ECLI:NL:RBROT:2026:6849

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
28 mei 2026
Publicatiedatum
15 juni 2026
Zaaknummer
C/10/718270 / KG ZA 26-369
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 705 lid 2 RvArtikel 4.7 Vo 2023
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herbegroting beslagvordering en opheffing beslagen in incasso-overeenkomst

De zaak betreft een kort geding tussen Bazuin & Partners B.V. en woonstichting X over een beslagvordering en de uitvoering van een samenwerkingsovereenkomst voor incassowerkzaamheden. Bazuin vordert opheffing van de beslagen die woonstichting X heeft gelegd wegens een vermeend ondeugdelijke vordering. Woonstichting X vordert in reconventie dat Bazuin haar werkzaamheden blijft uitvoeren en dossiers aflevert.

De rechtbank constateert dat de samenwerkingsovereenkomst tussen partijen is opgezegd, maar dat Bazuin lopende dossiers nog beheert. Er is onduidelijkheid over de toepassing van de Verordening Grenzen Tariefmodellen Gerechtsdeurwaarders 2021 en de opvolgende Verordening 2023, wat leidt tot discussie over de juiste afrekening van incassogelden en out of pocket kosten.

De rechtbank oordeelt dat de beslagvordering deels ondeugdelijk is, maar dat er een vorderingsrecht bestaat. Gezien de onduidelijkheden en het mogelijke financiële risico voor Bazuin, wordt de beslagvordering herbegroot op €55.000. De beslagen worden opgeheven voor zover de waarde van de getroffen gelden hoger is. De vorderingen van woonstichting X in reconventie worden afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang. Proceskosten worden gecompenseerd, met uitzondering van de kosten in reconventie die woonstichting X moet betalen.

Uitkomst: De beslagvordering wordt herbegroot op €55.000 en beslagen worden opgeheven voor zover de waarde hoger is; vorderingen van woonstichting X worden afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK Rotterdam

Team handel en haven
Zaaknummer: C/10/718270 / KG ZA 26-369
Vonnis in kort geding van 28 mei 2026
in de zaak van
BAZUIN & PARTNERS B.V.,
te Rotterdam,
eiseres in conventie,
verweerster in reconventie,
hierna te noemen: Bazuin,
advocaat: mr. E.J. Eijsberg,
tegen
[woonstichting X],
te [plaats] ,
gedaagde in conventie,
eiseres in reconventie,
hierna te noemen: [woonstichting X] ,
advocaat: mr. V.T. Acar.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 2 mei 2026
- de producties 1 tot en met 5 van Bazuin
- de conclusie van antwoord tevens houdende eis in reconventie
- de producties 1 tot en met 14 van [woonstichting X]
- de mondelinge behandeling van 12 mei 2026, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt
- de pleitnota van Bazuin
- de pleitnota van [woonstichting X] .

2.De feiten

2.1.
Tussen oorspronkelijk opdrachtgever Stichting [woonstichting Y] en opdrachtnemer Bazuin bestaat sinds begin of medio 2017 een samenwerkingsovereenkomst met bijlagen voor het uitvoeren van incassohandelingen en ambtelijke taken ten aanzien van huurders met een betaalachterstand (de sok). In verband met de inwerkingtreding van de Verordening Grenzen Tariefmodellen Gerechtsdeurwaarders op 1 januari 2021 (Vo 2021) is op 3 november 2021 bij de sok een allonge overeengekomen die (onder meer) artikel 6.22 van de sok in overeenstemming brengt met de bepalingen van de Vo 2021 (de allonge). De Vo 2021 is per 31 januari 2023 vervallen. Op 1 februari 2023 is de Gerechtsdeurwaardersverordening in werking getreden (de Vo 2023). Nadien heeft geen aanpassing van de sok en de allonge plaatsgehad.
2.2.
[woonstichting X] heeft [woonstichting Y] , nadat [woonstichting Y] in 2023 is opgesplitst, onder algemene titel opgevolgd in haar rechtspositie in (o.a.) de sok en de allonge.
2.3.
In de sok staat, voor zover van belang:

3 Het volgende is overeengekomen
(…)
3.4
Als deze overeenkomst door één van beide partijen wordt opgezegd, blijven de bepalingen van deze overeenkomst onverminderd van toepassing voor de dossiers die op dat moment in beheer zijn bij de opdrachtnemer.
(…)
3.9
Bij uitvoering van de werkzaamheden in het kader van deze overeenkomst zijn Opdrachtnemer en de door Opdrachtnemer in te schakelen medewerkers gebonden aan de door de KBvG* vastgestelde verordeningen, zoals de geldende Verordening Beroeps- en Gedragsregels Gerechtsdeurwaarders, de Administratieverordening en de Verordening op de Kwaliteit van de Gerechtsdeurwaarder.
(…)
3.14
Opdrachtnemer is aldus bevoegd en daartoe onherroepelijk door Opdrachtgever gemachtigd om het aldus door Opdrachtgever verschuldigde namens hem te voldoen door deze als betaling in mindering te brengen op de op de kwaliteitsrekening aangehouden en/of ontvangen bedragen.
In het kader van de door het bestuur van de KBvG vastgestelde bestuursregel ter regulering van de voorfinanciering van out of pocket-kosten moet opdrachtnemer er voor zorg dragen dat in al haar dossiers die bij haar in behandeling zijn, dekking is van deze kosten, Onder out of pocket kosten wordt verstaan:
 Griffiekosten
 Informatiekosten BRP/UWV/RDW
 Kosten afvoer-, opslag en bezemschoon opleveren
 Kosten slotenmakers ter ondersteuning van de ontruiming
 Kosten advocaat
 Kosten publicatie
 Kosten collega gerechtsdeurwaarder (bijvoorbeeld exploten)
Er is sprake van voorfinanciering indien de kosten van en/of gepaard gaande met de werkzaamheden van Opdrachtnemer groter zijn dan de optelsom van de ontvangen gelden in bijlage de gerechtelijke fase en schuldbewaking, de ontvangen voorschotten en de tussentijdse afdrachten, berekend op eiserniveau. Zie voor de verdere uitwerking hiervan artikel 6.22.”

6 Verplichtingen Opdrachtnemer
(…)
6.22
De Opdrachtnemer draagt op dossierniveau in het
minnelijke traject 100%af van de ontvangen gelden tot aan de vordering. Het bedrag wordt door de Opdrachtnemer aan Opdrachtgever overgemaakt naar de bankrekening (…) met in de omschrijving:
TTA + deelcontractnummer. Deze ontvangsten kunnen dus niet gebruikt worden om de out of pocket kosten in de gerechtelijke fase en schuldbewaking te financieren.
Na de gestarte
gerechtelijke procedureen gedurende een WSNP traject of minnelijke schuldregeling worden de door de Opdrachtnemer ontvangen gelden (van de dossiers in de gerechtelijke fase en in de schuldbewaking) boven de "out of pocket kosten" (op eiserniveau) volledig afgedragen aan Opdrachtgever naar hierboven genoemde bankrekening. De aflettervolgorde bedraagt:
1. Out of pocket
2. Hoofdsom en vervallen termijnen
3. Eigen verdiensten deurwaarder
Onder out of pocketkosten wordt uitsluitend verstaan:
 Griffiekosten
 Informatiekosten BRP/UWV/RDW
 Kosten afvoer-, opslag en bezemschoon opleveren
 Kosten slotenmakers ter ondersteuning van de ontruiming
 Kosten advocaat
 Kosten publicatie
 Kosten collega gerechtsdeurwaarder (bijvoorbeeld exploten)
Alleen in deze samenwerkingsovereenkomst is er sprake van een financieringstekort bij de deurwaarder indien het totaal van de ontvangen gelden in de gerechtelijke fase, schuldbewaking en WSNP zaken lager is dan de out of pocket kosten in de gerechtelijke fase, schuldbewaking en WSNP. Indien dit optreedt, is het de verantwoordelijkheid en taak van de deurwaarder ervoor te zorgen dat dit tekort opgelost wordt door nieuwe ontvangsten in de gerechtelijke fase en schuldbewaking of lagere afdrachten in het gerechtelijk traject, de schuldbewaking en WSNP zaken. Ontvangsten in het minnelijk traject mogen hiervoor niet gebruikt worden.
Opdrachtnemer zal iedere 27e van de maand de per die datum ontvangen gelden tussentijds afdragen, indien de 27* in het weekend valt, zal opdrachtnemer de vrijdag voorafgaande aan dit weekend de tussentijdse afdracht doen. De bijschrijving moet uiterlijk de laatste werkdag (van de bank) van de maand zijn bijgeschreven.”

9 Hardheidsclausule en wijzigingen gedurende de looptijd der overeenkomst
9.1
Indien zich gedurende de looptijd van deze overeenkomst een wijziging in de omstandigheden voordoet, welke door geen der partijen bij het tot stand komen van deze Overeenkomst kon en/of behoefde te worden voorzien en welke van dien aard is, dat de wederpartij naar maatstaven van redelíjkheid en billijkheid ongewijzigde instandhouding van deze overeenkomst niet mag verwachten, verplichten partijen zich tegenover elkaar om met elkaar in overleg te treden en aldus te streven naar een aanpassing van deze overeenkomst, opdat deze met inachtneming van de gewijzigde omstandigheden kan worden gecontinueerd.”

