ECLI:NL:RBROT:2026:6848

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
28 mei 2026
Publicatiedatum
15 juni 2026
Zaaknummer
C/10/715603 / KG ZA 26-193
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2.1 AanbestedingsleidraadArt. 217 RvArt. 3:1 lid 2 AwbArt. 3:2 AwbArt. 3:14 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongeldigverklaring inschrijving aanbesteding wegens niet-herstelbare fout en knock-outcriterium

De gemeente Zwijndrecht startte een aanbestedingsprocedure voor rioolvervanging en herinrichting. Kuipers Infra diende een inschrijving in waarin zij een vervallen bestekpost niet had verwijderd, ondanks een nota van inlichtingen die dit voorschreef. Kuipers betoogde dat dit een omissie was die eenvoudig te herstellen viel, maar de rechtbank oordeelde dat herstel niet mogelijk was omdat het een knock-outcriterium betrof.

Kuipers had bewust gekozen om mutaties handmatig door te voeren in een verouderd bestandsformaat, wat leidde tot de fout. Dit was een eigen onzorgvuldigheid en niet toe te rekenen aan de gemeente. Bovendien had Kuipers na de voorlopige gunningsbeslissing een gewijzigde inschrijving ingediend, wat een wezenlijke wijziging van de inschrijving betekende en eveneens niet was toegestaan.

De rechtbank wees de vorderingen van Kuipers af en veroordeelde haar in de proceskosten van zowel de gemeente als Kroes Aannemingsbedrijf, die als tussenkomende partij betrokken was. De uitspraak bevestigt dat aanbestedende diensten strikt moeten zijn bij het toepassen van knock-outcriteria en dat herstel van fouten in inschrijvingen slechts in zeer uitzonderlijke gevallen is toegestaan.

Uitkomst: De inschrijving van Kuipers wordt ongeldig verklaard en haar vorderingen worden afgewezen met veroordeling in proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK Rotterdam

Team handel en haven
Zaaknummer: C/10/715603 / KG ZA 26-193
Vonnis in kort geding van 28 mei 2026
in de zaak van
KUIPERS INFRA B.V.,
te Strijen,
eiseres,
hierna te noemen: Kuipers,
advocaat: mr. M.M. Fimerius,
tegen
GEMEENTE ZWIJNDRECHT,
te Zwijndrecht ,
gedaagde,
hierna te noemen: de gemeente,
advocaat: mr. D. van Leersum,
waarin is tussengekomen:
KROES AANNEMINGSBEDRIJF B.V.,
te Maasland,
hierna te noemen: Kroes,
advocaten mrs. J. Haest en C.P.J. Vervoorn.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 2 maart 2026 met producties 1 tot en met 17
- de producties 18 tot en met 20 van Kuipers
- de conclusie van antwoord met één productie van de gemeente
- de incidentele conclusie tot tussenkomst (subsidiair voeging) van Kroes met producties 18 en 19
- de akte aanvullende producties 20 tot en met 23 van Kroes
- de mondelinge behandeling van 12 mei 2026, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt
- de pleitnota van Kuipers
- de pleitnota van Kroes.

2.Het incident

2.1.
Ter zitting is, voorafgaand aan de inhoudelijke behandeling van de hoofdzaak, eerst op de primaire vordering tot tussenkomst beslist. Artikel 217 Rv Pro bepaalt dat ieder die een belang heeft bij een tussen andere partijen aanhangig geding, kan vorderen daarin te mogen tussenkomen.
2.2.
Kroes vordert te mogen tussenkomen in de procedure tussen Kuipers en de gemeente. Kuipers en de gemeente hebben verklaard geen bezwaar te hebben tegen de tussenkomst van Kroes. Het belang van Kroes bij de tussenkomst is erin gelegen dat zij, als de partij aan wie voorlopig is gegund, nadelige gevolgen kan ondervinden van een voor de gemeente ongunstige uitkomst van dit kort geding. Het spoedeisend belang en de goede procesorde staan niet in de weg aan toewijzing. De voorzieningenrechter heeft de vordering tot tussenkomst daarom toegewezen. Deze beslissing is al tot uitdrukking gebracht in de kop van dit vonnis. Verder geldt dat voor toewijzing van een verzoek tot tussenkomst niet is vereist dat Kroes een zelfstandige vordering indient. Op de in de incidentele conclusie van Kroes voorwaardelijk tegen de gemeente ingestelde vordering behoeft daarom niet te worden beslist.
