De Raad voor de Kinderbescherming verzocht de kinderrechter om twee minderjarige kinderen onder toezicht te stellen voor de duur van zes maanden. Dit verzoek volgde op eerdere uithuisplaatsingen vanwege een incident met fysiek geweld en fors alcoholgebruik tussen de moeder en de (stief)vader. De kinderen wonen inmiddels weer bij de moeder, die samen met de (stief)vader meewerkt aan hulpverlening.
Tijdens de zitting, die met gesloten deuren plaatsvond, werd vastgesteld dat de ontwikkeling van de kinderen ernstig wordt bedreigd door de langdurige onveilige thuissituatie. De hulpverlening is gestart, waaronder traumabehandeling en begeleiding van de omgang tussen de kinderen en de (stief)vader. De moeder volgt psychologische hulp en erkent haar verantwoordelijkheid.
De kinderrechter concludeerde dat aan de voorwaarden voor ondertoezichtstelling is voldaan en stelde de kinderen onder toezicht van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming West Dordrecht voor zes maanden. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat deze direct geldt, ook bij hoger beroep. Tegen deze beslissing is hoger beroep mogelijk binnen drie maanden na uitspraak.