Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:6932

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
3 juni 2026
Publicatiedatum
16 juni 2026
Zaaknummer
C/10/713067 / JE RK 26-44
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging machtiging tot uithuisplaatsing in netwerkpleegzorg bij ex-stiefmoeder

De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond verzocht om verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige bij de ex-stiefmoeder in een voorziening voor netwerkpleegzorg. De kinderrechter nam diverse stukken in overweging, waaronder eerdere beschikkingen, rapportages en het gezinsplan. Tijdens de zitting, die met gesloten deuren plaatsvond, waren vertegenwoordigers van de GI, de vader met zijn advocaat en de advocaat van de moeder aanwezig; de moeder zelf was afwezig.

De moeder uitte zorgen over de zorgcapaciteit van de ex-stiefmoeder en de sociale-mediaberichten over haar, terwijl de vader instemde met verlenging en de stabiliteit bij de ex-stiefmoeder benadrukte. De kinderrechter concludeerde dat verlenging noodzakelijk is voor de verzorging en opvoeding van de minderjarige. Ondanks het niet kunnen uitvoeren van een pleegzorgscreening, is er vertrouwen in de plaatsing en wordt de opvoedsituatie nauwlettend gevolgd.

De minderjarige zal binnenkort starten bij een onderwijsinstelling die ook behandeling biedt, wat vanuit de vertrouwde omgeving bij de ex-stiefmoeder kan plaatsvinden. De kinderrechter benadrukte het belang van contactherstel tussen moeder en kind en de wenselijkheid van samenwerking tussen moeder en ex-stiefmoeder. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de mogelijkheid tot hoger beroep is toegelicht.

Uitkomst: De machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige bij de ex-stiefmoeder wordt verlengd tot 14 januari 2027 en de beschikking is direct uitvoerbaar.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/713067 / JE RK 26-44
Datum uitspraak: 3 juni 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedatum] 2012 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[moeder],
hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats 1] ,
advocaat: mr. W.J. Oomkes, kantoorhoudende te Vlaardingen,
[vader],
hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats 2] ,
advocaat: mr. E.A. Hoogendijk, kantoorhoudende te Rotterdam.

1.Het verdere verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • de beschikking de kinderrechter in deze rechtbank van 19 januari 2026 en de daaraan ten grondslag liggende stukken;
  • de briefrapportage van de GI van 16 april 2026, binnengekomen bij de rechtbank op diezelfde datum;
  • het gezinsplan van de GI van 8 mei 2026, binnengekomen bij de rechtbank op 28 mei 2026;
  • de brief van mr. Oomkes met bijlagen van 29 mei 2026, binnengekomen bij de rechtbank op 1 juni 2026.
1.2.
Op 3 juni 2026 heeft de kinderrechter de zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig:
  • de vader en zijn advocaat;
  • de advocaat van de moeder;
- een tweetal vertegenwoordigers van de GI, [vertegenwoordiger 1] en [vertegenwoordiger 2] .
1.3.
De moeder is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de moeder wel juist is opgeroepen.
1.4.
De kinderrechter heeft ter zitting bijzondere toegang verleend aan ex-stiefmoeder van [minderjarige] , [ex-stiefmoeder] , en de ex-stiefmoeder ter zitting als informant gehoord.
1.5.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2.De feiten

2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
[minderjarige] verblijft bij de ex-stiefmoeder.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 30 december 2025 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 14 januari 2027.
2.4.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 19 januari 2026 de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor netwerkpleegzorg, te weten bij de ex-stiefmoeder, verlengd tot 4 juni 2026.

3.Het (aangehouden) verzoek

3.1.
De GI verzoekt een (spoed)trajectmachtiging om [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een voorziening voor pleegzorg en een accommodatie jeugdzorg voor de duur van vier weken. Hierop is al beslist. Aansluitend verzoekt de GI een machtiging tot uithuisplaatsing te verlenen om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een voorziening voor pleegzorg voor de duur van de ondertoezichtstelling. Over de periode tot 4 juni 2026 is al beslist. Er moet nog worden beslist over de periode tot 14 januari 2027.
3.2.
De GI handhaaft het verzoek ter zitting en licht dit als volgt toe. De GI heeft contact gehad met pleegzorg, maar doordat de ex-stiefmoeder niet ingeschreven staat op het juiste adres kan er geen screening plaatsvinden. De GI heeft de samenwerking opgezocht met de ex-stiefmoeder. Er wordt gezien dat [minderjarige] stabiliteit en rust ontvangt. De GI heeft afgesproken dat zij eerst kennis willen maken met de moeder en de broer van de ex-stiefmoeder, voordat [minderjarige] daar kan overnachten. De zorgen die de moeder uit, worden direct opgepakt door de GI en besproken met de ex-stiefmoeder. [minderjarige] zal binnenkort starten bij [onderwijsinstelling] . Daar zal [minderjarige] onderwijs volgen en behandeling krijgen.

4.De standpunten

4.1.
Namens de moeder wordt ter zitting het volgende naar voren gebracht. De moeder is niet ter zitting aanwezig, omdat zij het niet eens is met de ingeslagen weg van de GI. De moeder maakt zich zorgen over het feit dat [minderjarige] bij de ex-stiefmoeder verblijft, omdat [minderjarige] veel zorg en begeleiding nodig heeft en de moeder zich afvraagt of hij dat bij de ex-stiefmoeder kan krijgen. Daarnaast maakt de moeder zich zorgen over de persoon van de ex-stiefmoeder, gezien haar berichten op de sociale media. De moeder wil het beste voor [minderjarige] en vraagt zich af of een andere plek voor [minderjarige] , in een groepsaccommodatie, niet meer passend is.
4.2.
Door en namens de vader wordt ter zitting ingestemd met een verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing. Het is erg positief dat [minderjarige] binnenkort kan starten bij [onderwijsinstelling] . Tegelijkertijd zijn er nog veel zorgen. [minderjarige] is een lange tijd niet naar school geweest, stagneerde in zijn ontwikkeling en had een gebrek aan structuur. De vader ziet dat [minderjarige] zich veilig voelt bij de ex-stiefmoeder en wil dat er passende hulp wordt ingezet. Het is een lange periode niet mogelijk geweest om hulp in te zetten, omdat [minderjarige] nog niet ingeschreven staat bij de vader.

5.De beoordeling

5.1.
Op basis van de stukken en de zitting is de kinderrechter van oordeel dat de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding.
5.2.
De afgelopen periode is het niet gelukt om een pleegzorg screening te laten plaatsvinden. Ondanks dat heeft de jeugdbeschermer zicht gehouden op de plaatsing van [minderjarige] . Uit de toelichting van de jeugdbeschermer volgt dat zij vertrouwen heeft in de plaatsing en dat zij de zorgen van de moeder oppakt. Ter zitting is een verklaring gegeven voor de vieze kleding van [minderjarige] en daar is met [minderjarige] aan gewerkt. De kinderrechter acht het van belang dat de GI zicht blijft houden op de plaatsing en dat er een duidelijk beeld bij de GI is over de opvoedsituatie bij de ex-stiefmoeder. Dit kan er ook voor zorgen dat de moeder – al dan niet deels – wordt gerustgesteld. Daarnaast is het positief dat [minderjarige] binnenkort start bij [onderwijsinstelling] . [onderwijsinstelling] kan hem begeleiding bieden bij zijn sociaal-emotionele ontwikkeling. De kinderrechter acht een plaatsing bij de ex-stiefmoeder in het belang van [minderjarige] . Een eerdere plaatsing op een groep ( [zorginstelling] ) bleek niet te werken voor [minderjarige] . [minderjarige] krijgt bij de ex-stiefmoeder de nodige stabiliteit en vanuit deze vertrouwde omgeving kan hulp worden ingezet. Nu [minderjarige] binnenkort gaat starten bij [onderwijsinstelling] voor onderwijs en behandeling, kan dat vanuit zijn verblijf bij de ex-stiefmoeder worden gerealiseerd. Dat is zeker belangrijk nu [minderjarige] niet bij de moeder of de vader kan verblijven. De kinderrechter overweegt voorts dat het belangrijk is dat er wordt gewerkt aan contactherstel tussen de moeder en [minderjarige] . Dit vraagt ook inzet van de moeder en de kinderrechter hoopt dat de moeder de samenwerking met de GI aangaat. Het is in het belang van [minderjarige] dat de belangrijke volwassenen in zijn leven op een constructieve wijze met elkaar kunnen communiceren. Het is in dat verband zeer wenselijk dat de moeder vertrouwen kan hebben in de ex-stiefmoeder, zodat zij – daar waar nodig – ten behoeve van [minderjarige] kunnen samenwerken (afspraken kunnen maken). De GI zal zich ook daarvoor moeten inspannen. Ter zitting heeft de ex-stiefmoeder een toelichting gegeven op de stukken die door de advocaat van de moeder zijn overgelegd. Zij heeft uitgelegd dat sprake was van voor haar zeer emotionele omstandigheden rond het overlijden van haar vader, waardoor zij zich in deze berichten op deze manier heeft geuit. Inmiddels heeft de ex-stiefmoeder de berichten van de sociale media verwijderd. De kinderrechter acht het positief dat de ex-stiefmoeder heeft aangegeven de verstandhouding met de moeder graag te willen verbeteren.
5.3.
De kinderrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor netwerkpleegzorg, te weten bij de ex-stiefmoeder, tot 14 januari 2027;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 3 juni 2026 door mr. A. Verweij, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M. Henschen als griffier, en op schrift gesteld op 10 juni 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.