13 Tarieven en wijze van afrekenen
(…)
13.2
In de gevallen dat de kosten niet of niet geheel door de huurder worden voldaan en het (restant-) bedrag van de kosten aantoonbaar oninbaar blijkt te zijn, kan Opdrachtnemer, tot een maximum van dit resterende bedrag deze kosten aan Opdrachtgever in rekening brengen met inachtneming van het bepaalde kostenmaximum voor de eigen verdiensten deurwaarder (zie 14.5).”

14 Tarieven en prijsafspraken
(…)
Kostenmaxima
14.5
In de gevallen dat de kosten niet of niet geheel door de huurder worden voldaan (geldt ook voor WSNP en minnelijke schuldregeling) en het (restant-) bedrag van de kosten aantoonbaar oninbaar, zulks ter beoordeling van Opdrachtnemer, blijkt te zijn, dan geldt een maximum ter zake van de aan Opdrachtgever (door) te belasten eigen verdiensten deurwaarder. Out of pocket kosten mogen altijd doorbelast worden.
Dit maximum voor de eigen verdiensten deurwaarder bedraagt in de onderstaande situaties (
cumulatief: excl. BTW):
Dus na ontruiming en niet volledige inning van de vordering mag maximaal €350,- (excl. BTW) in rekening gebracht worden voor de eigen verdiensten deurwaarder. De bedragen zijn al cumulatief.”
2.4.
In de allonge staat, voor zover van belang:

