Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:6839

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
22 mei 2026
Publicatiedatum
15 juni 2026
Zaaknummer
11933181 CV EXPL 25-22490
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 15 AVGArt. 79 lid 2 AVGArt. 82 AVGArt. 35 lid 1 UAVGArt. 35 lid 2 UAVG
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling inzageverzoek persoonsgegevens en proceskosten in consumentenrechtzaak

Duinkerken heeft Woonexpress verzocht om inzage in de verwerking van zijn persoonsgegevens, waarop Woonexpress niet tijdig heeft gereageerd. Duinkerken vordert onder meer een verklaring voor recht, inzage, dwangsommen, schadevergoeding en proceskosten. Woonexpress betwist de bevoegdheid van de rechtbank Rotterdam en stelt dat de rechtbank Zeeland-West-Brabant bevoegd is.

De rechtbank oordeelt dat Nederland rechtsmacht heeft op grond van de AVG en dat Rotterdam bevoegd is omdat Duinkerken daar woont en Woonexpress meerdere vestigingen in Nederland heeft. De kantonrechter wijst het incident af en veroordeelt Woonexpress in de proceskosten van €130,50.

De rechtbank stelt dat het inzageverzoek op grond van artikel 15 AVG Pro niet via dagvaarding maar via verzoekschrift moet worden ingediend bij de kamer voor andere zaken dan kantonzaken, hier het team Handel en Haven. Daarom verwijst de rechtbank dit deel van de zaak ambtshalve naar die procedure en geeft partijen gelegenheid zich hierover uit te laten. De overige vorderingen blijven bij de kantonrechter.

De rechtbank benadrukt dat samenvoeging van dagvaardings- en verzoekschriftprocedures niet mogelijk is, waardoor de zaak gesplitst wordt. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en partijen kunnen zich op de rolzitting uitlaten over de verwijzing.

Uitkomst: De rechtbank verklaart zich bevoegd voor de meeste vorderingen, wijst het incident af, veroordeelt Woonexpress in proceskosten en verwijst het inzageverzoek naar de verzoekschriftprocedure.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11933181 CV EXPL 25-22490
datum uitspraak: 22 mei 2026
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
[eiser],
woonplaats: [woonplaats],
eiser in de hoofdzaak, verweerder in het incident,
gemachtigde: E. Donkersloot,
tegen
Woonexpress B.V.,
vestigingsplaats: Waalwijk,
gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident,
gemachtigde: mr. H.A.J. de Jong.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 2 oktober 2025, met bijlagen;
  • de eis in het incident van Woonexpress, met bijlagen;
  • het antwoord in het incident van Duinkerken, met bijlagen.