2.3.
Kroes vordert om Kuipers en/of de gemeente in de proces- en nakosten van het incident te veroordelen, vermeerderd met de wettelijke rente. Hierover wordt verderop in dit vonnis beslist.

3.De feiten

3.1.
De gemeente is op 28 november 2025 een (volgens alle partijen in deze procedure) meervoudige onderhandse aanbestedingsprocedure (en volgens artikel 2.1. van de aanbestedingsleidraad nationale openbare aanbestedingsprocedure) op de voet van de Aanbestedingswet 2012 en het Aanbestedingsreglement Werken 2016 gestart voor het sluiten van een raamovereenkomst voor het vervangen van het riool en de herinrichting van het project Grondzeiler e.o. in Heerjansdam Noord fase 1 (in de gemeente) Zwijndrecht (de opdracht). Het gunningscriterium is de economisch meest voordelige inschrijving (EMVI) op basis van de laagste prijs. Gunning vindt plaats op basis van het totaal van de inschrijfsommen op de percelen rioolwerkzaamheden en herinrichting als onlosmakelijk geheel.
3.2.
Tot de aanbestedingsdocumentatie behoren onder andere:
  • de aanbestedingsleidraad met bijlagen (de leidraad);
  • de deelnamevoorwaarden (bijlage B bij de leidraad);
  • de Uniforme Administratieve Voorwaarden 2012;
  • de standaard RAW Bepalingen 2020;
  • separate RAW-bestekken in pdf, waarin de percelen ‘rioolwerkzaamheden’ en ‘herinrichting’ zijn beschreven, elk voorzien van een inschrijvingsstaat en een inschrijvingsbiljet. De gemeente heeft per bestek de inschrijvingsstaat in RSX- en Excelformaat verstrekt;
  • de nota van inlichtingen van 8 januari 2026, waarin, voor het bestek ‘herinrichting’, bestekpost [nummer] is komen te vervallen, drie bestekposten zijn gewijzigd en twee zijn toegevoegd (de NvI 1);
  • de na de in NvI 1 aangekondigde wijzigingen aangepaste inschrijvingsstaat in pdf-formaat en in een NSX-bestand.
3.3.
RSX is het bestandsformaat dat wordt gebruikt voor het met alle inschrijvers digitaal uitwisselen van RAW-bestekken. Een RSX-bestand bevat de volledige structuur van een aanbesteding, inclusief bestekposten, administratieve bepalingen en technische specificaties. Inschrijvers gebruiken een RSX-bestand om een inschrijvingsstaat te maken in hun calculatiesoftware. Een NSX-bestand is het bestandsformaat dat wordt gebruikt voor het digitaal uitwisselen van bestekwijzigingen na een nota van inlichtingen. Door een NSX-bestand in te lezen in de calculatiesoftware worden de wijzigingen na NvI automatisch doorgevoerd in het RSX-bestand. Zo kan tot de uiteindelijke inschrijving worden gekomen, zonder de wijzigingen handmatig te hoeven doorvoeren.
3.4.
In de leidraad staat, voor zover van belang:
(…).
3.5.
In de deelnamevoorwaarden staat, voor zover van belang:
(…)
(…)
(…)
(…)
3.6.
De gemeente heeft vijf ondernemingen in de gelegenheid gesteld op de opdracht in te schrijven, waaronder Kuipers en Kroes. Zij hebben tijdig ingeschreven; Kuipers heeft dat gedaan op 3 februari 2026. Blijkens het proces-verbaal van kluisopening van 4 februari 2026 zijn de volgende inschrijvingen ontvangen voor de volgende bedragen:
3.7.
In de brief van 13 februari 2026 van de gemeente aan Kuipers, met als onderwerp: ‘voornemen afwijzing’, staat, voor zover van belang:
“Op 3 februari 2026 heeft u in het kader van de aanbesteding Grondzeiler e.o. een inschrijving ingediend. In deze brief deel ik de uitslag van deze aanbestedingsprocedure mede. De uitslag houdt voor u helaas in dat ik niet voornemens ben de opdracht aan uw organisatie te gunnen.
