Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:6841

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
12 juni 2026
Publicatiedatum
15 juni 2026
Zaaknummer
12125826 CV EXPL 26-6065
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 BWArt. 237 RvArt. 233 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Terugvordering auto en betaling achterstallige leasetermijnen na ontbinding leaseovereenkomst

In deze zaak vordert Hiltermann Lease B.V. dat gedaagde de geleasde auto teruggeeft en de achterstallige leasetermijnen, toekomstige leasebedragen, incassokosten en rente betaalt. Gedaagde erkent de betalingsachterstand maar wenst de auto te behouden en stelt een betalingsregeling voor, welke door Hiltermann wordt afgewezen.

De kantonrechter oordeelt dat door de ontbinding van de leaseovereenkomst gedaagde geen recht meer heeft op het gebruik van de auto en veroordeelt hem tot onmiddellijke teruggave binnen twee dagen na betekening van het vonnis, onder dreiging van een dwangsom. Tevens wordt de hoofdsom van € 22.790,80 toegewezen, bestaande uit niet-betaalde leasetermijnen en een schadevergoeding wegens voortijdige beëindiging.

Daarnaast worden incassokosten van € 2.279,08 en contractuele rente van 18% per jaar over de hoofdsom toegewezen. Gedaagde wordt ook veroordeeld in de proceskosten van Hiltermann, begroot op € 2.931,54. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat het direct kan worden uitgevoerd.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot teruggeven van de auto en betaling van achterstallige leasetermijnen, incassokosten, rente en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 12125826 CV EXPL 26-6065
datum uitspraak: 12 juni 2026
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Hiltermann Lease B.V.,
vestigingsplaats: Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer,
eiseres,
gemachtigde: Hafkamp Groenewegen gerechtsdeurwaarders,
tegen
[gedaagde], die handelt onder de naam
[handelsnaam],
woonplaats: [woonplaats],
gedaagde,
die zelf procedeert.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 2 maart 2026, met bijlagen;
  • het verslag van de zitting van 10 maart 2026;
  • de conclusie van repliek.
1.2.
[gedaagde] mocht reageren op de conclusie van repliek, maar heeft dat niet gedaan.

2.De beoordeling

Waar gaat de zaak over?
2.1.
[gedaagde] heeft van Hiltermann een auto geleased. [gedaagde] moest elke maand een leasebedrag aan Hiltermann betalen en heeft dat niet gedaan. Hiltermann heeft daarom de overeenkomst ontbonden. Zij eist in deze procedure dat de kantonrechter [gedaagde] veroordeelt om de auto terug te geven en om de achterstand en de toekomstige leasebedragen in één keer te betalen, met rente en kosten. [gedaagde] betwist de eis niet, maar wil de auto graag houden. Hij heeft inmiddels weer werk en een betalingsregeling voorgesteld. Hiltermann is daar niet mee akkoord en houdt vast aan haar eisen. De kantonrechter wijst de eisen toe. Hierna wordt uitgelegd waarom dit de uitkomst is.
[gedaagde] moet de auto teruggeven
2.2.
De eis tot afgifte van de auto wordt toegewezen. [gedaagde] moet de auto teruggeven aan Hiltermann, omdat de overeenkomst is ontbonden. Daardoor heeft [gedaagde] geen recht meer om de auto te gebruiken. De auto moet worden teruggegeven binnen twee dagen na de betekening van dit vonnis. Doet [gedaagde] dat niet, dan moet hij een dwangsom betalen.
[gedaagde] moet de hoofdsom, incassokosten en rente betalen
2.3.
De geëiste hoofdsom van € 22.790,80 wordt toegewezen, omdat Hiltermann stelt dat [gedaagde] dat moet betalen en [gedaagde] dat niet betwist. De hoofdsom bestaat uit niet-betaalde leasetermijnen en een schadevergoeding omdat de overeenkomst voortijdig is beëindigd.
2.4.
De incassokosten van € 2.279,08 worden toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 BW Pro).
2.5.
De contractuele rente van 18% per jaar wordt toegewezen, omdat Hiltermann genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde] dat niet heeft betwist. Berekend tot 23 februari 2026 bedraagt de rente € 195,41.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
2.6.
[gedaagde] krijgt ongelijk en moet daarom de proceskosten betalen (artikel 237 Rv Pro). De kantonrechter begroot deze kosten aan de kant van Hiltermann op € 129,54 aan dagvaardingskosten, € 1.504,00 aan griffierecht, € 1.154,00 aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 577,00) en € 144,00 aan nakosten. Dat is in totaal € 2.931,54. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.7.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Hiltermann dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv Pro). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde] tot afgifte van de auto met het kenteken [kenteken] binnen twee dagen na betekening van dit vonnis op verbeurte van een dwangsom van € 400,00 per dag zolang de auto niet is afgegeven, met een maximum van € 25.000,00;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] om aan Hiltermann te betalen € 25.265,29, te vermeerderen met de rente ad 18% per jaar over € 22.790,80 vanaf 23 februari 2026 tot en met de dag dat volledig is betaald;
3.3.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Hiltermann tot vandaag worden vastgesteld op € 2.931,54;
3.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. M.C. van der Kolk en in het openbaar uitgesproken.
34286