De rechtbank Rotterdam heeft verdachte veroordeeld voor het opzettelijk en wederrechtelijk vervaardigen van seksueel beeldmateriaal van de aangeefster. Dit betrof een filmpje waarop de aangeefster seksuele handelingen bij zichzelf verrichtte, gemaakt tijdens een videogesprek zonder haar medeweten.
De verdachte werd vrijgesproken van de tenlasteleggingen afdreiging en verkrachting/aanranding, omdat de rechtbank onvoldoende bewijs vond dat hij wist of ernstige reden had om te vermoeden dat de wil van de aangeefster ontbrak bij de seksuele handelingen tijdens het videobellen. De aangeefster had eerder vrijwillig een video gestuurd, en er waren geen contra-indicaties dat zij onder druk stond.
De rechtbank legde een taakstraf van 40 uur op, met aftrek van voorarrest, en wees een vervangende hechtenis van 18 dagen toe voor het geval de taakstraf niet wordt uitgevoerd. De straf is gebaseerd op de ernst van het feit en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, die verantwoordelijkheid heeft genomen en geen eerdere soortgelijke veroordelingen heeft.
De uitspraak werd gedaan op 21 januari 2026 na een zitting op 7 januari 2026. De rechtbank nam kennis van een rapport van de reclassering en het strafblad van de verdachte. De officier van justitie had een gevangenisstraf geëist, maar de rechtbank vond een taakstraf passend.
De verdachte werd vrijgesproken van de afdreiging en verkrachting/aanranding, en veroordeeld voor het vervaardigen van het seksueel beeldmateriaal, waarbij de strafrechtelijke kwalificatie en strafbaarheid werden vastgesteld conform de wet.