Artikel 7: Het Pro huidige artikel 6.22 van de overeenkomst komt te vervallen en wordt vervangen door het
nieuwe artikel 6.22 dat als volgt luidt:
6.22 -
In het minnelijke traject draagt de opdrachtnemer op dossierniveau geïncasseerde gelden volledig af tot aan de openstaande
hoofdsom*, minus eventueel gemaakte out of pocket kosten.
- In het gerechtelijke traject draagt de opdrachtnemer op dossierniveau de geïncasseerde gelden volledig af tot aan de
hoofdsom* zodra de out of pocket kosten, de kosten van de verrichte ambtshandelingen, het salaris gemachtigde en nasalaris gedekt zijn.
- In het schuldbewakingstraject draagt de opdrachtnemer op dossierniveau de geïncasseerde gelden volledig af zodra de out of pocket kosten, de kosten van de verrichte ambtshandelingen en de
overeengekomen
Incassoprovisie schuldbewakingstraject** gedekt zijn.
6.22.1
In beide gevallen draagt opdrachtnemer de betreffende gelden af op bankrekeningnummer (…) met in de omschrijving: TTA + deelcontractnummer.
6.22.2
Opdrachtnemer zal iedere 28e van de maand het aan de opdrachtgever toekomende aandeel in de kwaliteitsrekening met inachtneming van het bovenstaande tussentijds afdragen. Indien de 28e in het
weekend valt, zal opdrachtnemer de vrijdag voorafgaande aan dit weekend de tussentijdse afdracht doen.
*
met hoofdsom wordt in dit artikel bedoeld: hoofdsom bij overdracht + vervallen termijnen -/-betalingen bij opdrachtnemer en opdrachtgever.
**
zie definities voor de exacte inhoud en berekening van de incassoprovisie schuldbewakingstraject.”
2.5.
In de brief van 16 december 2024 van [woonstichting X] aan Bazuin staat, voor zover van belang:
“(…)
Feiten en omstandigheden
Tussen (de rechtsvoorganger van) [woonstichting X] (Stichting [woonstichting Y] ) en Bazuin (...) is op 22 juli 2017 een samenwerkingsovereenkomst ten behoeve van de incasso van vorderingen op (ex-)huurders/kopers van [woonstichting X] overeengekomen.
Helaas is gebleken dat Bazuin tekortschiet in de nakoming van de overeenkomst. De kwaliteit van de incassowerkzaamheden blijft achter bij hetgeen [woonstichting X] op grond van de overeenkomst mag verwachten. Om die reden heeft [woonstichting X] Bazuin per brief van 17 juni jl. in gebreke gesteld.
Hoewel Bazuin stelt dat naar aanleiding van die brief verbeteringen hebben plaatsgevonden in de bedrijfsvoering bij Bazuin, zijn de incassowerkzaamheden naar het oordeel van [woonstichting X] helaas onvoldoende verbeterd. Om die reden is [woonstichting X] helaas genoodzaakt om de samenwerkingsovereenkomst met Bazuin te beëindigen.
Opzegging
[woonstichting X] zegt hierbij de samenwerkingsovereenkomst met Bazuin op, met inachtneming van de contractueel vastgelegde opzegtermijn van drie maanden. De samenwerkingsovereenkomst eindigt derhalve op
31 maart 2025.
Voor de dossiers die momenteel bij Bazuin in beheer zijn, geldt dat [woonstichting X] deze graag door Bazuin laat afronden. [woonstichting X] wijst hierbij graag op artikel 3.4 van de samenwerkingsovereenkomst, waarin is bepaald dat bij opzegging de bepalingen van de samenwerkingsovereenkomst onverminderd van toepassing zijn voor de dossiers die nog bij Bazuin in beheer zijn. Van Bazuin wordt dan ook verwacht dat zij haar uiterste best zal
doen om ieder dossier op zorgvuldige wijze af te ronden.
(…) .”
2.6.
In de brief van 3 juli 2025 van Bazuin aan [woonstichting X] staat, voor zover van belang:
“Alweer enige tijd geleden hebben jullie per brief aangegeven de samenwerking te willen beëindigen. Daarbij hebben jullie een opzegtermijn in acht genomen van drie maanden, maar feitelijk heeft deze opzegtermijn geen (rechts)gevolgen, aangezien de aanlevering van nieuwe dossíers al geruime tijd niet heeft plaatsgevonden.
Het feit dát geen nieuwe aanlevering meer plaatsvindt, heeft echter wel gevolgen voor onze verdiensten, aangezien wij soms al heel lang bezig zijn met minnelijke werkzaamheden in een dossier zonder dat daar een vergoeding tegenover staat.
Of waarin een regeling is getroffen, die wordt nagekomen maar waarin afdrachten plaatsvinden zonder rekening te houden met de incassokosten.
In een lopende relatie wordt dit gecompenseerd door de aanlevering van nieuwe zaken, maar die instroom is nu opgedroogd.
Onze samenwerking is altijd prettig verlopen, ook nu zijn er nog intensieve contacten tussen uw en onze medewerkers. Laten we dus onze aandacht en energie vooral blijven richten op een prettige constructieve afbouw, zodat alle mogelijkheden voor de toekomst open blijven.
(…)
Afwikkeling
lk wil dan ook zo snel mogelijk met jullie in overleg over de verdere afwikkeling van de portefeuille. Doel moet zijn, om zo snel mogelijk tot een -volledige- afwikkeling te komen. Persoonlijk denken wij aan een periode van
maximaal drie maanden. Het heeft weinig zin om partijen langer dan nodig/wenselijk “tot elkaar veroordeeld" te
houden. Partijen moeten hun tijd, energie en aandacht richten op de toekomst.
Wij zullen dan ook tot afrekening overgaan in die dossiers, waarin geen geldstroom (meer) aanwezig is.
Dat betekent dat dossiers waarin al langer dan zes maanden geen betaling is ontvangen gesloten zullen worden.
In elk lopend dossier zal beoordeeld worden, of er gedagvaard gaat worden of dat het dossier gesloten zal worden.
Dossiers waarin beslagen zijn gelegd en waarin gelden binnenkomen, houden wij voor u in behandeling. Maar mochten de inhoudingen echter erg laag zijn, dan zullen wij dit dossier, in en na overleg met u, sluiten en afrekenen.
Goed en lang lopende regelingen worden gesloten als waren zij geïncasseerd, indien en voor zover de resterende looptijd meer bedraagt dan drie maanden. Debiteuren worden geïnformeerd dat zij voortaan rechtstreeks aan u dienen te betalen.
In alle zaken waarin wij van mening zijn, dat deze gesloten moeten/kunnen worden zullen wij een voorstel tot sluíting aan u doen.
We maken géén c-mappen (controlemappen) meer aan. Na ontvangst van een betaalvonnis, zal onze focus alleen op de incasso/executie van déze vordering gericht zijn. Lopende huren díenen dan ook door [woonstichting X] zelf gemonítord te worden.
We maken géén nieuwe schuldbewakingsmappen meer aan. Alle dossiers worden na ontruiming gesloten.
In het geheel geldt, dat de afwikkeling in lijn wordt gebracht met de geldende wet- en regelgeving.
Als hierboven al eerder gezegd: onze tarieven zijn de afgelopen jaren niet of nauwelijks gewijzigd. In ons gesprek wil ik dan ook een -zeker gezien het tíjdsverloop- bescheiden verhogíng van de afgesproken bedragen aan de orde stellen voor de dossiers, waarvan u de behandeling wenst voort te zetten.
Wij zullen niet alles kunnen voorzien, dus laten we ons meewerkend opstellen bij het maken van afspraken om onze samenwerking tot een voor alle partijen prettig en werkbaar einde te brengen.
(…)”.
2.7.
Met verlof van de voorzieningenrechter in deze rechtbank van 14 januari 2026 heeft [woonstichting X] ten laste van Bazuin conservatoir derdenbeslag doen leggen:
  • op 16 januari, 9 februari en 24 maart 2026 onder Van Lanschot Kempen N.V.; en
  • op 9 februari 2026 onder een opdrachtgever van Bazuin, het Centraal Justitieel Incassobureau (CJB),
(de beslagen).
De vordering van [woonstichting X] op Bazuin is daarbij begroot op € 197.151,77, inclusief rente en kosten (€ 151.655,21 in hoofdsom). De vordering bestaat uit 1) vermeend verschuldigde afdrachten in reguliere dossiers en 2) in schuldbewakingsdossiers, en 3) vermeend foutief afgerekende dossiers. De beslagen hebben doel geraakt voor een bedrag van € 154.459,82.
2.8.
[woonstichting X] heeft tegen Bazuin bij dagvaarding van 5 februari 2026 bij deze rechtbank een bodemprocedure aanhangig gemaakt (bekend onder zaaknummer: C/10/715058 / HA ZA 26-161). In die procedure is, incidenteel, gevorderd een voorlopige voorziening te treffen. In het incident en in de hoofdzaak in de bodemzaak is een gezamenlijke mondelinge behandeling bepaald.
2.9.
Volgens [woonstichting X] is haar vordering op Bazuin (in hoofdsom) per 3 mei 2026 opgelopen tot:
€ 104.262,93 afdrachten uit reguliere dossiers
€ 68.138,04 afdrachten uit schuldbewakingsdossiers
€ 9.268,56foutief berekende dossiers per december 2025
€ 181.669,53

