Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:6868

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
15 april 2026
Publicatiedatum
15 juni 2026
Zaaknummer
ROT 26/2528
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen uitschrijving uit Basisregistratie Personen

Verzoeker diende een verzoek om voorlopige voorziening in tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam om hem per 11 november 2025 uit te schrijven uit de Basisregistratie Personen (brp). Het verzoek werd behandeld op 15 april 2026 door de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam.

Het college heeft bij brief van 10 april 2026 laten weten het besluit van 3 februari 2026 in te trekken en verzoeker met terugwerkende kracht per 11 november 2025 weer in te schrijven, mits verzoeker informatie verstrekt over het adres waarop hij moet worden ingeschreven. Het college gaf aan dat inschrijving ook mogelijk is op een briefadres van de gemeente of een ander briefadres.

De voorzieningenrechter oordeelde dat er geen spoedeisend belang bestond om een voorlopige voorziening te treffen, mede omdat het college het besluit intrekt en tegemoetkomt aan verzoeker. De discussie over het juiste inschrijfadres leent zich niet voor de voorlopige voorzieningenprocedure. Het verzoek werd daarom afgewezen, maar het college werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 1.868,-. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang, met proceskostenveroordeling voor het college.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 26/2528

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van

15 april 2026 in de zaak tussen

[verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker,

(gemachtigde: mr. B. Temeltasch),
en

het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam, het college,

(gemachtigde: mr. D.J.J. Strave).

Inleiding

1.1.
Met het besluit van 3 februari 2026 (het bestreden besluit) heeft het college verzoeker uitgeschreven uit de Basisregistratie Personen (brp) per 11 november 2025. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Ook heeft hij de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
1.2.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 15 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker en de gemachtigde van het college.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
3.1.
Een procedure bij de voorzieningenrechter is een spoedprocedure. Een voorlopige voorziening kan alleen worden getroffen als er een spoedeisend belang is, waardoor iemand niet kan wachten op een beslissing op zijn bezwaar- of beroepschrift. De voorzieningenrechter dient eerst te bepalen of er sprake is van een spoedeisend belang, voordat de zaak inhoudelijk kan worden beoordeeld.
3.2.
Verzoeker heeft een verzoek om voorlopige voorziening ingediend naar aanleiding van het besluit van 3 februari 2026 waarbij het college hem heeft uitgeschreven uit de brp per 11 november 2025. Bij brief van 10 april 2026 heeft het college laten weten dat het besluit van 3 februari 2026 zal worden ingetrokken en dat verzoeker met terugwerkende kracht per 11 november 2025 weer wordt ingeschreven. Om dit te bewerkstelligen wacht het college nog op informatie van verzoeker over het adres waarop hij moet worden ingeschreven. Het college heeft toegelicht dat verzoeker zich kan laten inschrijven met terugwerkende kracht op een briefadres van de gemeente of een ander briefadres. De discussie of verzoeker wel of niet kan ingeschreven op het adres [adres] in [plaats] , waar hij voorheen woonde, leent zich niet voor de voorlopige voorzieningenprocedure. Het college heeft toegezegd dat het griffierecht en ook proceskosten voor de indiening van het verzoekschrift worden vergoed.
3.3.
Gelet hierop is er geen spoedeisend belang bij het verzoek om voorlopige voorziening en wijst de voorzieningenrechter het verzoek af. Nu sprake is van tegemoetkomen, is er reden voor een proceskostenvergoeding. Toegekend wordt € 1.868,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift en 1 punt voor het bijwonen van de zitting met een waarde per punt van € 934,-). Omdat verzoeker geen griffierecht heeft betaald, is er geen aanleiding om te bepalen dat het college het griffierecht moet vergoeden.
3.4.
De voorzieningenrechter wijst erop dat tegen deze mondelinge uitspraak geen hoger beroep of verzet openstaat.

Beslissing

De voorzieningenrechter:
  • wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
  • veroordeelt het college in de proceskosten tot een bedrag van € 1.868,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P. Vrolijk, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. D.J. Bes, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 15 april 2026.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.