ECLI:NL:RBROT:2026:7038

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
17 juni 2026
Publicatiedatum
18 juni 2026
Zaaknummer
C/10/720607 / KG ZA 26-522
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Artikel 8 lid 7 statuten ATV OmmoordArtikel 9 huishoudelijk reglement ATV Ommoord
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Schorsing ontzettingsbesluit lidmaatschap Amateur Tuinders Vereniging Ommoord

In deze zaak vordert eiser schorsing van het besluit tot ontzetting uit het lidmaatschap van ATV Ommoord en schorsing van het besluit van de Algemene Ledenvergadering (ALV) dat het ontzettingsbesluit in stand houdt. Eiser is sinds 29 juli 2023 lid van de vereniging en ontving op 27 september 2025 een mondelinge waarschuwing, gevolgd door een royement wegens vermeende schending van statuten en reglementen.

De voorzieningenrechter constateerde in een eerder vonnis dat het ontzettingsbesluit gebrekkig was gemotiveerd en onvoldoende was gedocumenteerd. De ALV handhaafde het besluit zonder nadere onderbouwing en zonder dat eiser aanwezig was. Eiser vordert nu schorsing van beide besluiten en herstel van haar lidmaatschapsrechten, waaronder toegang tot de volkstuin en elektriciteit.

De rechtbank oordeelt dat het ontzettingsbesluit nog steeds gebrekkig is en dat de ALV onvoldoende heeft onderbouwd waarom het besluit gehandhaafd blijft. De schorsing wordt toegewezen onder de voorwaarde dat eiser binnen een maand een bodemprocedure start om het besluit te vernietigen. ATV Ommoord wordt veroordeeld tot herstel van de rechten van eiser en het betalen van proceskosten. Een dwangsom wordt opgelegd om naleving af te dwingen.

Uitkomst: Besluiten tot ontzetting en instandhouding worden geschorst onder voorwaarde van het starten van een bodemprocedure; eiser krijgt toegang en rechten terug tot uitspraak bodemprocedure.

Uitspraak

RECHTBANK Rotterdam

Team handel en haven
Zaaknummer: C/10/719303 / KG ZA 26-442
Vonnis in kort geding van 17 juni 2026
in de zaak van
[eiser],
wonende in [woonplaats],
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser],
advocaat: mr. A.F.M. den Hollander,
tegen
AMATEUR TUINDERS VERENIGING OMMOORD,
gevestigd te Rotterdam,
gedaagde partij,
hierna te noemen: ATV Ommoord,
advocaat: mr. P.A. Visser.

1.De zaak in het kort

In dit tweede kort geding tussen partijen vordert [eiser] schorsing van het besluit tot ontzetting uit het lidmaatschap van ATV Ommoord en schorsing van het besluit van de Algemene Ledenvergadering waar het ontzettingsbesluit in stand is gehouden. Deze vorderingen worden toegewezen onder de voorwaarde dat [eiser] binnen een maand na betekening van dit vonnis een bodemprocedure aanhangig maakt waarin zij de vernietiging van het ontzettingsbesluit inroept.

2.De procedure

2.1.
Het dossier bestaat uit de volgende stukken:
- de dagvaarding van 21 mei 2026, met producties 1 tot en met 11;
- de producties 1 tot en met 7 van ATV Ommoord;
- de pleitnota van ATV Ommoord.
2.2.
De mondelinge behandeling heeft op 3 juni 2026 plaatsgevonden.

