De rechtbank Rotterdam behandelde op 26 mei 2026 de zaak tegen een verdachte die werd verdacht van een overval op een winkel in Barendrecht op 30 december 2023, waarbij geweld werd gebruikt en een verboden mes werd gedragen. De officier van justitie eiste jeugddetentie en een taakstraf.
Het bewijs bestond uit verklaringen van slachtoffers, camerabeelden, en het aantreffen van een tas met een mes in de buddyseat van een scooter die sterk leek op de scooter die bij de overval werd gebruikt. De verdachte ontkende betrokkenheid en verklaarde de scooter te hebben uitgeleend.
De rechtbank oordeelde dat ondanks de aanwijzingen onvoldoende bewijs was om de verdachte als een van de overvallers aan te merken. De kleding van de verdachte kwam niet overeen met die van de overvaller op de beelden en er was geen ondubbelzinnige herkenning. Ook was niet vastgesteld dat de verdachte wist van het mes in de tas op zijn scooter.
Daarom sprak de rechtbank de verdachte vrij van de tenlastegelegde feiten en verklaarde de benadeelde partijen niet-ontvankelijk in hun schadevorderingen.