Alle ontvangen inschrijvingen zijn zorgvuldig beoordeeld. De documenten zijn getoetst op minimumeisen als rechtsgeldigheid en volledigheid, en vervolgens op de prijs. Bijgaand treft u het proces-verbaal van opening van de inschrijvingen aan. Gebleken is dat noch de laagste inschrijver noch de op één na laagste inschrijver een rechtsgeldige inschrijving heeft gedaan. De inschrijving van Kroes (…) voldoet aan de gestelde eisen en heeft de op twee na laagste prijs, en ik ben dan ook voornemens de opdracht voor deze aanbesteding aan deze organisatie te gunnen.
(…)”.
3.8.
In de brieven van 16 en 18 februari 2026 van de gemeente aan Kuipers staat, voor zover van belang:
“Op 13 februari 2026 heb ik u in het kader van de aanbesteding Grondzeiler e.o. een brief gestuurd waarin ik u de uitslag van deze aanbestedingsprocedure mede heb gedeeld. Uw inschrijving komt niet in aanmerking voor gunning van de opdracht omdat er een niet-herstelbare fout in de inschrijving is gemaakt. Stelpost [nummer] is niet verwijderd. Deze is in de eerste nota van inlichtingen komen te vervallen.
(…)”.
3.9.
Kuipers heeft op 19 februari 2026 via Tenderned en per e-mail bij de gemeente bezwaar gemaakt tegen de ongeldigverklaring van haar inschrijving en gunning aan Kroes. Kuipers heeft als bijlagen bij deze brief een herstelde inschrijvingsstaat perceel herinrichting en een hersteld inschrijvingsbiljet perceel herinrichting bijgesloten die sluiten op andere bedragen dan de originele inschrijving.
3.10.
In het bezwaar van Kuipers staat, voor zover van belang:
“(…)
2. Uit het op 4 februari 2026 opgestelde proces-verbaal van kluisopening blijkt dat cliënte met de op één na laagste prijs heeft ingeschreven. Op 13 februari 2026 deelde u aan cliënte mede dat gebleken zou zijn dat noch de laagste inschrijver noch cliënte een rechtsgeldige inschrijving heeft gedaan. Kroes (…) (de nummer 3 op prijs) komt volgens u voor gunning van de opdracht in aanmerking.
3. Bij brief van 16 februari 2026 heeft u nader inzicht gegeven in de vermeende reden van ongeldigheid. Cliënte zou een niet-herstelbare fout in haar inschrijving hebben gemaakt. Stelpost [nummer] - die in de eerste nota van inlichtingen is komen te vervallen - zou niet zijn verwijderd.
4. Cliënte kan zich niet vinden in het ongeldig verklaren van haar inschrijving en gunning aan Kroes. Cliënte heeft mij daarom verzocht namens haar bezwaar te maken.
Relevante feiten
(…)
7. De Gemeente heeft bij de Nota van Inlichtingen ook een NSX-bestand verstrekt. Cliënte had het RSX-bestand al ingevuld. Importeren van het NSX-bestand in het reeds ingevulde RSX-bestand acht cliënte vanuit technische optiek minder betrouwbaar. Daarom heeft cliënte ervoor gekozen om handmatig de mutaties te verwerken.
8. Cliënte heeft het RSX-bestand gewijzigd, maar heeft niet bestekspost [nummer] verwijderd. Cliënte
heeft deze vervolgens ingediend. Zij kwam uit op een bedrag van € 937.700 (excl. BTW). Dit bedrag heeft zij ingevuld op haar inschrijvingsbiljet.
Uitsluiting is in strijd met het proportionaliteitsbeginsel en zorgvuldigheidsbeginsel
9. De Gemeente verklaart de inschrijving van cliënte ongeldig omdat bestekpost [nummer] niet was verwijderd.
10. Het is in strijd met het proportionaliteitsbeginsel (dat inhoudt dat de reactie van de Gemeente op een verzuim van een inschrijver in verhouding tot dat verzuim moet staan) en het zorgvuldigheidsbeginsel (artikel 3:2 Awb Pro, dat op grond van artikel 3:1 lid 2 Awb Pro en artikel 3:14 BW Pro van toepassing is) als de Gemeente op grond van het voorgaande overgaat tot uitsluiting. Artikel 7.22.1 ARW 2012 biedt expliciet een herstelmogelijkheid. En ook punt 6 van de Deelnamevoorwaarden biedt deze mogelijk-heid.
