De Raad voor de Kinderbescherming heeft verzocht om verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige die op 3 mei 2026 ernstig gewond raakte na een val uit het raam. De toedracht van het incident is onduidelijk, met tegenstrijdige verklaringen van de ouders en de minderjarige zelf. Er lopen forensisch medisch en politieonderzoeken, evenals een onderzoek naar mogelijk eergerelateerd geweld.
De kinderrechter heeft tijdens een zitting met gesloten deuren, waarbij een beëdigde Syrisch-Arabische tolk aanwezig was, de minderjarige gehoord. De gecertificeerde instelling en de Raad ondersteunen het verzoek tot verlenging vanwege de onduidelijkheid en de noodzaak om de veiligheid van de minderjarige te waarborgen. De ouders verzetten zich tegen verlenging en verzoeken om uitstel tot na een gepland huisbezoek.
De kinderrechter oordeelt dat de verlenging noodzakelijk is voor de verzorging en opvoeding van de minderjarige, zodat zij kan herstellen en de onderzoeken zorgvuldig kunnen worden afgerond. De machtiging wordt verlengd tot 23 augustus 2026 en de beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Tegen deze beslissing is hoger beroep mogelijk.