ECLI:NL:RBROT:2026:7018

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
4 juni 2026
Publicatiedatum
17 juni 2026
Zaaknummer
83-310504-22
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 51 SrArt. 225 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor feitelijk leidinggeven aan rechtspersoon met valse geschriften in zorguitzendbureau

De rechtbank Rotterdam heeft op 4 juni 2026 uitspraak gedaan in de zaak tegen de verdachte, die als feitelijk leidinggevende van een zorguitzendbureau werd beschuldigd van het voorhanden hebben van valse diploma’s, uittreksels uit het diplomaregister en Verklaringen Omtrent het Gedrag (VOG’s).

Uit het onderzoek bleek dat in de administratie van het uitzendbureau 40 valse documenten aanwezig waren, bestemd om als bewijs van kwalificaties te dienen. De verdachte was sinds april 2019 middellijk bestuurder en had de dagelijkse leiding. Tijdens een controle door een zorginstelling in september 2019 was de verdachte aanwezig en toonde hij de documenten, waarvan een deel duidelijk vals was. De rechtbank oordeelde dat de verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat valse documenten aanwezig waren en heeft nagelaten dit te onderzoeken.

De rechtbank veroordeelde de verdachte tot een gevangenisstraf van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. De straf houdt rekening met de ernst van het feit, de kwetsbaarheid van de zorgbehoevenden en de schending van vertrouwen in de zorgsector. De redelijke termijn was overschreden, wat in de strafmaat is meegewogen.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 18 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, voor feitelijk leidinggeven aan een rechtspersoon met valse documenten.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 83-310504-22
Datum uitspraak: 4 juni 2026
Datum zitting: 21 mei 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum 1] 1986 in [geboorteplaats 1] ,
ingeschreven op het adres [adres] , [postcode] te [plaatsnaam] .
Advocaat van de verdachte: mr. L.J.B.G. van Kleef
Officier van justitie: mr. A.M. Ruige

1.Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat – kort gezegd – [bedrijf 1] valse geschriften, te weten uittreksels uit het diplomaregister, diploma’s en Verklaringen Omtrent Gedrag, voorhanden heeft gehad en dat de verdachte hieraan opdracht of leiding heeft gegeven.
De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat:
[bedrijf 1] op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode 07 september 2019 tot en met 31 juli 2020 te Arnhem, in elk geval in Nederland,
meermalen, althans eenmaal, opzettelijk een of meer valse en/of vervalste geschriften voorhanden heeft gehad, te weten:
a. een document op naam van [persoon 1] , geboortedatum [geboortedatum 2] 1983, waarop is vermeld ‘Uitreksel uit het diplomaregister van Dienst Uitvoering Onderwijs voor de opleiding Gespecialiseerd pedagogisch medewerker, behaald op 6 augustus 2007 aan [instelling 2] in ARNHEM’ (2102091545.DOC2/ 2106221500.DOC16 , Portfolio 2 p. 53);
b. een document op naam van [persoon 2] , geboortedatum [geboortedatum 3] 1995, waarop is vermeld ‘Uitreksel uit het diplomaregister van Dienst Uitvoering Onderwijs voor de opleiding Pedagogisch medewerker 4 jeugdzorg, behaald op 8 juni 2015 aan [instelling 2] in ARNHEM’ ( 2103250900.DOC70 /2106221500.DOC14 , Portfolio 2, p. 179 en 2102031148.DOC9 (Portfolio 2 p. 210);
c. een document op naam van [persoon 3] , geboortedatum [geboortedatum 4] 1990, waarop is vermeld ‘Uitreksel uit het diplomaregister van Dienst Uitvoering Onderwijs voor de opleiding Maatschappelijke zorg, behaald op 17 juni 2013 aan [instelling 3] in APELDOORN’ ( 2103250900.DOC79 /2106221500.DOC9 , Portfolio 2 p. 185);
d. een Diploma Middelbaar Beroepsonderwijs op naam van [persoon 4] , geboortedatum [geboortedatum 5] 1989, met als kwalificatie SOCIAAL-MAATSCHAPPELIJK WERKER, behaald op 20 juni 2011 aan [instelling 2] te Arnhem ( 2102031351.DOC2 Portfolio 2 p. 195);
e. een Diploma Beroepsonderwijs op naam van [persoon 5] , geboortedatum [geboortedatum 6] 1994, met als kwalificatie Maatschappelijke zorg (BBL), behaald op 10 augustus 2015 aan het [instelling 3] te Apeldoorn ( 2103250900.DOC42 (Portfolio 2 p. 165);
f. een Diploma op naam van [persoon 6] , geboortedatum [geboortedatum 7] 1994, met als kwalificatie Pedagogisch medewerker 4 jeugdzorg, behaald op 27 mei 2015 aan het [instelling 4] ( 2102031148.DOC8 , Portfolio 2, p. 207);
g. een Diploma Middelbaar Beroepsonderwijs op naam van [persoon 7] , geboortedatum [geboortedatum 8] 1985, met als kwalificatie Sociaal-cultureel werker, behaald op 30 september 2014 aan [instelling 2] te Arnhem ( 2111301215.DOC2 , Portfolio 2 p. 232);
h. een Verklaring Omtrent het Gedrag met kenmerk [nummer 1] op naam van [persoon 8] , geboortedatum [geboortedatum 9] 1982, voor het doel Groepsleider bij [bedrijf 1] , afgegeven op 3 april 2019 door Dienst Justis ( 2102260943.DOC1 , Portfolio 2 p. 127); en/of
i. een of meer andere valse en/of vervalste geschriften, te weten diploma(’s) en/of uittreksel(s) en/of Verklaring(en) Omtrent het Gedrag (Proces-verbaal van bevindingen “Vindplaats valse documenten”, [nummer 2] , Portfolio 1 p. 604-610),
zijnde een of meer geschriften dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen,
bestaande die valsheid/valsheden hierin dat op voornoemde geschriften – in strijd met de waarheid – wordt vermeld dat een diploma is behaald en/of een opleiding is voltooid en/of een Verklaring Omtrent het Gedrag is afgegeven,
terwijl verdachte wist en/of redelijkerwijs moest vermoeden, dat dit/die geschrift(en) bestemd was/waren voor gebruik als ware het/die echt en onvervalst, tot het plegen van welk(e) bovenomschreven strafbare feit(en) verdachte (telkens) opdracht heeft gegeven en/of aan welke bovenomschreven verboden gedraging(en) verdachte feitelijke leiding heeft gegeven.

