Uitspraak
RECHTBANK Rotterdam
1.De procedure
- de dagvaarding met bijlagen;
- het bericht met bijlagen van de man van 1 mei 2026.
- de man, bijgestaan door zijn advocaat;
- de raad voor de kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht (hierna: de raad), vertegenwoordigd door [persoon A] .
2.De feiten
3.De vorderingen
4.De beoordeling
5.De beslissing
- de man heeft minstens twee keer per dag videocontact met de minderjarige, al dan niet in aanwezigheid van de familie van de man, gedurende ten minste tien minuten per contactmoment op een vast moment op de dag;
- de minderjarige belt de man op het bij de vrouw bekende nummer van de man;
- de minderjarige is alleen in de ruimte op het moment dat zij contact met de man heeft;
- de minderjarige wordt na de gesprekken niet uitgehoord over het contact;
- de vrouw zal de minderjarige moeten stimuleren om contact te hebben;
- de vrouw moet ervoor waken dat derden, zoals haar familie, kwaad spreekt over de man in het bijzijn van de minderjarige
- in het geval de betreffende (video)belafspraak door onvoorziene omstandigheden niet door is gegaan, moet dat op een later moment van de dag opnieuw worden geprobeerd;
- mocht de minderjarige, volgens de vrouw, of ieder ander persoon die al dan niet tijdelijk belast is met de zorg voor de minderjarige, niet kunnen of willen bellen, dan is het de verantwoordelijkheid van de vrouw om op het geplande contactmoment contact te leggen, doch zal het de man vrij staan om op zijn beurt alsnog contact te proberen te maken met de minderjarige;