3.Het geschil

in conventie
3.1.
Bazuin vordert om bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de beslagen op te heffen, althans een andere in redelijkheid passende voorziening te treffen, met veroordeling van [woonstichting X] in de proces- en nakosten.
3.2.
[woonstichting X] voert verweer. [woonstichting X] concludeert tot afwijzing van de vorderingen van Bazuin, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van Bazuin in de kosten van deze procedure, te vermeerderen met de wettelijke rente.
in reconventie
3.3.
[woonstichting X] vordert, na aanpassing van haar vorderingen ter zitting, om bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
Bazuin te veroordelen tot het blijven uitvoeren van de werkzaamheden conform de bepalingen in de sok en allonge totdat in de bodemprocedure tussen partijen hierover is beslist, op straffe van een dwangsom van € 250,- per overtreding per dossier per dag dat deze overtreding voortduurt;
Bazuin te veroordelen tot het afgeven van de reeds gesloten dossiers (waarvan een deel genoemd is in productie 9 inclusief alle originele vonnissen, akte, proces-verbalen en de informatie en overzichten zoals genoemd in randnummers 5.2 en 5.3 van de conclusie van antwoord) binnen vijf werkdagen na het in deze te wijzen vonnis op straffe van een dwangsom van € 250,- per overtreding per dossier per dag dat deze overtreding voortduurt;
Bazuin te veroordelen tot het afgeven van de informatie en overzichten zoals genoemd in randnummers 5.2 en 5.3 van de conclusie ten aanzien van alle niet gesloten dossiers en een overzicht van de laatste stand van zaken binnen vijf werkdagen na het in deze te wijzen vonnis op straffe van een dwangsom van € 250,- per overtreding per dossier per dag dat deze overtreding voortduurt;
Bazuin bij wijze van voorschot te veroordelen tot voldoening van € 90.790,48, dan wel een in goede justitie te bepalen bedrag, vooruitlopend op de uitkomst van de bodemprocedure, binnen drie dagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis;
Bazuin te veroordelen in de kosten van dit geding, te vermeerderen met de wettelijke rente.
3.4.
Bazuin voert verweer. Bazuin concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [woonstichting X] , met veroordeling van [woonstichting X] in de kosten van deze procedure.

