeelhouder en bestuurder is. Het onrechtmatige gebruik van de handelsnaam van Dynamiet is daarna voortgezet door [gedaagde 1]. Aldus heeft [gedaagde 2] niet alleen in privé onrechtmatig gehandeld, hij heeft daarna een zodanig leidende rol gehad als bestuurder dat hem persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt voor de onrechtmatige handelwijze van [gedaagde 1]. Dat betekent dat hij in privé, naast de vennootschap, aansprakelijk wordt gehouden (vgl. HR 5 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2628, r.o. 3.5.2).
3.8.
De gevorderde dwangsom wordt beperkt en gemaximeerd toegewezen.
Vordering II.
3.9.
Dynamiet legt aan vordering II. ten grondslag dat [gedaagde 1] heeft geadverteerd met de tekst “Beter dan Dynamiet Nederland” en dat dit gebruik onrechtmatig is op grond van artikel 6:194a BW ten grondslag. Deze grondslag treft doel. Hier is sprake van vergelijkende reclame op een wijze die niet is toegestaan op grond van artikel 6:194a lid 2 aanhef en onder c en e BW.
3.10.
Voor zover gedaagden deze reclame-uiting al niet hebben verwijderd, worden zij veroordeeld om de zin te verwijderen en verwijderd te houden.
3.11.
De gevorderde dwangsom wordt beperkt en gemaximeerd toegewezen.
Proceskosten
3.12.
Gedaagden worden als de in het ongelijk gestelde partijen in de proceskosten van Dynamiet veroordeeld. Dynamiet heeft primair om een vergoeding van de daadwerkelijk gemaakte proceskosten gevraagd op basis van artikel 1019h Rv, omdat gedaagden volgens haar inbreuk maken op artikel 5 Hnw Pro. Nu, zoals gezegd, deze grondslag niet slaagt en de vorderingen worden toegewezen op grondslagen die geen betrekking hebben op intellectueel eigendomsrecht, volgt een proceskostenveroordeling op basis van het liquidatietarief.
3.13.
De proceskosten van Dynamiet worden begroot op:
- dagvaardingen € 259,08
- griffierecht € 735,00
- salaris € 1.177,00
- nakosten
€ 189,00(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 2.360,08
3.14.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

4.De beslissing

De voorzieningenrechter:
4.1.
verleent verstek tegen gedaagden;
4.2.
verbiedt gedaagden om, na de betekening van dit vonnis, de woorden ‘Dynamiet
Nederland’, ‘Dynamiet’, ‘Dynamite’ en ‘Dynamite Nederland’ te gebruiken;
4.3.
veroordeelt gedaagden hoofdelijk om aan Dynamiet een dwangsom te betalen van € 500,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij niet aan het in 4.2. uitgesproken verbod voldoen, tot een maximum van € 20.000,00 is bereikt;
4.4.
veroordeelt gedaagden om, binnen één werkdag na de betekening van dit vonnis,
de reclame-uiting ‘Beter dan Dynamiet Nederland’ te verwijderen en verwijderd te houden
van ieder medium, waaronder begrepen Google;
4.5.
veroordeelt gedaagden hoofdelijk om aan Dynamiet een dwangsom te betalen van € 500,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij niet aan de in 4.4. uitgesproken veroordeling voldoen, tot een maximum van € 20.000,00 is bereikt;
4.6.
veroordeelt gedaagden hoofdelijk in de proceskosten van € 2.360,08, te betalen binnen 14 dagen na aanschrijving daartoe; als betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, moeten gedaagden € 98,00 extra betalen, plus de kosten van betekening;
4.7.
veroordeelt gedaagden hoofdelijk tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen 14 dagen na aanschrijving zijn voldaan;
4.8.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
4.9.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. P. de Bruin en in het openbaar uitgesproken op 11 juni 2026.
2091 / 2009