3.De feiten

3.1.
[eiser] – die in de hierna aan te halen stukken ook wel wordt aangeduid als [naam] – is sinds 29 juli 2023 lid van ATV Ommoord.
3.2.
In de statuten van ATV Ommoord staat onder andere het volgende:
“Artikel 8.
Einde lidmaatschap.
7. Ontzetting uit het lidmaatschap kan alleen worden uitgesproken wanneer een Lid in strijd met de Statuten, reglementen of besluiten van de Vereniging handelt of wanneer het Lid de Vereniging op onredelijke wijze benadeelt. Zij geschiedt door het Bestuur, dat het Lid zo spoedig mogelijk van het besluit in kennis stelt, met opgave van de redenen. Het betrokken Lid is bevoegd binnen één (1) maand na de ontvangst van de kennisgeving in beroep te gaan bij de Algemene Vergadering. Gedurende de beroepstermijn en hangende het beroep is het Lid geschorst. Een geschorst Lid heeft geen stemrecht.(..)”
3.3.
Het huishoudelijk reglement van ATV Ommoord bepaalt onder meer het volgende:
“Artikel 9. ONTZEGGEN VAN TOEGANG
Het bestuur kan - vooruitlopend op verdere maatregelen - leden de toegang tot de tuin ontzeggen indien zij:
(..)
c. In strijd met de statuten, reglementen, besluiten van de vereniging, kwaliteitseisen en huurovereenkomst handelen;
d. Anderen bij voortduring zonder noodzaak hinderen en/of overlast veroorzaken;
e. Zich andermans goederen toe-eigenen of moedwillig beschadigen;
f. Doordoen of nalaten de belangen van de vereniging schade toebrengen;
(..)
h. Het bestuur is bevoegd bij noodzaak leden, partnerleden, kinderen, aspirant -leden, bezoekers en anderen op het park aanwezig, de toegang voor een bepaalde tijd te ontzeggen.
i. Een geroyeerd lid heeft geen toegang tot het park, aldus zijn tuin. Hij/zij krijgt de gelegenheid om binnen twee weken zijn persoonlijke spullen op te halen, in bijzijn van het bestuur.”
3.4.
[eiser] heeft op 27 september 2025 een mondelinge waarschuwing gekregen van ATV Ommoord. [eiser] heeft met twee e-mails op 27 september 2025 om 15:03 uur en 17:33 uur bezwaar gemaakt tegen de waarschuwing.
3.5.
Op 27 september 2025 om 17:52 uur stuurt ATV Ommoord de volgende e-mail aan [eiser]:
“Geachte [naam],
Naar aanleiding van uw e-mails van 27 september 2025 heeft het bestuur de inhoud zorgvuldig besproken. In uw berichten heeft u ernstige beschuldigingen geuit richting een bestuurslid, waaronder vermeend drugsgebruik en handtastelijk gedrag.
Het bestuur stelt vast dat deze aantijgingen ongegrond zijn. Tijdens het gesprek waar u naar verwijst, waren meerdere bestuursleden aanwezig en er zijn camerabeelden met beeld- en geluidsopnames die uw beweringen weerleggen. Uw uitlatingen zijn daarmee aantoonbaar onjuist en worden door het bestuur aangemerkt als smaad en laster. Dit schaadt zowel de vereniging als het bestuur in ernstige mate.
Daarbij wijzen wij erop dat u eerder reeds een officiële mondelinge waarschuwing heeft ontvangen voor uw gedrag.
Op grond hiervan heeft het bestuur, conform de statuten en het huishoudelijk reglement van ATV Ommoord, besloten tot onmiddellijk royement van uw lidmaatschap. Dit besluit is genomen vanwege het handelen in strijd met de belangen van de vereniging en het toebrengen van ernstige schade aan de goede naam van de vereniging en haar bestuursleden.
Als gevolg van dit royement verliest u per direct alle rechten die verbonden zijn aan het lidmaatschap. Dit betekent onder andere dat u geen gebruik meer kunt maken van de faciliteiten van de vereniging. Uw elektriciteitsaansluiting zal daarom per direct worden afgesloten.”
3.6.
De voorzieningenrechter van deze rechtbank heeft bij vonnis van 17 november 2025 (hierna: het Vonnis) het besluit tot ontzetting van 27 september 2025 (hierna: het Ontzettingsbesluit) geschorst, onder de voorwaarde dat [eiser] binnen één week na betekening van dat vonnis beroep tegen het Ontzettingsbesluit in zou stellen bij de Algemene Ledenvergadering (hierna: de ALV) van ATV Ommoord. Aan deze beslissing lagen onder andere de volgende overwegingen ten grondslag:
