Verzoeker heeft op 24 december 2025 een verzoek ingediend op grond van artikel 287b Faillissementswet om een voorlopige voorziening te treffen die de ontruiming van zijn huurwoning opschort. De rechtbank heeft op 8 januari 2026 de zaak behandeld en aanvullende stukken ontvangen van schuldhulpverlening.
De huurtermijn van januari 2026 is, zij het te laat, op 13 januari 2026 betaald. Verzoeker heeft een netto inkomen van circa €400 per week en er is een verzoek tot beschermingsbewind ingediend, wat voldoende waarborg biedt dat toekomstige huurtermijnen tijdig worden voldaan. Verweerster wil de huurtermijn van januari 2026 uiterlijk 13 januari ontvangen en zekerheid over de betaling van de volgende termijnen.
De rechtbank oordeelt dat sprake is van een bedreigende situatie vanwege het proces-verbaal van ontruiming en het exploot waarin ontruiming op 22 januari 2026 is aangekondigd. De belangenafweging leidt tot toewijzing van het moratorium voor zes maanden onder de voorwaarde dat de huurtermijnen tijdig worden voldaan. Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard in het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Fw, maar kan later een nieuw verzoek indienen.