Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:6846

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
20 mei 2026
Publicatiedatum
15 juni 2026
Zaaknummer
10-299215-25 en 10-090859-26
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 33 SrArt. 33a Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor medeplegen van vrijheidsberoving, afpersing en diefstal met geweld

Op 2, 3 en 4 november 2025 heeft de verdachte samen met anderen meerdere strafbare feiten gepleegd in Rotterdam en Schiedam, waaronder wederrechtelijke vrijheidsberoving, afpersing, diefstal met geweld, diefstal met valse sleutels en mishandeling van drie slachtoffers. De slachtoffers werden via lokaccounts op sociale media naar locaties gelokt, waar zij werden opgesloten, bedreigd, mishandeld en gedwongen tot het afstaan van geld en goederen.

De rechtbank verklaarde de verdachte vrij van twee feiten wegens onvoldoende bewijs, maar achtte hem schuldig aan de overige ten laste gelegde feiten. Het bewijs bestond uit verklaringen van slachtoffers, verdachte en medeverdachten, politieonderzoeken, en chatberichten op Snapchat die het vooropgezette karakter en de groepsaanpak bevestigen.

De rechtbank oordeelde dat de verdachte medepleger was en dat de feiten ernstige inbreuk maakten op de lichamelijke integriteit en eigendommen van de slachtoffers. De verdachte toonde onvoldoende verantwoordelijkheid en bleef vasthouden aan zijn rechtvaardiging van het eigenhandig optreden tegen vermeende pedofielen.

De rechtbank legde een gevangenisstraf van 42 maanden op, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en bijzondere voorwaarden. De inbeslaggenomen telefoons werden verbeurdverklaard. De vorderingen van de benadeelde partijen werden deels toegewezen, met een totaal toegekende schadevergoeding van enkele duizenden euro's per slachtoffer, vermeerderd met wettelijke rente en onder oplegging van een schadevergoedingsmaatregel.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 42 maanden gevangenisstraf, deels voorwaardelijk, en verbeurdverklaring van telefoons; schadevergoedingen aan benadeelden toegewezen.

Uitspraak

Rechtbank RotterdamZittingsplaats Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummers: 10-299215-25 en 10-090859-26
Datum uitspraak: 20 mei 2026
Datum zitting: 23 april 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[naam verdachte],
geboren op [geboortedag] 1998 in [geboorteplaats]
ingeschreven op het adres [adres 1] , [postcode 1] [woonplaats] ,
gedetineerd in de penitentiaire inrichting [naam P.I.] .
Advocaat van de verdachte: mr. S. Aarts
Officier van justitie: mr. A.K. Tiggelaar
Benadeelde partijen: [benadeelde 1] , [benadeelde 2] en [benadeelde 3]
Kern van het vonnis
Op 2 november 2025 heeft de verdachte zich samen met anderen schuldig gemaakt aan een wederrechtelijke vrijheidsberoving en een afpersing van het slachtoffer [slachtoffer 1] . Ook heeft hij zich op 3 november 2025 samen met anderen schuldig gemaakt aan een wederrechtelijke vrijheidsberoving, een diefstal met geweld en een diefstal door middel van valse sleutels van het slachtoffer [slachtoffer 2] . Verder heeft de verdachte zich op 4 november 2025 samen met anderen schuldig gemaakt aan een diefstal met geweld, een afpersing, en een mishandeling van het slachtoffer [slachtoffer 3] . De rechtbank legt een gevangenisstraf op van 42 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan zes maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar en met bijzondere voorwaarden. De vorderingen van de benadeelde partijen worden gedeeltelijk toegewezen. De inbeslaggenomen telefoons van de verdachte worden verbeurdverklaard.

1.Tenlasteleggingen

De officier van justitie beschuldigt de verdachte van betrokkenheid bij - samengevat - een gijzeling of een wederrechtelijke vrijheidsberoving, een diefstal met geweld en een diefstal door middel van valse sleutels van het slachtoffer [slachtoffer 2] op 3 november 2025 (feiten 1 tot en met 3 onder parketnummer 10-299215-25). Ook wordt de verdachte beschuldigd van een wederrechtelijke vrijheidsberoving en een afpersing van het slachtoffer [slachtoffer 1] op 2 november 2025 (feiten 4 en 5 onder parketnummer 10-299215-25). Verder wordt de verdachte beschuldigd van betrokkenheid bij een diefstal met geweld, een afpersing, een mishandeling en een vernieling van een auto van het slachtoffer [slachtoffer 3] (feiten 1 tot en met 4 onder parketnummer 10-090859-26).
De volledige tenlasteleggingen (hierna: beschuldigingen) houden in dat:
10-299215-25
1.
hij op of omstreeks 3 november 2025 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer 2] wederrechtelijk van de vrijheid heeft/hebben beroofd en/of beroofd gehouden, door
- die [slachtoffer 2] (verder) een woning in te trekken en/of te duwen en/of
- de voordeur(en) van die/een woning te bewaken en/of
- die [slachtoffer 2] te mishandelen en/of af te persen en/of te bestelen, terwijl die [slachtoffer 2] op een bank moest plaatsnemen en/of
- die [slachtoffer 2] een tekst voor te laten lezen en/of die [slachtoffer 2] te filmen; met het oogmerk een ander, te weten familie en/of vrienden en/of kennissen van die [slachtoffer 2] , te dwingen iets te doen of niet te doen, te weten het betalen van (een) geldbedrag(en);
2.
hij op of omstreeks 3 november 2025 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een portemonnee, inhoudende een geldbedrag en/of smartwatch en/of een mobiele telefoon, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of
bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door (meermalen)
- die [slachtoffer 2] (verder) een woning in te trekken en/of te duwen en/of
- de voordeur(en) van die/een woning te bewaken en/of
- tegen die [slachtoffer 2] te zeggen:
* ”Of je gaat dokken. Of je gaat dood!” en/of
* ”Wat heb je in je zakken?!” en/of
* “Als je niet betaalt, stoppen we dingen in je kont” en/of
* “Of je gaat dit (verdovende middelen, althans een stof gelijkend op verdovende middelen) nemen. Of je gaat dood hier” en/of
* “Dit gaat jou E2000 kosten” en/of
* “Bel je ouders, vrienden of kennissen om geld te regelen” en/of
* “Je gaat hen nu bellen voor geld, anders ga je dood!”, althans woorden van gelijkende dreigende/intimiderende strekking, en/of
- de kleding van die [slachtoffer 2] te doorzoeken en/of
- tegen het lichaam en/of hoofd en/of in het gezicht van die [slachtoffer 2] te slaan en/of stompen en/of
- met een bezem op de rug van die [slachtoffer 2] te slaan en/of
- een zwaard en/of een (vuur)wapen, althans een op een (vuur)wapen gelijkend voorwerp) aan die [slachtoffer 2] te tonen en/of
- een voorwerp tegen het hoofd van die [slachtoffer 2] te plaatsen;
3.
hij op of omstreeks 3 november 2025 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (een) geldbedrag(en), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te weten (een) (pin)pas(sen) met (een) daarbij behorende pincode(s),
waarvan hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) niet de rechtmatige eigena(a)r(en) en/of gebruiker(s) was/waren;
4.
hij op of omstreeks 2 november 2025 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer 1] wederrechtelijk van de vrijheid heeft/hebben beroofd en/of beroofd gehouden, door
- die [slachtoffer 1] (verder) een pand te laten betreden en/of
- de (centrale) voordeur van dat pand af te sluiten/op slot te draaien en/of
- die Van der Veen af te persen;
5.
hij op of omstreeks 2 november 2025 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een rijbewijs en/of een geldbedrag (E1800), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer 1] toebehoorde(n) door (meermalen)
- die [slachtoffer 1] naar een woning te lokken en/of
- de deur van de hoofingang van die woning op slot te draaien en/of
- die [slachtoffer 1] te filmen en/of
- tegen/aan die [slachtoffer 1] te zeggen/vragen:
o “Kom naar boven!’ en/of
o “Ga op de bank zitten!” en/of
o “Je wilt afspreken met een minderjarige en blijven slapen” en/of
o “Heb je ketting, armband, horloge?” en/of
o “Heb je een rijbewijs?” en/of
o “Je moet betalen of wij halen de politie erbij!” en/of
o “Wat heb je op je rekening staan? Pak je telefoon!” en/of
o “Maak geld over!”,
althans woorden van gelijke dreigende/intimiderende aard/strekking;
10-090859-26
1.
hij op of omstreeks 4 november 2025 te Schiedam, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, telefoons (merk/type Iphone 12 en/of Iphone 14) en/of oplaadkabels en/of autopapieren, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 3] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door (meermalen)
- die [slachtoffer 3] onverhoeds in donkere kleding te benaderen en de bosjes in te trekken en/of
- de kleding van die [slachtoffer 3] te doorzoeken en/of
- op/tegen het hoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer 3] te slaan/stompen
- op/tegen het hoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer 3] te schoppen/trappen en/of
- een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, aan die [slachtoffer 3] te tonen;
2.
hij op of omstreeks 4 november 2025 te Schiedam, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld
[slachtoffer 3] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag van 1.820 euro, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer 3] en/of een derde toebehoorde(n)
door
- die [slachtoffer 3] een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp te tonen en/of dat/een mes, althans dat/een scherp en/of puntig voorwerp, tegen de rug van die [slachtoffer 3] te plaatsen en/of
- die [slachtoffer 3] op/tegen het lichaam te slaan/stompen en/of
- te dreigen om de familie van die [slachtoffer 3] iets aan te doen;
3.
hij op of omstreeks 4 november 2025 te Schiedam tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen [slachtoffer 3] heeft mishandeld door
- tegen het hoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer 3] te slaan/stompen en/of schoppen/trappen en/of
- die [slachtoffer 3] te dwingen om crack, althans een voor de gezondheid schadelijke stof, te roken;
4.
hij op of omstreeks 4 november 2025 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen opzettelijk en wederrechtelijk een auto, in elk geval enig goed,
dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n)
heeft vernield, beschadigd en/ of onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt.