2.De beoordeling

Waar gaat de zaak over?
2.1.
Duinkerken heeft aan Woonexpress inzage gevraagd in de verwerking van zijn persoonsgegevens. Volgens Duinkerken heeft Woonexpress daar niet op tijd op gereageerd.
2.2.
Duinkerken eist dat de kantonrechter:
I. voor recht verklaart dat Woonexpress in strijd met de AVG [1] heeft gehandeld;
II. Woonexpress veroordeelt om alsnog volledige inzage te geven in zijn persoonsgegevens die Woonexpress heeft verwerkt;
III. bepaalt dat Woonexpress een dwangsom moet betalen als zij een veroordeling op onderdeel II niet op tijd nakomt.
IV. Woonexpress veroordeelt om een schadevergoeding van € 1.500,- aan Duinkerken te betalen voor immateriële schade [2] ;
V. Woonexpress veroordeelt om € 925,- aan buitengerechtelijke incassokosten te betalen;
VI. Woonexpress veroordeelt in de werkelijke proceskosten;
VII. Woonexpress veroordeelt om de wettelijke rente te betalen over de onderdelen IV, V en VI;
VIII. Woonexpress veroordeelt om het griffierecht en de kosten van het exploot van dagvaarding te betalen;
IX. bepaalt dat het vonnis uitvoerbaar bij voorraad is.
2.3.
Woonexpress vraag om de rechtbank onbevoegd te verklaren, omdat:
 rechtsmacht ontbreekt;
 de rechtbank Zeeland-West-Brabant bevoegd is.
Woonexpres wil dat Duinkerken wordt veroordeeld om de werkelijke kosten van het incident te betalen.
2.4.
Duinkerken wil dat het incident wordt afgewezen en dat Woonexpress wordt veroordeeld in de kosten daarvan.
Nederland heeft rechtsmacht
2.5.
De Nederlandse rechter mag over deze zaak oordelen. Dat blijkt uit de AVG. Daarin staat namelijk dat een procedure tegen een verwerkingsverantwoordelijke (dat is in dit geval Woonexpress) wordt ingesteld bij een gerecht van de lidstaat waar zij een vestiging heeft, of bij een gerecht van de lidstaat waar betrokkene (dat is in dit geval Duinkerken) woont. [3] Woonexpress heeft meerdere vestigingen in Nederland en Duinkerken woont in Nederland.
De rechtbank Rotterdam is bevoegd
2.6.
Woonexpress betwist niet dat Rotterdam de woonplaats is van Duinkerken of dat hij daar zijn werkelijk verblijf heeft. Daarom is de rechtbank Rotterdam bevoegd. [4] Het gaat namelijk om een procedure betreffende een consumentenovereenkomst. Weliswaar ligt de grondslag van de eisen niet in de consumentenovereenkomst, maar de eisen zijn er niet los van te zien.
Woonexpress moet de proceskosten in het incident meteen betalen
2.7.
De proceskosten in het incident komen voor rekening van Woonexpress, omdat zij ongelijk krijgt. [5] De kantonrechter begroot de kosten die Woonexpress aan Duinkerken moet betalen op € 87,00 aan salaris voor de gemachtigde en € 43,50 aan nakosten. Dat is in totaal € 130,50. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend. Duinkerken mag deze kosten meteen incasseren bij Woonexpress. [6]
De kantonrechter is van plan om een deel van de zaak te verwijzen naar de verzoekschriftprocedure bij team Haven en Handel
2.8.
De kantonrechter moet in de hoofdzaak eerst beoordelen of zij bevoegd is om deze zaak te behandelen. Zij oordeelt voorlopig dat dit voor een deel van de zaak niet het geval is.
Het inzageverzoek moet worden gedaan aan de kamer voor andere zaken dan kantonzaken
2.9.
De eis van Duinkerken onder II is namelijk een verzoek om inzage te verkrijgen in de verwerking van zijn persoonsgegevens. Dit verzoek is gebaseerd op artikel 15 van Pro de AVG. Omdat de beslissing op dat verzoek in dit geval is genomen door Woonexpress en Woonexpress geen bestuursorgaan is, geldt dat Duinkerken zich tot de rechtbank kan wenden met het verzoek de verwerkingsverantwoordelijke (Woonexpress) te bevelen de verzoeken als bedoeld in artikel 15 AVG Pro alsnog toe of af te wijzen. Dat staat in artikel 35 lid 1 van Pro de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming.
Met de rechtbank wordt bedoeld de kamer voor andere zaken dan kantonzaken. [7] Dat blijkt uit de voorganger van deze wet. [8] Daarin stond in 2001 al dat zulke verzoeken moesten worden gedaan aan de arrondissementsrechtbank en toen bestond binnen elk arrondissement nog een zelfstandig kantongerecht. Dat betekent dat de wetgever dus niet de kantonrechter bedoelde. Uit niets blijkt dat de wetgever dit heeft willen veranderen.
Het inzageverzoek moet worden gedaan in een verzoekschrift en de regels voor de verzoekschriftprocedure gelden
2.10.
Duinkerken heeft het inzageverzoek gedaan in een dagvaarding, terwijl het verzoek had moeten worden gedaan in een verzoekschrift. [9] De procedure moet voor dit deel worden voortgezet volgens de regels die gelden voor de verzoekschriftprocedure.
De kantonrechter is bevoegd om te beslissen over de overige eisen
2.11.
De kantonrechter is wel bevoegd om te beslissen over de andere eisen. De onder I gevraagde verklaring voor recht is van onbepaalde waarde en er zijn duidelijke aanwijzingen dat die eis gewaardeerd moeten worden op maximaal € 25.000,-. [10] Duinkerken koppelt daar zelf een schadevergoedingseis van € 1.500,- aan. Hij voert niet aan dat hij meer schade heeft geleden dan dit bedrag. De schadevergoedingseis behoort ook tot het takenpakket van de kantonrechter, omdat het geëiste bedrag lager is dan € 25.000,- en de kantonrechter bevoegd is voor alle eisen tot aan dat bedrag. [11] De rest van de eisen zijn aanvullend hieraan, zodat de kantonrechter ten aanzien daarvan ook bevoegd is.
Geen gezamenlijke behandeling van alle eisen mogelijk
2.12.
Weliswaar is het uitgangspunt van de wetgever dat samenhangende vorderingen vanuit een oogpunt van doelmatigheid zo veel mogelijk door één en dezelfde rechter moeten worden behandeld en beslist en vindt de kantonrechter de eisen van Duinkerken zulke samenhangende vorderingen, maar de wet biedt geen mogelijkheid om alle eisen van Duinkerken samen te behandelen. Het voegen van een dagvaardingsprocedure met een verzoekschriftprocedure is namelijk niet mogelijk. Dat betekent dat als de kantonrechter de gehele procedure verwijst naar team Handel en Haven dat er niet toe zal leiden dat de hele zaak door dezelfde rechter wordt behandeld en beslist.
Hoe nu verder?
2.13.
De kantonrechter is hierom van plan om alleen het inzageverzoek ambtshalve te verwijzen naar de verzoekschriftprocedure [12] bij team Handel en Haven van deze rechtbank. [13] Beide partijen krijgen eerst de gelegenheid om zich op de rolzitting van 17 juni 2026 uit te laten over dit voornemen. [14] Als zij schriftelijk reageren, dan moet die reactie uiterlijk 16 juni 2026 in tweevoud zijn ontvangen op de rechtbank. In dat geval is het niet nodig dat de partijen naar de rolzitting komen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
In het incident
3.1.
wijst het incident af;
3.2.
veroordeelt Woonexpress in de proceskosten, die aan de kant van Duinkerken worden begroot op € 130,50;
3.3.
verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;
In de hoofdzaak
3.4.
verwijst de zaak naar de rolzitting van
woensdag 17 juni 2026 om 11.30 uur, zodat beide partijen zich kunnen uitlaten over het voornemen van de kantonrechter om het inzageverzoek te verwijzen naar de verzoekschriftprocedure bij team Handel en Haven van deze rechtbank;
3.5.
houdt iedere andere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.H. Poiesz en in het openbaar uitgesproken.
703