11. In tegenstelling tot hetgeen de Gemeente kennelijk veronderstelt is verduidelijking/herstel door verwijdering van post [nummer] uit de bij inschrijving ingediende inschrijvingsstaat niet strijdig met
de uitgangspunten van het aanbestedingsrecht.
12. De door cliënte ingediende inschrijvingsstaat op perceel Herinrichting bevat alle gegevens om haar inschrijving te kunnen beoordelen. Alle verplichte inschrijfposten zijn op de juiste wijze ingevuld.
13. Slechts één door de Gemeente geschrapte post is teveel in de inschrijvingsstaat blijven staan, terwijl de inschrijvingsstaat in totaal talloze bestekposten omvat. De post is per abuis (mede doordat deze instructie ontbreekt in de inschrijvingsstaat in de Nota van Inlichtingen) ten onrechte blijven staan in de inschrijvingsstaat. Het bedrag dat met deze post is gemoeid is zeer klein en ook verwaarloosbaar op het geheel.
14. Uit de door cliënte ingediende inschrijvingsstaat blijkt dat cliënte op post [nummer] heeft ingeschreven met een bedrag van € 160. Het staat dan ook objectief vast met welk bedrag cliënte heeft ingeschreven op perceel Herinrichting
exclusiefpost [nummer] , te weten € 937.520,35 (€ 937.700 - € 179,65) (dit bedrag betreft € 160, vermeerderd met 10% algemene kosten van post 939990, 2% winst & risico van post 949990 en 0,25% RAW bijdrage van post 960010). Dit is volkomen duidelijk voor de Gemeente, en ook voor derden.
15. Het RAW schrijft dwingend voor dat de aanneemsom in een inschrijvingsstaat moet worden ontleed in losse posten. Schuiven met kosten over besteksposten is niet toegestaan.
16. Er is geen sprake van een situatie waarin het gaat om een bij de inschrijving ontbrekend stuk of ontbrekende informatie op straffe van uitsluiting. Dit in tegenstelling tot de situatie waarbij cliënte een post zou zijn vergeten te beprijzen in de inschrijvingsstaat.
17. Post [nummer] betreft een regel waarvoor de Gemeente – naar mag worden aangenomen – in de praktijk géén opdracht zal geven, en waarvoor cliënte dus ook geen kosten in rekening zal brengen.
18. Dat in voorkomend geval uitsluiting, en het niet bieden van een mogelijkheid tot verduidelijking / herstel, disproportioneel is en in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel is in de jurisprudentie reeds bevestigd. (…)
19. Cliënte heeft ingeschreven met de een na laagste prijs. De inschrijving van de inschrijver met de laagste inschrijfsom is – naar cliënte begrijpt – ongeldig verklaard. Dit betekent dat cliënte - en
niet Kroes - voor gunning in aanmerking komt.
(…)”.
3.11.
De laagste inschrijver, Zijlstra Infra, heeft tegen de ongeldigverklaring van haar inschrijving geen bezwaar gemaakt.
3.12.
De gemeente heeft meermaals de termijn voor het vragen van een voorlopige voorziening verlengd, laatstelijk in haar brief van 20 februari 2026 aan Kuipers tot en met 2 maart 2026.
3.13.
In de brief van 24 februari 2026 van de gemeente aan Kuipers staat, voor zover van belang:
“Op 19 februari 2026 hebben wij in het kader van de aanbesteding ‘Grondzeiler e.o.’ van u een brief ontvangen waarin u namens KUIPERS (…) bezwaar maakt tegen de uitslag van deze aanbestedingsprocedure. Wij hebben uw brief beoordeeld en berichten u hierbij dat wij blijven bij de eerdere gunningsbeslissing. Uw brief, met bijla-gen, geeft geen reden tot wijziging van de eerder genomen beslissing.
U heeft als bijlagen bij uw brief een herstelde inschrijvingsstaat perceel herinrichting en een hersteld inschrij-vingsbiljet perceel herinrichting bijgesloten. Deze twee documenten sluiten op andere bedragen dan de stukken die wij op 4 februari 2026 via Tenderned hebben ontvangen.
Noch de herstelde inschrijving noch de originele inschrijving komen in aanmerking voor gunning van de opdracht. In de originele inschrijving is een niet-herstelbare fout gemaakt. Bestekspost [nummer] is in de originele inschrijving niet verwijderd. Deze is in de eerste nota van inlichtingen komen te vervallen. De herstelde inschrijving komt niet in aanmerking voor gunning omdat herstel van deze fout niet is toegestaan. (…)”.