“4.3. De voorzieningenrechter is van oordeel dat ATV Ommoord de omstandigheden die hebben geleid tot het Besluit onvoldoende heeft gedocumenteerd. ATV Ommoord heeft dit ter zitting ook erkend. ATV Ommoord heeft de aan [eiser] gegeven mondelinge waarschuwing niet vastgelegd. Ten aanzien van de mondelinge waarschuwing kan alleen worden vastgesteld dat zich een conflict tussen [eiser] en haar buurvrouw heeft voorgedaan. [eiser] stelt, onbetwist, dat haar buurvrouw haar bamboehek heeft vernield, maar dat die betreffende buurvrouw daarvoor geen waarschuwing heeft ontvangen. Waarom [eiser] voor deze ruzie dan een waarschuwing heeft gekregen, roept vragen op. ATV Ommoord heeft zich daar niet over uitgelaten. Daar komt bij dat het bestuur van ATV Ommoord in haar bestuursverslag heeft opgenomen dat zij al meerdere weken meldingen van omwonenden heeft gekregen dat [eiser] overlast veroorzaakt. Deze meldingen waren de aanleiding voor een gesprek op 27 september 2025, waarna [eiser] de waarschuwing heeft gekregen. ATV Ommoord heeft niet inzichtelijk gemaakt welke meldingen zijn gedaan bij het bestuur en door wie. Uit het Besluit valt op te maken dat de waarschuwing blijkbaar wel is meegewogen bij de beslissing om [eiser] te ontzetten uit haar lidmaatschap.
4.4.
Bovendien is het ontzettingsbesluit onvoldoende gemotiveerd. In het Besluit wordt niet vermeld op grond van welke bepaling van de statuten en het huishoudelijk reglement [eiser] wordt ontzet uit haar lidmaatschap. Pas in een latere e-mail (van 27 september 2025 om 22:32 uur) stelt het bestuur van ATV Ommoord dat [eiser] is geroyeerd op grond van artikel 8 lid 7 van Pro de statuten en artikel 9 van Pro het huishoudelijk reglement.(..)”
3.7.
Op de ALV van 28 februari 2026 is het beroep van [eiser] tegen het Ontzettingsbesluit behandeld. [eiser] was hierbij niet aanwezig. In de notulen van de ALV staat het volgende:
“Namens het bestuur geeft de secretaris een feitelijke toelichting op het genomen besluit.
In de periode voorafgaand aan
27 september 2025heeft het bestuur meerdere meldingen ontvangen van omwonenden over conflictsituaties waarbij het betreffende lid betrokken was.
Op
27 september 2025heeft het bestuur ter plaatse een gesprek gevoerd met het betreffende lid en een betrokken buur. Bij dit gesprek waren drie bestuursleden aanwezig en beide partijen zijn gehoord.
Naar aanleiding hiervan heeft het bestuur een
mondelinge officiële waarschuwinggegeven. Deze waarschuwing had betrekking op het zelfstandig handelen in een conflictsituatie zonder voorafgaande afstemming met het bestuur, waarbij tevens schade aan eigendommen in een aangrenzende tuin is ontstaan.
Later diezelfde dag ontving het bestuur meerdere e-mails van betrokkene met beschuldigingen richting een bestuurslid.
Het bestuur heeft deze uitlatingen beoordeeld aan de hand van verklaringen van aanwezige bestuursleden en beschikbare camerabeelden. Op basis hiervan is het bestuur tot de conclusie gekomen dat deze beschuldigingen feitelijk onjuist waren.
Gelet op:
• de eerder gegeven officiële waarschuwing
• de escalatie van het conflict
• en de naar het oordeel van het bestuur ontstane verstoring van de verhoudingen binnen het park
heeft het bestuur op
27 september 2025besloten tot
ontzetting uit het lidmaatschap.
Het besluit is genomen op grond van:
artikel 8 lid 7 van Pro de statuten
artikel 9 van Pro het huishoudelijk reglement
Het ontzettingsbesluit is op
27 september 2025schriftelijk aan betrokkene meegedeeld.
Tegen dit besluit is bezwaar gemaakt en vervolgens is een gerechtelijke procedure gestart. De voorzieningenrechter heeft het ontzettingsbesluit
voorlopig geschorsten bepaald dat de
Algemene Ledenvergaderinghet beroep dient te behandelen en daarover een definitief besluit moet nemen.
Daarom ligt de besluitvorming bij de ALV.
De secretaris verzoekt de leden om
schriftelijk te stemmenmiddels de verstrekte stembiljetten. Twee leden worden aangewezen voor het tellen van de stemmen.
Uitslag stemming
• Ja - besluit blijft in stand: 36 stemmen
• Nee - besluit wordt vernietigd: 1 stem
• Onthoudingen: 3 stemmen
Besluit:
De Algemene Ledenvergadering besluit het ontzettingsbesluit te
handhaven. Het lid wordt definitief ontzet uit het lidmaatschap.”
3.8.
[eiser] heeft het bestuur van ATV Ommoord verzocht om opgave van de redenen van de beslissing van de ALV. Tevens heeft zij verzocht om behandeling van het Ontzettingsbesluit op een nieuwe ALV waar zij wel aanwezig kan zijn. ATV Ommoord heeft niet gereageerd op deze verzoeken.