2.Bewijs

2.1.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld voor de beschuldiging.
2.2.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft bepleit dat de verdachte moet worden vrijgesproken van de beschuldiging. Het standpunt van de verdediging zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.
2.3.
Oordeel van de rechtbank
2.3.1.
Bewezenverklaring en bewijsmiddelen
Bewezen is dat:
[bedrijf 1] in de periode 7 september 2019 tot en met 31 juli 2020 te Arnhem,
meermalen, opzettelijk valse en/of vervalste geschriften voorhanden heeft gehad, te weten:
a. een document op naam van [persoon 1] , geboortedatum [geboortedatum 2] 1983, waarop is vermeld ‘Uitreksel uit het diplomaregister van Dienst Uitvoering Onderwijs voor de opleiding Gespecialiseerd pedagogisch medewerker, behaald op 6 augustus 2007 aan [instelling 2] in ARNHEM’;
b. een document op naam van [persoon 2] , geboortedatum [geboortedatum 3] 1995, waarop is vermeld ‘Uitreksel uit het diplomaregister van Dienst Uitvoering Onderwijs voor de opleiding Pedagogisch medewerker 4 jeugdzorg, behaald op 8 juni 2015 aan [instelling 2] in ARNHEM’;
c. een document op naam van [persoon 3] , geboortedatum [geboortedatum 4] 1990, waarop is vermeld ‘Uitreksel uit het diplomaregister van Dienst Uitvoering Onderwijs voor de opleiding Maatschappelijke zorg, behaald op 17 juni 2013 aan [instelling 3] in APELDOORN’;
d. een Diploma Middelbaar Beroepsonderwijs op naam van [persoon 4] , geboortedatum [geboortedatum 5] 1989, met als kwalificatie SOCIAAL-MAATSCHAPPELIJK WERKER, behaald op 20 juni 2011 aan [instelling 2] te Arnhem;
e. een Diploma Beroepsonderwijs op naam van [persoon 5] , geboortedatum [geboortedatum 6] 1994, met als kwalificatie Maatschappelijke zorg (BBL), behaald op 10 augustus 2015 aan het [instelling 3] te Apeldoorn;
f. een Diploma op naam van [persoon 6] , geboortedatum [geboortedatum 7] 1994, met als kwalificatie Pedagogisch medewerker 4 jeugdzorg, behaald op 27 mei 2015 aan het [instelling 4] ;
g. een Diploma Middelbaar Beroepsonderwijs op naam van [persoon 7] , geboortedatum [geboortedatum 8] 1985, met als kwalificatie Sociaal-cultureel werker, behaald op 30 september 2014 aan [instelling 2] te Arnhem;
h. een Verklaring Omtrent het Gedrag met kenmerk [nummer 1] op naam van [persoon 8] , geboortedatum [geboortedatum 9] 1982, voor het doel Groepsleider bij [bedrijf 1] , afgegeven op 3 april 2019 door Dienst Justis; en
i. andere valse en/of vervalste geschriften, te weten diploma’s en uittreksels en Verklaringen Omtrent het Gedrag,
zijnde geschriften die bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen,
bestaande die valsheid/valsheden hierin dat op voornoemde geschriften – in strijd met de waarheid – wordt vermeld dat een diploma is behaald en/of een opleiding is voltooid en/of een Verklaring Omtrent het Gedrag is afgegeven,
terwijl [bedrijf 1] wist dat die geschriften bestemd waren voor gebruik als waren die echt en onvervalst, aan welke bovenomschreven verboden gedragingen verdachte feitelijke leiding heeft gegeven.
De bewezenverklaring van de beschuldiging is gebaseerd op de onderstaande inhoud van de bewijsmiddelen en de daaronder opgenomen bewijsmotivering. [1]
1.
Proces-verbaal van de politie, vindplaats valse documenten [2]
Uit het onderzoek is gebleken dat er 40 valse documenten zijn aangetroffen in de fysieke en/of digitale Administratie van [bedrijf 1]
Valse documenten:
Uittreksel 'uitreksel' uit het diplomaregister Gespecialiseerd Pedagogisch Medewerker op naam van [persoon 1] , geboortedatum [geboortedatum 2] 1983, behaald op 6 augustus 2007 aan [instelling 2] in Arnhem.
Uittreksel 'uitreksel' uit het diplomaregister Sociaal Pedagogisch Werk op naam van [persoon 9] , geboortedatum [geboortedatum 10] 1984, behaald op 20 augustus 2009 aan [instelling 2] in Arnhem.
Uittreksel 'Uitreksel' uit het diplomaregister Sociaal Maatschappelijk Werker op naam van [persoon 4] , geboortedatum [geboortedatum 5] 1989, behaald op 20 juni 2011 aan [instelling 2] in Arnhem.
Uittreksel 'Uitreksel' uit het diploma register Maatschappelijke Zorg op naam van [persoon 5] , geboortedatum [geboortedatum 6] 1994, behaald op 10 augustus 2015 aan [instelling 3] in Apeldoorn.
Uittreksel 'Uitreksel' uit het diplomaregister Pedagogisch Medewerker 4 jeugdzorg op naam van [persoon 2] , geboortedatum [geboortedatum 3] 1995, behaald op 8 juni 2015 aan het [instelling 1] in Arnhem.
Uittreksel 'Uitreksel' uit het diplomaregister Sociaal Maatschappelijk Dienstverlener op naam van [persoon 10] , geboortedatum [geboortedatum 11] 1995, behaald op 17 augustus 2015 aan [instelling 2] in Arnhem.
