Uitspraak
RECHTBANK Rotterdam
1.De procedure
- producties 1 tot en met 3 van [eiseres]
- de mondelinge behandeling van 21 april 2026, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt.
2.De feiten
4.De beoordeling
te bepalen dat’ kan dit deel van de vordering in kort geding niet worden toegewezen. Dit impliceert immers een declaratoire uitspraak. Het tweede deel van de vordering onder 1 kan wel worden toegewezen, met dien verstande dat [gedaagde] wordt bevolen de woning, overeenkomstig het redelijk te achten voorstel van [eiseres] , binnen vier weken na betekening van dit vonnis te verlaten. Met die termijn wordt voldoende tegemoetgekomen aan de situatie dat [gedaagde] op dit moment nog niet beschikt over vervangende woonruimte (zelfstandig of onzelfstandig) en/of begeleiding in het vinden daarbij.