4.Het geschil

4.1.
[eiser] vordert om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
I. het bestuursbesluit van 27 september 2025 te schorsen, totdat in een bodemprocedure onherroepelijk over de rechtmatigheid van het royement is beslist;
II. het ALV-besluit van 28 februari 2026 te schorsen, totdat in een bodemprocedure onherroepelijk over de rechtmatigheid van het royement is beslist;
III. ATV Ommoord te gebieden
- [eiser] te behandelen als volwaardig lid van de vereniging en haar alle rechten en bevoegdheden die aan het lidmaatschap zijn verbonden toe te kennen, totdat in een bodemprocedure onherroepelijk over de rechtmatigheid van het royement is beslist;
- zich te onthouden van het uitvoeren van de ontruimingseis met betrekking tot het tuinhuis van [eiser], totdat in een bodemprocedure onherroepelijk over de rechtmatigheid van het royement is beslist;
- [eiser] onmiddellijk en onbeperkt toegang te verlenen tot het verenigingsterrein en haar volkstuin;
- de elektriciteitsvoorziening naar de volkstuin van [eiser] onmiddellijk te herstellen;
- zich te onthouden van het opleggen van verdere sancties, intimidaties of andere onrechtmatige handelingen jegens [eiser];
op straffe van een dwangsom van € 500,- per dag met een maximum van
€ 10.000,-;
IV. ATV Ommoord in de kosten van deze procedure te veroordelen.
4.2.
ATV Ommoord voert verweer. ATV Ommoord concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [eiser], met veroordeling van [eiser] in de kosten van deze procedure.