Uittreksel 'Uitreksel' uit het diplomaregister Maatschappelijke Zorg op naam van [persoon 3] , geboortedatum [geboortedatum 4] 1990, behaald op 17 juni 2013 aan [instelling 3] in Apeldoorn.
Uittreksel 'Uitreksel' uit het diplomaregister Pedagogisch Medewerker 4 jeugdzorg op naam van [persoon 11] , geboortedatum [geboortedatum 12] 1994, behaald op 15 juni 2015 aan [instelling 2] in Arnhem.
Uittreksel 'Uitreksel uit het diplomaregister Maatschappelijke zorg op naam van [persoon 17] , geboortedatum [geboortedatum 18] 1998, behaald op 16 juli 2018 aan [instelling 3] in Apeldoorn.
Uittreksel 'Uitreksel' uit het diplomaregister Sociaal Pedagogisch Werk op naam van [persoon 12] , geboortedatum [geboortedatum 13] 1991, behaald op 25 juni 2012 aan [instelling 2] in Arnhem.
Uittreksel 'Uitreksel' uit het diplomaregister Maatschappelijke Zorg op naam van [persoon 13] , geboortedatum [geboortedatum 14] 1996, behaald op 12 juli 1996 aan instelling [instelling 3] in Apeldoorn.
Uittreksel 'Uitreksel' uit het diplomaregister Gespecialiseerd Pedagogisch Werk op naam van [persoon 14] , geboortedatum [geboortedatum 15] 1966, behaald op 9 juni 2009 aan [instelling 2] in Arnhem.
Uittreksel 'Uitreksel' uit het diploma register Maatschappelijke Zorg op naam van [persoon 15] , geboortedatum [geboortedatum 16] 1994, behaald op 3 augustus 2015 aan instelling [instelling 3] in Apeldoorn.
Uittreksel 'Uitreksel' uit het diplomaregister Maatschappelijk Werk op naam van [persoon 16] , geboortedatum [geboortedatum 17] 1993, behaald op 10 juni 2014 aan [instelling 3] in Apeldoorn.
Uittreksel 'Uitreksel' uit het diplomaregister Sociaal Pedagogisch Werk op naam van [persoon 18] , geboortedatum [geboortedatum 19] 1984, behaald op 20 augustus 2009 aan [instelling 3] in Arnhem.
Diploma Sociaal Pedagogisch Werker op naam van [persoon 19] , geboortedatum [geboortedatum 20] 1993, behaald op 01 juni 2015 aan instelling [instelling 2] in Arnhem.
AMB valsheid: [nummer 40] (p. 493 dossier)
17. Diploma Sociaal Pedagogisch Werker op naam van [persoon 20] , geboortedatum [geboortedatum 21] 1996, behaald op 30 augustus 2017 aan instelling ROC [instelling 2] in Arnhem.
AMB valsheid: [nummer 22] (p. 436 dossier)
18. Diploma Sociaal Pedagogische Hulpverlening op naam van [persoon 21] , geboortedatum [geboortedatum 22] 1984, behaald op 13 juni 2012 aan instelling [instelling 5] .
AMB valsheid: [nummer 23] (p. 429 dossier)
19. Diploma Pedagogisch Medewerker 4 jeugdzorg op naam van [persoon 22] , geboortedatum [geboortedatum 23] 1989, behaald op 20 januari 2015 aan MBO Amersfoort bij de School voor Welzijn.
AMB valsheid: [nummer 24] (p. 487 dossier)
20. Diploma en waarderingslijst. Diploma Sociaal Maatschappelijk Werker op naam van [persoon 4] , geboortedatum [geboortedatum 5] 1989, behaald op 20 juni 2011 aan [instelling 2] in Arnhem.
20. Diploma Pedagogisch Medewerker Jeugdzorg op naam van [persoon 23] , geboortedatum [geboortedatum 24] 1987, behaald op 27 juli 2012 aan instelling [instelling 6] .
AMB valsheid: [nummer 25] (p. 482 dossier)
22. Diploma Maatschappelijke zorg (BBL) op naam van [persoon 5] , geboortedatum [geboortedatum 6] 1994, behaald op 10 augustus 2015 aan instelling [instelling 3] in Apeldoorn.
22. Diploma Sociaal Cultureel Werker niveau 4 op naam van [persoon 24] , geboortedatum [geboortedatum 25] 1979, behaald op 11 augustus 2004 aan instelling [instelling 7] in Rotterdam.
AMB valsheid: [nummer 26] (p. 472 dossier)
24. Diploma Pedagogisch Medewerker 4 jeugdzorg op naam van [persoon 25] , geboortedatum [geboortedatum 26] 1978, behaald op 18 juni 2004 aan instelling [instelling 4] .
AMB valsheid: [nummer 27] (p. 468 dossier)
25. Diploma Pedagogisch Medewerker 4 jeugdzorg op naam van [persoon 26] , geboortedatum [geboortedatum 27] 1992, behaald op 14 juni 2013 aan instelling [instelling 6] .
AMB valsheid: [nummer 28] (p. 459 dossier)
26. Diploma Sociaal Pedagogisch Werker op naam van [persoon 27] , geboortedatum [geboortedatum 28] 1995, behaald op 13 juni 2016 aan [instelling 2] in Arnhem.
AMB valsheid: [nummer 29] (p. 466 dossier)
27. Diploma Pedagogisch Medewerker 4 jeugdzorg op naam van [persoon 6] , geboortedatum [geboortedatum 7] 1994, behaald op 27 mei 2015 aan instelling [instelling 4] .
27. Diploma Sociaal Cultureel Werker op naam van [persoon 7] , geboortedatum [geboortedatum 8] 1985, behaald op 30 september 2014 aan [instelling 2] in Arnhem.
