Uitspraak
RECHTBANK Rotterdam
1.De procedure
2.De beoordeling
Primair
3.De beslissing
donderdag 18 juni 2026 om 10:00 uur,
Rechtbank Rotterdam
De rechtbank Rotterdam behandelde een civiele zaak waarin de man vorderingen instelde tot verdeling van een garagebox en betaling van huur- en kostenvergoedingen. De vrouw voerde aan dat de rechtbank onbevoegd was en dat de zaak naar de kantonrechter moest worden verwezen.
De rechtbank oordeelde dat zij wel bevoegd was, maar dat de zaak vanwege de waarde van de vorderingen onder de 25.000 euro door de kantonrechter moet worden behandeld. De waarde van de vorderingen werd vastgesteld aan de hand van de WOZ-waarde, huurinkomsten en schadeclaims, waarbij de totale waarde duidelijk onder de grens bleef.
Ook de vorderingen in reconventie, hoewel mogelijk van hogere waarde, worden samen met de conventionele vorderingen behandeld vanwege de samenhang. De rechtbank verwees de zaak daarom naar de kantonrechter locatie Dordrecht en wees partijen op procedurele aspecten zoals het niet hoeven verschijnen en het verlaagde griffierecht.
Uitkomst: De rechtbank verwijst de zaak naar de kantonrechter omdat het totaal van de vorderingen geen hogere waarde vertegenwoordigt dan 25.000 euro.