Verzoeker diende een verzoek om voorlopige voorziening in tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam om hem per 11 november 2025 uit te schrijven uit de Basisregistratie Personen (brp). Het verzoek werd behandeld op 15 april 2026 door de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam.
Het college heeft bij brief van 10 april 2026 laten weten het besluit van 3 februari 2026 in te trekken en verzoeker met terugwerkende kracht per 11 november 2025 weer in te schrijven, mits verzoeker informatie verstrekt over het adres waarop hij moet worden ingeschreven. Het college gaf aan dat inschrijving ook mogelijk is op een briefadres van de gemeente of een ander briefadres.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er geen spoedeisend belang bestond om een voorlopige voorziening te treffen, mede omdat het college het besluit intrekt en tegemoetkomt aan verzoeker. De discussie over het juiste inschrijfadres leent zich niet voor de voorlopige voorzieningenprocedure. Het verzoek werd daarom afgewezen, maar het college werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 1.868,-. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.