4. Het geschil
4.1.
Kuipers vordert om bij vonnis, steeds voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
primair
de gemeente te gebieden om binnen 48 uur na de datum van het in deze te wijzen vonnis, althans binnen een door [de voorzieningenrechter van] deze rechtbank in goede justitie te bepalen termijn, het besluit tot terzijdelegging van de inschrijving van Kuipers van 13 februari 2026 en de gunningsbeslissing aan Kroes in te trekken;
de gemeente te verbieden de opdracht te gunnen aan Kroes;
de gemeente te gebieden de opdracht te gunnen aan Kuipers, althans te verbieden de opdracht te gunnen aan een ander dan Kuipers;
subsidiair
4. de gemeente te gebieden om binnen 48 uur na de datum van het in deze te wijzen vonnis, althans binnen een door [de voorzieningenrechter van] deze rechtbank in goede justitie te bepalen termijn, het besluit tot terzijdelegging van de inschrijving van Kuipers van 13 februari 2026 en de gunningsbeslissing aan Kroes in te trekken;
5. de gemeente te verbieden de opdracht te gunnen aan Kroes;
6. de gemeente te gebieden Kuipers de mogelijkheid tot herstel te bieden en tot herbeoordeling over te gaan;
meer subsidiair
7. de gemeente te gebieden om binnen 48 uur na de datum van het in deze te wijzen vonnis, althans binnen een door [de voorzieningenrechter van] deze rechtbank in goede justitie te bepalen termijn, het besluit tot terzijdelegging van de inschrijving van Kuipers van 13 februari 2026 en de gunningsbeslissing aan Kroes in te trekken;
8. de gemeente te verbieden de opdracht te gunnen aan Kroes;
9. de gemeente te gebieden tot herbeoordeling over te gaan met inachtneming van het te wijzen vonnis;
in alle gevallen
10. de gemeente te veroordelen in de kosten van dit geding, daaronder begrepen de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
4.2.
De gemeente voert verweer. De gemeente concludeert tot afwijzing van de vorderingen van Kuipers, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van Kuipers in de proces- en nakosten van deze procedure.
4.3.
Kroes voert verweer. Zij concludeert tot niet-ontvankelijkheid van Kuipers dan wel afwijzing van de vorderingen van Kuipers, met veroordeling van Kuipers en/of de gemeente in de proces- en nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.

5.De beoordeling

5.1.
Allereerst geldt dat er geen gronden gesteld of gebleken zijn waaruit volgt dat Kuipers niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het door haar gevorderde. Het (niet-onderbouwde) ontvankelijkheidsverweer van Kroes wordt daarom verworpen.
5.2.
De kernvraag die in dit kort geding beantwoord moet worden is of de gemeente de inschrijving van Kuipers op goede gronden als ongeldig terzijde heeft mogen leggen.
5.3.
Tussen partijen staat vast dat de gemeente door middel van de NvI 1 (meer in het bijzonder: deel 2.2 ‘nadere beschrijving’) aan de potentiële inschrijvers heeft meegedeeld dat bestekpost [nummer] is vervallen en dat andere, in de aanbestedingsdocumenten nader gespecificeerde, posten zijn gewijzigd of toegevoegd. De gemeente heeft daarbij vermeld dat hierdoor de bij het bestek oorspronkelijk gevoegde inschrijvingsstaat (RSX) is vervallen en wordt vervangen door de bij de NvI 1 behorende gewijzigde, op de NvI 1 aangepaste, inschrijvingsstaat (NSX).
5.4.
Kuipers heeft er bij haar inschrijving voor gekozen om de oorspronkelijke (naar zij stelt ten tijde van de NvI 1 al deels door haar ingevulde) inschrijvingsstaat in RSX aan de hand van deel 2.2 van de NvI 1 en het NSX-bestand handmatig aan te passen. Daardoor heeft zij ook de vervallen bestekpost [nummer] in haar aanbieding betrokken en van een prijs voorzien. Voor Kuipers had het als redelijk geïnformeerde en normaal zorgvuldige inschrijver duidelijk moeten zijn dat zij de bij de NvI 1 gevoegde gewijzigde inschrijvingsstaat in NSX bij haar aanbieding had moeten gebruiken of dat zij heel nauwkeurig alle bij NvI 1 genoemde wijzigingen had moeten doorvoeren in de eigen inschrijvingsstaat. Als Kuipers dat had gedaan, had zij de vervallen bestekpost [nummer] niet geprijsd en dus deze (slordigheids-)fout niet gemaakt. De stelling van Kuipers dat zij voor het handmatig doorvoeren van de mutaties heeft gekozen, omdat het importeren van het NSX-bestand in het door haar reeds ingevulde RSX-bestand vanuit technisch oogpunt minder betrouwbaar is, heeft zij verder niet onderbouwd en wordt overigens gemotiveerd betwist door de gemeente en Kroes.