27. Diploma Sociaal Maatschappelijk Dienstverlener op naam van [persoon 10] , geboortedatum [geboortedatum 11] 1995, behaald op 17 augustus 2015 aan instelling ROC [instelling 2] in Arnhem.
AMB valsheid: [nummer 30] (p. 451 dossier)
30. Diploma Maatschappelijke Zorg op naam van [persoon 3] , geboortedatum [geboortedatum 4] 1990, behaald op 17 juni 2013 aan instelling [instelling 3] in Apeldoorn.
30. Diploma Maatschappelijke Zorg op naam van [persoon 17] , geboortedatum 07 oktober 1998, behaald op 16 juli 2018 aan instelling [instelling 3] in Apeldoorn.
AMB valsheid: [nummer 31] (p. 512 dossier)
32. Diploma Sociaal Pedagogisch Werk op naam van [persoon 12] , geboortedatum [geboortedatum 7] 1991 en behaald op 25 juni 2013 aan [instelling 2] in Arnhem.
AMB valsheid: [nummer 32] (p. 515 dossier)
33. Diploma Persoonlijk Begeleider Specifieke Doelgroepen op naam van [persoon 28] , geboortedatum [geboortedatum 29] 1997, behaald op 7 juli 2016 aan instelling [instelling 8] in Rotterdam.
AMB valsheid: [nummer 33] (p. 506 dossier)
34. Diploma Persoonlijk Begeleider Specifieke Doelgroepen op naam van [persoon 29] , geboortedatum [geboortedatum 30] 1990, behaald op 5 juli 2013 aan instelling [instelling 8] in Rotterdam.
AMB valsheid: [nummer 34] (p. 484 dossier)
35. Diploma Gespecialiseerd Pedagogisch Medewerker op naam van [persoon 30] , geboortedatum [geboortedatum 31] 1999, behaald op 26 juli 2017 aan [instelling 9] Amsterdam.
AMB valsheid: [nummer 35] (p. 496 dossier)
36. Diploma Pedagogisch Medewerker 4 jeugdzorg op naam van [persoon 31] , geboortedatum [geboortedatum 32] 1989, behaald op 24 juni 2010 aan [instelling 4] in Nijmegen.
AMB valsheid: [nummer 36] (p. 498 dossier)
37. Verklaring Omtrent het Gedrag op naam van [persoon 32] , geboortedatum [geboortedatum 33] 1984, datum 22 februari 2016 als Groepsleider bij [bedrijf 1]
AMB valsheid: [nummer 37] (p. 285 dossier)
38. Verklaring Omtrent het Gedrag op naam van [persoon 21] , geboortedatum [geboortedatum 22] 1984, datum 30 maart 2019 als Groepsleider bij [bedrijf 1] .
AMB valsheid: [nummer 38] (p. 426 dossier)
39. Verklaring Omtrent het Gedrag op naam van [persoon 10] , geboortedatum [geboortedatum 11] 1995, datum 15 maart 2019 als begeleider, zorg en onderwijs bij [bedrijf 1] .
AMB valsheid: [nummer 39] (p. 283 dossier)
40. Verklaring Omtrent het Gedrag op naam van [persoon 8] , geboortedatum [geboortedatum 9] 1982, datum 3 april 2019 als Groepsleider bij [bedrijf 1] .
2.
Proces-verbaal van de politie, KvK [bedrijf 1] [3]
Ik zag dat als enig aandeelhouder en bestuurder van [bedrijf 1] met ingang van 22 mei 2019 respectievelijk 23 mei 2019 geregistreerd stond [bedrijf 2]
Tevens raadpleegde ik op 18 december 2019 het bedrijfsprofiel van [bedrijf 2] in de kamer van koophandel. Ik zag dat met ingang van 26 april 2019 als bestuurder
geregistreerd stond [bedrijf 3]
Tot slot raadpleegde ik op 18 december 2019 het bedrijfsprofiel van [bedrijf 3] in de kamer van koophandel. Als enig aandeelhouder en bestuurder stond sinds 25 oktober 2018 geregistreerd: [verdachte] , geboren op [geboortedatum 1] 1986.
3.
Schriftelijk stuk, relaas onderzoek MARLIN [4]
Op 21 juli 2020 vond een doorzoeking plaats in het bedrijfspand van [bedrijf 1] . Hierbij werden diverse voor inbeslagname vatbare voorwerpen in beslaggenomen, waaronder administratie en digitale gegevensdragers.
Op 30 juli 2020 werd op vordering door Easyflex een back-up van het gehele personeelsbestand van [bedrijf 1] verstrekt.
4.
Proces-verbaal van politie, verklaring [naam 1] [5]
Wij hebben samengewerkt met [bedrijf 1] . Via [bedrijf 1] waren uitzendkrachten werkzaam bij [zorgaanbieder] . De eigenaar van [bedrijf 1] heet [verdachte] . [verdachte] was erbij toen wij bij [bedrijf 1] op kantoor de diploma’s en VOG’s hebben gecontroleerd. Wij hebben van 32 uitzendkrachten de diploma’s en VOG’s gecontroleerd. Van een aantal personen hebben we een diploma uittreksel gezien. Dit was op 12 september 2019. [verdachte] vertelde dat hij het heel vervelend vond dat wij twijfelden. Wie de diploma’s liet zien was wisselend. Ze hadden alles gebundeld klaarliggen per medewerker.
5.
Proces-verbaal van politie, verklaring [naam 1] [6]
Eind december 2019 hebben wij bij alle uitzendbureaus nogmaals de originele VOG's en
diploma's opgevraagd.
6.
Proces-verbaal van politie, verklaring [naam 2] [7]
6 april 2022
V: Waar werkt u op dit moment?
A: [bedrijf 1] .
V: Sinds wanneer is dit?
A: Ik werk daar nu ongeveer 12 jaar.
V: Welke functie heeft u nu?
A: Ik ben nu verantwoordelijk voor de recruitment en het aannemen van personeel.
