Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- het verzoekschrift met bijlagen van de vrouw, ingekomen op 6 mei 2025;
- het verweerschrift tevens zelfstandig verzoek met bijlagen, ingekomen op 24 juli 2025;
- het verweerschrift op het zelfstandig verzoek met bijlagen van 25 augustus 2025;
- het bericht met bijlagen van de man van 30 april 2026;
- het bericht met bijlagen van de vrouw van 1 mei 2026;
- het bericht met bijlage van de vrouw van 5 mei 2026;
- het bericht van de man met gewijzigd verzoek van 5 mei 2026;
- het bericht van de vrouw van 7 mei 2026.
- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;
- de man, bijgestaan door zijn advocaat;
- de raad voor de kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht (hierna: de raad) als adviseur, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger] .
2.De vaststaande feiten
- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2011 te [geboorteplaats 1] ,
- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2015 te [geboorteplaats 2] .
3.De beoordeling
- de minderjarigen verblijven eens in de tien dagen drie dagen bij man. De man werkt zes dagen en is dan vier dagen vrij. Gedurende de tweede, derde en vierde dag van de vrije periode verblijven de minderjarigen bij de man. Gedurende de zes dagen die de man werkt, zullen de minderjarigen bij de overgang van een ochtend- naar een middagdienst ook bij de man verblijven. De overdracht vindt plaats om 14:00 uur als op een doordeweekse dag wordt gewisseld, om 15:00 uur als de overdracht in het weekend plaatsvindt en om 19:00 uur (na het eten) op de laatste dag van een cyclus. Om de vier cyclussen van tien dagen (elk vijfde weekend) zullen de minderjarigen niet bij de man verblijven.
- de ouder bij wie de minderjarigen het laatste verblijven, brengt hen naar de andere ouder waarbij:
- de man de minderjarigen voor de deur van de vrouw afzet, zelf in de auto blijft zitten en niet via het autoraampje of anderszins met de vrouw communiceert en waarbij de vrouw in haar woning blijft, en
- de vrouw de minderjarigen afzet bij het garagepleintje achter de woning van de man waarna de minderjarigen zelf naar de woning van de man lopen;
- partijen de overdrachtsmomenten niet filmen of opnemen;
- gedurende de zomervakantie zijn de minderjarigen drie aaneengesloten weken bij een van partijen. In 2026 zullen de minderjarigen de laatste drie aaneengesloten weken bij de man zijn en in 2027 de eerste drie aaneengesloten weken, en zo zal dat jaarlijks wisselen. In 2026 zijn de minderjarigen de eerste kerstdag en oud en nieuw bij man en de tweede kerstdag bij de vrouw en in 2027 is dat andersom, en zo zal dat jaarlijks wisselen. Op Vader- en Moederdag en op de verjaardag van partijen zijn de minderjarigen bij de betreffende ouder. In 2026 verblijven de minderjarigen op hun verjaardag bij de man en in 2027 bij de vrouw, en zo zal dat jaarlijks wisselen.