ECLI:NL:RBROT:2026:7066
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen verrekening te veel ontvangen AIO-uitkering
Verzoekers ontvangen AOW en een pensioen van de ABP, aangevuld met een AIO-uitkering omdat hun totale inkomen onder het sociaal minimum ligt. In 2025 ontdekte de ABP dat verzoekers jarenlang te weinig pensioen hadden ontvangen, waarna zij een nabetaling kregen. De SVB vorderde daarop een bedrag van te veel ontvangen AIO-uitkering terug, dat verzoekers betwisten in een lopende beroepsprocedure.
De SVB besloot de schuld vanaf juni 2026 te verrekenen met de AIO-uitkering, waardoor verzoekers maandelijks €150 minder ontvangen. Verzoekers vroegen een voorlopige voorziening om deze verrekening te stoppen totdat de rechtbank in de hoofdzaak heeft beslist. De voorzieningenrechter oordeelt dat de SVB bevoegd is om nu al te verrekenen, omdat de nabetaling leidt tot een evenredige vermindering van de AIO-uitkering en de terugvordering terecht is.
Hoewel verzoekers de nabetaling hebben uitgegeven, is het volgens de voorzieningenrechter begrijpelijk dat de SVB het te veel betaalde bedrag terugvordert. De voorzieningenrechter verwacht dat het beroep weinig kans van slagen heeft en wijst het verzoek af. De SVB mag dus maandelijks het bedrag inhouden op de AIO-uitkering. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af, waardoor de SVB mag verrekenen met de lopende AIO-uitkering.