V: In uw getuigenverhoor heeft u verklaard dat [verdachte] de bestuurder is van [bedrijf 1] en uw leidinggevende. Klopt dit?
A: De directeur. Hij is de directeur van [bedrijf 1] en hij is mijn leidinggevende.
7.
Proces-verbaal van politie, onderzoek gegevensdragers [8]
Op 21 juli 2020 vond een doorzoeking plaats in het bedrijfspand van [bedrijf 1] waarbij een image werd gemaakt van de daar aanwezige digitale gegevensdragers.
Ik zag dat op 7 september 2019 uur van [e-mailadres 1] naar
[e-mailadres 2] (werkplek [naam 3] ) een e-mail werd gestuurd.
Ik zag in de bijlage van de e-mail meerdere PDF bestanden, met de namen van 13 personen. Ik zag dat de documenten in de bijlagen allemaal uittreksels uit het diplomaregister waren, waarbij het woord uittreksel verkeerd gespeld stond: namelijk 'uitreksel'.
[persoon 15]
[persoon 17]
[persoon 12]
[persoon 4]
[persoon 13]
[persoon 3]
[persoon 14]
[persoon 16]
[persoon 5]
[persoon 10]
[persoon 2]
[persoon 11]
[persoon 1]
Medewerkers van zorginstelling [zorgaanbieder] , locatie De La Salle, zijn bij [bedrijf 1] op het hoofdkantoor geweest om de diploma's en VOG’s te controleren van de uitzendkrachten. [zorgaanbieder] heeft een lijst verstrekt met 32 namen welke zij destijds op het hoofdkantoor hebben gecontroleerd. Ik zag dat bovenstaande personen allemaal voorkwamen op deze lijst.
Ik zag op 7 september 2019 uur een e-mail van [bedrijf 1] aan [naam 4] waarin zij hem bedankt voor het ZIP bestand met de uittreksels.
Ik zag op 11 september 2019 dat [e-mailadres 1] naar [e-mailadres 2] een e-mail had gestuurd.
In deze mail stond: “In de bijlage de uitreksels die nog miste. De bijhorende documenten moet ik nog even uit het archief halen en opsturen maar ik had begrepen dat de uitreksels spoed hadden.”
Ik zag dat het eerste document een uittreksel uit het diplomaregister betrof, waarbij het woord uittreksel verkeerd gespeld stond, namelijk 'uitreksel'. Het document staat op naam van [persoon 18] . [persoon 18] staat tevens op de lijst van [zorgaanbieder] .
Ik zag dat het tweede document een uittreksel uit het diplomaregister betrof, waarbij het woord uittreksel verkeerd gespeld stond, namelijk 'uitreksel'. Het document staat op naam van [persoon 9] .
8.
Proces-verbaal van politie, tapgesprek [verdachte] en [persoon 7] [9]
20-07-2020
Tapgesprek tussen [persoon 7] (A) en [verdachte] (B).
A: Hee [verdachte] .
B: Hee [persoon 7] .
A: Hee.
B: Eh [persoon 7] ehm, heb jij bij Mediant gezegd dat jij geen papieren hebt?
A: Papier niet hebt?
B: Ja dat je geen diploma hebt.
A: Nee.
B: Oké want ze willen nu jouw diploma zien.
A: Nee ik heb zoiets niet gezegd. Dat is wel heel raar want ik heb volgens mij niet zoiets gezegd tegen hun.
B: Oké. Maar hoever ben je met je opleiding?
A: Ik ben nog niet klaar.
B: Wanneer ben je klaar?
A: Ja dat kan nog wel even duren. Door corona waren de lessen weetje alleen maar online dus ik ben nog wel bezig.
B: Wat is nog mee bezig?
A: Ja kan wel een half jaartje als het niet langer is. Iets langer.
9.
Schriftelijk stuk, Diploma [persoon 1] [10]
Uitreksel uit het diplomaregister
Dienst uitvoering onderwijs
Naam: [persoon 1]
Geboortedatum: [geboortedatum 2] 1983
Behaald op: 6 augustus 2007
Instelling: [instelling 1] in ARNHEM
Opleiding: Gespecialiseerd pedagogisch medewerker
10.
Schriftelijk stuk, Diploma [persoon 2] [11]
Uitreksel uit het diplomaregister
Dienst uitvoering onderwijs
Naam: [persoon 2]
Geboortedatum: [geboortedatum 3] 1995
Behaald op: 8 juni 2015
Instelling: [instelling 1] in ARNHEM
Opleiding: Pedagogisch medewerker 4 jeugdzorg
11.
Schriftelijk stuk, Diploma [persoon 3] [12]
Uitreksel uit het diplomaregister
Dienst uitvoering onderwijs
Naam: [persoon 3]
Geboortedatum: [geboortedatum 4] 1990
Behaald op: 17 juni 2013
Instelling: [instelling 3] in APELDOORN
Opleiding: Maatschappelijke zorg
12.
Schriftelijk stuk, Diploma [persoon 4] [13]
Diploma Middelbaar Beroepsonderwijs
Naam: [persoon 4]
Geboortedatum: [geboortedatum 5] 1989
Behaald op: 20 juni 2011
Instelling: [instelling 2] te Arnhem
Opleiding: Welzijn
13.
Proces-verbaal van politie, terugkoppeling diploma [persoon 15] [14]
Door de officier van justitie werd een vordering afgegeven aan het ROC [instelling 2] te [geboorteplaats 3] . Dit ter verstrekking van het afgegeven diploma aan [persoon 4] , geboren op [geboortedatum 5] 1989 te Kabul (Afghanistan). Het diploma zou afgegeven zijn op 20 juni 2011, en betrof een diploma Sociaal Maatschappelijk Werker.