4.De beoordeling

in conventie
4.1.
Opheffing van een beslag kan onder meer, maar niet uitsluitend, plaatsvinden als een van de in artikel 705 lid 2 Rv Pro genoemde gronden aanwezig is en een belangenafweging niet tot een ander oordeel leidt, en op grond van een, zelfstandige, belangenafweging.
4.2.
Bazuin heeft haar opheffingsvordering gegrond op de stelling dat de vordering van [woonstichting X] tot zekerheid waarvan zij de beslagen heeft gelegd summierlijk ondeugdelijk is. Dat heeft [woonstichting X] gemotiveerd betwist.
4.3.
Feitelijk gegeven is dat [woonstichting X] de (kennelijk door haar rechtsvoorganger opgestelde) sok en allonge tegen 31 maart 2025 heeft opgezegd, waarbij zij Bazuin heeft verzocht de zich in haar beheer bevindende lopende dossiers van [woonstichting X] te blijven behandelen. Dat is Bazuin in elk geval tot aan de mondelinge behandeling in dit kort geding blijven doen, zodat de samenwerking tussen partijen niet als geheel geëindigd is te beschouwen. Dat Bazuin volgens [woonstichting X] in haar brief van 3 juli 2025 heeft aangestuurd op algehele beëindiging van de samenwerking, volgt de voorzieningenrechter niet. In die brief vraagt Bazuin immers om overleg met [woonstichting X] en formuleert zij een gedachte/voorstel om tot een redelijke afwikkeling te komen in het licht van de door [woonstichting X] verrichte opzegging. Omdat dus op het eerste gezicht (nog) geen sprake is van een eindafrekening, is het antwoord op de vraag of op dit moment kostenmaxima al in een, mogelijke, vordering moeten worden meegenomen (zie artikelen 13.2 en 14.5 van de sok) negatief. Anders geformuleerd, het deel van de beslagvordering dat ziet op een bedrag van
€ 9.268,56 aan beweerdelijk foutief afgerekende dossiers per december 2025, is summierlijk ondeugdelijk.
4.4.
Bezien in het onder 4.3 geschetste omstandighedenkader, erkent Bazuin dat zij medio 2025 is gestopt met het uit hoofde van de sok en de allonge verrichten van betalingen aan [woonstichting X] en dat zij, ook nadat de portefeuille [woonstichting X] eind 2025 weer positief was geworden, geen uitvoering heeft gegeven aan de tussen partijen niet (langer) in geschil zijnde betalingsverplichtingen ter grootte van (in ieder geval) een bedrag van in totaal
€ 37.037,63 (stand per 30 april 2026, productie 5 Bazuin). Uit die erkenning van Bazuin volgt dat [woonstichting X] in elk geval enig vorderingsrecht op Bazuin heeft. Dat betekent dat de beslagvordering van [woonstichting X] als zodanig niet volledig summierlijk ondeugdelijk is.
4.5.
Voor wat betreft de al dan niet summierlijke ondeugdelijkheid van het restant van de beslagvordering (€ 105.349,02, exclusief rente en kosten) geldt het volgende.
4.6.
Bazuin dient op grond van de sok en de allonge de door haar ontvangen huurinkomsten (tussentijds) aan [woonstichting X] af te dragen overeenkomstig de tussen partijen gemaakte prijsafspraken die zijn opgenomen in de sok en de allonge (zie artikel 6.22 in de sok en artikel 7 in Pro de allonge). Partijen zijn verdeeld over het antwoord op de vraag op welke wijze tussen hen afgerekend moet worden op grond van de geldende regelgeving voor deurwaarders. In die afrekeningsdiscussie staan de volgende aspecten centraal:
Geldt de Vo 2021/de allonge vanaf 3 november 2021 voor alle dossiers die Bazuin voor [woonstichting X] behandelt (standpunt [woonstichting X] ) of alleen voor nieuwe dossiers (standpunt Bazuin)? En voor de behandeling van welke dossiers geldt de Vo 2023? Is overgangsrecht van toepassing?
Wat mag de deurwaarder wel en niet op grond van de gedragsregels in de deurwaardersverordeningen?
Zien regels uit de Vo 2021/Vo 2023 (in het bijzonder gelet op bepaling 4.7 van de Vo 2023 [1] ) alleen op ambtelijke werkzaamheden of ook op de rol van de deurwaarder als incassogemachtigde?
4.7.
Uitgangspunt in dit kort geding moet zijn dat de op voorstel van de rechtsvoorganger van [woonstichting X] in de sok en de allonge overeengekomen dienstverlening, gelet op de publieke functie van de deurwaarder, ondergeschikt moet zijn aan de ambtelijke normen die zijn neergelegd in de toepasselijke wet- en regelgeving, zoals de Vo 2021 en de Vo 2023, een en ander voor zover de afspraken daarmee in strijd zijn. Daarbij neemt de voorzieningenrechter in aanmerking de tussen partijen aan de orde zijnde uitlegdiscussie van de sok en de allonge. Zij nemen daarover, en over de feitelijke werkwijze, tegenovergestelde standpunten in. De discussie daarover kan pas na nader onderzoek, waarvoor een kort geding zich niet leent, worden beslecht. Het volgende is van belang.