5.5.
Kuipers hangt haar betoog overwegend op aan de stelling dat sprake is van een omissie, die zich leent voor eenvoudig herstel. De voorzieningenrechter stelt voorop dat een aanbestedende dienst slechts in zeer uitzonderlijke omstandigheden een inschrijver kan toestaan om gebreken/fouten in de inschrijving nadien te herstellen. Dergelijke omstandigheden doen zich hier niet voor. Daartoe wordt het volgende overwogen.
5.6.
Het is de eigen bewuste en vrije keuze van Kuipers geweest om niet het up-to-date NSX-bestand te gebruiken voor haar inschrijving van 3 februari 2026, maar de mutaties handmatig door te voeren in het achterhaalde RSX-bestand. Hierbij heeft Kuipers een fout gemaakt. Kuipers heeft onterecht in haar inschrijving de vervallen bestekpost [nummer] laten staan en ingevuld, wat rechtstreeks invloed heeft gehad op de aanneemsom waarmee zij heeft ingeschreven. Hierdoor is de inschrijving van Kuipers tot stand gekomen op basis van andere uitgangspunten dan die welke uit de aanbestedingsstukken volgen. Daardoor is deze niet zonder meer vergelijkbaar met de inschrijvingen van de overige inschrijvers die zich, behoudens één andere inschrijver, wel hebben gehouden aan de instructies en het voorgeschreven gebruik van het NSX-bestand. Dat objectief kenbaar, eenvoudig en logisch terug te rekenen is met welke aanneemsom Kuipers had willen inschrijven, indien en voor zover zij bestekpost [nummer] niet had laten staan, omdat de inschrijving verder alle gegevens bevat die de gemeente in staat stelt om de inschrijving van Kuipers te beoordelen, laat onverlet dat gemelde fout het gevolg is van deze bewuste keuze van Kuipers. De gekozen aanpak om handmatig mutaties door te voeren werkt, zo blijkt wel, fouten in de hand. De gevolgen hiervan komen voor rekening en risico van Kuipers, zoals ook in 2 onder het kopje ‘juistheid en volledigheid’ in de deelnamevoorwaarden staat vermeld. Dat de gemeente geen opmerking heeft geplaatst bij de verwijderde bestekpost [nummer] in NSX (waartoe zij op het eerste gezicht ook niet verplicht was), waardoor de calculatiesoftware die Kuipers heeft gebruikt voor het handmatig overnemen van de wijzigingen van de NvI 1 voorbij is gegaan aan de verwijdering van die post, kan niet op het conto van de gemeente worden gebracht, maar valt binnen diezelfde risicosfeer van Kuipers. Kuipers had, nu zij er bewust voor gekozen heeft om handmatig te muteren, gewoonweg nauwkeuriger moeten werken. Ook niet gebleken is dat de fout van Kuipers het gevolg is van door de gemeente op dit punt in het leven geroepen onduidelijkheden. Het is dus bij uitstek de eigen onzorgvuldigheid van Kuipers geweest die de fout heeft veroorzaakt. Deze is daarom niet aan te merken als een kennelijk materiële fout die eenvoudig te preciseren is. Indien en voor zover aan Kuipers een herstelmogelijkheid zou zijn/worden geboden, zou zij worden bevoordeeld ten opzichte van haar concurrenten. Dat druist in tegen het beginsel van gelijke behandeling van de inschrijvers en doet afbreuk aan de doorzichtigheid van de procedure.
5.7.
