5.2.Verzoeker verblijft op dit moment in voorlopige hechtenis. Volgens de gemachtigde van verzoeker heeft de inhoudelijke behandeling van verzoekers strafzaak al plaatsgevonden en zal er op of omstreeks 22 april 2026 door de rechtbank uitspraak worden gedaan. Tijdens de zitting is er een verzoek om opheffing dan wel schorsing van de detentie ingediend.
De uitspraak van de rechtbank kan resulteren in de directe tenuitvoerlegging van de opgelegde straf of in een opheffing van de voorlopige hechtenis. Hoewel de uitkomst van de strafzaak nog niet bekend is, zal de voorzieningenrechter aan verzoeker het voordeel van de twijfel geven en een spoedeisend belang aannemen. Daarbij weegt de voorzieningenrechter mee dat bij eventuele invrijheidstelling verzoeker onderdak nodig heeft en dat, als er geen voorlopige voorziening wordt getroffen, verzoeker in dat geval gedurende drie maanden geen toegang tot zijn woning heeft.
6. Op grond van artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet is de burgemeester bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang indien in woningen harddrugs wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is.
7. De burgemeester voert beleid om de handel in drugs in Rotterdam tegen te gaan.
Dit beleid staat in de Beleidslijn bestuurlijke handhaving artikel 13b Opiumwet Rotterdam 2022. In dit beleid staat in welke gevallen de burgemeester in beginsel overgaat tot sluiting van een woning.
Is de burgemeester bevoegd om de woning te sluiten?
8. Tussen partijen is niet in geschil dat de burgemeester bevoegd was om de woning van verzoekers te sluiten vanwege een overtreding van de Opiumwet.
Is er een noodzaak om de woning te sluiten?
9. Aan de hand van de ernst en omvang van de overtreding dient vervolgens te worden beoordeeld in hoeverre sluiting van de woning noodzakelijk is ter bescherming van het woon- en leefklimaat bij de woning en het herstel van de openbare orde.
10. Verzoeker betwist de noodzaak van de sluiting. Er is geen sprake van een loop naar de woning noch van openbare orde-delicten gerelateerd aan de woning. In de vijf jaar dat verzoeker de woning huurt zijn er nooit overlastmeldingen geweest. Volgens verzoeker had de burgemeester moeten volstaan met een waarschuwing.
11. Gelet op de grote handelshoeveelheden aangetroffen harddrugs, de aangetroffen attributen (zoals een gripzakje, een vacumeermachine en diverse zakken ten behoeve van het verpakken van drugs) en de aard en grote hoeveelheid van de aangetroffen stoffen, waarvan het de politie ambtshalve bekend is dat deze bestemd zijn voor het bewerken en verwerken van drugs, heeft de burgemeester het aannemelijk mogen vinden dat deze drugs geheel of gedeeltelijk bestemd waren voor verkoop, aflevering of verstrekking.
De burgemeester mag dan aannemen dat de woning een rol speelt binnen de keten van drugshandel, wat op zichzelf al een belang oplevert bij sluiting, ook als geen overlast of feitelijke drugshandel is geconstateerd (zie de Afdelingsuitspraak van 11 november 2020, ECLI:RVS:2020:2709 en van 25 januari 2023, ECLI:RVS:2023:277). Verder is van belang dat geen sprake was van een geringe overschrijding van de voor eigen gebruik toegestane hoeveelheid drugs, waardoor een minder verstrekkende maatregel hier niet kon volstaan ter bescherming van het woon- en leefklimaat bij de woning en het herstel van de openbare orde. Daarnaast heeft verzoeker twee eerdere antecedenten betreffende overtredingen van de Opiumwet. Tot slot bevindt de woning zich in een kwetsbare wijk. Een zichtbare sluiting van een woning is een signaal voor drugscriminelen en buurtbewoners dat de overheid optreedt tegen drugscriminaliteit.
Uit deze omstandigheden volgt dat de burgemeester het noodzakelijk mocht achten de woning te sluiten.
Is de sluiting evenwichtig?
12. Bij de beoordeling van de evenwichtigheid zijn verschillende omstandigheden van belang, zoals de mate van verwijtbaarheid van de aangeschreven persoon, een bijzondere binding met het pand en de mogelijkheid om weer van het pand gebruik te kunnen maken. De nadelige gevolgen van de sluiting moeten worden afgewogen tegen de omstandigheden die ertoe hebben geleid dat de burgemeester een sluiting noodzakelijk mocht vinden.
13. Verzoeker voert aan dat hij onevenredig hard wordt geraakt door de sluiting van zijn woning. Hij is voorbereidingen aan het treffen om zijn leven na detentie weer op te pakken. Hiervoor heeft hij een stabiele basis nodig en derhalve baat bij het weer terug kunnen keren naar zijn huis. Ook wil verzoeker de plannen om samen te gaan wonen met zijn partner doorzetten en bouwen aan een gezond gezinsleven. Een sluiting zal de positieve vooruitgang stagneren.
14. De voorzieningenrechter vindt de gevolgen van de sluiting van de woning voor de duur van drie maanden in dit geval niet onevenwichtig.
Inherent aan de sluiting van een woning is dat de bewoner de woning moet verlaten. Dat is op zich geen bijzondere omstandigheid. Er is sprake van een ernstig geval gelet op de aangetroffen handelshoeveelheid harddrugs, attributen en stoffen. Verzoeker kan een verwijt worden gemaakt van de ontstane situatie nu hij als hoofdbewoner verantwoordelijk is voor wat er in zijn woning gebeurt. Ook is hij al eerder in aanraking geweest met de politie in verband met drugs. Verzoeker had dus beter moeten weten.
Niet gebleken is dat verzoeker een bijzondere binding met de woning heeft, bijvoorbeeld wegens medische redenen. De enkele omstandigheid dat de woning verzoeker een stabiele slaapplek biedt is onvoldoende. Tot slot is niet gebleken dat verzoeker ter overbrugging geen vervangende woonruimte kan regelen of onvoldoende sociaal netwerk heeft om op terug te vallen. Niet is gebleken dat de partner en haar minderjarig kind als gevolg van het bestreden besluit op straat komt te staan. Nu is aangegeven dat verzoeker en zijn partner van plan zijn om te gaan samenwonen, volgt hieruit dat dat nog niet het geval is.
De partner van verzoeker woont op dit moment samen met haar minderjarig kind nog bij haar ex-partner. De stelling dat de situatie in de huidige woning van de partner onveilig is, is niet geconcretiseerd en onderbouwd.
15. Gelet op wat hiervoor is overwogen, heeft de burgemeester de belangen om de woning te sluiten zwaarder mogen wegen dan de belangen van verzoeker bij het voortgezet gebruik van de woning. De voorzieningenrechter verwacht dan ook dat het bestreden besluit in bezwaar in stand zal blijven.