4.8.
De deurwaardersverordening (in alle uitvoeringen) stelt strikte regels over de verrekening van ambtshandelingen om financiële risico’s bij de deurwaarder te voorkomen. In die verordening staan specifieke regels over o.a. de afboekvolgorde (imputatieregeling), het verbod op financieel risico en de transparantie over de verhaalbaarheid. Bazuin stelt terecht dat zij is gebonden aan de(ze) beroeps- en gedragsregels (zoals zij deze zelf uitlegt) en dat zij tuchtrechtelijk bestraft kan worden als zij zich hier niet aan houdt.
Ter zitting is gebleken dat het in de rechtsverhouding tussen partijen om de afrekening van 414 dossiers gaat. Bazuin heeft, net zomin als [woonstichting X] dat heeft gedaan, niet duidelijk gemaakt welke van die 414 dossiers onder welk afrekeningsregime valt, de Vo 2021 of 2023, terwijl voldoende aannemelijk is dat de afspraken in de sok (altijd) in strijd met de beroeps- en gedragsregels zijn (geweest) (zie productie 14 van [woonstichting X] ). Hoewel de materiële bepalingen uit de Vo 2021 grotendeels zijn overgenomen in de Vo 2023, en dus onverkort gelden, is niet duidelijk of op een deel van de dossiers het beperkte overgangsrecht van toepassing is. Evenmin is eenduidig te bepalen welke gevolgen de van toepassing zijnde deurwaardersverordening, gelet op de daarin opgenomen open normen die nadere uitleg en invulling vragen, moet hebben op de wijze van afrekening tussen partijen. Het gaat dan in het bijzonder om de afrekening op portefeuille- of dossierniveau en over welke periode en/of dossiers dat dan geldt. Geen van partijen heeft hier bovendien op heldere en overtuigende wijze handen en voeten aan gegeven. De overgelegde afrekeningsoverzichten zijn slechts summier toegelicht: uit de enkele overzichten valt niet af te leiden op grond waarvan en op welke wijze tot de daarin opgenomen cijfermatige uitkomst is gekomen. De voorzieningenrechter heeft dus van partijen geen/onvoldoende handvatten gekregen om tot een weloverwogen beoordeling te kunnen komen. Het ligt ook niet op de weg van de voorzieningenrechter om die handvatten voor partijen te creëren. De voorzieningenrechter acht op grond van het dus slechts voor de beoordeling beperkt nuttige partijdebat evenwel niet uitgesloten dat er voor Bazuin mogelijk een financieel risico ontstaat als zij overgaat tot afrekening op de wijze zoals [woonstichting X] voorstaat die afwijkt van de berekening van Bazuin die volgens haar is gestoeld op de Vo(‘s). Bijvoorbeeld geldt dit ten aanzien van de tussentijdse afdracht van positieve dossiers zonder rekening te houden met de negatieve dossiers. Bepaald niet uitgesloten is dat een dergelijke afrekening kan bewerkstelligen dat meer afgedragen wordt dan is toegestaan op grond van de bewaarplicht wat in strijd is met de beroeps- en gedragsregels is (zie o.a. 4.7 Vo 2023).
4.9.
Naast de materiële onduidelijkheden lijkt het er bovendien op dat [woonstichting X] de beslagen niet alleen heeft gelegd om de vordering op Bazuin vast te stellen, maar dat zij dit ook heeft gedaan om de door haar gestelde faillissementssituatie van Bazuin en de door haar ingediende klacht bij de Kamer voor Gerechtsdeurwaarders te ondersteunen. Waarom [woonstichting X] zover is gegaan om, vooralsnog ongefundeerd, met derden de financiële situatie van Bazuin te bespreken of een klacht in te dienen, zonder eerst met constructieve houding in overleg met Bazuin te treden, roept vragen op. Gelet op de aannemelijke invloed die de beslagen (gelet op hun omvang) op de bedrijfsvoering en de (tuchtrechtelijke) positie van Bazuin (in de markt) hebben, leidt een afweging van de belangen ertoe dat de beslagvordering moet worden herbegroot. In het licht van de erkenning en de onverklaarbare schommelingen in het door Bazuin aangehouden positieve saldo in de [woonstichting X] dossiers ziet de voorzieningenrechter aanleiding de vordering te herbegroten op een afgerond bedrag van € 55.000,- (inclusief de gebruikelijke opslag van 30%). Hierbij is aangeknoopt bij het door Bazuin erkende bedrag. Voor het overige heft de voorzieningenrechter de beslagen zelf op. Ten overvloede wordt nog overwogen dat de stelling van Bazuin dat zij vanwege de beslagen niet eerder kon betalen, niet volledig opgaat. Zij heeft zich ook niet gehouden aan haar eigen mededeling/toezegging om de tussentijdse afdrachten te hervatten zodra de portefeuille positief was. Uit de stukken volgt namelijk dat het beslagverlof is verleend op 14 januari 2026 en de portefeuille op 30 december 2025 en op 8 januari 2026, en dus voordat de beslagen (vanaf 16 januari 2026) zijn gelegd, al een positief saldo vertoonde.
