Verzoekers hebben op grond van artikel 287b, eerste lid, Faillissementswet een voorlopige voorziening gevraagd om de ontruiming van hun huurwoning op te schorten. De rechtbank constateert dat sprake is van een bedreigende situatie vanwege het vonnis tot ontruiming en het exploot dat de ontruiming aankondigt.
De rechtbank weegt het belang van verzoekers, die met hun kinderen in de woning willen blijven en een minnelijk schuldhulpverleningstraject doorlopen, tegen het belang van verweerster, die het vonnis wil uitvoeren. Verzoekers hebben bijna de gehele huurachterstand voldaan en de huurtermijn van januari 2026 tijdig betaald. De rechtbank vertrouwt erop dat zij de lopende huurtermijnen zullen blijven voldoen.
Gezien de beperkte schuldenlast en het verwachte snelle verloop van het schuldhulpverleningstraject, wijst de rechtbank het moratorium toe voor drie maanden, korter dan de gevraagde zes maanden. Tevens verklaart de rechtbank verzoekers niet-ontvankelijk in hun verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling wegens het nog lopende minnelijk traject.
De tenuitvoerlegging van het vonnis tot ontruiming wordt opgeschort en de huurovereenkomst wordt verlengd voor de duur van het moratorium. Schuldhulpverlening moet uiterlijk twee weken voor afloop van de voorziening verslag uitbrengen aan de rechtbank.