Op 2 maart 2021 ontving ik een reactie op de vordering van een medewerker van het ROC [instelling 2] te Arnhem met een bijlage met daarin de bevindingen van de gevorderde gegevens. In de meegestuurde bijlage zag ik dat [persoon 15] geen diploma bij het ROC [instelling 2] had behaald.
Uit bovenstaande kan worden geconcludeerd dat [persoon 4] , geboren op [geboortedatum 5] 1989 te [geboorteplaats 2] ( [geboorteland] ), een vervalst diploma 'Sociaal maatschappelijk werker' in zijn
personeelsdossier van [bedrijf 1] had zitten.
14.
Schriftelijk stuk, Diploma [persoon 5] [15]
Diploma Beroepsonderwijs
Naam: [persoon 5]
Geboortedatum: [geboortedatum 6] 1994
Behaald op: 10 augustus 2015
Instelling: [instelling 3] te Apeldoorn
Kwalificatie: Maatschappelijk zorg (BBL)
15.
Proces-verbaal van politie, terugkoppeling diploma [persoon 5] [16]
Door de officier van justitie werd een vordering afgegeven aan het [instelling 3] te Apeldoorn. Dit ter verstrekking van het afgegeven diploma van [persoon 5] , geboren op [geboortedatum 6] 1994 te [geboorteplaats 3] . Het diploma zou afgegeven zijn op 10 augustus 2015, en betreft een diploma MBO Maatschappelijke zorg.
Op 24 februari 2021 ontving ik het volgende bericht van een medewerker van het [instelling 3] : ‘Ik heb in ons leerlingensysteem gezocht naar deze student. Deze student heeft GEEN diploma bij ons behaald.’
Uit bovenstaande kan worden geconcludeerd dat [persoon 5] , geboren op [geboortedatum 6] 1994 te Arnhem, een vervalst Uittreksel van het diplomaregister in zijn personeelsdossier van [bedrijf 1] had zitten.
16.
Schriftelijk stuk, Diploma [persoon 6] [17]
Diploma
Naam: [persoon 6]
Geboortedatum: [geboortedatum 13] -1994
Behaald op: 27 mei 2015
Instelling: [instelling 4]
Opleiding: Pedagogisch medewerker 4 jeugdzorg
17.
Proces-verbaal van politie, terugkoppeling diploma [persoon 6] [18]
Door de officier van justitie werd een vordering afgegeven aan het [instelling 4] te Nijmegen. Dit ter verstrekking van het afgegeven diploma aan [persoon 6] , geboren op [geboortedatum 7] 1994 te [geboorteplaats 4] . Het diploma zou afgegeven zijn op 27 mei 2016 en betreft een diploma Pedagogisch medewerker 4 jeugdzorg, niveau 4.
Op 2 maart 2021 ontving ik een bericht van een medewerken van het [instelling 4] : 'Wij hebben e.e.a. nagekeken en deze diploma's zijn niet juist. De diploma's zijn niet op naam van de betrokkenen behaald. Helaas hebben wij geen brondocumenten kunnen achterhalen. Dit zijn geen studenten geweest bij [instelling 4] '.
Uit bovenstaande kan worden geconcludeerd dat [persoon 6] , geboren op [geboortedatum 7] 1994 te [geboorteplaats 4] , een vals diploma Pedagogisch medewerker jeugdzorg niveau 4, in haar
personeelsdossier van [bedrijf 1] had zitten.
18.
Schriftelijk stuk, Diploma [persoon 7] [19]
Diploma Middelbaar Beroepsonderwijs
Naam: [persoon 7]
Geboortedatum: [geboortedatum 8] 1985
Behaald op: 30 september 2014
Instelling: [instelling 2] te Arnhem
Kwalificatie: Sociaal-cultureel werker
19.
Proces-verbaal van politie, terugkoppeling diploma [persoon 7] [20]
Door de officier van justitie werd een vordering afgegeven aan het [instelling 2] te Arnhem. Dit ter verstrekking van het afgegeven diploma Sociaal- Cultureel werker, niveau 4, aan [persoon 7] , geboren [geboortedatum 8] 1985 te [geboorteplaats 3] .
Op 13 december 2021 ontving ik antwoord van het [instelling 2] dat het bevraagde diploma niet door hen was verstrekt.
Derhalve kan worden geconcludeerd dat het diploma Sociaal- Cultureel werker, niveau 4, van [persoon 7] vals is.
20.
Schriftelijk stuk, Verklaring Omtrent Gedrag [persoon 8] [21]
Verklaring Omtrent het Gedrag
Dienst Justis
Naam: [persoon 8]
Geboortedatum: [geboortedatum 9] 1982
Groepsleider bij [bedrijf 1]
Datum: 3 april 2019
Kenmerk: [nummer 1]
21.
Proces-verbaal van politie, terugkoppeling VOG [persoon 8] [22]
Door de officier van justitie werd een vordering afgegeven aan het Ministerie van Justitie en Veiligheid, Justitiële uitvoeringsdienst Toetsing, Integriteit en Screening (Justis). Dit ter verstrekking van de afgegeven Verklaring Omtrent gedrag, voorzien van datum van afgifte, kenmerknummer, het vermelde doel en gegevens belanghebbende [persoon 8] , geboren [geboortedatum 9] -1982 te [geboorteplaats 4] . Kenmerknummer: [nummer 1] , afgegeven op 03 april 2019.
Op maandag 15 maart 2021 reageerde een medewerker van Justis. Zij stuurde dat de opgevraagde VOG op naam van [persoon 8] niet is verstrekt.
Uit bovenstaande kan dus worden geconcludeerd dat [persoon 8] , geboren [geboortedatum 9] 1982 te
[geboorteplaats 4] , een valse Verklaring Omtrent het Gedrag, in zijn personeelsdossier van [bedrijf 1] had zitten.
2.3.2.
Bewijsmotivering
Inleiding
[bedrijf 1] (hierna [bedrijf 1] ) betreft een uitzendbureau voor personeel in de zorg. [bedrijf 1] leverde onder meer uitzendkrachten aan [zorgaanbieder] (hierna [zorgaanbieder] ). [zorgaanbieder] ontving na aanvang van de samenwerking met [bedrijf 1] anonieme berichten dat uitzendkrachten van [bedrijf 1] die bij hen werkzaam waren niet beschikten over de vereiste documentatie, waarna [zorgaanbieder] contact heeft gezocht met [bedrijf 1] en uiteindelijk naar de politie is gegaan. De politie ontving zelf een TCI-melding met een gelijke strekking als de anonieme berichten die naar [zorgaanbieder] waren gestuurd.
Op basis van deze informatie is onderzoek gedaan naar [bedrijf 1] , waarbij haar bestuurders, werknemers en uitzendkrachten zijn gehoord. Ook is gekeken naar de administratie van [bedrijf 1] en de persoonsdossiers van haar uitzendkrachten. Deze fysieke en de digitale administratie zijn in beslag genomen. De conclusie van dit onderzoek, voor zover relevant voor de onderhavige zaak, is dat er op basis van een steekproef 40 valse documenten in de administratie van [bedrijf 1] zaten. Dit betroffen diploma’s, uittreksels uit het diplomaregister en Verklaringen Omtrent Gedrag van de uitzendkrachten van [bedrijf 1] .
Verklaring verdachte
De verdachte heeft bij de politie niet willen verklaren. Hij was ter zitting niet aanwezig. Voorafgaand aan de zitting heeft hij een schriftelijke verklaring ingediend. De strekking van deze verklaring is dat hij niet betrokken was bij het verzamelen van de documentatie van uitzendkrachten, niet wist dat er valse geschriften in de administratie aanwezig waren en er ook geen signalen waren dat deze valse geschriften bestonden of dat uitzendkrachten zonder de juiste documentatie aan het werk waren.
Beoordeling
De rechtbank volgt de verdachte niet in zijn verklaring. De verdachte is sinds april 2019 middellijk bestuurder van [bedrijf 1] en had de dagelijkse leiding over de onderneming.
Op 12 september 2019 zijn vertegenwoordigers van [zorgaanbieder] op het kantoor van [bedrijf 1] geweest om de documenten te bekijken van uitzendkrachten die bij [zorgaanbieder] werkten. De verdachte was daarbij aanwezig, had een actieve rol en liet diploma’s, uittreksels uit het diplomaregister en Verklaringen Omtrent Gedrag (VOG’s) aan de vertegenwoordigers van [zorgaanbieder] zien. Een deel van de documentatie die tijdens de ontmoeting werd bekeken was zichtbaar vals. Op de uittreksels van diploma’s van uitzendkrachten was het woord uittreksel geschreven als ‘uitreksel’. Op dat moment hebben [bedrijf 1] en de verdachte geweten dat er valse documenten in de administratie van [bedrijf 1] waren opgenomen.
Opmerkelijk is dat deze ‘uitreksels’ op 7, 9 en 11 september 2019 ‘met spoed’ via de mail naar [bedrijf 1] waren verstuurd door een persoon die verder niet geïdentificeerd kon worden. De werknemer van [bedrijf 1] die deze mails heeft ontvangen, heeft op dit punt niet willen verklaren. Op basis van deze mails is aannemelijk dat deze ‘uitreksels’ naar [bedrijf 1] werden gestuurd met het oog op de ontmoeting met [zorgaanbieder] die kort daarna gepland stond.
Het gegeven dat werknemers van [bedrijf 1] geschriften in handen hebben gehad waarvan direct te zien was dat deze niet echt waren, in samenhang met het feit dat vanuit [zorgaanbieder] meldingen bij [bedrijf 1] waren gemaakt dat er zorgen bestonden over de authenticiteit van de documenten van de uitzendkrachten, maakt dat [bedrijf 1] bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat er naast deze ‘uitreksels’ nog meer valse documenten in haar administratie aanwezig waren. De verdachte was op de hoogte van de valse documenten en heeft nagelaten nader onderzoek te doen in de administratie van [bedrijf 1] . Uit een tapgesprek van 20 juli 2020 blijkt bovendien dat de verdachte op de hoogte was dat (in ieder geval) één uitzendkracht zonder diploma werkzaam was. Dat geen nader onderzoek heeft plaatsgevonden is een laakbare tekortkoming in het handelen van de verdachte als feitelijk leidinggevende geweest.
Conclusie
Een en ander tezamen maakt dat de verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat de valse documenten, zoals opgenomen in de tenlastelegging, in de administratie van [bedrijf 1] opgenomen waren en bleven. Zodoende heeft de verdachte feitelijk leiding gegeven aan het voorhanden hebben van deze valse documenten. Van opdracht geven tot deze handelingen is niet gebleken. De rechtbank komt tot een bewezenverklaring van de beschuldiging.

3.Kwalificatie en strafbaarheid

Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:
opzettelijk een geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, voorhanden hebben, terwijl hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat dit geschrift bestemd is voor gebruik als ware het echt en onvervalst, begaan door een rechtspersoon, terwijl hij feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging meermalen gepleegd;
Het feit en de verdachte zijn strafbaar.

4.Straf

4.1.
Eis van de officier van justitie
De verdachte moet voor het feit worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden en een geldboete ter hoogte van € 50.000,-.
4.2.
Oordeel van de rechtbank
4.2.1.
Ernst en omstandigheden van het feit
De verdachte was bestuurder en leidinggevende van [bedrijf 1] binnen wier administratie veertig valse documenten zijn aangetroffen. [bedrijf 1] levert uitzendkrachten aan zorginstellingen waar onder meer voor personen met ernstige (verstandelijke) beperkingen en complexe gedrags- en/of psychiatrische problemen wordt gezorgd. De zorg voor deze personen is complex en intensief en wordt in beginsel alleen verleend door personen die hiervoor zijn opgeleid. Uitzendkrachten die niet over de benodigde kwalificaties beschikten kregen via [bedrijf 1] de verantwoordelijkheid voor deze zorgbehoevenden. Dit is, gelet op de kwetsbaarheid van de betrokken personen, bijzonder risicovol. Zorgbehoevenden en hun dierbaren moeten op de bekwaamheid, bevoegdheid en betrouwbaarheid van de verzorgers kunnen vertrouwen. Dit vertrouwen is door het handelen van [bedrijf 1] – en het handelen van de verdachte als feitelijk leidinggevende – geschaad. Ook het vertrouwen dat zorgverleners zoals Stichting [zorgaanbieder] moeten kunnen hebben in de authenticiteit van diploma’s en Verklaringen Omtrent Gedrag is beschadigd. [bedrijf 1] en de verdachte hebben de belangen van de zorgbehoevenden en zorgverleners verwaarloosd voor hun eigen financiële gewin.
4.2.2.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van [geboortedatum 9] 2025 blijkt dat de verdachte niet recent onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.
4.2.3.
Redelijke termijn
De verdachte moet binnen een redelijke termijn worden berecht. De redelijke termijn is in dit geval gestart op 7 maart 2022, omdat de verdachte toen voor het eerst is gehoord, nadat in 2020 het bedrijfspand was doorzocht en de telefoon van de verdachte was getapt. Tot aan dit vonnis is een periode van 4 jaar en bijna 4 maanden verstreken. De redelijke termijn is twee jaren. Dat betekent dat de termijn met ruim 2 jaar is geschonden. De rechtbank houdt hiermee rekening bij het bepalen van de strafmaat.
4.2.4.
Oplegging straf
Gelet op de ernst van het strafbare feit dient een gevangenisstraf te worden opgelegd. Het opleggen van een ander soort straf is niet passend. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. De rechtbank houdt er ook rekening mee dat [bedrijf 1] naar aanleiding van een strafbeschikking € 775.000,- heeft betaald. Hierdoor is de verdachte als bestuurder van [bedrijf 1] financieel geraakt.
Al met al acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk en daaraan verbonden een proeftijd voor de duur van 2 jaren, passend en geboden. Het voorwaardelijke strafdeel heeft als doel te voorkomen dat de verdachte in de toekomst opnieuw een strafbaar feit pleegt.

5.Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen 14a, 14b, 14c, 51 en 225 van het Wetboek van Strafrecht.

6.Beslissingen

De rechtbank:
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte het in hoofdstuk 2 beschreven strafbare feit heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het in hoofdstuk 3 benoemde strafbare feit;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straf
Gevangenisstraf
veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstraf van 18 maanden;
Voorwaardelijk strafdeel
bepaalt dat
6 maanden van deze gevangenisstrafniet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 jaren, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit.

7.Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:
mr. I. Tillema, voorzitter,
en mrs. D.C.J. Peeck en A. Sennef, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. M.S. Westhof, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 4 juni 2026.
Mr. A. Sennef is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.

Voetnoten

1.De exacte vindplaatsen van de bewijsmiddelen zijn genoemd in de bijbehorende voetnoot. Als wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het zaaksdossier.
2.Pagina’s 604 t/m 610 van het onderzoeksdossier, zijnde [nummer 2] .
3.Pagina’s 340 t/m 359 van het onderzoeksdossier, zijnde [nummer 3] .
4.Relaas onderzoek Marlin, zijnde 1-Relaas-01, niet doorgenummerd als onderdeel van het onderzoeksdossier.
5.Pagina’s 302 t/m 307 van het onderzoeksdossier, zijnde [nummer 4] .
6.Pagina’s 292 t/m 301 van het onderzoeksdossier, zijnde [nummer 5]
7.Pagina’s 40 t/m 51 van het onderzoeksdossier, zijnde [nummer 6] .
8.Pagina’s 387 t/m 392 van het onderzoeksdossier, zijnde [nummer 7] .
9.Pagina’s 381 t/m 382 van het onderzoeksdossier, zijnde [nummer 8] .
10.Pagina 53 van het documentendossier, zijnde [nummer 9] .
11.Pagina 179 van het documentendossier, zijnde [nummer 10] .
12.Pagina 185 van het documentendossier, zijnde [nummer 11] .
13.Pagina 195 van het documentendossier, zijnde [nummer 12] .
14.Pagina’s 478 t/m 479 van het onderzoeksdossier, zijnde [nummer 13] .
15.Pagina 165 van het documentendossier, zijnde [nummer 14] .
16.Pagina’s 454 t/m 455 van het onderzoeksdossier, zijnde [nummer 15] .
17.Pagina 207 van het documentendossier, zijnde [nummer 16] .
18.Pagina’s 470 t/m 471 van het onderzoeksdossier, zijnde [nummer 17] .
19.Pagina 232 van het documentendossier, zijnde [nummer 18] .
20.Pagina’s 379 t/m 380 van het onderzoeksdossier, zijnde [nummer 19] .
21.Pagina 127 van het documentendossier, zijnde [nummer 20] .
22.Pagina’s 439 t/m 441 van het onderzoeksdossier, zijnde [nummer 21] .