Uitspraak
RECHTBANK Rotterdam
1.DWW HOLDING B.V.,
[gedaagde sub 2],
[gedaagde sub 3],
1.De zaak in het kort
2.De procedure
- de dagvaardingen van 4, 7 en 14 augustus 2025, met producties 1 tot en met 7;
- de conclusie van antwoord van DWW en [gedaagde sub 2] , met producties 1 en 2;
- de brief van 16 december 2025 van de rechtbank, waarbij partijen zijn opgeroepen voor een mondelinge behandeling;
- het bericht van 16 maart 2026 van de rechtbank, met een zittingsagenda waarbij partijen nader zijn geïnformeerd over de mondelinge behandeling;
- de akte overlegging aanvullende productie 8 van [eiser] ;
- de mondelinge behandeling van 24 april 2026 en de door [eiser] overgelegde spreekaantekeningen.
3.De feiten
4.Het geschil
5.De beoordeling
term sheetvan 15 januari 2020, waarin de voorwaarden van de voorgenomen investering zijn samengevat, blijkt dat deze investering een serieuze optie leek. Dat het aan de bestuurders van De Woningwachter zou zijn te wijten dat de investering niet is doorgegaan, is niet gesteld en ook niet gebleken. In de e-mail van de beoogde investeerder aan [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] van 13 maart 2020 staat het volgende:
6.De beslissing
1977/1918