2.Bewijs

2.1.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt vrijgesproken van de gijzeling van [slachtoffer 2] (feit 1 primair parketnummer 10-299215-25) en van de vernieling van de auto van [slachtoffer 3] (feit 4 parketnummer 10-090859-26). De verdachte moet worden veroordeeld voor alle overige feiten.
2.2.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor alle feiten. Het standpunt van de verdediging zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.
2.3.
Oordeel van de rechtbank
2.3.1.
Vrijspraak gijzeling [slachtoffer 2] (feit 1 primair parketnummer 10-299215-25)
De beschuldiging is niet bewezen. De verdachte wordt daarvan dus vrijgesproken. De officier van justitie en de verdediging zijn tot dezelfde conclusie gekomen, zodat de rechtbank dit niet verder zal motiveren.
2.3.2.
Vrijspraak vernieling auto [slachtoffer 3] (feit 4 parketnummer 10-090859-26)
De beschuldiging is niet bewezen. De verdachte wordt daarvan dus vrijgesproken. De officier van justitie en de verdediging zijn tot dezelfde conclusie gekomen, zodat de rechtbank dit niet verder zal motiveren.
2.3.3.
Bewezenverklaring
Bewezen is dat:
10-299215-25
Feit 1
impliciet subsidiair
hij op 3 november 2025 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk [slachtoffer 2] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden, door
- die [slachtoffer 2] (verder) een woning in te trekken en/of te duwen en
- de voordeur van die woning te bewaken en
- die [slachtoffer 2] te mishandelen en af te persen en te bestelen, terwijl die [slachtoffer 2] op een bank moest plaatsnemen;
Feit 2
hij op 3 november 2025 te Rotterdam tezamen en in vereniging met anderen, een portemonnee, inhoudende een geldbedrag, en smartwatch en een mobiele telefoon, die aan [slachtoffer 2] , toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan
envergezeld van geweld en
bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, door
- die [slachtoffer 2] (verder) een woning in te trekken en te duwen en
- de voordeur van die woning te bewaken en
- tegen die [slachtoffer 2] te zeggen:
* ”Of je gaat dokken. Of je gaat dood!” en
* ”Wat heb je in je zakken?!” en
- de kleding van die [slachtoffer 2] te doorzoeken;
Feit 3
hij op 3 november 2025 te Rotterdam tezamen en in vereniging met anderen, geldbedragen, die aan [slachtoffer 2] , toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededaders die weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te weten pinpassen met daarbij behorende pincodes, waarvan hij, verdachte, en zijn mededaders niet de rechtmatige eigenaren en/of gebruikers waren;
Feit 4
hij op 2 november 2025 te Rotterdam tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk [slachtoffer 1] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/beroofd gehouden, door
- die [slachtoffer 1] (verder) een pand te laten betreden en
- de (centrale) voordeur van dat pand af te sluiten en
- die [slachtoffer 1] af te persen;
Feit 5
hij op 2 november 2025 te Rotterdam tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een rijbewijs en een geldbedrag (E1800), die aan die [slachtoffer 1] toebehoorden door
- die [slachtoffer 1] naar een woning te lokken en
- de deur van de hoof
dingang van die woning op slot te draaien en
- die [slachtoffer 1] te filmen en
- tegen/aan die [slachtoffer 1] te zeggen/vragen:
o “Kom naar boven!’ en
o “Ga op de bank zitten!” en
o “Je wilt afspreken met een minderjarige en blijven slapen” en
o “Heb je ketting, armband, horloge?” en
o “Heb je een rijbewijs?” en
o “Je moet betalen of wij halen de politie erbij!” en
o “Wat heb je op je rekening staan? Pak je telefoon!” en
o “Maak geld over!”;
10-090859-26
Feit 1
hij op 4 november 2025 te Schiedam, tezamen en in vereniging met anderen, telefoons (merk/type Iphone 12 en/of Iphone 14), die aan [slachtoffer 3] , toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan
envergezeld van geweld en
bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 3] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, door
- die [slachtoffer 3] onverhoeds in donkere kleding te benaderen en de bosjes in te trekken en
- de kleding van die [slachtoffer 3] te doorzoeken en
- op/tegen het hoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer 3] te slaan/stompen
en
- op/tegen het hoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer 3] te schoppen/trappen en
- een mes, aan die [slachtoffer 3] te tonen;
Feit 2
hij op 4 november 2025 te Schiedam, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer 3] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag van 1.820 euro, dat aan die [slachtoffer 3] toebehoorde door
- die [slachtoffer 3] een mes te tonen en dat mes tegen de rug van die
[slachtoffer 3] te plaatsen en
- die [slachtoffer 3] op/tegen het lichaam te slaan/stompen en
- te dreigen om de familie van die [slachtoffer 3] iets aan te doen;
Feit 3
hij op 4 november 2025 te Schiedam tezamen en in vereniging met anderen, [slachtoffer 3] heeft mishandeld door
- tegen het hoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer 3] te slaan/stompen en schoppen/trappen en
- die [slachtoffer 3] te dwingen om crack te roken.
2.3.4.
Bewijsmiddelen
De bewezenverklaring van de feiten is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen [1] en de onderstaande bewijsmotivering.
Algemeen
1.
Verklaring van de verdachte [2]
Het snapchataccount van het minderjarige meisje met de gebruikersnamen [gebruikersnaam 6] en [gebruikersnaam 7] werd door meerdere personen beheerd. Ik kwam met hen in contact en kreeg te horen dat met dit snapchataccount werd gejaagd op pedofielen. Ik heb alle berichten van dat lokaccount live mee kunnen lezen op de telefoon van een van de beheerders.
2.
Proces-verbaal van de politie [3]
Ik had onderzoek verricht aan de iPhone 14 die onder de verdachte [naam verdachte] in beslag is genomen.
Ik zag in de IPhone 14 dat als User Account - Snapchat is opgeslagen:
Name - [gebruikersnaam 1]
Ik zag dat een Snapchatconversatie had plaatsgevonden tussen de Snapchatgebruikers [gebruikersnaam 1] , [gebruikersnaam 2] , [gebruikersnaam 3] , [gebruikersnaam 4] en [gebruikersnaam 5] . Het betrof een Snapchat conversatie tussen 5 personen van 1 november 2025 tot en met 7 november 2025. Op 6 november 2025 was er in de Snapchatgroep onder andere geschreven:
Snapchatgebruiker [gebruikersnaam 1] (= [naam verdachte] ) schrijft:
"Boys beter 15-jaRige boy met regenboogvlag achter zijn naam"
"Ga je sien wat voor vieze mensen komen"
Snapchatgebruiker [gebruikersnaam 3] reageert met:
"Hahahahahahaha gebruik die van laast".
Vervolgens deelt Snapchat gebruiker [gebruikersnaam 3] :
Snapchatgebruiker [gebruikersnaam 4] reageert vervolgens met een geluidsfragment op
"Boys beter 15-jaRige boy met regenboogvlag achter zijn naam".
Vervolgens moet Snapchatgebruiker [gebruikersnaam 4] nieuwe pikkas, (straattaal voor foto's), gebruiken want [gebruikersnaam 2] (= verdachte [medeverdachte 1] ) vraagt:
"doe nieuwe" - "pikkas" - "dese is klaar" - "vind een uit" - "uk ofs" - w8" - "kga zoeken" - "mij snap staat op uk".
Snapchat gebruiker [gebruikersnaam 4] reageert.
"Beetje jong aub".Het moet er jong, kleiner en donkerder uitzien en Snapchat gebruiker [gebruikersnaam 2] houdt zich ook bezig met de "pikkas".
Dan wordt er in de Snapchatconversatie gesproken over de spots, (locaties die geschikt zijn). Met betrekking tot spots worden video's gedeeld door Snapchat gebruiker [gebruikersnaam 3] en hierbij staat
"Kijk deze spot top in avond" en "Daar ook".
Snapchatgebruiker [gebruikersnaam 1] komt ook nog met een locatie. Hij schrijft:
"Niffos" - "Breng zn kkr moeder" - "Naar Spangen vijver" - "Trein baan marconiplein geloof me nou".
[gebruikersnaam 1] deelt een video van de locatie die hij bedoelt met
"Naar Spangen vijver" -"Trein baan marconiplein geloof me nou".
Snapchatgebruiker [gebruikersnaam 4] komt dan in een geluidsfragment met een plan om voortaan fietsen te gebruiken. Hij zegt:
"Boys luister dan, ik heb vieze plan ja. Voortaan gaan we met de fietsen komen ja. We gaan gewoon goedkope fietsen kopen. Jonguh dan gaan we naar die plek moven met die fietsen. Jonguh dan gaan we gewoon die mensen klaren. Dan gaan we die fietsen, dan gaan we naar die bus van uh, hoe heet dat, van Chi no zodat zij ons niet kunnen volgen meer zo".