5.De beoordeling

[eiser] heeft een spoedeisend belang bij haar vorderingen
5.1.
[eiser] stelt een spoedeisend belang bij haar vorderingen te hebben, omdat haar de toegang tot de volkstuin is ontzegd, de elektriciteit in het tuinhuisje is afgesloten en de ontruiming per 1 mei 2026 is aangezegd. Met deze stellingen heeft [eiser] het spoedeisend belang voldoende aannemelijk gemaakt. Dat [eiser] sinds het besluit van de ALV niet meer op de tuin is geweest, zoals ATV Ommoord stelt en [eiser] overigens betwist, neemt het (spoedeisend) belang bij de gevraagde voorzieningen niet weg.
De besluiten tot ontzetting en tot instandhouding van het Ontzettingsbesluit worden onder voorwaarde geschorst
5.2.
[eiser] stelt dat dat inhoudelijke onrechtmatigheden die in het Vonnis zijn geconstateerd, niet zijn weggenomen door de behandeling van het Ontzettingsbesluit op de ALV. Daarnaast heeft ATV Ommoord de omstandigheden die hebben geleid tot de waarschuwing nog steeds niet gedocumenteerd en is het Ontzettingsbesluit nog altijd onvoldoende gemotiveerd. ATV Ommoord stelt dat [eiser] heeft erkend dat zij eigendommen van haar buurvrouw heeft vernield en dat [eiser] als gevolg daarvan een officiële waarschuwing heeft gekregen. Volgens ATV Ommoord is er sprake van een dusdanig snelle opeenvolging van gebeurtenissen dat tussentijds geen passende vastlegging van deze gebeurtenissen is geweest. De gebeurtenissen hebben geleid tot het Ontzettingsbesluit, welk besluit de ALV in stand heeft gelaten. Volgens ATV Ommoord heeft [eiser] nagelaten zich te verweren tegen het Ontzettingsbesluit.
5.3.
De voorzieningenrechter overweegt allereest dat het er alle schijn van heeft dat ATV Ommoord achteraf en pas in deze procedure de gang van zaken die heeft geleid tot de officiële waarschuwing (en later het Ontzettingsbesluit), probeert vast te leggen. Immers, in de eerste procedure die tot het Vonnis heeft geleid, heeft [eiser] aan de orde gesteld dat haar eigendommen zijn vernield door de buurvouw en dat enkel [eiser] een waarschuwing heeft gekregen voor de onenigheid met deze buurvrouw. ATV Ommoord heeft dat destijds niet betwist. Pas in onderhavige procedure stelt ATV Ommoord plotsklaps dat [eiser] de eigendommen van haar buurvrouw zou hebben vernield en dat de buurvrouw wel zou zijn aangesproken op de ruzie met [eiser]. Deze procedure is niet de plek om achteraf een dossier tegen [eiser] op te bouwen. Dit had ATV Ommoord voorafgaand aan het geven van de waarschuwing en in de aanloop naar het Ontzettingsbesluit moeten doen.
5.4.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat de bezwaren van [eiser] tegen het Ontzettingsbesluit en de wijze waarop het Ontzettingsbesluit in de ALV is behandeld, in tegenstelling tot wat ATV Ommoord stelt, voldoende duidelijk zijn. De standpunten van [eiser] volgen uit meerdere e-mails die ze aan het bestuur heeft verzonden, uit de procedure die tot het Vonnis heeft geleid en ook uit de dagvaarding in deze procedure. [eiser] stelt dat ATV Ommoord nog altijd niet heeft aangetoond op welke grond zij is ontzet uit haar lidmaatschap. Dit kan slechts wanneer zij in strijd handelt met de statuten, reglementen of besluiten van ATV Ommoord. ATV Ommoord heeft ook in deze procedure niet aannemelijk gemaakt in strijd waarmee [eiser] zou hebben gehandeld. Dat er (inmiddels) een verstoorde verhouding tussen [eiser] en het bestuur van ATV Ommoord zou zijn ontstaan, is geen grond voor ontzetting. Daar komt bij dat ATV Ommoord ook in de beroepsprocedure bij de ALV heeft nagelaten het Ontzettingsbesluit te onderbouwen, maar slechts heeft volstaan met een kale verwijzing naar artikel 8 lid 7 van Pro de statuten en artikel 9 van Pro het huishoudelijk reglement. Uit de notulen van de ALV blijkt immers niet op welke, concrete, wijze [eiser], volgens ATV Ommoord, de statuten en het huishoudelijk reglement zou hebben geschonden.
5.5.
Het voorgaande betekent dat het Ontzettingsbesluit inhoudelijk nog net zo gebrekkig is als het was tijdens het vorige kort geding. Dat leidt tot toewijzing van het mindere van het gevorderde. De voorzieningenrechter schorst het Ontzettingsbesluit en het besluit van de ALV onder de voorwaarde dat [eiser] binnen een maand na betekening van dit vonnis een bodemprocedure aanhangig maakt waarin zij de vernietiging van het Ontzettingsbesluit inroept.
Toe te wijzen vorderingen
5.6.
Schorsing van het Ontzettingsbesluit en het besluit van de ALV leidt tot toewijzing van vordering III. eerste en vierde gedachtestreepje (toegang tot het verenigingsterrein en het herstellen van de elektriciteitsvoorziening naar de volkstuin). Deze toe te wijzen geboden hangen samen met de schorsing van beide besluiten. Als [eiser] niet (tijdig) een bodemprocedure aanhangig maakt, kan ATV Ommoord niet langer aan de veroordelingen op dit punt worden gehouden. Zolang er in de bodemprocedure in eerste aanleg geen eindvonnis is gewezen over het Ontzettingsbesluit moet ATV Ommoord [eiser] behandelen als volwaardig lid, moet ATV Ommoord zich onthouden van het uitvoeren van de ontruimingseis en mag zij aan [eiser] geen verdere sancties opleggen uit hoofde van het Ontzettingsbesluit en het besluit van de ALV. Het laatste gedachtestreepje van vordering III. (zich onthouden van het opleggen van verdere sancties, intimidaties of andere onrechtmatige handelingen jegens [eiser]) is verder niet toewijsbaar. Er kunnen zich immers in de toekomst nieuwe omstandigheden voordoen die het opleggen van een sanctie rechtvaardigen. Dat [eiser] is geïntimideerd of dat er onrechtmatig is gehandeld jegens haar is in deze procedure niet aannemelijk geworden. Dat deel van de vordering wordt daarom afgewezen.
Er wordt een dwangsom opgelegd
5.7.
Een prikkel tot nakoming in de vorm van een dwangsom acht de voorzieningenrechter aangewezen. Een dwangsom van € 100,- per dag met een maximum van € 5.000,- wordt een voldoende prikkel tot nakoming geacht.
ATV Ommoord moet de proceskosten van [eiser] betalen
5.8.
ATV Ommoord krijgt ongelijk en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Omdat [eiser] heeft geprocedeerd op basis van een toevoeging, wordt ATV Ommoord niet veroordeeld tot betaling van de explootkosten en betekeningskosten
.De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- griffierecht
93,00
- salaris advocaat
1.177,00
- nakosten
189,00
Totaal
1.459,00

