Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 26 mei 2025, met bijlagen;
- het antwoord, met bijlagen;
- het proces-verbaal van de zitting op 21 mei 2026.
Rechtbank Rotterdam
Gedaagde gaf zijn auto ter reparatie bij eiseres met een richtprijs van circa €4.000,-. Na uitvoering stuurde eiseres een factuur van €9.269,23, waartegen gedaagde direct protesteerde maar wel €4.769,33 betaalde. Gedaagde betwistte dat hij akkoord was met de hogere kosten en verwees naar het ontbreken van tijdige waarschuwing.
De kantonrechter kwalificeerde de overeenkomst als aanneming van werk en stelde vast dat volgens artikel 7:752 lid 2 BW Pro een richtprijs met maximaal 10% mag worden overschreden tenzij tijdig gewaarschuwd. Eiseres kon niet aantonen dat zij gedaagde tijdig had geïnformeerd over de kostenoverschrijding.
Daarom stelde de kantonrechter de redelijke prijs vast op het reeds betaalde bedrag van €4.769,33, dat binnen de marge van de richtprijs plus 10% valt. De resterende vordering, incassokosten en rente werden afgewezen. Proceskosten werden aan eiseres opgelegd omdat zij in het ongelijk werd gesteld.
Uitkomst: De vordering van eiseres wordt afgewezen omdat zij niet tijdig waarschuwde voor de hogere kosten en de redelijke prijs wordt vastgesteld op het reeds betaalde bedrag.