Snapchatgebruiker [gebruikersnaam 1] reageert om het plan met betrekking tot de fietsen met:
"Goeie !!!" - "En als ze gaan rennen pakken we ze sneller".
Vervolgens gaat het over het feit als ze gepakt gaan worden.
Er wordt in de Snapchat groep hierover onder andere geschreven:
"We gooie beetje. Ruwen wel 3" - "Meldingen in paar dage tijd".
"Hahah ja man hayeck", (hayek is straattaal voor veel)
"Ze moeten dit niet opstapelen"
"Dan gaan we lang verwdijen la"
"Onze fonna mogen nooit gepakt worden amk"
"Deze kk groep jonge"
"Die beelde zijn enige bewijs".
"Boys ik merk een patroon".
"Die oude vieze manne doen allemaal zelf aangifte"
"En die youngboys niet".
Snapchatgebruiker [gebruikersnaam 2] schrijft dan:
"nou" - "die" - "van" - net" - "niet" - "die van gister was jong" - "neefje" - "nu binnen"
Snapchat gebruiker [gebruikersnaam 4] reageert op "die van gister was jong" met:
"Nee die man was 30 ofz"
Snapchat gebruiker [gebruikersnaam 2] reageert hierop met. "
neejoh 25mqx" - "max"
Snapchat gebruiker [gebruikersnaam 4] reageert met:
"Bro 100% 30+".
Dan zegt Snapchat gebruiker [gebruikersnaam 3] in een geluidsfragment:
"Goeroe, (kan leider betekenen), die Turk van laatst, kijk het is toch "orgie" dat, broer zijn tellies, alles zijn gepakt, je weet toch. Dus daar zitten we safe mee. Je weet toch.
Camerabeelden die dag je weet toch uhm ja kijk bij die scorro, (is school), uh ja bij die scorro was die cam, (is camera), bij die ding in die hoek.
Kijk enigste was ons zou kunnen naaien was iemand die "visie" daar komt of een van ons, kweet niet en uh ja toen we achter die andere boys ging, achter die ene boy ging aanlopen, ja ik ben niet bij de cammie geweest noh he"
Snapchat gebruiker [gebruikersnaam 2] reageert met: die tellies" - "is regel een".
[gebruikersnaam 1] schrijft:
"Niffo denk dat we al die pedos moeten expose man".
"Je kan voor weekend eruit halen waar mensen heel de week voor moeten werken met deze jobs".
"Beter weekend actief haha".
Snapchat gebruiker [gebruikersnaam 1] reageert tussendoor nog op het linken aan zaken:
"Brooooooooooo hahaha we worden aan 3 kk zaken gelinkt".
Snapchat gebruiker [gebruikersnaam 1] schrijft dan
"Er is vgm vollop onderzoek nr ons hahah"
"Neejo fuck die shit".
"Leren ervan en door maar slim aanpakken".
Snapchatgebruiker [gebruikersnaam 2] reageert met
: "jmn", (ja man).
Snapchatgebruiker [gebruikersnaam 4] reageert met:
Accie s al kwijt Weinig beelden. Domme aangiftes ah scotoe kan dr niks mee joh"
3.
Proces-verbaal van de politie [4]
Ik had onderzoek verricht aan de Google Pixel en aan de iPhone 14 van de verdachte [naam verdachte] .
Het telefoonnummer [gsm-nummer 1] is in gebruik bij de verdachte [naam verdachte]
Dit telefoonnummer staat gekoppeld aan de iPhone 14: [naam verdachte] (owner) - + [gsm-nummer 1] .
Naar het contact, die gebruik maakt van telefoonnummer [gsm-nummer 2] , wordt op 6 november 2025 om 07.45.57 uur geschreven:
"Ik jaag tegenwoordig op pedos man zit veel maar pap in hahahah".
Opmerking: Pap is straattaal voor geld.
Naar het contact, die gebruik maakt van telefoonnummer [gsm-nummer 2] , wordt op 6 november 2025 om 07.48.54 uur geschreven:
"Ik heb een bully broer die heeft snapchat daar lokt tie ze".
Naar het contact, die gebruik maakt van telefoonnummer [gsm-nummer 2] , wordt op 6
november 2025 om 08:18:33 uur geschreven:
Laats 17b uit eentje gehaald plus hij moest nog borie roken shiii".
Opmerking:
17b is hoogstwaarschijnlijk 17 barkie, (barkie straattaal voor 100 euro).
Borie is straattaal voor crack - cocaïne.
10-299215-25
Feiten 1 tot en met 3
4.
Verklaring van de verdachte [5]
Het klopt dat ik aanwezig was bij het incident aan de Groene Hilledijk in Rotterdam op 3 november 2025 dat onder de feiten 1 tot en met 3 is tenlastegelegd. Het klopt dat ik heb verklaard dat ik met drie andere jongens naar de woning ging. Daar waren ook nog twee oude mannen aanwezig. [slachtoffer 2] kwam naar de woning en wij hebben hem toen filmend geconfronteerd. Het klopt dat ik heb verklaard dat wij de telefoon van het slachtoffer hebben geopend en daarin gingen kijken. Ik heb gezegd dat wij [slachtoffer 2] gingen ‘exposen’ en dat wij de politie of zijn familie zouden bellen. Wij hebben [slachtoffer 2] niet geëxposed, omdat hij ons heeft betaald.
5.
Proces-verbaal van de politie, aangifte [slachtoffer 2] [6] Ik werd door een vrouw op Snapchat toegevoegd. Wij hadden op 3 november 2025 afgesproken. Ik kreeg een adres aan de Groene Hilledijk in Rotterdam doorgestuurd. De voordeur stond op een kiertje voor mij. Ik stond binnen en toen voelde ik meteen dat er iemand achter mij stond. Ik voelde dat deze persoon mij naar boven duwde. Ik kon geen kant meer op. Ik keek naar boven en ik zag dat daar twee jongens in de rechterdeuropening stonden. Ik hoorde de jongens zeggen "kom naar boven, anders vermoorden wij je''. Ik kon zien dat de persoon achter mij een jongen was. Ik werd door de jongen achter mij naar boven geduwd. Ik moest een trap op.
Ik werd door de jongen achter mij naar binnen geduwd. Ik moest van de jongen plaatsnemen op een hoekbank. Een van de jongens hoorde ik zeggen "of je gaat dokken, of je gaat dood'' en ik hoorde hem ook zeggen "wat heb je in je zakken". De jongens hebben mij toen hardhandig gefouilleerd en alles uit mijn zakken gehaald. Mijn portemonnee met daarin 200 euro contant, Samsung smartwatch en mijn telefoon. Ik voelde een harde klap op mijn rug. Toen ik omdraaide voelde ik een harde vuistklap op mijn rechterwang. Ik zag dat ze mij met een bezemsteel op mijn rug sloegen. Ik wilde hier zo snel mogelijk weg, maar ik kreeg niet de kans om weg te gaan. De jongens hielden mij opgesloten in de woning. Een jongen stond de voordeur te bewaken.
Ik zag dat de jongens mij begonnen te filmen met hun telefoon. Ik hoorde de jongens
zeggen "als je niet betaalt, dan wij dingen in je kont stoppen". Ik hoorde alle jongens zeggen: "dit gaat jou twee duizend euro kosten". Ik zei dat ik geen geld had en ik kon dit laten zien op mijn telefoon. Er zat aan mijn linkerkant een jongen en aan mijn rechterkant een jongen. De jongens hielden mijn telefoon vast en controleerden of ik alleen naar mijn bankaccount zou gaan. Als ik niet zou gehoorzamen kreeg ik een klap op mijn gezicht. Ik hoorde de jongens zeggen dat ik mijn ouders, vrienden of kennissen moest bellen om geld te regelen, dit omdat zij dan het geld konden opnemen.
Ik heb denk ik ongeveer twintig tot vijfentwintig klappen op mijn hoofd gekregen van de jongens die nog in de woning waren.
Op een gegeven moment zaten er vier van de vijf jongens op een bank achter mij. De
andere jongen zat naast mij op de bank. Ik moest van de jongen familie, vrienden of kennissen opbellen om geld te lenen. Ik heb toen drie vrienden geprobeerd te bellen en eentje nam er op. Ik hoorde mijn vriend zeggen "ik bel je zo terug". Ik hoorde een van de jongens die op de bank achter mij stond, ineens opstaan en naast mij staan. Ik hoorde hem zeggen "je gaat hen nu bellen, voor geld anders ga je dood vandaag". Ik voelde dat er iets tegen mijn hoofd werd aangehouden, net iets boven mijn slaap. Ik vermoed dat dit een pistool was.
Mijn vriend belde terug en ik vroeg aan hem of ik 500 euro mocht lenen. Ik hoorde
mijn vriend weer zeggen "ik bel zo terug''. Een van de jongens hoorde ik zeggen "maar
ik zie dat jij een mastercard hebt, dus daar kan je meer mee pinnen". Ik zei dat ik
nog maar 900 euro kon pinnen. Toen belde mijn vriend terug en zei ik heb het geld voor je, stuur maar een tikkie. De jongen naast mij hield nog steeds mijn
telefoon vast en ik stuurde een tikkie naar mijn vriend van 500 euro. Mijn vriend
heeft toen dit bedrag overgemaakt. Ik moest toen de pincode van mijn mastercard en
bankpas aan de jongens vertellen. Er zijn toen twee jongens met mijn beide bankpassen
naar buiten gegaan. Ik vermoed dat zij gingen pinnen.
Ik zag dat er geld was gepind met mijn bankpas. Ik zag dat 500 euro was gepind bij Geldmaat "Beijerlandse 179 NLD" op 3 november 2025, om 20:18 uur. Ik zag ook dat er 900 euro in reservering staat van mijn mastercard, op mijn bankaccount. Dit was ook bij een Geldmaat "Beijerlan [nummer 1] Rotterdam NL" opgenomen.
6.
Proces-verbaal van de politie, nader verhoor [slachtoffer 2] [7]
De aangever [slachtoffer 2] verklaarde:
Ik heb enorme hoofdpijn. Ik heb eigenlijk geen letsel, maar ik ben wel meerdere keren geslagen. Ik had eerder wel een bult op mijn voorhoofd, maar deze is inmiddels weggetrokken. Door de stress en de klappen voel ik pijn in mijn hoofd, nek en rug.
7.
Proces-verbaal van de politie, verklaring medeverdachte [medeverdachte 2] [8]
V: Staat voor vragen van de verbalisant.
A: Staat voor antwoorden van de verdachte.
R: Staat voor opmerkingen van de raadsman.
V: De betaalpassen van [slachtoffer 2] zijn weggenomen, weet u daar iets van?
A: Ze hebben ze mij wel gegeven.
V: Vertel daar eens alles over?
A: Ik moest gaan pinnen voor hun.
V: Wat werd daarbij gezegd? Bij het geven van die passen?
A: Of ik even wou gaan pinnen.
V: Pinpas zit een pincode bij. Wist u de pincode?
A: Die kreeg ik ook van hun.
V: Hoe zag de persoon er uit die de pas gaf aan u?
A: Dat was die hoe heet die gozer?
R: [naam verdachte] .
A: [naam verdachte] .
V: Was hij ook diegene die tegen u zij dat u moest gaan pinnen?
A: Ja.
V: En de pincode? Gaf hij die ook?
A: Ja.
V: Hoeveel u moest gaan pinnen?
A: 1400. Het was 900 en 500.
V: Wat weet u nog van de pinpas? Van welke bank was het bijvoorbeeld?
A: Visacard was het en ING.
V: Dan heeft u gepind en dan? Wat gaat u met het geld en de passen doen?
A: Weer terug en toen heeft hij ze weer aangenomen.
V: Wie heeft ze aangenomen?
A: Hoe heet die die [naam verdachte] .
V: [naam verdachte] noem ik hem.
A: Die [naam verdachte] ja.
Feiten 4 en 5
8.
Verklaring van de verdachte [9]
Het klopt dat ik aanwezig was bij het incident aan de Groene Hilledijk in Rotterdam op 2 november 2025 dat onder de feiten 3 en 4 is tenlastegelegd. Het slachtoffer [slachtoffer 1] is op dezelfde wijze als [slachtoffer 2] geconfronteerd. Het klopt dat [slachtoffer 1] €1.800,- heeft overgemaakt naar de rekening van de medeverdachte Verwer. Verwer heeft het geld vervolgens opgenomen van zijn bankrekening.
9.
Proces-verbaal van de politie, aangifte [slachtoffer 1] [10] Ik ben tegen mijn wil in gegijzeld in een woning aan de Groene Hilledijk in Rotterdam.
Vier jongens en twee mannen hebben door middel van intimidatie en opsluiting mij 1.800,- euro afhandig gemaakt.
Op 2 november 2025 ben ik bij de woning aan de Groene Hilledijk in Rotterdam gekomen. Ik zag jongen 1 de centrale en gedeelde voordeur openen. Ik liep de trap op naar boven. Ik hoorde ineens dat iemand het slot van de deur van de centrale hoofdingang op slot draaide. Ik ben naar beneden gelopen, ik wilde weggaan. Ik heb aan de deurklink getrokken maar de voordeur opende zich niet. Ik kon geen kant op. Ik was opgesloten. Ik stond beneden, ik hoorde de deur van rechtsboven opengaan. Ik hoorde jongen 2 met een dwingende toon zeggen; "Kom naar boven!". Ik voelde wat stress. Ik ben naar boven gegaan de woning in. Ik zag nog twee jongens. Ik hoorde jongen 2 met een dwingende stem zeggen dat ik op de bank moest gaan zitten. Ik zag jongen 1 enkele minuten later ook de woning binnenlopen. Ik zag dat jongen 2 en 3 hun telefoon uit hun zak pakten en begonnen te filmen. Ik hoorde hen zeggen of woorden van gelijke strekking; "Je wil afspreken met een minderjarige, hij wilde afspreken en
blijven slapen". Dit bleven zij 3 tot 4 keer herhalen. Ik hoorde zover ik mij kan herinneren jongen 2 zeggen; "heb je ketting, armband, horloge?"
Ik hoorde jongen 1 vragen naar mijn rijbewijs. Jongen 1 bleef zich herhalen. Ik heb mijn rijbewijs afgegeven. Ik zag dat er nog een man (man 1) in de woning was.
Jongen 1, 2 en 3 hoorde ik zeggen; "Je moet betalen of wij halen de politie erbij". Ik zat op de bank. Ik wilde zo snel mogelijk weg. Ik kon alleen niet weg aangezien de centrale deur beneden op slot gedraaid was. Ik besloot mee te werken. Ik hoorde de jongens zeggen dat zij wilde weten wat ik op mijn betaalrekening had staan. Ik hoorde jongen 1,2 of 3 zeggen dat ik mijn telefoon moest pakken. Ik liet jongen 1 zien wat ik op mijn betaalrekening had staan een geldbedrag van 1.800,- euro. Ik heb dit geld overgemaakt naar het rekeningnummer; [rekeningnummer] op naam van [medeverdachte 2] .
10.
Proces-verbaal van de politie, verklaring medeverdachte [medeverdachte 2] [11]
V: De aangever (
de rechtbank begrijpt: [slachtoffer 1]) moest 1800 euro overmaken. Hoe zit dat?
A: Ja, naar mijn rekening. En ik ga daarbij zeggen, het gaat niet over [slachtoffer 1] maar over een schuldbekentenis.
V: Wat bedoeld u daarmee?
A: [naam verdachte] via hem. Ik moest geld gaan pinnen en zag dat het een schuldbekentenis was.
V: De 1800 euro wordt overgemaakt naar [medeverdachte 2] . Wat is er met dat geld gebeurd?
A: Weer aan hem gegeven, [naam verdachte] . Ik ben toen gelijk naar hem toe gegaan.
11.
Proces-verbaal van de politie, verklaring medeverdachte [medeverdachte 2] [12]
V: Met die pinpas van die meneer is er gepind op de Beijerlandselaan.
A: Ja dat klopt op de randweg.
10-090859-26
Feiten 1 tot en met 3
1.
Verklaring van de verdachte [13]
Het klopt dat ik aanwezig was bij het incident in het Prinses Beatrixpark te Schiedam op 4 november 2025 dat onder de feiten 1 tot en met 3 is tenlastegelegd. Ik was daar aanvankelijk samen met drie andere personen. Ik stond op de uitkijk voor het slachtoffer. Ik hoorde van de medeverdachten dat het slachtoffer op dezelfde wijze als eerder is geconfronteerd. Ik ben samen met een ander persoon meegegaan met het slachtoffer [slachtoffer 3] naar de Albert Heijn om geld te pinnen. Toen wij terug kwamen was de groep groter geworden. Daarna ben ik nog een keer meegegaan met [slachtoffer 3] naar de Albert Heijn om geld te pinnen.
2.
Proces-verbaal van de politie, aangifte [slachtoffer 3] [14]
Pleegdatum: 4 november 2025
Ik praat met een meisje op Snapchat, ik ken haar naam niet. Ik denk dat haar naam begint met A. Ze wilde vandaag
(de rechtbank begrijpt: op 4 november 2025)afspreken met mij. Ik vroeg haar haar locatie op te sturen. Ik zag dat haar locatie uitstraalde in het Prinses Beatrixpark. Toen ik naar A liep, zag ik dat er mensen liepen, in het zwart gekleed, die erg met mij bezig waren. Dit waren twee jongens. Ik liep terug met A over de route hoe ik gekomen was. We liepen over het fietspad "Schiedamseweg" terug naar mijn auto. Onderweg kwamen we weer twee in het zwart geklede jongens tegen. Ik had een iPhone 12 en iPhone 14 bij mij. Achter de basisschool/Aapjeskooi, bij de gymzaal, kwamen er ineens vanuit allerlei richtingen allemaal jongens in het zwart gekleed op mij af. Ik zag dat deze jongens mij de bosjes in trokken, totdat we tegen de muur van de gymzaal stonden.
Ik voelde dat mijn zakken leeg werden gehaald. Ik voelde vervolgens dat ik op mijn hoofd werd geslagen. Ik zag dat meerdere jongens met platte handen, vuisten en knieën naar mijn richting toe zwaaiden. Direct daarachteraan voelde ik pijnscheuten op verschillende delen van mijn lichaam. Ik voelde vooral dat mijn bovenlichaam klappen kreeg. Ik voelde dat voornamelijk mijn hoofd werd geraakt.
Op enig moment zag ik dat er een been in de richting van mijn hoofd ging, waarna ik zo'n harde klap voelde dat ik een piep hoorde en "knock out" op de grond ging. Ik weet niet hoelang ik even "out" was, maar toen ik bij kwam zag ik dat er een mes werd getrokken. Ik zag vervolgens dat mijn telefoon af werd gepakt. Ik hoorde dat zij naar mijn pincodes vroegen. Ik voelde mij gedwongen dit te geven, omdat zij een mes bij zich hadden.
Ik zag dat zij vervolgens mijn ING app openden, waar ze zagen dat ik ongeveer 1800 euro had. Ik zag dat ze video's met hun eigen telefoon en die van mij opnamen, waarin ik moest zeggen dat ik een pedo was. Ik moest ook iets roken, waarvan ze zeiden dat het crack was. Ook werd ik continue geslagen.
Omdat ze gezien hadden dat ik 1800 euro had dwongen ze mij mee te gaan naar een filiaal van Albert Heijn. Dit deden zij door het mes op mijn rug te houden. Er gingen twee mensen met mij mee. Er werd constant gedreigd om de politie niet te bellen, omdat ze dan mijn familie iets aan gingen doen.
Bij Albert Heijn aan het Hof van Spaland in Schiedam aangekomen kreeg ik een tijdslimiet van twee minuten om het geld te pinnen en weer terug te zijn. Ik ben in totaal vier keer gaan pinnen. Ik heb totaal 1820 euro gepind en moest deze aan hun geven. Dit heb ik ook zonder eigen wil gedaan.