4.10.
Omdat elk van partijen als op enig punt in het ongelijk gesteld is te beschouwen, worden de proceskosten gecompenseerd. Dat betekent dat iedere partij de eigen kosten draagt.
in reconventie
4.11.
[woonstichting X] heeft, kort gezegd, gevorderd om Bazuin, op straffe van een dwangsom, te veroordelen tot:
het blijven uitvoeren van de werkzaamheden conform de bepalingen in de sok en allonge totdat in de bodemprocedure tussen partijen hierover is beslist (3.3 onder 1);
afgifte van dossiers, informatie en overzichten (3.3 onder 2 en 3);
bij wijze van voorschot, voldoening van € 90.790,48 (3.3 onder 4).
4.12.
Voor toewijzing van deze in kort geding gevorderde voorlopige voorzieningen is nodig dat [woonstichting X] daarbij een spoedeisend belang heeft.
4.12.1.
[woonstichting X] heeft nagelaten in de conclusie van antwoord onderbouwd te stellen waarin haar spoedeisend belang bij ieder van deze vorderingen gelegen is. Pas ter zitting stelt [woonstichting X] , desgevraagd, dat de spoedeisendheid er in de kern in gelegen is dat er in de markt signalen rondzingen dat het niet goed gaat met/bij Bazuin wat voor [woonstichting X] een rode vlag oplevert. Omdat [woonstichting X] die stelling verder niet concreet heeft gemaakt en ook niet met stukken heeft onderbouwd, terwijl Bazuin gemotiveerd heeft betwist dat hiervan sprake is, lijkt [woonstichting X] in dit verband de spoedeisendheid enkel op te hangen aan suggesties. Verder is [woonstichting X] van mening dat de spoedeisendheid reeds volgt uit de grondslag van de vorderingen. Daarmee maakt [woonstichting X] zich te gemakkelijk af van haar algemene, maar ook gelet op de inhoud van de vorderingen specifieke, verplichting om in kort geding haar spoedeisend belang aannemelijk te maken. Anders geformuleerd: een nakomingsverplichting is niet zonder meer spoedeisend. Het voorgaande in aanmerking nemende is de voorzieningenrechter van oordeel dat [woonstichting X] niet aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van voldoende spoedeisend belang. In dat oordeel speelt ook een rol wat hiervoor in r.o. 4.5 e.v. voorshands is geconstateerd (met het oog op vordering 3), de omstandigheid dat gelijkluidende vorderingen op afzienbare termijn ter mondelinge behandeling aan de bodemrechter worden voorgelegd (met het oog op alle vorderingen) en het gegeven dat [woonstichting X] heeft erkend dat zij nog steeds en volledig digitaal toegang heeft tot de dossiers (met het oog op vordering 2). Dit leidt tot afwijzing van de vorderingen van [woonstichting X] . De overige standpunten van partijen behoeven geen bespreking meer.
4.13.
[woonstichting X] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Daarbij overweegt de voorzieningenrechter dat in ieder geval vorderingen 1 en 2 in reconventie geen samenhang vertonen met de vordering in conventie. Het salaris advocaat wordt daarom niet gehalveerd. De proceskosten van Bazuin worden begroot op:
- salaris advocaat
1.177,00
- nakosten
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.366,00

5.De beslissing

De voorzieningenrechter
in conventie
5.1.
herbegroot de vordering waarvoor beslagverlof is verleend op € 55.000,-,
inclusief rente en kosten,
5.2.
heft de beslagen op voor zover de waarde van de daardoor getroffen gelden die zich onder Van Lanschot Kempen N.V. en het CJB bevinden meer bedraagt dan € 55.000,-,
5.3.
compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
in reconventie
5.4.
wijst de vorderingen af,
5.5.
veroordeelt [woonstichting X] in de proceskosten van € 1.366,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [woonstichting X] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
in conventie en in reconventie
5.6.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.7.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. P. de Bruin en in het openbaar uitgesproken op 28 mei 2026. 1734/2009

Voetnoten

1.Artikel 4.7 (geen onevenredige bevoordeling van opdrachtgever) luidt: