Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:6961

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
27 maart 2026
Publicatiedatum
17 juni 2026
Zaaknummer
10/353275-24 en 10/381823-24
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak verdachte wegens gebrek aan bewijs bij straatroven in Rotterdam

De rechtbank Rotterdam heeft op 27 maart 2026 uitspraak gedaan in de zaken tegen verdachte, geboren in 2007, die werd verdacht van twee straatroven gepleegd op 26 oktober 2024 in Rotterdam. De officier van justitie eiste een taakstraf of subsidiair jeugddetentie.

De rechtbank oordeelde dat het bewijs onvoldoende was om de verdachte te veroordelen. Bij het eerste feit werd vastgesteld dat verdachte het slachtoffer had geslagen, maar dit was niet met het oogmerk de diefstal te faciliteren. Er ontbrak bewijs voor medeplegen of opzet op de diefstal van de airpods. Bij het tweede feit was verdachte wel aanwezig en filmde hij het incident, maar er was geen bewijs dat hij opzettelijk betrokken was bij de diefstal van de ketting. De diefstal bleek een spontane actie van een medeverdachte.

De rechtbank concludeerde dat het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend was bewezen en sprak verdachte vrij van beide feiten. De uitspraak benadrukt het belang van dubbel opzet bij medeplegen en het ontbreken daarvan in deze zaak.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van medeplegen en opzet bij twee straatroven.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team jeugd
Parketnummers: 10/353275-24 en 10/381823-24 (gev ttz)
Datum uitspraak: 27 maart 2026
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de gevoegde zaken tegen de verdachte:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2007,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:
[adres] [postcode] [plaatsnaam] ,
raadsman: mr. L.C. de Lange, advocaat te Utrecht.

1.Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de besloten terechtzitting van 13 maart 2026.

2.Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaardingen. De tekst van de tenlasteleggingen is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3.Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. C.J.A. de Bruijn heeft gevorderd:
  • bewezenverklaring van het onder de parketnummers 10/353275-24 en 10/381823-24 ten laste gelegde;
  • veroordeling van de verdachte tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 70 uren subsidiair 35 dagen vervangende jeugddetentie, met aftrek van voorarrest.

4.Waardering van het bewijs

4.1.
Vrijspraak
4.1.1.
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie acht de onder de parketnummers 10/353275-24 en 10/381823-24 ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend te bewijzen. Het is ongeloofwaardig dat de verdachte niet afwist van de berovingen. Bij beide feiten staat de verdachte dichtbij de beroving. Bij het feit dat ten laste is gelegd onder parketnummer 10/381823-24 staat de verdachte er zelfs met zijn neus bovenop op het moment dat de ketting van de nek van het slachtoffer wordt getrokken. De verdachte lijkt op geen enkel moment te schrikken van wat er gebeurt of zich te onttrekken aan de situatie. Ook bij het feit dat ten laste is gelegd onder parketnummer 10/353275-24 staat de verdachte in de buurt. Dat de verdachte verklaart enkel een klap te hebben gegeven en dat hij vervolgens is weggelopen acht de officier van justitie niet geloofwaardig.
4.1.2.
Beoordeling
Parketnummer 10/353275-24
[aangever 1] heeft aangifte gedaan van een straatroof op 26 oktober 2024. De aangever verklaart dat sprake was van een groep van zeven jongens, dat hij door een van de jongens woordelijk is bedreigd, dat zijn airpods zijn afgepakt en dat hij vervolgens is geslagen door de verdachte.
De rechtbank stelt vast dat de verdachte degene is die de aangever na de diefstal tweemaal heeft geslagen. De verdachte heeft dit op zitting ook bekend. Uit het dossier en de verklaring van verdachte volgt dat de verdachte en het slachtoffer al langer ruzie met elkaar hadden. De verdachte verklaart dat hij nog een appeltje te schillen had met het slachtoffer en dat hij hem om die reden heeft geslagen. Op basis van het dossier kan niet worden vastgesteld dat de klappen die de verdachte aan de aangever heeft gegeven verband hielden met de diefstal, in die zin dat niet kan worden vastgesteld dat deze klappen werden gegeven met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren. Vervolgens is de vraag of de verdachte op een andere manier medepleger is geweest van de diefstal (met geweld, dan wel bedreiging met geweld) van de airpods.
Voor medeplegen is noodzakelijk dat sprake is van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking met de medeverdachten, gericht op het voltooien van de diefstal. Hierbij moet sprake zijn van dubbel opzet: opzet op de onderlinge samenwerking en opzet op de verwezenlijking van het grondfeit. De rechtbank is van oordeel dat uit het dossier niet blijkt dat de verdachte (voorwaardelijk) opzet heeft gehad op het wegnemen van de airpods van het slachtoffer door de medeverdachte. Het ontbreekt aan bewijsmiddelen waaruit blijkt dat er sprake was van een vooropgezet plan of waaruit volgt dat de verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat een of meer van de andere verdachten van plan was om de aangever te beroven. De verdachte bevond zich op het moment van de diefstal van de airpods wel dichtbij de plaats van de diefstal, maar er kan niet worden vastgesteld dat hij heeft gemerkt dat de airpods uit de zak van de aangever werden gepakt, en ook niet dat hij hierbij een rol heeft gehad. De verdachte zal daarom van dit feit worden vrijgesproken.
Parketnummer 10/381823-24
[aangever 2] heeft aangifte gedaan van een straatroof op 26 oktober 2024. Hij heeft verklaard dat een groep jongeren hem vastgreep en aansprak met de vraag of hij van MTF was. Op dat moment is ook zijn ketting afgepakt.
De rechtbank stelt vast dat de verdachte onderdeel was van deze groep jongeren, dat hij het slachtoffer vastpakte en vroeg of hij van MTF was. Hij heeft het voorval ook gefilmd. Op de video is te zien dat iemand anders dan de verdachte de ketting van de aangever afpakt.
De rechtbank is van oordeel dat uit het enkele feit dat de verdachte dichtbij stond en ten tijde van de diefstal aan het filmen was, niet kan worden geconcludeerd dat hij (voorwaardelijk) opzet heeft gehad op het wegnemen van de ketting. Daarbij acht de rechtbank van belang dat het slachtoffer door de groep jongeren juist werd vastgehouden omdat zij dachten dat hij lid was van een rivaliserende jeugdbende (MTF). Toen bleek dat het slachtoffer geen lid was van deze jeugdbende, heeft de verdachte hem losgelaten. Het ontbreekt verder aan bewijsmiddelen waaruit blijkt dat er sprake was van een vooropgezet plan of waaruit volgt dat de verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat een of meer van de andere verdachten van plan was om de aangever te beroven. De diefstal van de ketting lijkt een spontane eenmansactie van een medeverdachte te zijn geweest, waar de verdachte verder geen rol bij heeft gespeeld. De verdachte zal daarom van dit feit worden vrijgesproken.
4.1.3.
Conclusie
Het onder de parketnummers 10/353275-24 en 10/381823-24 ten laste gelegde is niet wettig en overtuigend bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

5.Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

6.Beslissing

De rechtbank:
verklaart niet bewezen dat de verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. A.S. Flikweert, voorzitter,
en mrs. A.L. Pöll en J. Groot, kinderrechters,
in tegenwoordigheid van mr. B. de Pater, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 27 maart 2026.
De voorzitter /oudste rechter /jongste rechter /griffier is /zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
Parketnummer 10/353275-24
hij op of omstreeks 26 oktober 2024 te Rotterdam
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
een mobiele telefoon en/of airpods, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten
dele aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander dan aan verdachte
en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om
het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan,
vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die
[slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of
gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere
deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van
het gestolene te verzekeren, door
- aan voornoemde [slachtoffer 1] dreigend de woorden toe te voegen "beter
luister je naar mij, want ik heb iets in mijn zak" en/of "geef je telefoon, anders ga ik
iets gebruiken" en/of - zakelijk weergegeven - dat verdachte voornoemde [slachtoffer 1]
klappen zou geven, althans woorden van gelijke aard en/of strekking
en/of
- ( met kracht) een mobiele telefoon uit de hand(en) van voornoemde [slachtoffer 1]
te rukken en/of te trekken en/of airpods uit de zak voornoemde [slachtoffer 1]
te pakken en/of
- meerdere malen, althans eenmaal, in/op/tegen het gezicht en/of op/tegen het
hoofd en/of op/tegen het lichaam van voornoemde [slachtoffer 1] te slaan
en/of te stompen;
Parketnummer 10/381823-24
hij op of omstreeks 26 oktober 2024 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
een ketting, in elk geval enig goed,
dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander toebehoorde(n)
heeft weggenomen
met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2],
gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken, en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door
- (dreigend) om die [slachtoffer 2] heen te gaan staan en/of hem te omsingelen;
- die [slachtoffer 2] bij diens kraag, althans bovenkleding vast te pakken, en/of vast te houden;
- (vervolgens) de ketting van die [slachtoffer 2] af te pakken en/of van zijn nek/hals te trekken;
- daarbij aan die [slachtoffer 2] (dreigend) meermalen de woorden toe te voegen – zakelijk weergegeven – ben je van MTF? en/of waar zijn je matties, althans woorden van gelijke aard en/of strekking;