Uitspraak
RECHTBANK Rotterdam
ZOWEL IN PRIVÉ ALS IN HOEDANIGHEID VAN EXECUTEUR EN ERFGENAAM IN DE NALATENSCHAP VAN [erflaatster],
1.De procedure
- de mondelinge behandeling op 28 mei 2026.
2.De feiten
uit hoofde van zijn legitimaire aanspraak, te weten 1/6e deel van de activa, zijnde € 59.859,49, welke schuld[de zus en [eiseres] ]
als gezamenlijke erfgenamen gelet op het bepaalde in artikel 4:80 lid 1 BW Pro zijn gehouden aan hem uit de nalatenschap te voldoen. (…)”
van (…) € 59.859,49. Daarop moet nog in mindering worden gebracht de namens hem voorgeschoten erfbelasting ad (…) € 3.889,00, zodat[ [gedaagde] ]
voornoemd op grond van het vorenstaande ontvangt (…) € 55.970,49.”
3.Het geschil
4.De beoordeling
en[ [eiseres] ]
toebedeelde overbedelingssommen, met de daarop betrekking hebbende bescheiden heeft ontvangen of tot zich genomen, terwijl de comparant[ [gedaagde] ]
de door hem verschuldigde overbedelingssom voortaan zal schuldig zijn onder de titel van geleend geld, zodat zij elkander bij deze ter zake van deze scheiding volledige kwijting verlenen;”