Hierna moest ik met hun teruglopen, waarna zij het geld onder hun hadden verdeeld. Ook hebben zij mij nog een paar klappen gegeven. De telefoons hebben ze gehouden.
Door de mishandeling heb ik pijn aan mijn linkerzijde van mijn gezicht. Ik heb een verdikking op mijn linker jukbeen. Ik voelde net dat ik pijn had wanneer ik mijn kaak probeerde te openen.
3.
Proces-verbaal van de politie [15] Ik ontving de bankbescheiden met hierop de gegevens dat het slachtoffer (
de rechtbank begrijpt: [slachtoffer 3] )gepind had. De tijden waarop gepind is, is als volgt
- 04-11-2025 20/59 - 500 EURO;
- 04-11-2025 21/13 - 320 EURO;
- 04-11-2025 21/45 - 250 EURO;
- 04-11-2025 21/44 - 750 EURO.
4.
Proces-verbaal van de politie, verklaring medeverdachte [medeverdachte 3] [16]
Wat wil jij verklaren over de diefstal met geweld van 4 november 2025?
Ik was daar aangekomen en ik had gehoord dat daar een pedofiel was. Toen ik daar was heb ik hem geslagen en geschopt.
Waarom had jij zo veel plezier tijdens het roken van de crack sigaret door het slachtoffer?
Ja ik heb hem aangemoedigd.
Waarom geef je het slachtoffer één of twee highkicks?
Dat was gewoon het moment, het was niet zo hard ofzo.
2.3.5.
Bewijsmotivering
Rechtmatigheidsverweer telefoons
De verdediging heeft aangevoerd dat de doorzoeking in de telefoons van de verdachte onrechtmatig is geweest. Volgens de verdediging heeft de verdachte niet vrijwillig en ondubbelzinnig toestemming gegeven voor het uitlezen van zijn telefoons. Daarbij is van belang dat uit het dossier blijkt dat de verdachte aanvankelijk de toegangscodes van zijn telefoons aan de politie gaf, maar direct na het lezen van het toestemmingsformulier zijn toegangscodes begon door te krassen. Een verbalisant pakte hierop het toestemmingsformulier af en kon de codes nog lezen. Door op deze manier te werk te gaan, zijn de codes volgens de verdediging onrechtmatig verkregen. Dit werkt door in het onderzoek aan de telefoons, omdat de verdediging ervan uitgaat dat de onrechtmatig verkregen codes zijn gebruikt om de telefoons te openen. Om die reden moeten alle onderzoeksresultaten die zijn verkregen door het onderzoek aan de telefoons worden uitgesloten van het bewijs waaronder ook de daaruit voortvloeiende verklaringen van de verdachte nu hij zich genoodzaakt voelde om een verklaring af te leggen over hetgeen in zijn telefoon was aangetroffen. Subsidiair heeft de verdediging bepleit dat strafvermindering moet volgen.
De rechtbank stelt vast dat de gang van zaken ten aanzien van het verkrijgen van de toegangscodes van de telefoons van de verdachte, opmerkelijk is. Nu echter uit het dossier blijkt dat de rechter-commissaris een machtiging heeft afgegeven voor het doorzoeken van de telefoons, laat de rechtbank het bij die constatering. Met de machtiging van de rechter-commissaris zijn de telefoons rechtmatig doorzocht, waardoor de rechtbank geen reden ziet om de resultaten van dit onderzoek en de mogelijk daaruit voortvloeiende verklaringen van de verdachte uit te sluiten van het bewijs.
Algemeen
Op drie achtereenvolgende dagen hebben er in Rotterdam en Schiedam geweldsincidenten plaatsgevonden die te maken hadden met een groep jongens die op ‘pedo’s ging jagen’. De drie geweldsincidenten verliepen nagenoeg op dezelfde wijze. De verdachte en zijn medeverdachten deden zich via een lokaccount voor als een minderjarig meisje en voerden (seksueel getinte) gesprekken met de drie slachtoffers. Vervolgens maakten zij een fysieke afspraak met de slachtoffers. Tijdens de ontmoeting die volgde, werden de slachtoffers onder druk gezet. Zij werden mishandeld en er werd gedreigd met ontmaskering; aan de omgeving van de slachtoffers en de politie zou worden verteld dat de slachtoffers pedofielen zouden zijn. Om dit te voorkomen moesten zij geld betalen en verschillende goederen afgeven.
De verdachte heeft op de zitting verklaard dat hij de feiten enkel en alleen heeft gepleegd vanuit zijn overtuiging dat hij ‘pedofielen’ die afspraakjes met minderjarige meisjes maken met hun gedrag moest confronteren en hen voor de consequenties van hun gedrag moest waarschuwen. De verdachte zou het niet hebben gedaan vanuit een financieel motief. Ook dichtte de verdachte zichzelf steeds een kleine rol toe in het geheel.
Nog daargelaten dat de verdachte ook in zijn lezing ten onrechte het recht in eigen hand heeft genomen, acht de rechtbank zijn verklaring ongeloofwaardig in het licht van het dossier. In dit verband wijst de rechtbank op chatberichten die in de telefoon van de verdachte zijn aangetroffen. Daarin zegt hij onder meer tegen een onbekend gebleven derde:
"Ik jaag tegenwoordig op pedos man zit veel maar pap in hahahah" en "Je kan voor weekend eruit halen waar mensen heel de week voor moeten werken met deze jobs".De rechtbank leidt hieruit af dat de verdachte op ‘pedofielen jaagt’, omdat daar kennelijk veel geld mee te verdienen valt. Uit de aangetroffen chatberichten die zijn verzonden in de Snapchatgroep waarin de verdachte samen met medeverdachten zit, blijkt eveneens dat het plegen van dergelijke feiten werd gezien als een verdienmodel. In die berichten wordt gesproken over het aanmaken van lokaccounts en wordt gericht gezocht naar kwetsbare slachtoffers. Zo wordt onder andere besproken dat een vijftienjarige jongen met regenboogvlag beter is.
Op basis van de chatberichten stelt de rechtbank vast dat het geen incidenten of experimenten waren om mensen aan te spreken, te waarschuwen of te beschermen, maar dat het een
ongoing businesswas, waar geld mee werd verdiend. Er werd actief gezocht naar jonge, kwetsbare slachtoffers, en er werden geschikte ontmoetingsplekken en mogelijkheden om daar ongezien weg te komen en aan onderzoek door de politie te ontkomen, besproken. De manier waarop de verdachte zich in de chatberichten over de groepsactiviteiten uitlaat, toont dat hij actief deelnam aan (het plannen van) de activiteiten van de groep. De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte de feiten 1 impliciet subsidiair, 2, 3, 4, en 5 onder parketnummer 10-299215-25, en de feiten 1, 2 en 3 onder parketnummer 10-090859-26 heeft gepleegd. Hieronder zal in aanvulling op het voorgaande per feit afzonderlijk worden besproken waarom de rechtbank tot die beslissing is gekomen.
Feiten 1 tot en met 3 (10-299215-25)
Uit het dossier volgt dat het slachtoffer [slachtoffer 2] contact had met het Snapchataccount dat in beheer was van één van de medeverdachten. Dit Snapchataccount werd gebruikt om het slachtoffer op 3 november 2025 naar de woning aan de Groene Hilledijk in Rotterdam te lokken. Uit de aangifte van [slachtoffer 2] volgt dat hij, eenmaal aangekomen bij de woning, naar binnen werd geduwd en moest plaatsnemen op de bank. [slachtoffer 2] wilde de woning verlaten, maar kreeg daar de kans niet toe. Hij werd opgesloten in de woning en de voordeur werd bewaakt door een van de verdachten.
Uit de aangifte van [slachtoffer 2] volgt verder dat tegen hem werd gezegd: "
of je gaat dokken, of je gaat dood'' en "
wat heb je in je zakken". [slachtoffer 2] werd daarna handhandig gefouilleerd en moest zijn smartwatch, telefoon en portemonnee met daarin € 200,- afgeven. [slachtoffer 2] heeft verklaard dat hij tijdens het feit ongeveer twintig tot vijfentwintig klappen op zijn hoofd heeft gekregen en dat hij is geslagen met een bezemsteel op zijn rug. Het slachtoffer voelde zich na het geweld en de bedreigingen gedwongen om zijn pinpassen en pincodes af te geven. Daarna zijn twee geldbedragen van € 500,- en € 900,- gepind van de rekeningen van het slachtoffer.
De verdachte heeft tijdens de zitting verklaard dat hij zich op dat moment samen met drie andere jongens en twee oudere mannen in die woning bevond. Ook heeft hij verklaard dat hij het slachtoffer samen met de medeverdachten al filmend heeft geconfronteerd en samen met de medeverdachten tegen het slachtoffer heeft gezegd dat zij hem gingen ‘
exposen’ en dat zij de politie of zijn familie zouden bellen. De verdachte heeft verder verklaard dat zij [slachtoffer 2] niet hebben ‘
geëxposed’, omdat hij hen heeft betaald.