In dit geval is het zelfs zo dat herstel verboden is, zo volgt uit de jurisprudentie van het HvJ-EU, omdat sprake is van een knock-outcriterium. Uit de deelnamevoorwaarden (zie 2 onder het kopje ‘prijs’) volgt immers dat het prijsinvulformulier niet mag worden gewijzigd op straffe van uitsluiting. Kuipers is er in haar betoog aan voorbijgegaan dat haar fout een onjuistheid in de inschrijvingsstaat betreft die ook effect heeft op de in het inschrijvingsbiljet opgenomen aanneemsom. Los van de discussie over de definitie van de term ‘prijsinvulformulier’, duidelijk en doorslaggevend is dat de inschrijvingsstaat en het inschrijvingsbiljet ten opzichte van het NSX-bestand zijn gewijzigd op een verre van triviaal onderdeel van deze aanbesteding, te weten de prijsaanbieding in die inschrijvingsstaat en dat inschrijvingsbiljet. Dat de omvang van de wijziging – het prijsverschil – zeer beperkt is, is in dit verband zonder betekenis. Omdat de gemeente verplicht is de door haar zelf gestelde eisen nauwgezet toe te passen, zou het door uitvoering te geven aan haar bevoegdheid om herstel van de door Kuipers gemaakte fout toe te staan (los van wat hiervoor in r.o. 5.5. staat) onverbiddelijk leiden tot strijdigheid met de aanbestedingsrechtelijke beginselen, de algemene beginselen van behoorlijk bestuur en de eerlijke mededinging. Het beroep dat Kuipers doet op de uitspraak van de voorzieningenrechter van deze rechtbank uit 2016 (ECLI:NL:RBROT:2016:1201) gaat niet op, alleen al omdat in die zaak sprake was van een uitzonderlijke situatie, waarbij inschrijvers niet op straffe van ongeldigheid gehouden waren gebruik te maken van de in die kwestie herziene inschrijvingsstaat. Het beroep van Kuipers op de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag uit 2025 (ECLI:NL:RBDHA:2025:9265, JAAN 2025/137) slaagt evenmin. Die uitspraak is naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet helemaal in lijn met de uit de Europese jurisprudentie volgende en, vooralsnog, onverminderd geldende rechtsregel dat (in beginsel) een gebrek niet mag worden hersteld als daar in de aanbestedingsstukken de sanctie van uitsluiting aan is verbonden.
5.8.
Kuipers heeft vervolgens – zonder aan de gemeente verduidelijking aan te bieden dan wel zonder door de gemeente om verduidelijking te zijn gevraagd, waartoe op het eerste gezicht ook geen noodzaak bestond – na ontvangst van de voorlopige gunningsbeslissing (en dus enige tijd na het sluiten van de inschrijvingstermijn) als eerste reactie bij haar bezwaar een gecorrigeerd inschrijvingsbiljet met daarbij een gecorrigeerde inschrijvingsstaat van het bestek ‘herinrichting’ ingediend die beide zijn gedateerd op 19 februari 2026. De bestekpost [nummer] (van € 160,00) heeft Kuipers in deze inschrijvingsstaat weggelaten en zij heeft de toegepaste percentages voor algemene kosten, winst en risico opnieuw berekend. Hierdoor is de totale inschrijfsom in de inschrijvingsstaat en het biljet naar beneden aangepast met een totaalbedrag van € 179,65. Met de indiening op 19 februari 2026 van de herziene inschrijvingsstaat en het herziene inschrijvingsbiljet heeft Kuipers een nieuwe inschrijving aangeboden met een herziene prijs (Kuipers heeft immers cijfermatige aanpassingen verricht). Zij heeft het prijsinvulformulier gewijzigd waardoor sprake is van een ontoelaatbare wezenlijke wijziging van de inschrijving met terzijdelegging tot gevolg. Kuipers betoogt wel dat slechts sprake is van een feitelijke wijziging en niet van een verboden wijziging, maar daarin volgt de voorzieningenrechter Kuipers op grond van het vorenstaande dus niet. Dat het hier gaat om een overzichtelijk bedrag dat volgens Kuipers geen doorslaggevende invloed heeft op de concurrentie, doet daaraan niet af.
5.9.
Bovendien heeft Kroes ter zitting een aanvullende ongeldigheidsgrond aangevoerd. Een tussenkomende partij mag daarop een beroep doen, omdat anders te zeer afbreuk wordt gedaan aan de effectieve rechtsbescherming in aanbestedingszaken. Die aanvullende grond wordt hierna beoordeeld.
