De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige geboren in 2011, die bij haar moeder woont. De zitting vond plaats op 3 juni 2026, waarbij de moeder niet aanwezig was, maar wel correct was opgeroepen. De minderjarige gaf geen mening op verzoek van de kinderrechter.
Hoewel de minderjarige zich de afgelopen periode goed heeft ontwikkeld en weer bij de moeder woont, zijn de positieve ontwikkelingen nog pril. Eerder was sprake van ernstige zorgen, waaronder een gesloten plaatsing tot 6 maart 2026. De minderjarige heeft een traumabehandeling gevolgd die positief werd afgerond. De betrokkenheid van de jeugdbeschermer blijft noodzakelijk om de stijgende lijn voort te zetten en eventueel aanvullend onderzoek te doen.
De kinderrechter oordeelt dat de voorwaarden voor verlenging van de ondertoezichtstelling zijn vervuld en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad. De ondertoezichtstelling wordt verlengd tot 18 juni 2027. Tegen deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag binnen drie maanden na uitspraak of betekening.