De rechtbank overweegt dat uit de verklaring van de verdachte en de inhoud van de chatberichten die de verdachte gevoerd heeft met anderen uit deze groep, kan worden afgeleid dat er sprake was van een vooropgezet plan om met een groep het slachtoffer te confronteren en geld en goederen van hem af te nemen en dat hij, de verdachte, tot die groep behoorde. Door de aanwezigheid van de groep, de dreigementen hem te “exposen” en het tegen hem gepleegde geweld, voelde het slachtoffer zich gedwongen in de woning te blijven en zijn pinpassen en pincodes af te geven. Dat hij onder deze omstandigheden vrijwillig in de woning verbleef en ook zijn geld en goederen vrijwillig afgaf, zoals door de verdediging is gesteld, vindt de rechtbank onaannemelijk.
Op grond van het voorgaande stelt de rechtbank vast dat de verdachte, samen met anderen, [slachtoffer 2] wederrechtelijk van zijn vrijheid beroofd heeft (gehouden) en geld en goederen van hem heeft gestolen met gebruikmaking van geweld en bedreiging met geweld en door middel van het gebruik maken van een valse sleutel, te weten de pinpassen van de verdachte. Een deel van de onder feit 1 ten laste gelegde feitelijkheden heeft de rechtbank niet bewezen verklaard omdat zij geen onderbouwing geven voor de wederrechtelijke vrijheidsbeneming. Een deel van de onder feit 2 tenlastegelegde feitelijkheden heeft de rechtbank niet bewezen verklaard omdat het afpersingshandelingen betreffen en dat niet ten laste is gelegd in feit 2 en deze handelingen ook niet zijn verricht om de diefstal mogelijk te maken.
Daarbij is ten aanzien van alle drie de feiten sprake geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn medeverdachten, die in de kern bestond uit een gezamenlijk plan en uitvoering daarvan.
In dit verband acht de rechtbank ten aanzien van de rol van de verdachte ook nog van belang dat uit de verklaring van Verwer volgt dat hij de geldbedragen in opdracht van de verdachte moest pinnen en dat hij van hem de pinpassen en toegangscodes van het slachtoffer kreeg, alsmede dat hij het gepinde geld en de pinpassen nadien aan de verdachte heeft gegeven. De rechtbank heeft geen reden om te twijfelen aan de juistheid en de betrouwbaarheid van de verklaring van Verwer, nu deze op belangrijke punten ondersteund wordt door de hierboven genoemde bewijsmiddelen.
Feiten 4 en 5 (10-299215-25)
Uit het dossier volgt dat het slachtoffer [slachtoffer 1] contact had met het Snapchataccount dat in beheer was bij een van de medeverdachten. Dit Snapchataccount werd gebruikt om het slachtoffer op 2 november 2025 naar de woning aan de Groene Hilledijk in Rotterdam te lokken. Uit de aangifte van [slachtoffer 1] blijkt dat, zodra hij de woning binnenliep, de voordeur op slot werd gedraaid en hij geen kant meer op kon. Daarna werd met een dwingende toon tegen hem gezegd dat hij naar boven moest komen en op de bank moest gaan zitten. [slachtoffer 1] heeft verklaard dat hij besloot mee te werken, omdat hij niet weg kon. Eenmaal boven aangekomen, zag [slachtoffer 1] vier jongens en twee mannen in de woning. Daar werd [slachtoffer 1] al filmend geconfronteerd door de verdachten met wat zijn bedoelingen van zijn komst zouden zijn: afspreken met een minderjarige en blijven slapen. Met (bedreiging met) geweld is hij vervolgens gedwongen tot afgifte van zijn rijbewijs. Het slachtoffer voelde zich na het geweld en de bedreigingen gedwongen om een geldbedrag van € 1.800,- over te maken naar de rekening van medeverdachte Verwer.
De verdachte heeft tijdens de zitting verklaard dat hij zich op dat moment in die woning bevond en dat [slachtoffer 1] op dezelfde wijze als [slachtoffer 2] werd geconfronteerd. Daaruit leidt de rechtbank af dat de verdachte samen met de medeverdachten tegen het slachtoffer heeft gezegd dat zij hem gingen ‘
exposen’ en dat zij de politie of zijn familie zouden bellen. De verdachte heeft verder verklaard dat zij het slachtoffer niet hebben ‘
geëxposed’, omdat hij hen heeft betaald. Uit de verklaring van de verdachte en de inhoud van de chatberichten die de verdachte gevoerd heeft met anderen uit deze groep, concludeert de rechtbank dat er sprake was van een vooropgezet plan om het slachtoffer met een groep te confronteren met zijn bedenkelijke bedoelingen met een minderjarige en geld of goederen van hem af te nemen en dat hij, verdachte, tot die groep behoorde. Dat het slachtoffer onder deze omstandigheden vrijwillig in de woning verbleef en ook zijn geld en goederen vrijwillig afgaf, zoals door de verdediging is gesteld, vindt de rechtbank onaannemelijk.
Gelet op voorgaande stelt de rechtbank vast dat de verdachte, samen met anderen, [slachtoffer 1] van zijn vrijheid beroofd heeft (gehouden) door de voordeur van de woning op slot te draaien en hem vervolgens af te persen. Daarbij is sprake geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en zijn medeverdachten die in de kern bestond uit een gezamenlijk plan en de uitvoering daarvan. In dit verband acht de rechtbank ten aanzien van de rol van de verdachte ook nog van belang dat uit de verklaring van Verwer volgt dat hij het geld dat op zijn rekening was gestort aan de verdachte moest betalen
Feiten 1 tot en met 3 (10-090859-26)
Uit het dossier volgt dat het slachtoffer [slachtoffer 3] contact had met het Snapchataccount dat in beheer was bij één van de medeverdachten. Dit Snapchataccount werd gebruikt om het slachtoffer op 4 november 2025 naar het Prinses Beatrixpark in Schiedam te lokken. Uit de aangifte van het slachtoffer blijkt dat hij, nadat hij daadwerkelijk een meisje had ontmoet, onverhoeds werd benaderd door een groep jongens die in het zwart gekleed waren. Vervolgens werden zijn zakken leeggehaald en zijn telefoons afgepakt. Ook werd aan het slachtoffer een mes getoond. Daarna is hij meerdere keren tegen zijn hoofd en lichaam geslagen en getrapt en werd hij gedwongen om crack te roken. Het slachtoffer voelde zich door dit alles gedwongen om tweemaal een geldbedrag op te nemen van zijn bankrekening.
De verdachte heeft op de zitting verklaard dat hij op 4 november 2025 in het park aanwezig was en uitkeek naar het slachtoffer. Ook heeft hij verklaard dat hij tweemaal met het slachtoffer is meegelopen om het geld te pinnen.
De verdediging heeft aangevoerd dat het door de verdachte (mede)plegen van de mishandeling en diefstal met geweld niet kan worden bewezen, omdat de verdachte daarbij niet betrokken of aanwezig is geweest. De rechtbank verwerpt dat verweer. Uit de bewijsmiddelen en de verklaring van de verdachte kan worden afgeleid dat er sprake was van een vooropgezet plan om het slachtoffer met een groep te confronteren en geld van hem los te krijgen en dat hij, verdachte, tot die groep behoorde. Het plan bestond uit meerdere onderdelen, waarvan geweld, diefstal en afpersing onderdeel waren. De verdachte heeft zich wellicht niet zelf ingelaten met de mishandeling en de diefstal omdat andere leden van de groep dat voor hun rekening namen maar hij heeft er mede voor gezorgd dat het slachtoffer meerdere keren een groot geldbedrag pinde en dat aan de verdachte en zijn medeverdachten afgaf. Dit is essentiële rol in de uitvoering van het plan van de groep. Dat het slachtoffer dit geldbedrag vrijwillig heeft afgegeven, zoals is bepleit door de verdediging, acht de rechtbank gelet op alle feiten en omstandigheden (waaronder het door de groep gebruikte geweld, de gemaakte filmpjes waarin hij moest zeggen dat hij pedo was en de dreigementen dat als hij de politie belde zij zijn familie zouden bellen) volstrekt ongeloofwaardig.
Voorts is niet gebleken dat de verdachte zich op enig moment heeft gedistantieerd van de door de rest van de groep gepleegde mishandeling en/of de diefstal. Dit wordt ondersteund door de eerder aangehaalde chatberichten die in de telefoon van de verdachte zijn aangetroffen. Daaruit blijkt dat de verdachte op 6 november 2025, dus twee dagen nadat dit feit plaatsvond, onder meer het volgende bericht heeft gestuurd:
"Laats 17b uit eentje gehaald plus hij moest nog borie roken shiii".Uit het dossier volgt dat met ‘borie’ crack of cocaïne wordt bedoeld. Zoals hierboven reeds is vastgesteld, moest het slachtoffer gedwongen crack roken van de (mede)verdachten. De rechtbank leidt mede uit dit chatbericht af dat de verdachte wel degelijk op de hoogte was van de geweldshandelingen. Anders dan de verdediging stelt, is de rechtbank op grond van het voorgaande van oordeel dat de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en de medeverdachten is komen vast te staan voor alle drie de feiten.