6.De beslissing

De voorzieningenrechter
6.1.
schorst de besluiten van 27 september 2025 tot ontzetting van het lidmaatschap van [eiser] en van 28 februari 2026 van de ALV tot instandhouding van het ontzettingsbesluit, onder de voorwaarde dat [eiser] binnen een maand na betekening van dit vonnis, een bodemprocedure aanhangig maakt waarin zij de vernietiging van het ontzettingsbesluit inroept, een en ander totdat in die bodemprocedure een eindbeslissing is genomen of daaraan in onderling overleg een einde is gekomen,
6.2.
gebiedt ATV Ommoord binnen 24 uur na betekening van dit vonnis:
[eiser] onbeperkt toegang te verlenen tot het verenigingsterrein van ATV Ommoord en haar volkstuin;
de elektriciteitsvoorziening naar de volkstuin van [eiser] te herstellen,
6.3.
veroordeelt ATV Ommoord, indien en zolang er nog geen eindvonnis is gewezen in de in 6.1. bedoelde bodemprocedure in eerste aanleg:
[eiser] te behandelen als volwaardig lid van ATV Ommoord en haar alle rechten en bevoegdheden die aan het lidmaatschap zijn verbonden toe te kennen;
zich te onthouden van het uitvoeren van de ontruimingseis met betrekking tot het tuinhuis van [eiser];
zich te onthouden van het opleggen van verdere sancties uit hoofde van de besluiten van 27 september 2025 en 28 februari 2026,
6.4.
veroordeelt ATV Ommoord om aan [eiser] een dwangsom te betalen van
€ 100,00 voor iedere dag dat zij, nadat de in 6.1. genoemde termijn is verstreken en onder de voorwaarde dat [eiser] de in 6.1. bedoelde bodemprocedure aanhangig heeft gemaakt, niet aan de veroordelingen in 6.2 en 6.3 voldoet, tot een maximum van € 5.000,00 in totaal is bereikt,
6.5.
veroordeelt ATV Ommoord in de proceskosten van € 1.459,00,
6.6.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
6.7.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. P. de Bruin en in het openbaar uitgesproken op 17 juni 2026.
3608/2009