Ten overvloede merkt de voorzieningenrechter op dat de gemeente deze ongeldigheidsgrond ter zitting ook aan de orde heeft gesteld. Omdat zij dit, als aanbestedende dienst, eerder, in de voorlopige gunningsbeslissing, had moeten doen, laat de voorzieningenrechter dit in de beoordeling verder buiten beschouwing.
5.10.
Volgens Kroes houdt de aanvullende ongeldigheidsgrond in dat Kuipers een handmatige mutatiefout heeft gemaakt in haar (herziene) inschrijvingsstaten van 3 en 19 februari 2026 voor de vóór 1 januari 2026 geregistreerde bestekken ‘rioolvervanging’ en ‘herinrichting’, omdat zij een onjuist percentage voor ‘Bijdrage RAW-systematiek’ heeft toegepast. Kuipers heeft dit percentage onterecht gesteld op 0,25%, terwijl dit op grond van de aanbestedingsstukken (meer in het bijzonder: artikelen 1.5 van de leidraad en 01.08.01 lid 2 van de standaard RAW bepalingen 2020, zoals onderschreven in productie 1 van de gemeente en productie 21 van Kroes) 0,15% had moeten zijn. Kuipers heeft dit verder ook niet ontkend. Gegeven is dus dat Kuipers op dit punt heeft nagelaten de aanbestedingsstukken als uitgangspunt te nemen. Deze eigenhandige aanpassing door Kuipers van de inschrijvingsstaat met effect op de uitkomst in het inschrijvingsbiljet (het prijsinvulformulier) kan, gelet op het knock-outcriterium, niet anders dan tot terzijdelegging van haar inschrijving leiden. Voor herstel is ook nu geen ruimte. Het argument dat de bedragen eenvoudig aan te passen zijn, slaagt ook hier niet, om dezelfde redenen als is overwogen ten aanzien van de vervallen bestekspost.
5.11.
Gelet op het voorgaande heeft de gemeente de inschrijving van Kuipers op goede gronden ongeldig kunnen verklaren en was zij niet gehouden om Kuipers de gelegenheid te bieden haar fout te herstellen. In dat licht volgt de voorzieningenrechter Kuipers niet in haar standpunt dat de gemeente zich onnodig formalistisch heeft opgesteld. Het aan het einde van de zitting door Kuipers nog opgeworpen argument dat de voorlopige keuze van de gemeente voor Kroes, gelet op de hoogte van de inschrijving van Kroes ten opzichte van die van Kuipers, die goedkoper was, ondoelmatige besteding van overheidsgelden veroorzaakt, leidt, gelet op het karakter van het aanbestedingsrecht in het algemeen en het hanteren van knock-outregels in het bijzonder, ook niet tot een ander oordeel.
5.12.
De (primaire en (meer) subsidiaire) vorderingen van Kuipers worden afgewezen.
Proces- en nakosten, de wettelijke rente
5.13.
Kuipers is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) van de gemeente betalen. De proceskosten van de gemeente worden begroot op:
- griffierecht
735,00
- salaris advocaat
1.177,00
- nakosten
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
2.101,00
5.14.
Kuipers wordt in de verhouding tot Kroes aangemerkt als de in het ongelijk gestelde partij. Het doel van Kroes was immers de voorlopige gunningsbeslissing van de gemeente in stand te houden en de opdracht definitief aan haar te gunnen, indien en voor zover de gemeente de opdracht nog wenst te verstrekken. Dat doel is bereikt.
Kuipers wordt daarom veroordeeld in de proceskosten van Kroes, die in het incident worden begroot op nihil en in de hoofdzaak op:
- griffierecht
735,00
- salaris advocaat
1.177,00
- nakosten
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
2.101,00
5.15.
De door Kroes gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

6.De beslissing

De voorzieningenrechter
6.1.
wijst de vorderingen van Kuipers (in alle onderdelen) af,
6.2.
veroordeelt Kuipers in de proceskosten van € 2.101,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als Kuipers niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
6.3.
veroordeelt Kuipers in de proceskosten van Kroes, tot op heden begroot op nihil in het incident en op € 2.101,00 in de hoofdzaak, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als Kuipers niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
6.4.
veroordeelt Kuipers tot betaling van de wettelijke rente over de proceskosten van Kroes als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
6.5.
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. P. de Bruin en in het openbaar uitgesproken op 28 mei 2026.
1734/2009