3.Kwalificatie en strafbaarheid

3.1.
Kwalificatie
De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:
10-299215-25
De eendaadse samenloop van:
Feit 1
impliciet subsidiair
medeplegen van opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden,
en
Feit 2
diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen een persoon, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en die diefstal gemakkelijk te maken, gepleegd door twee of meer verenigde personen,
en
Feit 3
diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels.
De eendaadse samenloop van:
Feit 4
medeplegen van opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden,
en
Feit 5
afpersing, gepleegd door twee of meer verenigde personen.
10-090859-26
De eendaadse samenloop van:
Feit 1
diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen een persoon, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en die diefstal gemakkelijk te maken, gepleegd door twee of meer verenigde personen,
en
Feit 2
afpersing, gepleegd door twee of meer verenigde personen,
en
Feit 3
medeplegen van mishandeling.
3.2.
Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte
De feiten en de verdachte zijn strafbaar.

4.Straf

4.1.
Eis van de officier van justitie
De verdachte moet worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 42 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan zes maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar, en met de bijzondere voorwaarden zoals vermeld in het reclasseringsadvies van 7 april 2026, met uitzondering van het contactverbod.
4.2.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft verzocht de door de officier van justitie gevorderde straf substantieel te matigen en daarnaast een fors voorwaardelijk strafdeel op te leggen van minimaal 1/3 van de op te leggen straf, gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.
4.3.
Oordeel van de rechtbank
4.3.1.
Ernst en omstandigheden van de feiten
Op drie achtereenvolgende dagen hebben er in Rotterdam en Schiedam geweldsincidenten plaatsgevonden, gepleegd door een groep die op ‘pedofielen joeg’. De drie geweldsincidenten verliepen nagenoeg op dezelfde wijze. De verdachten deden zich via een lokaccount voor als een minderjarig meisje, voerden (seksueel getinte) gesprekken met de slachtoffers en maakten vervolgens een fysieke afspraak.
Op 2 en 3 november 2025 zijn respectievelijk [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] naar een woning gelokt, die zij niet vrijwillig konden verlaten. In die woning werden zij door de groep waar de verdachte deel van uitmaakte, geconfronteerd met hun vermeende pedofiele activiteiten. Hierbij werden zij gefilmd en er werd geweld gebruikt. Tevens werd er gedreigd met het ontmaskeren van de slachtoffers bij hun familie en de politie en werden hen geld en goederen afgenomen dan wel werden zij gedwongen dit af te geven.
Op 4 november 2025 trof [slachtoffer 3] eenzelfde soort lot. Hij werd naar een park in Schiedam gelokt, waar hij daadwerkelijk een meisje trof. Op enig moment werd hij door een groep jongens belaagd, die hem mishandelde, confronteerde met hun vermeende pedofiele activiteiten, hem filmde en dwongen crack te roken. Ook bij dit slachtoffer werden goederen afgenomen en ook dit slachtoffer werd gedwongen geld af te geven.
Het idee achter het plegen van de feiten is volgens de verdachte het aanpakken van mannen die met minderjarigen afspreken voor seks. Het beeld dat bij de rechtbank is ontstaan, is dat het vooral een manier was om geld aan kwetsbare slachtoffers te verdienen. Zodra door de slachtoffers was betaald, was het ontmaskeren immers van de baan. De groep heeft zich gericht op kwetsbare jonge mannen en hen uitgelokt, bestempeld als pedofiel en zodoende met (bedreiging met) geweld en financieel verlies bestraft. Hierbij werd fors geweld niet geschuwd. De slachtoffers waren bang om publiekelijk als pedofiel te worden neergezet en dus was de kans dat één van hen aangifte zou doen niet groot.
De gebeurtenissen hebben diepe indruk gemaakt op de slachtoffers, zoals blijkt uit de door hen ingediende vorderingen tot schadevergoeding. Zij voelen zich vernederd en hebben tot op de dag van vandaag last van hetgeen hen door de verdachte en zijn medeverdachten is aangedaan. Met het plegen van deze feiten heeft de verdachte getoond geen respect te hebben voor de lichamelijke integriteit en evenmin voor de eigendommen van anderen. Hij heeft laten zien bereid en in staat te zijn om daar voor eigen gewin, op een doortrapte manier grote inbreuk op te maken.
Het zijn ernstige feiten en dat geldt ook voor de omstandigheden waaronder deze zijn gepleegd. Het schijnbare gemak waarmee deze feiten werden gepleegd en de wijze waarop zij – blijkens de Snapchatgesprekken in het dossier – onderling over het plegen van geweld spraken, is zeer verontrustend. De verdachte heeft weliswaar gezegd dat hij spijt heeft van zijn impulsieve keuzes en dat dit een slecht voorbeeld geeft aan zijn kinderen, maar hij heeft geen verantwoordelijkheid getoond voor wat de slachtoffers is aangedaan. Hij heeft ook ter zitting nog meermaals laat blijken dat hij vindt dat het vermeende pedofiele gedrag van de slachtoffers hen zwaar moet worden aangerekend en voldoende reden is om daar “tegen op te treden”. De verdachte lijkt nog altijd te vinden dat hij door dit eigenhandig optreden de maatschappij een dienst bewijst. De rechtbank neemt dat de verdachte buitengewoon kwalijk.
4.3.2.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
Strafblad
Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 27 maart 2026 blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Het strafblad van de verdachte leidt dus niet tot een hogere straf.
Rapport van de reclassering
In het rapport van Reclassering Nederland van 7 april 2026 staat onder meer het volgende.
De reclassering ziet als beschermende factoren de stabiliteit van de verdachte op de praktische leefgebieden. De verdachte heeft werk en een stabiele financiële- en woonsituatie. Ook zijn positieve houding, warme familiebanden en zorg voor zijn kinderen ziet de reclassering als beschermende factoren. Als risicofactoren ziet de reclassering de impulsiviteit en beïnvloedbaarheid van de verdachte vanuit een negatief sociaal netwerk. Volgens de reclassering is de verdachte zich hiervan bewust en is hij gemotiveerd voor een reclasseringstraject. Het recidiverisico wordt ingeschat als laag-gemiddeld. De reclassering adviseert om bij een veroordeling een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen met de volgende bijzondere voorwaarden: een meldplicht bij de reclassering, ambulante behandeling en contactverbod met de slachtoffers en medeverdachten.
Overige persoonlijke omstandigheden
De verdachte woont bij zijn ouders. De verdachte heeft twee kinderen van zeven en negen jaar oud. Hij heeft co-ouderschap met de moeder van zijn kinderen en zijn kinderen verblijven de helft van de week bij hem. Sinds zijn detentie is de verdachte gestopt met blowen. De verdachte heeft weliswaar schulden, maar heeft voorheen in ergere financiële situaties gezeten. Na zijn detentie is de verdachte van plan om weer aan de slag te gaan als kapper. De verdachte is bereid zijn volledige medewerking te verlenen aan een reclasseringstoezicht en de geadviseerde bijzondere voorwaarden.
4.3.3.
Oplegging straf
Gelet op de ernst van de strafbare feiten is het opleggen van een gevangenisstraf noodzakelijk. Het opleggen van een ander soort straf is niet passend. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd zoals dit volgt uit de LOVS oriëntatiepunten. Deze oriëntatiepunten zijn binnen de rechtspraak ontwikkeld om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen en vormen een vertrekpunt bij het bepalen van de straf. Ook weegt de rechtbank de persoonlijke omstandigheden van de verdachte mee, zoals die uit het reclasseringsrapport en tijdens de zitting naar voren zijn gekomen. Verder houdt de rechtbank rekening met de houding van de verdachte op de zitting. Hij heeft spijt betuigd, maar neemt geen volledige verantwoordelijkheid voor zijn handelen. Alles afwegend, vindt de rechtbank de door de officier van justitie geëiste straf passend en geboden. Daarom wordt een gevangenisstraf van 42 maanden opgelegd, met aftrek van de tijd die de verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Van deze gevangenisstraf worden zes maanden voorwaardelijk opgelegd. De voorwaardelijke straf heeft als doel te voorkomen dat de verdachte in de toekomst opnieuw een strafbaar feit pleegt. De rechtbank verbindt aan de voorwaardelijke straf de bijzondere voorwaarden die de reclassering heeft geadviseerd, met uitzondering van het contactverbod. De bijzondere voorwaarden zijn noodzakelijk om de kans op herhaling van het plegen van nieuwe strafbare feiten te verkleinen. Met de officier van justitie ziet de rechtbank op dit moment geen noodzaak om aan de verdachte een contactverbod met de slachtoffers en medeverdachten op te leggen, gelet op de duur van de gevangenisstraf die de verdachte moet ondergaan.
De rechtbank zal dus niet, zoals de verdediging heeft bepleit, de gevorderde straf fors matigen en daarnaast een voorwaardelijk strafdeel van minimaal 1/3 opleggen. Dat zou onvoldoende recht doen aan de ernst van de gepleegde feiten en de omstandigheden waaronder deze plaatsvonden.
De gevangenisstraf zal worden tenuitvoergelegd binnen de penitentiaire inrichting, totdat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend.

5.In beslag genomen voorwerpen

5.1.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de in beslag genomen telefoons Google Pixel 3a en Apple iPhone 14 Pro Max worden verbeurd verklaard.
5.2.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft verzocht om teruggave van de telefoons aan de verdachte.
5.3.
Oordeel van de rechtbank
Als bijkomende straf voor de feiten worden de in beslag genomen telefoons Google Pixel 3a (met goednummer [nummer 2] ) en Apple iPhone 14 Pro Max (met goednummer [nummer 3] ) verbeurd verklaard. Deze voorwerpen zijn vatbaar voor verbeurdverklaring. De strafbare feiten zijn met behulp van deze voorwerpen gepleegd en behoren aan de verdachte toe.