Voetnoten

1.De Verordening (EU) 2016/679 bescherming natuurlijke personen in verband met verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG.
2.Op grond van artikel 82 AVG Pro;
3.Dit staat in 79 lid 2 van de AVG.
4.Voor het inzageverzoek is dat op grond van artikel 262 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en voor de overige eisen is dat op grond van artikel 101 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
5.Dat is de hoofdregel die staat in artikel 237 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
6.Dat betekent dat dit deel van de uitspraak uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard: het vonnis mag meteen worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen (artikel 233 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering).
7.Dat is bij de rechtbank Rotterdam het team Haven en Handel.
8.De Wet bescherming Persoonsgegevens versie 2001, artikel 46.
9.Dat staat expliciet in artikel 35 lid 2 UAVG Pro.
10.In artikel 93 aanhef Pro en onder b van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering staat dat de kantonrechter zaken behandelt en beslist betreffende vorderingen van onbepaalde waarde als er duidelijke aanwijzingen bestaan dat de vordering geen hogere waarde vertegenwoordigt dan € 25.000,-.
11.Dat staat in artikel 93 onder Pro a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
12.Op basis van artikel 69 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering.
13.In artikel 71 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering staat dat een zaak ambtshalve kan worden verwezen naar een kamer voor andere zaken dan kantonzaken als een zaak door die kamer moet worden behandeld.
14.Een ambtshalve verwijzing kan pas plaatsvinden nadat de partijen in de gelegenheid zijn geweest om zich uit te laten over de vraag of de zaak bij de juiste rechter in behandeling is.