6.Vordering van de benadeelde partijen / schadevergoedingsmaatregelen

6.1.
Vordering [benadeelde 1] (10-299215-25)
6.1.1.
Vordering
[benadeelde 1] heeft als benadeelde partij voor feiten 1 tot en met 3 € 2.035,- als vergoeding voor materiële schade en € 15.000,- als vergoeding voor immateriële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
6.1.2.
Standpunt van de officier van justitie
De vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, met de kanttekening dat het gestelde gestolen bedrag aan cashgeld van € 350,- niet overeenkomt met het bedrag in de aangifte van het slachtoffer. De officier van justitie verzoekt de rechtbank de wettelijke rente toe te wijzen en de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.
6.1.3.
Standpunt van de verdediging
De benadeelde partij moet primair niet-ontvankelijk verklaard worden in de vordering, gezien de bepleite vrijspraak en subsidiair omdat de vordering niet genoegzaam is onderbouwd. Meer subsidiair moet de vordering ten aanzien van de immateriële schade worden gematigd tot een bedrag van €500,-.
6.1.4.
Oordeel van de rechtbank
Materiële schade
De rechtbank stelt vast dat de benadeelde partij rechtstreeks materiële schade heeft geleden
als gevolg van de gepleegde strafbare feiten 1 tot en met 3. Dit deel van de vordering wordt toegewezen, zij het dat het gestolen cashgeldbedrag wordt begroot op € 200,-, nu dat het bedrag is dat volgt uit de aangifte van het slachtoffer. Aldus wordt toegewezen een bedrag van € 1.885,-. Dit deel van de vordering is in voldoende mate onderbouwd en door de verdediging met onvoldoende argumenten weersproken. De benadeelde partij wordt in het resterende deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaard. Dit deel van de vordering kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Immateriële schade
De benadeelde partij heeft als gevolg van de strafbare feiten onder 1 tot en met 3 rechtstreeks immateriële schade geleden. De strafbare feiten hebben psychisch nadelige gevolgen voor de benadeelde partij gehad. Hoewel de vordering niet met concrete gegevens is onderbouwd, brengt de aard en de ernst van de normschending mee dat de relevante nadelige gevolgen daarvan zo voor de hand liggen voor de benadeelde, dat een aantasting in de persoon zoals bedoeld in art. 6:106 lid Pro 1, onder b, Burgerlijk Wetboek (BW), kan worden aangenomen. De schade wordt naar billijkheid begroot op € 4.000,-. Hierbij is in het bijzonder rekening gehouden met de aard van de aansprakelijkheid, de ernst van het aan de verdachte te maken verwijt en de gevolgen hiervan voor de benadeelde partij. Verder is bij de begroting rekening gehouden met bedragen die door rechters in vergelijkbare gevallen zijn toegekend. De vordering wordt tot dit bedrag toegewezen. De benadeelde partij wordt in her resterende deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaard. Dit deel van de vordering kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Dit betekent dat de verdachte een bedrag van € 4.000,- als vergoeding van immateriële schade aan de benadeelde partij moet betalen.
6.2.
Vordering [benadeelde 2] (10-299215-25)
6.2.1.
Vordering
[benadeelde 2] heeft als benadeelde partij voor feiten 4 en 5 tussen de € 1.816,- en € 1.820,- als vergoeding voor materiële schade en tussen de € 200,- en € 700,- als vergoeding voor immateriële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
6.2.2.
Standpunt van de officier van justitie
De vordering van de benadeelde partij is voldoende toegelicht en komt de officier van justitie niet onredelijk voor. De officier van justitie verzoekt de rechtbank de wettelijke rente toe te wijzen en de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.
6.2.3.
Standpunt van de verdediging
De benadeelde partij moet primair niet-ontvankelijk verklaard worden in de vordering, gezien de bepleite vrijspraak en subsidiair omdat de vordering niet genoegzaam is onderbouwd. Meer subsidiair moet de vordering ten aanzien van de immateriële schade worden gematigd tot een bedrag van €200,-.
6.2.4.
Oordeel van de rechtbank
Materiële schade
De rechtbank stelt vast dat de benadeelde partij rechtstreeks materiële schade heeft geleden
als gevolg van de gepleegde strafbare feiten 3 en 4. De vordering wordt, voor zover deze betrekking heeft op het geldbedrag van € 1.800,- toegewezen. De vordering is in zoverre voldoende onderbouwd en door de verdediging met onvoldoende argumenten weersproken.
Ten aanzien van de benzinekosten zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard, omdat onvoldoende is komen vast te staan dat deze kosten rechtstreeks verband houden met de bewezen verklaarde feiten. Dit deel van de vordering kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Immateriële schade
De benadeelde partij heeft als gevolg van de strafbare feiten onder 3 en 4 rechtstreeks immateriële schade geleden. De strafbare feiten hebben psychisch nadelige gevolgen voor de benadeelde partij gehad. Hoewel de vordering niet met concrete gegevens is onderbouwd, brengt de aard en de ernst van de normschending mee dat de relevante nadelige gevolgen daarvan zo voor de hand liggen voor de benadeelde, dat een aantasting in de persoon, zoals bedoeld in art. 6:106 lid Pro 1, onder b, BW kan worden aangenomen. Die schade wordt naar billijkheid begroot op € 700,-. Hierbij is in het bijzonder rekening gehouden met de aard van de aansprakelijkheid en de ernst van het aan de verdachte te maken verwijt en de gevolgen hiervan voor de benadeelde partij. Verder is bij de begroting rekening gehouden met bedragen die door rechters in vergelijkbare gevallen zijn toegekend. De vordering wordt tot dit bedrag toegewezen. Dit betekent dat de verdachte een bedrag van € 700,- als vergoeding van immateriële schade aan de benadeelde partij moet betalen.
6.3.
Vordering [benadeelde 3] (10-090859-26)
6.3.1.
Vordering
[benadeelde 3] heeft als benadeelde partij voor de feiten 1 tot en met 3 € 5.145,50 als vergoeding voor materiële schade en € 160.000,- als vergoeding voor immateriële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
6.3.2.
Standpunt van de officier van justitie
De vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, met uitzondering van de gevorderde kosten voor de reparatie van de auto gelet op de bepleite vrijspraak. De officier van justitie verzoekt de rechtbank de wettelijke rente toe te wijzen en de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.
6.3.3.
Standpunt van de verdediging
De benadeelde partij moet primair niet-ontvankelijk verklaard worden in de vordering, gezien de bepleite vrijspraak en subsidiair omdat de vordering niet genoegzaam is onderbouwd.. Meer subsidiair moet de vordering ten aanzien van de immateriële schade worden gematigd tot een bedrag van € 500,-.
6.3.4.
Oordeel van de rechtbank
Materiële schade
De rechtbank stelt vast dat de benadeelde partij rechtstreeks materiële schade heeft geleden
als gevolg van de gepleegde strafbare feiten onder 1 tot en met 3. De vordering wordt, voor zover deze betrekking heeft op de gestolen telefoons, toegewezen, zij het dat de waarde van deze telefoons naar billijkheid wordt begroot op € 600,-. De vordering is in zoverre door de verdediging met onvoldoende argumenten weersproken. De benadeelde partij wordt in het resterende deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaard. Dit deel van de vordering kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Voor het deel van de vordering van de benadeelde partij dat ziet op de reparatiekosten van de auto, zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard, gelet op de vrijspraak van de vernieling van de auto van de benadeelde (feit 4). Dit deel van de vordering kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Immateriële schade
De benadeelde partij heeft als gevolg van de strafbare feiten onder 1 tot en met 3 rechtstreeks immateriële schade geleden. De strafbare feiten hebben psychisch nadelige gevolgen voor de benadeelde partij gehad. Hoewel de vordering niet met concrete gegevens is onderbouwd, brengt de aard en de ernst van de normschending mee dat de relevante nadelige gevolgen daarvan zo voor de hand liggen voor de benadeelde, dat een aantasting in de persoon, zoals bedoeld in art. 6:106 lid Pro 1, onder b, BW kan worden aangenomen. De schade wordt naar billijkheid begroot op € 4.000,-. Hierbij is in het bijzonder rekening gehouden met de aard van de aansprakelijkheid, de ernst van het aan de verdachte te maken verwijt en de gevolgen hiervan voor de benadeelde partij. Verder is bij de begroting rekening gehouden met bedragen die door rechters in vergelijkbare gevallen zijn toegekend. De vordering wordt tot dit bedrag toegewezen. Dit betekent dat de verdachte een bedrag van € 4.000,- als vergoeding van immateriële schade aan de benadeelde partij moet betalen. De benadeelde partij wordt in het resterende deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaard. Dit deel van de vordering kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
6.4.
Wettelijke rente, proceskosten en schadevergoedingsmaatregel
De benadeelde partijen hebben gevorderd de schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente. De rechtbank wijst de wettelijke rente toe vanaf de datum waarop de strafbare feiten zijn gepleegd.
De rechtbank veroordeelt de verdachte in de proceskosten die de benadeelde partijen hebben gemaakt en die zij bij de tenuitvoerlegging nog zullen maken, omdat de vorderingen van de benadeelde partijen (grotendeels) worden toegewezen. Deze kosten worden tot vandaag begroot op nihil.
De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel (als bedoeld in artikel 36f Sr) op. Dit betekent dat de verdachte de schadevergoeding aan de staat moet betalen en de staat het bedrag uitkeert aan de benadeelde partijen.
Als dwangmiddel kan gijzeling worden toegepast. Voor de toegewezen vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] kan gijzeling worden toegepast voor de duur van maximaal 54 dagen, voor de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2] maximaal 25 dagen en voor de vordering van [benadeelde 3] maximaal 46 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.
6.4.1.
Schematisch overzicht schadevergoedingen
Bovengenoemde beslissingen zijn opgenomen in onderstaande tabel.
Benadeelde partij
Parketnummer en feiten
Toegewezen materiële schade
Toegewezen immateriële schade
Totaal toegewezen schade
Wettelijke rente vanaf
Aantal dagen gijzeling
[benadeelde 1]
Feiten 1 impliciet subsidiair, 2 en 3,
10-299215-25
€ 1.885,-
€ 4.000,-
€ 5.885,-
03-11-2025
54
[benadeelde 2]
Feiten 4 en 5,
10-299215-25
€ 1.800,-
€ 700,-
€ 2.500,-
02-11-2025
25
[benadeelde 3]
Feiten 1 tot en met 3,
10-090859-26
€ 600,-
€ 4.000,-
€ 4.600,-
04-11-2025
46

7.Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 36f, 47, 55, 57, 282, 300, 311, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

8.Beslissingen

De rechtbank:
Vrijspraak
verklaart niet bewezen dat de verdachte feit 1 primair onder parketnummer 10-299215-25 en feit 4 onder parketnummer 10-090859-26 heeft gepleegd en spreekt de verdachte daarvan vrij;
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte de feiten 1 impliciet subsidiair, 2, 3, 4, en 5 onder parketnummer 10-299215-25, en feiten 1, 2 en 3 onder parketnummer 10-090859-26, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 4 vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straf
Gevangenisstraf
veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstraf van 42 (tweeënveertig) maanden;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
Voorwaardelijk strafdeel
bepaalt dat
6 (zes) maanden, van deze gevangenisstrafniet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 (twee) jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte een van de onderstaande voorwaarden niet naleeft;
stelt als algemene voorwaarde dat:
- de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt;
stelt als bijzondere voorwaarden dat:
1. de verdachte zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. Voor de eerste afspraak meldt de verdachte zich binnen 3 (drie) dagen nadat de proeftijd is ingegaan bij Reclassering Nederland op het adres [adres 2] , [postcode 2] in [plaats] ;
2. de verdachte zich gedurende de proeftijd laat behandelen door forensisch polikliniek De Waag, of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De behandeling start zodra er plek is. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op impulsiviteit, beoordelingsvaardigheden in sociale situaties en probleemoplossende vaardigheden.
geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden. Hierbij gelden als voorwaarden dat de verdachte:
  • meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs ter inzage aanbiedt om de identiteit vast te stellen;
  • meewerkt aan reclasseringstoezicht, waaronder het meewerken aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;
In beslag genomen voorwerpen
- verklaart verbeurd voor alle feiten de telefoons Google Pixel 3a (met goednummer [nummer 2] ) en Apple iPhone 14 Pro Max (met goednummer [nummer 3] );
Vorderingen benadeelde partijen
veroordeelt de verdachte om aan de in onderstaande tabel genoemde benadeelde partijen te betalen de daarin genoemde bedragen aan materiële en immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf de in de tabel genoemde data tot aan de dag der algehele voldoening;
Benadeelde partij
Parketnummer en feiten
Toegewezen materiële schade
Toegewezen immateriële schade
Totaal toegewezen schade
Wettelijke rente vanaf
Aantal dagen gijzeling
[benadeelde 1]
Feiten 1 impliciet subsidiair, 2 en 3,
10-299215-25
€ 1.885,-
€ 4.000,-
€ 5.885,-
03-11-2025
54
[benadeelde 2]
Feiten 4 en 5,
10-299215-25
€ 1.800,-
€ 700,-
€ 2.500,-
02-11-2025
25
[benadeelde 3]
Feiten 1 tot en met 3,
10-090859-26
€ 600,-
€ 4.000,-
€ 4.600,-
04-11-2025
46
verklaart de benadeelde partij [benadeelde 1] niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
verklaart de benadeelde partij [benadeelde 2] niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
verklaart de benadeelde partij [benadeelde 3] niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
veroordeelt de verdachte in de proceskosten gemaakt door de benadeelde partijen [benadeelde 1] , [benadeelde 2] en [benadeelde 3] , tot op vandaag begroot op nihil, en in de nog te maken kosten voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis;
legt aan de verdachte
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de in de bovenstaande tabel genoemde benadeelde partijen te betalen de daarin genoemde bedragen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de in de tabel genoemde data tot aan de dag van de algehele voldoening;
bepaalt dat indien volledig verhaal van de respectievelijke hoofdsommen niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast telkens voor de duur zoals in de bovengenoemde tabel vermeld; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij de schade aan de benadeelde partij of aan de staat heeft vergoed.

9.Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:
mr. J.F. Koekebakker, voorzitter,
en mrs. M.J.C. Spoormaker en E.H.N. van Hees, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. E.H. Karakus, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 20 mei 2026.
Mrs. Van Hees en Karakus zijn niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.

Voetnoten

1.De exacte vindplaatsen van de bewijsmiddelen zijn genoemd in de bijbehorende voetnoot.
2.Verklaard tijdens de zitting van 23 april 2026.
3.Pagina 218 e.v. van het zaaksdossier Linge.
4.Pagina 262 e.v. van het zaaksdossier Linge.
5.Verklaard tijdens de zitting van 23 april 2026.
6.Pagina 3 e.v. van het zaaksdossier Zwette.
7.Pagina 39 e.v. van het einddossier Zwette.
8.Pagina 133 e.v. van het einddossier Zwette.
9.Verklaard tijdens de zitting van 23 april 2026.
10.Pagina 102 e.v. van het einddossier Zwette
11.Pagina 127 e.v. van het einddossier Zwette.
12.Pagina 133 e.v. van het einddossier Zwette.
13.Verklaard tijdens de zitting van 23 april 2026.
14.Pagina 24 e.v. van het zaaksdossier Linge.
15.Pagina 32 e.v. van het zaaksdossier Linge.
16.Pagina 212 e.v. van het zaaksdossier Linge.